Brievenbus

 Zouden er nog brieven geschreven worden was de vraag. Immers, er worden brievenbussen opgeruimd. Ter geruststelling: er worden brieven geschreven. Door mij bijvoorbeeld, en verstuurd via e-mail. Het echte probleem is het bewaard blijven. De geschiedschrijvers van de toekomst krijgen het moeilijk. De brievenbus is geprivatiseerd. 'Uw brievenbus is vol', zegt mijn provider. En sluit hem. Zo dwingt hij mij brieven weg te gooien. Eerst reclame en spam, maar dan. Wachten op de eerstvolgende crash. Waarbij ook foto's zullen verdwijnen. Er ontstaan mensen zonder verleden. Geesten. J.C. van Schagen (1891-1985) voorzag dit. Ik lees 'Onbestelbaar':

 'sinds ze dood is

zijn alle adressen verkeerd

eerst kwamen ze nog wel eens terug

mijn brieven

'vertrokken' of 'niet bekend' stond erop

later hoorde je helemaal niets meer

omdat er niemand meer is die op je wacht

en nu vanmorgen waren alle brievenbussen ook verdwenen

wèg

 

het geeft niet

soms ontmoet ik mijn echo wel'

Rimpels in Paraguay

 Op het randje van echt oud is alles in de Paraguayaanse film Las Herederas (de erfgenamen). Het meubilair, en vooral de vele vrouwen. Vrouwen kunnen op zoveel manieren bijna oud zijn.  

 World Cinema Amsterdam is begonnen. Kijkjes in andere werelden brengt dat mee. Latijns-Amerika bewaart zichzelf goed, ik hoop dat Uruguay ook nog komt. De erfgenames Chela en Chiquita, van welgestelde komaf, wonen al dertig jaar samen in Asuncion. Maar het geld raakt op, er komen ‘kijkers’ die in het huis rondlopen als in de ‘antiques roadshow’, Chela gaat voor taxichauffeur spelen met de familie-Daimler. Chiquita moet de gevangenis in voor fraude.

 Het verhaal doet er weinig toe, de film gaat over al wat verslijt, mensen vooral. Steeds in de weer met make-up en hun haar.  

 Omdat we in Zuid-Amerika zijn is de familie-hulp in de huishouding nooit ver weg en wordt voortdurend geroepen: ‘Pati!’ Regisseur Marcelo Martinessi houd van slijtage. En filmt het met liefde. Je kunt ook van rimpels houden. En dat doet hij.

 Alleen Jane Fonda had niet kunnen meespelen in Las Herederas.

Waar is Frans Masereel?

 In de bundel 'Het lievelingsboek als zelfportret' schrijft Frans Saris over Frans Masereels 'Apocalypse unserer Zeit’.

 Met 25 tekeningen van een miljoen Parijzenaars op de vlucht voor het Duitse leger in juni 1940. Masereel vluchtte zelf naar Genève en stortte zich in het vluchtelingenwerk, het doorsturen en vertalen van brieven via het Rode Kruis. Op weg daarheen maakte hij schetsen. Saris citeert hem: '...in de greppels, achter muren van platgebrande boerderijen tussen lijken van mensen en kadavers van dieren. Vanaf de dag dat ik in een stadje papier en Oost-Indische inkt had gevonden - een penseel had ik zelf op zak - begon ik grotere tekeningen op papier te zetten van wat ik gezien, gehoord, gevoeld en gedacht had, en zonder artistieke pretenties althans een directe algemene indruk van die vervl­oekte tijd te geven.'

 En nu de sprong.

 Niet ver hiervandaan, in Syrië, het Midden-Oosten, hebben zich de laatste jaren heel vergelijkbare tonelen afgespeeld. Maar daar geen Frans Masereel. Vluchtelingen werden met tegenzin mondjesmaat toegelaten. De natuurkundige Frans Saris beschrijft hoe het militarisme terugkeerde en het pacifisme verdween.

Tags: 

Ruïnes

 Toen ik opgroeide in een nieuwbouwwijk tussen houten bouwsteigers, kalkputten en vers gestort beton zag ik ook de bouwkeet waar de architect werkte achter zijn tekentafel. Aan de toekomst.

 In zijn boek ‘In ruins’ wandelt Christopher Woodward door het Rijksmuseum en ziet 'Het atelier' van Michiel Sweerts (ca. 1640). Studenten tekenen een antiek gipsen naakt. Maar de voorgrond is interessanter: een surrealistisch aandoende stapel brokstukken van goden en helden. Alsof de schilder wil zeggen 'Kijk zo loopt het allemaal af, met puin.'

 Wat is de melancholie, de charme van ruïnes? Die ooit zo ver ging dat ruïnes nieuw gebouwd werden als 'follies' in parken. Alsof men niet kon wachten op het verval. Woodward denkt dat het antwoord ligt in de kracht van het verleden, de onverwoestbaarheid van het Colosseum, de Piramides. En dat stelt merkwaardig gerust.

 In het jaar 400 woonden in Rome 800.000 mensen, er waren 3.785 gouden, bronzen en marmeren standbeelden, negentien aquaducten voerden fris water aan. En er is geen aanwijzing dat ook maar iemand de toekomstige ruïnes voorzag. Rome was de 'eeuwige stad'. Maar in het jaar 410 werd de stad geplunderd en verwoest door de Visigothen. Em een eeuw later woonden er nog maar 100.000 mensen.

 Daaraan dacht ik bij de beelden van het monumentale ineengestorte verkeersplein in Genua, waar ik zo vaak overheen reed..

Tytgats acht dames van nabij

 Vanmiddag had een uitgelezen groepje liefhebbers in Schiedam de kans het unieke exemplaar van het erotisch prentenboek 'Acht dames en een klooster' van Edgard Tytgat van nabij te besnuffelen. Ik leidde in, de nicht van Tytgat die was over­gekomen complimenteerde me. Ik trots. Nu lees ik de vertaling van de tekst van Tytgat na, en de beschrijving van de beide monniken, Benoit en Prosper. In wie ik Tytgat zelf denk terug te vinden:

 ps. De tentoonstelling is er nog tot 2 seotember.. 

 'Monnik Benoit zit tussen

twee stoelen.

Hij heeft de duivel in het lijf

en de engel in de ziel.

Hij heeft de zin voor inquisitie in

zich en tegelijkertijd de grootsheid

van de christelijke liefdadigheid.

Hij is ingenieus en mystiek.

 

 Wat zit monnik Benoit zo mysterieus

te schaven, heeft hij de engel in de ziel dan

bouwt hij een ark van Noach of een kerststal.

Maar zit de duivel in hem, dan weet niemand

wat hij doet, in dat domein is hij te origineel,

we hebben er het raden naar.

 

 Monnik Prosper heeft de ziel van een

kunstenaar, het maakte zijn ouders,

burggraven‑boeren, wanhopig.

De arme Prosper kon de goede

plattelandslucht niet inademen

te midden dat extreem burgerlijke

kader, hij wou beeldhouwer,

schilder of dichter worden, om

dat debacle te vermijden, hadden

zijn ouders liever dat hij koos

voor het kleed van de religie.’

Tags: 

Vrouwen in Calcutta

 In lang niet zo 'aangrijpende scene gelezen als in 'Drehtür' van Katja Lange-Muller, waar in 1967 een hulpverleenster terecht komt in een groep vrouwen in Calcutta, die verminkt zijn door gruwelijke brandwonden.

 Oorzaak: ze trouwden en kregen geen zoon, waarna de schoonfamilie ze 'bij het koken' in brand stak, verjoeg - als ze nog leefden - en verstootte. Terug naar haar ouders kon vaak niet.

 Hulpverleenster Asta barst in huilen uit bij hun aanblik. Ze kan haar geplande voordracht niet houden. Het is een grondeloos huilen, waar geen eind aan wil komen. De verminkten proberen haar te troosten, wat niet lukt. Tenslotte leest de gastvrouw haar verhaal maar voor. Langdurig applaus.

 Wat vooraf gaat aan het Hindoe huwelijk daar is dat een meisje een bruidsschat moet inbrengen waarvoor haar familie vaak veel moet lenen. De bedoeling van de uitnodiging was in Duitsland een actie te starten om tweedehands naaimachines te verzamelen voor deze verstoten vrouwen waarmee ze zich in leven kunnen houden. Dat lukt. Hulpverleenster Asta slaagt.

 De draaideur van de titel bevindt zich op het vliegveld van München. Hij draait door. Naar een nieuwe scene uit het leven van Asta.

Vakantie vieren

 Het kwam sluipenderwijs. Eerst toen iedereen het in ernst had over 'vakantie vieren'. Terwijl het voor mij altijd een kwes­tie van overleven was. Daarna kwam het 'geniet ervan'.

 In de sublieme Mexicaanse film Tiempo compartido komt een jong gezin in een enorm vakantieresort terecht dat het midden houdt tussen een vestiging van Club Med en Scientology. Genieten moet in dit Paradijs, desnoods onder dwang.

 Tiempo compartido ('gedeelde tijd' je bent hier nooit alleen) van Sebastian Hofmann heeft Orwelliaanse trekjes. Bij vakanties in dit resort blijk je een deel te worden van een gemeenschap. Waartoe Pedro, Eva en hun zoontje wel moeten toetreden, vooral als blijkt dat hun appartement 'dubbel geboekt' is, en ze het moeten delen met een vakantiegelovig gezin.

 Eva laat zich meedrijven, Pedro en schoonmaker Andres, hebben door wat er gebeurt.

 In de spelonken waar het vuile werk - net als in Metropolis - wordt verricht door hopelozen broeit verzet, waar Pedro zich bij aansluit. Tot hij de kans krijgt de verzamelde vakantiegangers toe te spreken over wat ze overkomt. Te laat. Hun identiteit is ze al ontnomen. Ze gaan op in de vakantievierende menigte, zoals miljoenen overal ter wereld.

Draaideur

  De laatste stap, die van beweging naar stilstand. Of andersom. Misschien wel een fatale stap. Je aarzelt toch even voor je hem zet. Ik bedoel die van de roltrap af. Of erop.

 Er gaapt een gat, als in tekenfilms. Zal Wile E Coyote in de peilloze diepte vallen of is er nog dat laatste takje in de bergwand waaraan hij zich kan vastklampen?

 Vroeger had je de paternoster lift in het vorige Haagse stadhuis. Een soort baggermolen voor mensen. Eindeloos voortbewegend, waar je op tijd in of uit moest springen.

 Dat hij naar het Onze Vader was genoemd leek geen toeval.

 Verdwenen. Maar de draaideur is er - ondanks de schuivende glazen panelen van nu - nog steeds. Met z'n borstels tegen de tocht.

 Ik kom daar op door de roman 'Drehtür' van Katja Lange-Müller waarin de draaideur als metafoor wordt ingezet. Niet zoals bij ons bij de beschrijving van de 'draaideur crimineel', wat duidt op steeds terugkeren in de misdaad. Bij haar gaat het - op het vliegveld van München waar ze aankomt na een carrière als hulpverleenster, laatstelijk in Nicaragua - om besluiteloosheid. Hoe verder? Wie zal ze nu weer eens hulp gaan verlenen? Zichzelf?

 Naast haar draait de draaideur maar door.

Oom Bob en de Indische oorlog

 Bij mij thuis heette de broer van mijn moeder Oom Bob, zijn eigenlijke naam was Bastiaan Sjerp. Waarschijnlijk omdat mijn grootvader twee zoons had gewenst die Bob en Rob zouden heten. Maar toen mijn moeder een meisje bleek werd dat 'Robby'. En Bob werd Bas.

 Gisteren was er een rommelig onderwerp over de Indische oorlog op tv. Daarin kwam Oom Bob ter sprake, die in Indië diende bij de Marine luchtvaartdienst. Ik citeer: 'Na de Japanse invasie van Java op 1 maart 1942 werd besloten tot evacuatie. Op 2 maart 1942 week Sjerp met de onder zijn commando staande Dornier vliegboten, met zijn vrouw en kind aan boord, uit naar Australië. Het gezin overleefde wonderbaarlijk een Japanse luchtaanval (88 doden) op de uitgeweken vliegboten in de baai van Broome.'

 Het kind was mijn neef David, die nog leeft en het had kunnen vertellen. Maar nee, Herman Pleij was ingehuurd.

 Oom Bob kwam via Australië en de VS in Engeland terecht, bij RAF. Ik citeer: 'Op 21 februari 1945 volgde zijn detachering bij het Britse 226 Squadron RAF. Een van de missies was het 'Vergissingsbombardement' op het Bezuidenhout in Den Haag op zaterdag 3 maart 1945.' Precies de plek waar het gezin Sjerp had gewoond. Bobs waarschuwing kwam te laat.

 Later was hij oa. commandant van de basis Valkenburg, waar hij eens op de landingsbaan in tenten een rijsttafel liet opdienen voor honderden mensen. Waaronder ik. Het eten werd aangevoerd op wagentjes achter lorries. Werd wel snel koud.

Belgian Solutions

 De Belgische oplossingen zijn een project van David Helbich, waar ik al jaren geleden tegenaan liep. Omdat zijn foto's overal worden overgenomen en anderen hem navolgden. Wat is het geheim van de Belgitude?

 De elegante schijn van een oplossing. Zoals ze alleen maar bedacht kunnen worden waar het onverzoenlijke elke dag verzoend moet worden. Op plaatsen als Brussel met z'n 16 gemeenten. Zodat verantwoordelijkheden op de vreemdste plaatsen aan elkaar grenzen en men leeft met bizarre compromissen. En dan ontstaat al improviserend iets van poezie. Vaak is tweetaligheid voorschrift maar kent men beide maar matig, dat helpt.

 Er zijn weinig voorschriften voor stadsplanning. Elk huis is anders. Hoe ze samen toch tot een eenheid worden? Lees Vergeten Straat van Louis Paul Boon.

 Het mooie is, men raakt eraan gehecht. Het is besmettelijk. Vooral door de sport. Ook over de grens. In Nederland is teleurgesteld al ontgoocheld geworden. En men gaat iemand verwittigen dat hij een tandje bij moet steken. Zeker en vast.

 Van het fotoboek Belgian Solutions van David Helbich is juist een tweede deel verschenen.

Pagina's