Hoe kwam je in machtige steden als Milaan, Verona, Brescia, Venetië, Padua en Mantova, zeker wanneer je als paus zaken te doen had met de lokale vorstenhuizen? Je huurde een boot met bemanning, of je had een eigen boot. Met een aanhangbootje dat kok en keuken meevoerde.
Er waren ook bootdiensten met dienstregelingen zoals bij onze trekvaart. De winter was een lastig seizoen.
Paus Pius II ging in 1459 over land van Rome naar Bologna en vandaar per boot over de Reno, vandaar over de Po en naar Ferrara, dat toen aan een nu vrijwel dode arm van de Po lag. En zo kwam hij via-via in Mantova waar een congres gehouden werd. Er was muziek aan boord van de pauselijke schepen, inwoners zaten op de oevers te luisteren en werden gezegend. Pius schreef: 'Een woud van banieren wapperde in de wind.'
Op de terugweg begon het te vriezen en moesten knechten een vaarweg vrij hakken voor de paus. Toen het schip strandde werd hij in een draagstoel verder vervoerd naar Rome.
Toen Beatrice d'Este naar Milaan reisde om in Milaan met Ludovico Sforza te trouwen in 1490 stormde het op de Po. Het scheepje met de koks en voorraden sloeg los en ging verloren.
Desondanks, ter hoogte van Pavia kwamen Beatrice en haar gevolg van deftige dames aan dek, perfect opgemaakt, gekleed en gekapt. Er werd nog weken over gesproken in Milaan.
Met dank aan H.V.Morton. De Po van nu is leeg. Geen schip te zien.
(ps. Het graf in de Certosa de Pavia, waar de MIlanese vorsten liggen.)