De laatste apostel van het positivisme die ik meemaakte was Ramses Shaffy. Een plaag van de late jaren '60. Ik had een buurvrouw die zijn Shaffy Cantate bij dit soort weer met open ramen steeds opzette en luidkeels meezong. Waarna onherroepelijk 'Sammy loop niet zo gebogen' volgde.
Er zijn Shaffy-mensen en ik ben er geen van.
Maar mijn verzet is ongebroken. En altijd weet ik me gesteund door geestverwanten als de legendarische Bob Bleyenberg. Auteur van de regels:
'En we wippen en we draaien/ En we schommelen zo fijn/ tot we mis'lijk van de molen/ En de limonade zijn.'
Gevolgd door:
'Kleine Jan valt van de wip/ Met z'n tanden door z'n lip'
De positieve aanpak dan maar?
De uitvinding van de popmuziek had in die tijd tot gevolg dat je als gitarist niet meer poseerde met de traditionele glimlach, maar grimmig stond te kijken voor een stapel betonnen buizen.
Helaas, alles komt terug. Douwe Bob is terug bij het flauwe lachje van Rex Gildo, en de bemoedigende boodschap 'doe het rustig aan'.
En bij z’n moeder. Die ik al jaren kende, van haar winkeltje in fournituren, later koffiesalon, nu verkocht. Ze woont hier verderop, elke dag komt ze voorbij met ’t hondje.
Wat te doen? Ik schrijf wel een loflied op de moderne windmolen. Op de maat van het zachte zoeven van een machtige driewiek in de regen. En de muziek van de Shaffy Cantate.