Herman

 Lang geleden beschreef ik hoe mijn Eerbeekse schoolvriendje Herman van der Velde ons uitnodigde voor het leggen van de eerste steen, van de bijkeuken die zijn vader zou metselen.

 Die plechtigheid was maar een verzinsel van Herman. Toen we na school bij de bijkeuken kwamen en hij om limonade vroeg kreeg hij een draai om z'n oren.

 Herman leeft niet meer. Wat ik me verder van hem herinner is hoe we eens van school naar huis liepen na een rekenles en Herman met zijn Veluws accent vroeg: 'Wim, vin ie leren fain?' En daarna meteen zijn mening: 'Ik vin 't een rotwark.'

 Het duurde een hele tijd voor ik een beetje Eerbeeks leerde praten.

 Op een dag nam Herman me mee naar het nabije dorpje Hall, waar een tante van hem trouwde. De 'brullofte' bleek een enorm spektakel in een boerens­chuur, waar ze op de tafels dansten.

 Toen we terugfietsten vroeg ik waarom het een 'brullofte' heette.

 'Omdat die altiet zo brulln', zei Herman.

ps. Op het fotootje voor het Huis te Eerbeek, nu een hotel: het Duitse meisje met haar scooter, de eerste die wij ooit zagen, en dan van links naar rechts ik zelf, Herman en op z'n fiets Evert Schut. Zie ook het boekje 'De gabardine regenjas' (uitg. Avanti, yolnus@xs4all.nl

Hotel Begonia

 Achter Gent begint de bloemenstreek van België. Dat ontdekte ik toen alle hotels in de stad vol zaten, of 'volzet' op z'n Vlaams. En terecht kwam in een reuzegroot etablissement in het dorp Lochristi, een paar kilometer verderop. Groot, maar leeg.

 Het heette denk ik Hotel Begonia en lag aan de lange rechte weg van Gent naar Sint Niklaas, de geboorteplaats van Tom Lanoye, de slagerszoon met het brilletje zoals hij zichzelf betitelde. Vergeet nooit dat hij het hakblok van zijn vader nog altijd in huis heeft staan.

 Maar nu Lochristi. Hotel Begonia was berekend op grote gezelschappen en lag vlak achter een bloemkwekerij. De tafels waren er belegde met geverniste platen dik hardboard. In de vensterbanken prijkten lange rijen Sanseveria's, de Vlaamse nationale plant.

 ps. Ik wijk nu niet af naar de dorpen Kruishoutem en Zingem. Kruishoutem en buurgemeente Zingem zullen, zegt Goedele Wachters op de VRT, binnenkort uit eigen vrije wil worden samengevoegd tot de nietszeggende naam 'Kruisem'.

 Wat ik jammer vind. Ook laat ik onvermeld dat Kruishoutem tot voor kort de eierhoofdstad, het Barneveld van Vlaanderen was.

Zwemmen

 Kafka was een uitstekend zwemmer. In het open zwembad aan de Moldau bij Praag viel hij soms in als badmeester. Kun je tegelijk zwemmen en denken? Toch niet notities maken. Onder de vele verhaalfragmenten en aanzetten tot verhalen die van hem overbleven zit onder veel meer dit:

 'Ik kan zwemmen net als de anderen, alleen heb ik een beter geheugen dan de anderen, het niet-kunnen-zwemmen van eens ben ik niet vergeten. Hoewel ik het echter niet vergeten ben helpt me het kunnen-zwemmen niets en kan ik toch niet zwemmen.'

 Dit soort aantekeningen, vaak in een schrift gemaakt:

 'Het leven is een voortdurende afleiding, die je niet eens tot een bezinning laat komen waarvan het afleidt.'  

ps. Vaak komen ook bij mij gedachtenflarden voorbij uit de tijden dat ik veel niet wist en niet kon. De niet-weter, niet-kunner leeft voort in mij. Maar begint al vlug om zich heen te tasten. Zodat ik altijd meerdere levens tegelijk leid.

Papier

 Tot m'n verbazing een groot stuk in NRC over het Eerbeeks papier, waar ik al vaker over schreef in Avondlog en die ook in m'n bundel 'De gabardine regenjas' voorkomt. Mijn vriendje Evert Schut was de kleinzoon van een papermagnaat, zodat ik de fabriek goed kende. En thuis was in het papierdorp.

 Achter het station begon het toen al. Ik weet de tijd dat ze allemaal nieuwe fabrieksschoorstenen bouwden: Schut, De Hoop, Huiskamp en Sanders (bij Marco Sanders kwam ik over huis), De Zeeuw (Lex de Zeeuw) 'voor golfkarton' reed nog jaren door het land. Heel het dorp volgde het verrijzen van de 'pijpen'. Zodat Evert bij ons in klas op z'n Veluws 'Schu­ttepie­pe' werd genoe­md. Ik woonde er in de tijd dat de Eerbeekse beek nog elke dag een andere kleur had. Het papier werd vaak gekleurd, zodoende. Er werden etiketten voor Flipje-jam en doosjes voor tubes Prodent gedrukt. Alleen op zondag was het water doorzichtig.

 Ik heb de nieuwe 'papierstraat' zien komen bij Schut, waar oud papier werd verwerkt tot 'pulp' (papier maak je van oud papier), met veel water. Aangevoerd uit de beek. Het proces eindigde in een reeks brede rollen, die het water er weer uit persten. En tot een straatbrede rol werd opgewikkeld. Die vol knetterende statische elektriciteit zat. 'Hier, voel maar'.

 Afgevoerd werden ze met de auto's van Schotpoort of de goederentreinen. Waar op een dag een wagon met Flipje-etiketten openbarstte, zodat alle schoolkinderen over het spoor liepen om ze te verzamelen. Er zaten namelijk 'punten' op, waarmee de Flipjestrips kon krijgen met de avonturen van het Fruitbaasje uit Tiel, Juf Schaap, Jasper Aap en de anderen.

Den Haag

AVONDLOG - Den Haag

 Toen ik er nog logeerde, en mijn grootvader lesgaf aan het Chris­telijk Lyceum, ben ik door hem eens vertoond aan zijn leerlingen. De meisjes vonden me schattiger dan later ooit nog. Was ik dit?

 Mijn grootmoeder regeerde over de huishouding. Dit was het Den Haag waar gele en blauwe trams reden en waar ik zelf zou wonen, later. Tussen bijlesleraren, voetbalvelden en parken. En de zee.

 W.G.Sebald beschrijft zijn entree in Den Haag in 'De Ringen van Saturnus'. Hoe hij uitstapt op Hollands Spoor, de dan al verloederde Stationsstraat inloopt, langs het verdwenen café-restaurant Terminus, waar ik, veelbelovend als ik was, zou 'vergaderen' met Hans Keller, Hans Gomperts en Hella Haasse over een gedichtenprijsvraag die er nooit kwam.

 Sebald bereikte het Mauritshuis, maar het bleek nog erg ver lopen naar het strand, vanwaar je, zeiden wij als kind ook, 'Engeland kon zien'. Hij neemt een kamer aan de nog steeds afgetrapte Stationsweg. In een etablissement 'dat zelfs de bescheidenste reiziger meteen met een gevoel van de diepste neerslachtigheid vervulde'. Hij koopt een zak chips, in een buurt vol dichtgetimmerde huizen en uitheemse mensen. Hij loopt stadinwaarts, steekt de vroegere hoerenbuurt het Groene Wegje over en bereikt het Mauritshuis. De nacht beschrijft hij zo: 'Es war eine ungute, verstörte Nacht, so schwül das man onmöglich die Fenster geschlossen lassen konnte. Und wenn man sie aufmachte, hörte man den Verkehrslärm der Kreuzung herauf und alle paar minuten das grauenhafte Quietschen der durch die Gleisschleife des Terminus sich qualende Strassenbahn.'

Tags: 

Slau

 De brieven van Slauerhoff, mooi verzameld door Hein Aalders, zijn anders dan veel van die van tijdgenoten. 'Slau' was de bonte hond in de vooroorlogse let­teren. Vestdijk waarschuwde Roland Holst nog toen hij in diens huis zou verblijven: 'Slau steekt de waterleiding in brand'.

 Ruzie maakte hij oa. met Eddy du Perron over hoe je op te stellen tegenover Hitler, die hem ergerde met zijn 'antifascistenclub', die hem 'deed lachen' en deed denken aan 'ping pong en charades'. Een gezelschapsspel dus.

'Verder, laat ik je uitleggen waarop mijn steeds diepere afkeer van Eddy berust. En hij schreef het volgende satirische sonnet (uit Lausanne, gericht aan Du Perron):

 'UN JEUNE QUI S'EN VA

 Minuten met E. du P./ Zondagmorgens lig ik 't liefste/ Lang in bed schrijf of beantwoord brieven etc. etc. (blocnote klein formaat)

  BEZIT JE NOG MET BLEKE BREDE BILLEN/ 't geribd rood trijp van het café Murat, /op blocnote te vertellen van je grillen/ hoe zoet je thee moet zijn,/ hoe heet het bad?

 Zaterdagavond. O, wij zouden willen/ nog heel veel weten van uw leven: wat/ je doet op zondagmorgen. Neem je ook pillen/ om goed te gaan waar je altijd graag lang zat?

 Ja, alles van je leven is belangrijk/ een Hollands schrijver die heel vanuit Frankrijk/ Parijs zelfs onze lettren houdt op peil/ door ons zijn buien naarstig te beschrijven.

 Maar enklen zal het tot de strijdkreet drijven:/ ''Weg met de penkliek: Hitler koom SIEG HEIL!'

 Ja Hitler zou er van opkijken. (foto met Du Perron)

Hermans en Van Straten

 Toen ik in Brussel bij hem was voor de opnamen van 'De God Denkbaar' en later merkte ik dat ik een aantal kinderboeken met W.F.Hermans deelde kwam er meer boven. Zoals 'De Wonderen van het Heelal'.

 In Hans van Stratens boekje 'Teruggevonden gesprekken' worden er een aantal genoemd. Waaronder ook de ingebonden jaar­gang van 'Voor 't jonge Volkje die ik van mijn grootvader kreeg.

 Een gebonden omslag met gouden letters. Gedichten met gravures erbij en vervolgverhalen.

 En verder Multatuli. Woutertje Pieterse en Het Verzameld Werk dat hij bij een oom vond. en dat hij onder de dekens las met een zaklantaarn. Zodat hij onopgemerkt bleef als er iemand de trap op kwam.

 'Ik ben nog een tijd van plan geweest een groot chemicus te worden. 'Dat boek heette 'Smeltkroezen'. Boeken waarin proeven stonden.

Hermans had een dubbeltje zakgeld in de week. Zijn vader hield die lectuur tegen, want dat leidde maar af van het huiswerk.'

 'Toen ik literaire neigingen kreeg heb ik die zoveel m­ogeli­jk

 voor mijn ouders geheim gehouden. Ik had een schrift waarop stond 'Duitse thema's', want zo nu en dan keken ze mijn boekenkast na. Dat hield ik geheim tot april 1940, toen mijn eerste literaire verhaal gepubliceerd werd.'

 'Was die eerste publicatie een verrassing voor je?'

 'Mijn ouders probeerden het wel te kleineren he. Het geld, zestien gulden bracht het op, daar moest ik maar een nieuw overhemd voor kopen.'

 Wat me doet denken aan de reactie van mijn eigen vader op mijn eerste gepubliceerde stuk: 'Denk nou niet meteen dat het wat is!' Waarna hij de zetfouten met rood potlood begon te onderstrepen. Hij was immers leraar.

Mussolini

 Van 1922 tot 1945 werd Italië - afkalvend tot er nog maar een grotesk restje in het Noorden van over was - geregeerd door Mussolini. Veel langer dan Hitler over Duitsland heerste. En belangrijker, toen ik er voor het eerst kwam in de jaren '70 was hij nog steeds populair. Spreuken van hem werden in de dorpen keurig overgeverfd en oude vrouwen waren nog steeds verliefd op hem en hieven het partijlied 'La Giovinezza' aan'.  

 Op Sicilië vond ik resten van een betonnen stad in aanbouw zonder inwoners die 'Mussolinia' had moeten heten. En het deftige grafmonument dat hij voor zijn familie liet oprichten in zijn geboorteplaats Predappio, in de Romagno, werd druk bezocht door jongens op motorfietsen. Parkeerplaatsen voor autobussen genoeg.

 Gewoon is dat, zoals alle geschiedenis in Italië. Net als de foto's van de dode Duce en Claretta Petacci, ondersteboven opgehangen aan een pompstation in Milaan. Het einde van een Renaissanceheerser zoals Cola di Rienzo in 1354, wiens lijk door Rome gesleurd werd.

 Toen zijn rijk afliep probeerde Mussolini weg te komen naar Zwitserland, kwam terecht in Dongo aan het Lago Maggiore.

 En ja, de held in Stendhals 'Chartreuse de Parme', heet Fabrice del Dongo.

De Duce ontsnapte in een Duitse legerjas, maar werd ontdekt, verstopt in een Duitse vrachtwagen en gevangen genomen door partizanen, waarvan er een zag dat hij zulke keurig gepoetste laarzen droeg.   

Maar hij ontsnapte en werd via de Autostrada afgevoerd.

En zei: 'Niemand kan ooit ontkennen dat ik deze weg heb laten aanleggen.'

Diana Scherer en de wortels

 Charles Darwin was de eerste die het gedrag van plantenwortels  interesseerde. Het werk van Diana Scherer laat je zien, hoe ze groeien. Niet passief, lukraak naar beneden, ze zoeken, oriënteren  en vinden hun eigen weg, in het donker.

 Darwin beschreef 'De kracht van de bewegingen der planten'. Hoe wortels hun weg zoeken, weten wat onder en boven is, verstand heeft van de zwaartekracht en weet waar het vochtig is en waar nuttige chemische stoffen zitten. Planten zijn intelligenter dan menigeen dacht. Voor botanici van nu nog terreinen vol geheimen.

 Een wortel navigeert. Wereldwijd wordt deze ondergrondse wereld onderzocht. Diana Scherer wil 'de intelligentie van planten' in haar werk gebruiken. Zo ook soms haar wil opleggen. Dresseren zelfs. Zodat de wortels wandtapijten gaan maken en zelfs jurken.

 Zelf weet ik hiervan niet meer dan wat ik zie aan het gedrag mijn balkonplanten. En hoe ze reageren op wat ik probeer met water geven of juist niet of zelfs pokon. 

 Verder dan elke dag een kijkje nemen ''hoe ze erbij staan'' kom ik nauwelijks. Ze lachen me uit.

Max en Anna Weber

 Tijdens de drie jaren dat ik op he Huis te Eerbeek woonde veel genoemde namen. De weg van het Huis naar het kanaal heette was de Professor Weberlaan. Lang voor de professor en zijn vrouw Anna - beiden biologen - er (in 1852) introkken, in de 18de eeuw was het nog een uit de Middeleeuwen stammend landgoed met metersdikke muren.

 Een park, een ommuurde moestuin - waar ik later een eigen tuintje kreeg, een vijver en een koetshuis waar ik de tuigage nog gezien heb, waarmee ze in de buurt rondreden.

 De keuken, met reuzen kolenfornuizen was mijn speelterrein. Mijn vader leidde cursussen aan de 'Volkshogeschool' die er toen gevestigd was.

 Onder de Webers werd het 'Huis' een internationaal wetenschappelijk congrescentrum. Ze maakten studiereizen, oa.  naar de polen en Nederlands Indië. Anna werd een fameus algendeskundige. Max bestudeerde zeezoogdieren, oa. walvissen.

 In 1899 kwam de grote onderzoeksreis die hem wereldberoemd zou maken: de Siboga‑exp­editie die een jaar duurde en de oceanische flora en fauna in Nederlands-Indië onderzocht.

 Het Nederlands‑Indische Gouvernement stelde de kanonneerboot Hr. Ms. Siboga ter beschikking die werd aangepast voor oceano­grafisch werk en dieptemetingen. De resultaten van de expeditie overtroffen alle verwachtingen. Zo ontdekte Weber 131 nieuwe vissoorten. Weber overleed in 1937.

 Anna bestudeerde algen en toonde als eerste het verband aan tussen kalkalgen en het ontstaan van koraalriffen. Ook schreef zij een nog steeds goed leesbaar boek over de expeditie. In 1903 verscheen Een jaar aan boord H.M. Siboga. In dit reisverslag toont ze, zegt men, haar indrukwekkende vertelkunst en haar fameuze gevoel voor humor.

 De Webers - weldoeners van het dorp - werden begraven op Coldenhove, het kerkhof achter het dorp..

Pagina's