In Hans van Stratens boekje 'Teruggevonden gesprekken' worden er een aantal genoemd. Waaronder ook de ingebonden jaargang van 'Voor 't jonge Volkje die ik van mijn grootvader kreeg.
Een gebonden omslag met gouden letters. Gedichten met gravures erbij en vervolgverhalen.
En verder Multatuli. Woutertje Pieterse en Het Verzameld Werk dat hij bij een oom vond. en dat hij onder de dekens las met een zaklantaarn. Zodat hij onopgemerkt bleef als er iemand de trap op kwam.
'Ik ben nog een tijd van plan geweest een groot chemicus te worden. 'Dat boek heette 'Smeltkroezen'. Boeken waarin proeven stonden.
Hermans had een dubbeltje zakgeld in de week. Zijn vader hield die lectuur tegen, want dat leidde maar af van het huiswerk.'
'Toen ik literaire neigingen kreeg heb ik die zoveel mogelijk
voor mijn ouders geheim gehouden. Ik had een schrift waarop stond 'Duitse thema's', want zo nu en dan keken ze mijn boekenkast na. Dat hield ik geheim tot april 1940, toen mijn eerste literaire verhaal gepubliceerd werd.'
'Was die eerste publicatie een verrassing voor je?'
'Mijn ouders probeerden het wel te kleineren he. Het geld, zestien gulden bracht het op, daar moest ik maar een nieuw overhemd voor kopen.'
Wat me doet denken aan de reactie van mijn eigen vader op mijn eerste gepubliceerde stuk: 'Denk nou niet meteen dat het wat is!' Waarna hij de zetfouten met rood potlood begon te onderstrepen. Hij was immers leraar.