Glimlach

 Waar gaat het om, bij verkiezingen? Ik vrees de glimlach van de kandidaat. Er zijn ook soorten in. De innemende glimlach neemt de ander voor zich in. Wat letterlijk wil zeggen dat de toekijker eigendom wordt van de glimlacher of glimlachster.

 Er zijn glimlachen die 'hartveroverend' genoemd worden, wat natuurlijk net de bedoeling is. Terwijl de glimlacher of -­ster feitelijk niets anders hoeft te doen dan de ander in de ogen te zien en de ogen te laten glimmen. Dat laatste is een speciale vaardigheid, weinigen gegeven. Een vorm van hypnose.

 Geen presidentskandidaat kan zonder. Argumenten doen er weinig toe. Donald Trump kon of kan eigenlijk weinig, behalve op allerlei manieren glimlachen.

 Het geheim van de glimlach ligt op het randje. Zo dat je aarzelt: glimlacht hij of zij nu eigenlijk of niet? Hij laat altijd iets in het midden.

 Ik heb het over Donald Trump. Die de vorige verkiezingen won per glimlach, ongegeneerd.

 Redt Joe Biden het met de zijne? Zijn glimlach is een beetje verlegen. Maar zijn ogen glimmen genoeg en dat helpt. Een beetje troostend. Een goeie president voor rampen.

Botwulf

 In nummer 16 van tijdschrift terras, onder het thema 'Over de grens' schrijft Emily Hasler het gedicht 'De gebouwde omgeving'. Jeske van der Velden vertaalt: 'een barre en onbeheerde plaat­s' die de naam Botolph mag dragen.

 Halverwege de zevende eeuw verzochteen Angelsakische monnik genaamd Botwulf de plaatselijke koning om een 'barre en onbeheerde plaats' waarop hij een klooster mocht bouwen, een van de eerste in Engeland. Hij kreeg toestemming om zich te vestigen in het drassige, onherbergzame kustgebied van Suffolk, bij Iken. Botwulf groe­ide uit tot Sint‑Botolph. Zijn klooster werd eind negende eeuw verwoest door de Vikingen en het kerkje op die plaats werd in 1968 getroffen door een grote brand.

 'Er is op deze plek zo weinig als je je kan

voorstellen, dus doen dingen dienst als elkaar:

metaal wordt hout, hout

wordt bot; regen wordt drup -

in deze nu al berouwvolle wind,

zowel de zweep als het helende zout.

De lucht is de belangrijkste bouwstof

nodig voor de kerk en het beste

van de slopende brand. Deze roomwitte rots

een blindtracering van beestjes, eertijds van het land.

De moddersteen een maaswerk van luchtbellen

dat borrelt en spat, onbewogen als water,

dik en vast als de eerste laag pleister,

een dun vliesje dat droogt als het barst.’

Mevrouw Boontje

 Nu alom gejammer te horen is van mensen die niet zoals ze gewend zijn 'in de stad' kunnen gaan eten, liefst buiten met een straalkacheltje boven hun hoofd, denk ik aan mevrouw Boontje, die kookte voor de halve straat.

 Dat was in een erg strenge winter. Er was ook een meneer Boontje. Daan Boon, die achter het fornuis stond. Mevrouw Boontje kende iedereen, ook de vrouw van de overspannen stratenmaker. En zo ging ik met pannetjes, met klepperende deksels over straat. En leerde tijdens het wachten hoe een stratenmaker overspannen kan raken, maar het niet kan uitleggen aan een therapeut. 

 Niet lang daarna stierf Daan Boon. En verhuisde mevrouw Boontje naar een vrijgekomen snackbar in de Van der Helststraat waar ze haar bedrijf voortzette. En tot verbazing van de buurt stond daar nu Mohammed in de keuken, met wie mevrouw Boontje iets had. Dat zag je zo, ook aan haar humeur. Ze ontwierp experimentele snacks zoals de tosti met plakjes rookworst.

 Kort daarop brandde het cafetaria tot de grond af.

 Ik zie mevrouw Boontje nog wel eens op de Albert Cuyp, alleen, gekleed als een deftige dame, met een glimmende, nieuwe bril.

Kafka's verkiezingen

 Franz Kafka was zeer geïnteresseerd in Amerika, het land, zijn bewoners. Misschien zou hij er ooit heen geëmigreerd zijn en niet naar Palestina. Nu volgen we in zijn onvoltooide novelle (1911-1914) de jonge emigrant Karl Rossmann, die in een verkiezingsmanifestatie terecht komt.

 Met zijn gezellen kijkt hij vanaf een hoog balkon toe op de optocht bij de verkiezing van een nieuwe rechter, waarbij een kandidaat wordt rondgedragen. Delama­rche, Robinson en de door obesitas avant la lettre opgezwollen Brunelda die een donker kapje draagt.

 Om de kandidaat, die een hoge hoed draagt en daarmee zwaait worden grote borden met zijn naam gedragen. Door zijn aanhangers, 'die gezamenlijk in hun handen klapten en waarschijnlijk zijn naam, een heel korte, maar onverstaanbare naam, in een soort van ritmisch gezang uitriepen'.

 Dan gaat de kandidaat een toespraak houden, verlicht door de lampen van de auto's om hem heen. 'Op de balkons, die met partijgenoten van de kandidaat waren volgepropt, begon men nu ook zijn naam te zingen en klapten daarbij met machinale regelmaat in de handen, die ze over de balustrades hadden uitgestoken.'

 Op alle balkons worden grammofoons aan de gang gebracht, van voorstanders en tegenstanders.

 '...de menigte deinde zonder vast plan heen en weer, de een leunde tegen de ander, niemand stond meer op zijn eigen benen...'

Tags: 

Allerzielen

 Is het vandaag. Wat dat in Italië kan zijn, behalve affiches waarop doden van jaren terug worden herdacht, met portretten, ontdekte ik toen de trein naar Venetië langdurig bleef stilstaan bij Desenzano, boven het Gardameer. De avond viel.

 Vanaf de hoge spoorbaan keek ik uit op een groot kerkhof, waar het niet stil was. Integendeel Beneden me zag ik hele families, verzameld bij de graven, met tal van waxinelichtjes bij zich. Ze leken in opgewekt gesprek over hun doden, er werden voedsel en versnaperingen rondgedeeld.

 Als zo vaak dacht ik aan wat het protestantisme ons heeft afgenomen. En aan de eenzaam stilstaande autootjes die je hier bij kerkhoven ziet. Met een man erin, die in slaap is gevallen boven zijn Gazzetta dello Sport.

 De trein moest verder. Naar Venetië. Naar nog meer doden.

Plato

 Verkiezingen. Ik vrees het ergste. Een massale intelligentietest aan de overkant van de oceaan. Hoe groot is de kans dat er een oplossing voor onze problemen uit komt? Plato was tegen de democratie. Democratisch zijn wereldproblemen niet op te lossen, wist hij al. Ik pak schrijver en classicus Gerard Koolschijn erbij, in wiens Drentse huis we eens spraken over Plato's aversie. De situatie is tamelijk hopeloos, stelde Koolschijn vast.

 'Trump is precies het menstype dat Plato als grootste bedreiging ziet. De gruwel dat in onze zogenaamd beschaafde, democratische wereld toch weer de ergste vorm van onze diersoort komt bovendrijven: de mens die in staat is alle andere dier­soorten uit te roeien om plaats te maken voor zichzelf en die alles wat mooi is vernietigt voor zijn korte‑termijngenot en zijn wezenloze producten. De mens zal een vernietigende diersoort blijven en uiteindelijk ook zichzelf vernietigen. Wat waren dan in Plato's tijd de bezwaren tegen de democratie?

 'De impulsieve besluitvorming. De korte‑termijnpolitiek. De mateloosheid. Berucht voorbeeld is het Atheense besluit om bij een opstand op het eiland Lesbos de hele mannelijke bevolking terecht te stellen en de vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen. De volksvergadering stuurt een schip uit ‑ telecommunicatie was er niet ‑ om het bevel aan de Atheense bezettingsmacht ter plaatse over te brengen. De volgende dag komt het volk na heftige discussies op zijn besluit terug. Een tweede schip wordt uitgestuurd. De roeiers met het goede bericht weten de haven van Lesbos net op tijd te bereiken. Het dodelijke besluit wordt al afgekondigd. Maar het bleef bij de terechtstelling van de duizend mannen die al in Athene gevangen zaten.'

 Kort na de oorlog ‑ Plato liep toen tegen de 30 ‑ werd zijn leraar Sokrates door een jury van vijfhonderd mannen ter dood veroordeeld, zogenaamd wegens religieuze nieuwlichterij, maar in feite om zijn kritiek op de democratie.'

De menselijke intelligentie is niet vanzelf op het goede gericht. En de schijnheiligheid is groot.

Varen over de Po

 Het wegennet in de Po-vlakte stelde in de oude tijden weinig voor, de resten van de Romeinse Emilia daargelaten. De hoofdstroom was moeilijk bevaar­baar door de zandbanken, de zijrivieren nog minder.

 Hoe kwam je in machtige steden als Milaan, Verona, Brescia, Venetië, Padua en Mantova, zeker wanneer je als paus zaken te doen had met de lokale vorstenhuizen? Je huurde een boot met bemanning, of je had een eigen boot. Met een aanhangbootje dat kok en keuken meevoerde.

 Er waren ook bootdiensten met dienstregelingen zoals bij onze trekvaart. De winter was een lastig seizoen.

 Paus Pius II ging in 1459 over land van Rome naar Bologna en vandaar per boot over de Reno, vandaar over de Po en naar Ferrara, dat toen aan een nu vrijwel dode arm van de Po lag. En zo kwam hij via-via in Mantova waar een congres gehouden werd. Er was muziek aan boord van de pauselijke schepen, inwoners zaten op de oevers te luisteren en werden gezegend. Pius schreef: 'Een woud van banie­ren wapperde in de wind.'

 Op de terugweg begon het te vriezen en moesten knechten een vaarweg vrij hakken voor de paus. Toen het schip strandde werd hij in een draagstoel verder vervoerd naar Rome.

 Toen Beatrice d'Este naar Milaan reisde om in Milaan met Ludovico Sforza te trouwen in 1490 stormde het op de Po. Het scheepje met de koks en voorraden sloeg los en ging verloren.

 Desondanks, ter hoogte van Pavia kwamen Beatrice en haar gevolg van deftige dames aan dek, perfect opgemaakt, gekleed en gekapt. Er werd nog weken over gesproken in Milaan.

 Met dank aan H.V.Morton. De Po van nu is leeg. Geen schip te zien.

(ps. Het graf in de Certosa de Pavia, waar de MIlanese vorsten liggen.)

Dwerg

 Dat ik op een ochtend wat kon dwalen door de stille zalen en de vier eeuwen van het paleis van de Gonzaga's in Mantova kwam omdat de luiken en gordijnen open waren. En 'tegen' elkaar open gezet. Ik keek als vroeger de jonkvrouwen naar hun edellieden op de binnenplaatsen.

 Met aan de andere kant uitzicht op de Mincio, de rivier die in vijvers het paleis omringt.

 Vroeg of laat kom je dan in het 'Appartement van de dwergen', een poppenhuis maar dan echt, met zelfs een kapel, gemaakt door hofschilder Giulio Romano, wiens betoverende plafond schilderingen in het 'Palazzo T', buiten de muren, te zien zijn.

 De Gonzaga's hadden als veel adellijke families hun huisdwergen, die dienden als hofnarren of gewoon bedienden, zoals te zien in de bruidskamer. Isabella d'Este de 22-jarige markiezin van Mantova, eenzaam omdat haar man ten strijde trok, vroeg haar vader om haar dwerg Mattello te sturen, die kon dansen, zingen en grappen maken. Soms dronken of verkleed als Franciscaan.

 Ik heb aan de overkant van de Mincio lang zitten staren naar het paleizencomplex. (Mantegna)

Peter

 Gisteren kwam ik bij Der Struwwelpeter/Piet de Smeerpoets (1866), de bundel zelf geïllustreerde, hardhandige gedichtjes voor kinde­ren van Heinrich Hoffmann.

 Waarin bij nagelbijters vingers worden afgeknipt en ook meisjes niet worden gespaard. De kleine Pauline speelt met zwavelstokjes, ofwel lucifers. En eindigt as een rokend hoopje as, waarnaast alleen haar rode schoentjes zijn blijven staan.

 Maar wegdromen was ook zondig. De mooiste vind ik de dromerige jongen die bij een wallekant aangekomen zo in gedachten verzonken is dat hij wel de fatale stap moet zetten en verdrinkt, nagekeken door drie vissen.

 Bij niet-gezeglijke kinderen helpt alleen een harde aanpak. Dat wisten de gebroeders Grimm al, zoals te zien is in het Grimm-museumpje in Kassel.

 Er is zelfs een illegale editie van de Struwwel-Hitler geweest. 

Soep

 In Nietzsches Ecce Homo, waarin hij een finale oratio pro domo schrijft onder koppen als 'Waarom ik zo knap ben' pakt hij ook uit over het verband tussen eten en denken. Vooral de Duitse keuken moet het ontgelden. En daarmee 'de volmaakte waar­deloosheid van onze Duitse beschaving - 'haar idealisme'.

 '.. tot de jaren van mijn grootste rijpheid heb ik nooit anders dan slecht gegeten - met een moralistische uitdrukking 'onpersoonlijk', 'onzelfzuchtig', 'altruistisch', 'tot heil der koks en andere medechristenen'. Door toedoen van de Leipziger keuken bij voorbeeld heb ik ten tijde van mijn eerste studie van Schopenhauer (1865) mijn 'wil om te leven' in zeer ernstige mate de dampen van de negatie aangedaan. (...) Maar de Duitdse keuken in het algemeen  - wat heeft die niet allemaal op haar geweten! Soep voor het eten (wat nog in Venetiaanse kookboeken uit de 16de eeuw alla tedesca heette); de uitgekookte vleesssoorten, de vet en melig gemaakte groenten; het ontaarden va de meelspijs tot pressepapier!

(...) dan begrijp je ook de herkomst van de Duitse geest - geplaagde ingewanden... De Duitse geest is een indigestie, hij komt nergens mee in het reine.'

 En dan volgt nog een tirade tegen wijn: 'Ik geef de voorkeur aan plaatsen, waar overal gelegenheid bestaat om te putten uit stromende bronnen (Nice, Turijn, Sils); Ik heb een glaasje, dat loopt mij mij na als een hond.'

 Zelf doe ik het jeugdgedicht over de Suppen-Kaspar van Hoffmann (1865) erbij, die weigert zijn soep te eten en daaraan sterft: 'Der Kaspar, der war kerngesund,/ Ein dicker Bub und kugelrund,/ Er hatte Backen rot und frisch; / Die Suppe aß er hübsch bei Tisch./ Doch einmal fing er an zu schrein/ »Ich esse keine Suppe! Nein!/ Ich esse meine Suppe nicht!/ Nein, meine Suppe ess’ ich nicht!«

 Kaspar vermagert angstwekkend. Kijk maar.

 

Pagina's