Geluk

 Sasja ontdekt in etappes dat hij eigenlijk in het paradijs woont. Hij is ploegbaas in een boerenbedrijfje bij de Finse grens. En bewoont een houten huisje onder een golfplaten dak aan een snelstromende rivier die je steeds uit het raam voorbij ziet kolken.

 Dan gaat de overheid hem uitkopen. Niets aan te doen. Hij tekent, zal een vergoeding krijgen. Maar zijn ploeg is tegen.

 Ze willen dat er niets verandert.

 Ze brengen Sasja tot inkeer. Er ontstaat een gezamenlijke droom, ze willen nu allemaal dat er niets verandert. Een onmogelijke wens. De ploeg komt er, de een na de ander, van terug, maar Sasja volhardt als laatste.

 Ik dacht aan J.J.Voskuil die nooit wilde verhuizen, omdat hij dacht: zolang er niets verandert blijf ik leven.

 Sasja denkt in de film A long and happy life van Chlebnikov het omgekeerde, maar toch het zelfde. Als hij wil dat er niets verandert zal hij voor dat ideaal moeten sterven. De autoriteit komt en hij schiet ze neer. De autoriteit zal terugkomen.

 Ontroerend is de rol van zijn vriendin Anna die als mooie secretaresse voor de autoriteit werkt en Sasja probeert te weerhouden. Maar dat tenslotte opgeeft. Het eindigt ermee dat ze bij hem in bed kruipt. Ze doen alsof ze daar eeuwig zullen kunnen blijven lig­gen. Terwijl je weet..

 

 

Deze kant op

 Hoe verder? Ik lees de 'Arbeidstrilogie' van Hannah van Binsbergen (1993) haar debuut 'Kwaad gesternte'. Over het uitzetten van een levenskoers. Wat drei­gt? Wat valt mee? Valkuilen als: 'hoe kun je jezelf een weg voorleggen/ die nog waarschijnlijker is dan deze'. De tekens verstaan. Niet op goed geluk gaan. In een Nieuw Handboek staan moedgevende regels als 'eenvoud versterkt elke stap die je zet'. En de slotstrofe 'dit is redelijk serieus' gaat zo:

 wat ik diep in mijn gedachten weet/ als ik ophoud steeds aan die vulkaan te denken ik kan verhulling niet verhelpen, geen uitdrukking/ bedenken zonder me onsterfelijk/ belachelijk te maken

 ik heb een smakelijke lijst gevonden spullen aangelegd/ je kan het pluis van mijn gedachten kloppen en het nog/ met winst verkopen ook/ ik overdrijf niet

 je doet wat dichters doen/ verpleegt een  kleinverdrietplantage/ wat je hebt aan wereld is perfect/ het respecteert je

 en als er dan een honderdste oneigen als een kogel/ maar een splijtsel van je zegt/ 'dit is de wereld niet'

 geloof het niet en vind het dan/ alleen maar heel erg grappig

Arjen Duinker neuriet de zomer

 Stel je voor, er staan woorden, gegroe­peerd in regels van vier. Twee strofen van zeven. Een beperkt aantal woorden. zodat een schijn van overzicht ontstaat. Ook omdat ze zich herhalen. Zomerse woorden zijn het, landschappelijk vaak, als vlieg, koe, vogel, blad, bloem. Ook van lichaamsdelen als neus, duim, oor. En van gereedschappen van een schrijftafel waar gepast en gemeten wordt door een neuriënde god. De woorden komen tot leven. Maken muziek, in hun klinkerrijkdom, door hun herhalingen. Je begint onwillekeurig mee te neuriën. Neem deze:

 Vogel vlakje vis vlakje

 Cijfer wind wind touw

 Vis vogel vlakje vlakje

 Bloem cijfer bloem liniaal

 Boog boog liniaal bloem

 Vogel touw vis cijfer

 Koe boog koe driehoek

 

 Vlieg bloem vlieg vis

 Bol bel bol weggetje

 Vis bloem bloem water

 Stof water bloem bel

 Liniaal liniaal oor oor

 Voet bel voet weggetje

 Vouw plus min bol

Zo gaat het in Duinkers nieuwe bundel 'Catalogus'. En zie, het is zomer.

Tags: 

Helmut Newton

 Auto's zijn vrouwen en vrouwen zijn auto's. Glamour, chroom. Waar bleef de pitspoes? Een vrouw die een auto is glimlacht niet, ze glimt. Van lipst­ickgloss en nagellak tot shampoo en tanden. Glim, glans, anonimiteit.

 Het wordt samengevat in de - vooral mode - foto's van Helmut Newton, nu te zien in Foam. Niet dat daar auto's in voorkomen. Seksloze seks is het, flauwe pogingen tot originaliteit, scheutjes sm. Een paar treffers als de sproeten van Isabelle Huppert. En wat schaamhaar.

 Ach, de garage‑pinups die ik tijdens mijn vakantiebaantjes leerde kennen bij Oom Eddy in de Haagse Scheldestraat. Maar die was dan ook de Nederlandse dealer van Studebaker, de glamourslee onder de Amerikaanse auto's. Nu is het kunst. En voorgoed voorbij. Het chroom dat ik poetste is niet meer.

 Langs de A4 ter hoogte van Roelofarendsveen stond nog jaren een meisje op een bord dat de automobilist vroeg 'wil je weten hoe ik rij, bel dan..'.

 Glamour is betoverende, maar onechte schoonheid, zeggen de boeken, schone schijn. Het woord komt van het Latijnse 'grammatica'. In de Middeleeuwen breidde de betekenis zich uit van het bestuderen van Grieks en Latijn tot occulte zaken, magie en toverij. Vandaar dat grammar, glamour, de beteke­nis 'betovering' kon krijgen. Dit onthou ik. Taal is seks.

Ontgoocheld

 Vanavond is 't voor de Belgische voetballers er op of er onder. In België krijgen alle nationale gebeurtenissen een extra lading. Door de taal. Zelfs in het weerbericht bestaat Wallonië niet. Daar heet het De Hoge Venen of Hoog België. Waar het altijd wat kouder is. Wegwerpend vermeld in een bijzin.

 En nu speelt een elftal vol Franstaligen, trainer Wil­mots is er eentje, hoe goed zijn Vlaams ook klinkt. Dus verliezen ze dan is duidelijk wie de schuld heeft, winnen ze dan zijn Franstaligen opeens landgenoten.

 Het officiële EK-lied is van Stromae en in het Frans. Dus, wie je vanavond ook op de tribune ziet, niet Bart de Wever. Wel koning Flupke en zijn Mathilde.

 Ik sta op en ga naar bed met het nieuws van Goedele Wachters, Wim de Vilder en Martine Tanghe, de dagelijkse kok Jeroen Meus, weerman Frank de Boosere, Canvasvrouw Kathleen Cools en sportjournalist Karl Vannieuwkerke. Omdat ze beter zijn dan hun Nederlandse equivalenten. Je moet tenslotte ergens geestelijk onder dak. De chaos van België is erg, maar niet alleen boeven kunnen er makkelijk terecht. Geef me chaos.

 Ik deel het onderhand met velen. Nederlanders noemen een café-eigenaar al jaren een uit­bater. En via het wielrennen drong het Vlaams in de politiek door. Men ging in de Tweede Kamer een tandje bijzetten, moest afzien of hield iemand uit de wind. Men zat er doorheen of kon nog net aanklam­pen.

 Belangrijk voor vanavond: men is dus niet teleurgesteld, maar ontgoocheld. Vlamingen zijn bij voortduring ontgoocheld. 

De hoogte van Constant

 De architectuur en de nieuwe mens, een onafscheidelijk duo. Architecten weten wat goed voor ons is. Bij Constant Nieuwenhuis hoort daar een knipoog bij. Net als bij Provo, waar hij even aan meedeed.

 Dat was nodig want de tirannie van architecten als Corbusier en de mannen van De Stijl neigde naar dwingelandij. Constant zei dat vaarwel en schiep dromen.

 Zijn Nieuw Babylon, waarvan hij de maquettes en tekeningen vermaakte aan het Haags Gemeentemuseum, staat daar nu – naast zijn schilderijen - uitgestald. Met zijn waarschuwing er bij: maquettes zijn speelgoed.

 In het grote plan staan deze bouwsels boven bestaande stadsdelen.

 Denk je een geautomatiseerde samenleving met reizende, spelende mensen. De nieuwe mens, tja.. Niet altijd braaf. Op den duur ontwierp hij versies van zijn droomsteden waarin seks en geweld mochten meedoen.

 Al zijn bouwsels staan op pootjes. Zodat ze lijken te zweven. Als vliegende schotels of te drijven op water. Verplaatsbare wanden, bruggen, ladders alom. Ruimte is betrekkelijk.

 Hij begon ermee in 1956 en beëindigde het in 1974. En zo kijk je rond in zijn denkbare wereld. Worden zijn maquettes kunstwerken om bij weg te dromen. Mooi, bovenal. Vraag niet hoe het leven daar toe gaat. Bedenk het zelf.

 De spelende mens, de Homo Ludens. Achteraf bezien sloeg Constant - in het voetspoor van Johan Huizinga - de spijker op z'n kop.

 Hij heeft veel invloed gehad op architectuur. Juist omdat zijn ideeën niet dwingend zijn. Fantasieën zijn het, meer niet. Wat is wonen? Wat is een verdieping? Wat betekent hoogte? Ik ken een dichter die uitsluitend op derde verdiepingen wil wonen. Dat is voor hem de juiste hoogte om uit te zien en omlaag te kijken. 

Tags: 

Oude kleur

 Het raadsel van de vroege kleurfotografie en film blijft rondspoken. Van de make-up van de pokdalige Stalin tot de zomerjurkjes van de familie Lartigue.

 Het gevolg was dat het verleden zwart-wit werd. Zwartwit ging betekenen oud, lang geleden. Vermoedelijk dood. Als foto's op grafstenen. Afgedrukt in chamois werd dit effect versterkt.

 Het eerste systeem - autochrome - bestond maar had nadelen. Het maken van kleurreproducties was bijvoorbeeld nauwelijks mogelijk. De eerste kleurafdrukken zijn van rond 1900. De gevoelige plaat bestond oa. uit een harslaag met gekleurde zetmeelkorrels. In de jaren '30 volgden andere vindingen.

 Er is nu kennelijk iets gevonden op de reproduceerbarheid. Want de laatste jaren zie je hele televisieproducties in kleur over oude tijden die altijd zwartwit waren.

 Daardoor verandert het verleden. Het komt opeens dichter bij. Maar wat zijn de gevolgen?

 Opeens komt een ander lichaamsideaal naar boven. Deze danseressen zijn uitzonderlijk. Enkels en knieën van vrouwen waren vleziger. Mannenbuiken marcheerden, men liep anders. Er bestond buikenkleding, waarbij de beslissing was: de riem er boven of eronder.

 Voor het Rijksmuseum maakte Nicky van Banning een boekje over vroege ballet-fotografie in kleur van Arnold Genthe (1869-1942). Isadora Duncan en andere profetessen van de vrije expressie in dans tegenover de klassieke dans. Vaak gemaakt in de vrije natuur, omdat je daar beter licht had. 

Tags: 

The Idol

 Deze film van de Palestijn Hany Abu‑Assad gaat over niets dat je verwacht. Ook de Arabische wereld kent z'n Idols-tv. Daaraan meedoen in Kaïro - hoofdstad van de Arabische wereld - is de droom van de jongens die wij kennen als stenengooiers. Een film over hoop..

 De Westerse televisieversie is ver weg in dit andere Palestina. Je ziet het leven van de zanger Mohammed Assaf uit Gaza, zoals het was en is. Hoe zet je zonder geld een bandje in elkaar, hoe kom je de grens over naar Kaïro, als een van de 6000 kandidaten.

 Assaf bestaat echt, is beroemd, woont nog steeds in Gaza en mag alleen met toestemming van de bezetters Palestina uit.

 Het drumstel van potten en pannen overtuigt, het optreden op bruiloften en partijen. En het zusje dat alleen verkleed als jongen gitaar mag spelen. In Gaza, de puinhopenstad, waar je elkaar achterna zit over de stukken betonskelet.

 Hoe dat alles kan? Hij heeft een fantastische zangstem, die je in de film ook hoort. Voor zo'n stem knijpen Arabische functionarissen oogjes dicht. Aan de voorronde kan hij alleen meedoen via Skype. Omdat het elektra vaak uitvalt in Gaza eindigt het optreden met een inderhaast aangesleepte generator die in brand vliegt.

 Met list en bedrog baant hij zich een weg.

 Meesterlijk is het moment als hij in het studiogebouw is doorgedrongen maar niet verder komt. In diepe wanhoop zingt hij, zittend op de WC waar hij zich verstopt, en door de deur heeen wordt gehoord. En verder geholpen naar het podium.

Euroxit

 Randy Newman vroeg me, terwijl we een halve rijsttafel aten, waarom Europa toch geen geheel wilde worden. Zijn toenmalige vrouw Roswitha uit Düsseldorf was er niet bij. Ik zei: 'Het moet het taalverschil zijn. Als iemand zich in jouw taal onhandig of kinderlijk uitdrukt denk je stiekem toch dat hij gek is. Op een dag loopt dat fout.'

 De dag voor de mogelijke Engelse stap uit Europa en het mogelijk domino-effect lees ik weer in 'De vlucht uit de tijd' van Dada-stichter Hugo Ball', geschreven in het neutra­le Zwitserland, oase in oorlog­voerend Europa. In 1917 schrijft hij: 'De Europese geest vecht zijn doodsstrijd om zijn bestaan.'

 Wat doet Dada?

 Hugo Ball: 'De galerie organiseert een theemiddag. Ik 'leid' een ambtenaar in vuile laarzen en met een wielrenbroek aan rond in de zalen (terwijl er thee wordt gedronken). Hij op zijn beurt onderzoekt de vertrekken, hij vermoedt achter de schilderijen allerlei valluiken en andere geheime zaken.'

 En dan: 'De galerie heeft drie gezichten. Overdag is ze een soort educatieve instelling voor gepensioneerden en hogere dames. 's Avonds is de Kandinsky-zaal bij kaarsverlichting een club van onalledaagse filosofieën. Maar tijdens de soirees worden hier feesten gevierd van een glans en vervoering die Zurich nog nooit heeft gezien.’

Vanavond wint België. Morgen vieren we het afscheid van Engeland. 

Brandnetels

 Brandnetels, daarmee opent 'Op de koude helling', de dichtbundel van de Duitse Esther Kinski. Vreemdsoortig reisverhaal. In de ondermarge loopt er een parallel prozaverhaal onderdoor. Ik kreeg hem bij het nieuwe nummer van Tijdschrift Terras.

 'Aan de rand van de weg/ kwam ik iemand tegen hij trad/ uit de netels - manshoog en moe van het groen van regenrijke/ zomers - en hij kleedde zich uit/ en zei ik ben het (...)'

 Onmiddellijk dacht ik aan mijn jongere broer en het papierdorp Eerbeek, op de fatale dag dat wij van school kwamen, langs de Eerbeekse beek, die elke dag een andere kleur had door de verfstoffen die de fabrieken gebruikten. Met ons mee liep het jongetje Michiel. Op het steigertje aan de beek, temidden van hoog opschietende brandnetels, bleven we staan en keken naar de roodgekleurde vellen - het milieu bestond nog niet - die voorbij dreven.

 En toen gebeurde het. Mijn broer kon zich niet inhouden en gaf Michiel een zetje zodat hij voorover in de rode drab tuimelde. We hesen hem op de kant, maar wat volgde was nog vreemder. Mijn broertje barstte in een vreemd gegil los en begon zich door de brandnetelbossen te wentelen. Pijnlijk, dat wisten we.

 'Kijk, ik gooi me in de brandnetels,' riep hij steedsmaar.

 Wat hij deed was een vorm van zelfbestraffing. Waarom? Ik wist het, hij was zich van het kwaad bewust dat hij had aangericht. En waarvoor mijn vader hem zeker zou straffen.

 Achteraf deed het denken aan de zelfgeselingen bij processies. Toch ook bedoeld om ergere straffen te voorkomen.  

 De winterse voetreis die Esther Kinski beschrijft brengt de lezer - in de vertaling van Annelie David - terug naar de brandnetels. 

Tags: 

Pagina's