De acht dames van Edgard Tytgat

Hier de verdwenen post van maandag 23 juli jl.

Op 20 augustus zal ik op verzoek van mevrouw Deirdre Carasso in de Schiedams Stedelijk iets zeggen over Edgard Tytgat. Ze hebben daar tijdelijk de originelen te leen van zijn hoogst merkwaardige erotische beeldverhaal - met eigen tekst - van de Acht dames en het Klooster.

 Tytgat maakte het in de oorlogsjaren, in 1942 kwam er een losbladige map van uit. In 1974 een herdruk. Het is in het Frans en een vertaling heb ik nog niet. Wel drong door dat Tytgat de acht dames uit zijn kring van bekenden haalde en nogal gelijkend tekende en schilderde. Veel tantes!

 Het verhaal is raadselachtig, eerst is er Mathilde, een argeloos jong meisje dat in het klooster terecht komt waar de dames vreemde spelletjes spelen. Ze zijn ook genoemd naar figuren uit het kaartspel. Mevrouw Hortense, de schoppenvrouw is de kwade genius. Maar zij wordt al spoedig gestraft, afgeranseld met een riem. Er zit aardig wat SM in het verhaal, niet geheel Tytgats zachtmoedige stijl. Er zijn twee monniken, maar die assisteren bij het spel van de vrouwen.

 Het 'likje' tussen de benen is de eerste tuchtiging. Wie zich te goed gewassen heeft en naar zeep smaakt krijgt straf en moet geschoren worden. Dan is de beurt aan de jonge Mathilde, die gaat hallucineren van de ‘likjes’. Het wordt het erger, bizarre martelingen volgen. Maar zie, ze krijgt er plezier in.

 Ik ben nog steeds bezig de tekst en tekeningen te ontcijferen. Later meer. Op 20 augustus in Schiedam het hele verhaal in tekst en beeld.

Tags: 

De hitte bij Bruno Schulz

 Er bestaat geen beklijvender hitte dan die op het marktplein van de kleine stad Drohobycz, nu in de Oekraïne, niet ver van de Poolse grens. Bruno Schulz (1892-1942) heeft het voor altijd beschreven in zijn twee boeken. Ik citeerde al een stukje 'Sanatorium Clepsydra', z'n eerste, 'De kaneelwinkels' begint ermee.

 'Elke dag trok heel de grote zomer dwars door ons donkere bovenhuis aan de markt: de stilte van de trillende luchtaders, de vierkanten van het zonlicht die op de vloer hun felle dromen droomden, de melodie van een draaiorgeltje, gedolven uit de diepste goudader van de dag, twee, drie maten van een refrein, die ergens steeds weer opnieuw op een piano werden gespeeld en verloren in het vuur van de diepe dag in de zon op de witte trottoirs bezwijmden. Wanneer Adela de kamers had gedaan, liet ze de linnen rolgordijnen neer en dompelde de kamers in het donker. Dan daalden de kleuren een octaaf, als verzonken in het licht van het diepst van de zee vulde de kamer zich met schaduw en werd in de groene spiegels nog troebeler weerkaatst, terwijl alle hitte van de dag neersloeg in de gordijnen, die zachtjes golfden van de dromen van het middaguur.'

Tags: 

De acht dames en het klooster

 En gisteren kwam goddank de vertaling, Nodig, want Tytgat schrijft Frans en het woordenboek is zwaar. Het werd een ware openbaring. De tekeningen zijn wondermooi, Maar de tekst van Edgard Tytgat is minstens zo goed. Ze vormen een geheel.

 Zijn fantasieën over de acht dames uit het kaartspel lijken uit zijn eigen leven gegrepen. Ziet hij een vrouw, zo ken je hem, dan ziet en voelt hij de hele vrouw, en zo geeft hij haar weer, zijn fantasieën incluis. En zo schrijft hij haar. In de oude kunst is het vogeltje de aanduiding van erotische verlangens. Bij Tytgat zijn vrouwen gekooide vogels. Het meisje Mathilde maakt kennis met de vogel

"'s Avonds, ver van indiscrete blikken, eerst schuch­ter, onderzoekt het jonge meisje hem met haar kleinste vinger, de kleine vogel in zijn kooi, gevangen.

De nauwelijks ontluikende haartjes zijn zacht als dons, door ze lichtjes te strelen, danst haar vogeltje op een onregel­matig ritme.

Naarmate haar vinger zich verder waagt, vangt ze een glimp op van dromen die slechts bestemd zijn voor haar jongemeisjes­ziel.

Met zwarte, bruine, blauwe of grijze ogen,

verschijnt een illusoire prins, boodschapper van beloften.

Wordt haar musje prematuur weggehaald door een ridderlijke

indringer, dan wellen er tranen als parels op in haar ogen.

Ook houdt elke vrouw zelfs zij die geen maagd meer is,

vast aan haar vogelkooi, ondanks het feit dat ze vaak geleegd wordt van elke droom."

Tags: 

Het meisje

 Ik bezoek kerken en musea zoals ik over een marktplein ga. Altijd oog voor het mooie meisje. Waar is ze? Niet moeilijk, ze weet het zelf en zorgt dat ze in het licht loopt. Zo kon ik Maria Magdalena niet missen. Vandaag, 22 juli is het haar naamdag.

 Heeft ze werkelijk bestaan? Als ze niet bestaan heeft zou ze moeten zijn uitgevonden. Zoniet door de kerkvaders die de bijbel redigeerden dan toch wel door de schilders die in hun opdracht het verhaal in beeld brachten.

 Weinig verhalen kunnen zonder 'het meisje'. En ze is er, ze was bij de kruising en zag de opgestane Chris­tus als eerste. Zij mag het goede nieuws aan de apostelen vertellen. Daarmee is zij de 'apostel der apostelen'. Waarom juist zij?

 In de apocriefe evangeliën zijn ze zelfs geliefden. Maar omdat religie en erotiek nu eenmaal strikt gescheiden moeten blijven is het Bijbelse optreden van het meisje uit Mandala in de geschriften omgeven met raad­selen. Eeuwenlang gold ze als de zondige en daarna boetvaar­dige vrouw, de hoer. Maar sinds 1969 is dat geschrapt uit de heili­genkalender. En het houdt nooit op. In de Da Vinci Code van Dan Brown is ze er weer.

 Maria Magdalena is literatuur.

Tags: 

El Presidente

 'El Presidente' lijkt een film van lang geleden. Van voor de openlijke blufpoker en de grote bek van Donald Trump, waar nog een film over gemaakt moet worden. Maar hoe zou je dat moeten doen, als la realite voortdurend surpasse la fiction. Trump heeft wat wij aanzien voor politiek voorgoed veranderd.

 In El president zijn de politici uit Zuid-, Midden- en Noord-Amerika nog keurige meneren die zich uitdrukken in gestreken taal. De wereld van All the presidents men. Net zo gestreken als hun overhemden en dassen. Mannen die natuurlijk ook een persoonlijk leven hebben, waarin van alles rammelt, zodat de keurige Argentijnse president waar het om draait zelfs met een stalen smoel zijn dochter bezwendelt.

 Ja, het zijn mensen! En net als in Scandinavische series struikelt de politiek over het menselijk drama.

 Dat dit drama zich afspeelt tijdens een olie-conferentie in een keurig vakantieoord hoog in de Chileense Andes brengt de film in de buurt van James Bond.

 Er wordt zelfs niet getwitterd. Wat is politiek in korte tijd (de film is van 2016) veranderd.

Droogte in Praag (1929)

 Nu in het nieuws dagelijks een boer komt uitleggen dat het wel meevalt met de droogte, raadpleeg ik 'Het jaar van de tuinier' (1929) van Karel Capek. Daarin wordt het wel en wee van tuin en planten per maand besproken.

 Ik sla juli op en jawel, droogte. Nu heb ik aan drie gieters genoeg voor mijn balkon, maar Capeks tuinier heeft het zwaarder: "Oef," zegt hij met de trots van iemand die een record heeft gevestigd, "ik heb mijn vijfenveertig gieters van vandaag weer gehad." En Capek: 'Als u eens wist wat een plezier men voelt wanneer het frisse water murmelend op de uitgedroogde grond terechtkomt; wanneer in de avond bloemen en blaadjes glinsteren onder de douche, hun gegeven door een toegewijde hand; wanneer vervolgens de hele tuin als een dorstige reiziger op adem komt. "Ah!" zegt de reiziger, terwijl hij het schuim van het bier uit zijn snor veegt. "Lieve hemel, wat had ik een dorst! Baas, nog een glas graag." En de tuinier rent weg om nog een gieter te halen voor deze juli nadorst.'

 Natuurlijk komt ook te tuinslang ter sprake: 'In betrekkelijk korte tijd maken we niet alleen de bloemperken nat, maar ook het gazon, de buren, die in de tuin zitten te eten, de voorbijgangers op straat, de huiskamer, alle gezinsleden en vooral onszelf.' 

 Bij Capek wordt een tuin een levend organisme. Mijn balkon begint ook al tegen me te praten. Bijvoorbeeld over die stapels lege potten van allang gestorven planten in de hoek.

Tags: 

De hitte van Bruno Schulz

 Wie de hitte werkelijk wil ervaren moet Bruno Schulz (1892-1942) lezen. het hoofdstuk 'Het dode tij' in Sanatorium Clepsydra. Heruitgegeven samen met De kaneelwinkels (1933). Het is warm, ondraaglijk warm in de stoffenwinkel.

 Bruno Schulz beschrijft hoe de vader van de verteller  - eigenaar van de zaak -al dagen op zoek is naar de laatste regel van een beslissende zakenbrief. Vergeefs. En dat met die hitte. Niemand weet raad met zijn 'zwijgend misnoegen'. Hitte maakt gek.

 'Zijn opwin­ding groeide zijn redeloze woede werd erger naarmate de zonnehitte intenser werd. De vierhoek van licht op de vloer gloeide. Glinsterende metalen bromvliegen doorsneden in blik­semschichten de ingang van de winkel, zaten een moment als geblazen van metaalglas op de vakken waarin de deur was ver­deeld - als glazen oogjes uit de hete zonnepijp gestoten, uit de glasblazerij van de vlammende dag - zaten roerloos met hun uitgeslagen vleugeltjes vol vlucht en rapheid, en  wisselden dan in ziedende zigzags van plaats.'

Kleurloos

 Eigenlijk kan ik niet goed lezen. Ik raak door het minste geringste afgeleid. Bladeren in boekwinkels doe ik veel. Altijd met de halverwegeproef. Bevalt de smaak, de toon van de tekst dan blader ik verder, meestal leg ik het boek terug. Iets heeft me gestoord.

 Maar soms heeft een tekst een merkwaardige aantrekkingskracht. Bij de vreemde roman 'Concept M' van Aafke Romeijn overkwam me dat. Daar, in de winkel begon ik te lezen, halverwege. Omdat ik wilde weten hoe het verder zou gaan kocht ik het en thuis las ik verder, vanaf pagina 194, hoofdstuk 16, vanaf de regel:

 'De arts die tegenover haar zit is nog altijd dezelfde, maar zijn blik is veranderd. Zijn haar is grijzer geworden bij de slapen, hij zal tegen de pensioengerechtigde leeftijd lopen nu, het montuurloze brilletje dat hij altijd droeg is nog verder afgezakt richting het puntje van zijn neus sinds de vorige keer dat Hava hier zat, een jaar geleden.'

 Een meisje dat Hava heet en deze arts al langer kent, een arts met een doffe blik in zijn ogen. En, er is iets met haar dat journalisten aantr­ekt.

 Nu moet ik gaan terugbladeren om uit te vissen waar dit alles vandaan komt. Ik kwam terecht in een wereld waar de vroeg of laat dodelijke ziekte van de kleurloosheid onder velen heerst.

Wasserbomben

 Mijn tomaten groeien al aardig. Het zijn wilde, grof van vorm. Niet als de door de Duitsers eens 'Wasserbomben' genoemde, welk woord eens in de Bildzeitung opdook in een artikel over de smakeloosheid van de Westlandse tomaat.

 Ik woonde bij Loosduinen, aan de rand van het kassengebied. Mijn vader kwam uit een boerenfamilie en wilde dat jaarlijks bewij­zen. Met bonenstokken, rabarber, aardappelen. Maar vooral tomaten. Het gevolg was 's zomers elke dag tomaat: tomatensoep, omelet met tomaat, tomatensla, verzin het maar. Aan buren familie raakte je ze allang niet meer kwijt.

 'Je kunt het je ook tegen eten,' zeiden de moeders voorzichtig.

 Dat werd doordraaien. Sloten vol toma­ten zag je in het nieuws.

Kartelrand

 Waar kwam het kartelrandje vandaan dat om oude foto-afdrukken zat? Het moet wel een rest van de schilderij-lijst zijn geweest. Voor mijn juist herdrukte verhalenboekje 'De gabardine regenjas' heb ik oude foto's gebruikt, zoals W.G.Sebald het deed. Foto's als stille getuigen.

 Van sommige huizen of mensen bestaan geen foto's. Onherstelbaar. Sebald wilde net als ik de doden recht doen. Hij deed het door over ze te schrijven en daar wat veelzeggende foto's uit zijn verzameling bij af te drukken. Foto's die binnenkijken in het verleden.

 Zodat iets kan ontstaan wat er tevoren niet was. Tussen twee werelden.

ps. Het was zomaar uitverkocht, maar is nu weer te krijgen bij kleine uitgever Avanti: 'De gabardine regenjas', 21 korte verhalen met wat foto's. Bestellen kan door een mail naar yolnus@xs4all.nl

Pagina's