Joseph Beuys en het gedenken

 In deze dagen van herdenken en gedenken week ik uit naar Kleve, naar de 'Werklijnen' het grote overzicht van Joseph Beuys. Die uit deze buurt van­daan komt en van 1957 tot 1964 werkte in het toen vervallen Kurhaus dat nu museum is geworden.

 Hoe Duits, gedenken. Van de dertig jaar geleden gestorven Beuys (1921-1986) zijn hier op ware grootte delen van het Büdericher Ehrenmal dat hij hier bedacht. Bestaande uit de kerkdeuren van het nabije Büderich waar hij de namen van gevallenen uit beide Wereldoorlogen in kerfde.

 Bij hem blijf ik tasten in de troep die hij maakt. Zijn ongrijpbare tekeningen waarin je toch altijd iets herkent, een verhaal, een opmerking zonder woorden.

 Maar grote thema's zijn er ook. Rond onderwerpen als het kruis, de oorlog. Is mogelijk, maar alleen als je weg blijft van de clichés en heel eigen wegen bewandelt. Wat hem lukt, als katholieke jongen. Een drie meter hoog kruis dat tegelijk een mens is. Vreemd gevormde kruizen keren bij hem jarenlang terug. Ze staan voor lijden en dood, maar ook voor loutering. Dat kan, als hij ze maar een eigen vorm kan geven. 

 Beuys moest een gedenkteken voor de gevallenen maken in de oude kerktoren van Büderich (de kerk zelf is weg). Hij bedacht het kruis - opgehangen in de toren - als symbool van wederopstanding en de nieuw gemaakte poortdeuren als toegang tot de herinnering. 

Tags: 

Vliegpoëzie

 Vanmorgen lopen vliegdromen in Teylers. Bij 'De Luchtballon', vooral over mislukkingen. Het begon in 1783 met de broers Montgolfier en wat Joseph omschreef als 'een wolk in een papieren zak'. Want ze kwamen uit een familie die papier maakte en hun ballon was van papier.

 Zie, de Mongolfiers waren dichters. Hun 'lugtbollen' trokken meteen duizenden mensen, er ontstond een rage. Maar het waren in het begin toch vooral natuurkundigen en artsen die wilden vliegen. Warme lucht, versus koude lucht. Of gas? Intussen volgden er gedichten, liederen en pamfletten. Er ging een eeuwenlange droom in vervulling. Da Vinci tekende al een vliegmachine. In mijn jeugddromen vloog ik zelf vrij veel en keek door het dakraam van het meisje naar binnen.

 Het verhaal van Icarus en Daedalus spookt achter al deze vroege ballonavonturen. Doodvallen zullen ze, die pioniers. Vliegen is voor de goden. Het publiek kwam om waaghalzen te zien doodvallen. Nederland was laat. Pas in 1804 ging de instrumentmaker Abraham Hopman in Rotterdam de lucht in.

 Probleem bleef dat je ballonnen niet kon sturen. Ballast afwerpen was het enige. Wat ze voor militair gebruik weinig geschikt maakte. Maar toen hij de Fransen in 1870 met gunstige wind het bezette Parijs zag ontvluchten ging graaf Zeppelin een licht op. Hij voorzag een luchtballon van een Daimler automotor.

 Toch is de droom bewaard gebleven. In Haarlem zie je de enorme mand van Nadar's Géant, het vliegend rieten huis van de eerste luchtfotograaf. Ballonvaart is poëzie. Je stijgt op, maar het blijft altijd ongewis waar en of je zult neerkomen. 

Tags: 

Alfred Birney

 Als Haagse jongen kwam ik op allerlei manieren in aanraking met de Indische mensen. Zoals buurman Worms, bij wie ik televisie mocht kijken en die me z'n verzameling Hits of the Week uit de jaren '30 cadeau deed, Indische mensen waren modern, hadden eerder tv. De vader van overbuurjongen Jan Hein had een elektrische gitaar, het heilige voorwerp in Indische interieurs. Lees Alfred Birney's 'De tolk van Java'.

 Of de enorme Molukse familie Latupeirissa die ik ontmoette in een van de zeer kleine huisjes langs het Zuiderpark, waar ook Birney gewoond heeft, met zijn Limburgse moeder en gewelddadige Indische vader.

 Indo's ja. Dat zeiden ze achter hun rug. Als nette jongen gaf ik al die gezellig kokende en kletsende vrouwen een hand en stelde me stuk voor stuk aan ze voor. Waarop de een na de ander antwoordde: 'Mevrouw Latupeirissa'. Dat werd grap­pig. Na de zes mevrouwen Latupeirissa schaterde heel het huisje. Meteen zie ik weer de kleine kartonnetjes in vensterbank met de tekst Ambon moet vrij.

 Maar er was ook de familie van klasgenoot René Pasanea die op de planken vloeren leefde in een portiekwoning aan de Vlierboomstraat. Sommigen hadden de repatriëring niet doorstaan. Zoals de broer van mijn geniale gitaarvriend die door zijn moeder alleen nog suikerwater gevoerd kreeg.

 Niet alleen beschrijft Alfred Birney het verscheurde gezin waaruit hij stamt, heel de wereld van de Indische mensen komt in beeld in het meesterlijke 'De tolk van Java. Een boek dat draait om zijn gewelddadige vader. Ja, wat ze gemeen hebben is wel de gitaar. Alfred, de meester-fingerpicker die zijn vader ver overtrof.

 Ik ontmoette Alfred in het tv‑studiootje waar we beiden werden opgenomen voor VPRO‑boeken. Twee Haagse jongens, twee Haagse werelden. Zondag om 11.20 te zien.

Tags: 

Thomas Vinterberg en de hippiemoraal

 Een 'woongroep' is het wat Thomas Vinterberg in zijn nieuwe Kollektivet laat zien. Hippies van inmiddels in de veertig die keurige banen hebben maar nog steeds hun eigen belang en genoegen boven alles stellen. 'Moet kunnen' is het ijzeren motto gebleven. Rekening houden met anderen is er niet bij.

 Volwassen mensen die niets hebben bijgeleerd. Schokkend vond ik het slot. Televisiepresentatrice Anna heeft het ongeluk over zichzelf afgeroepen door een soort commune te laten ontstaan rond haar echtgenoot Erik en haar zelf. Als Erik een jonge vriendin in de groep haalt moet ze daar volgens de moraal die daar heerst maar tegen kunnen. Dat vindt ze zelf ook.

 En dan pas blijkt dat deze collectieve verkenning van de menselijke omgang grenzen kent. Als Anna instort is er - anders dan je hoopt - werkelijk niemand die een pink uitsteekt. Ik hoopte nog op haar dochtertje Freya, die pakweg vijftien is en ernstig lijkt, maar die blijkt van het zelfde laken een pak. Zij is het die na de zoveelste vergadering het eindoordeel van de groep uitspreekt 'Anna moet maar ergens anders gaan wonen'.

 En dus behoudt vader Erik met ieders goedkeuring zijn nieuwe vriendinnetje en trekt Freya met haar inmiddels geïntroduceerde vriendje bij de woongroep in.

 Moet kunnen. En Anna? Had ze maar niet zo stom moeten zijn. Ze had er toch zelf voor gekozen?

 Ik herinner me de hippiemoraal heel goed. Veel vertoon van emoties, maar die moraal was als het er op aankwam zelfzuchtig en keihard. Niks liefde en zo meer. Vinterberg, die in zo'n milieu opgroeide laat het haarscherp zien. 

Koning Gorilla

 De dodelijke verveling die de Zwolse rondgang van het Koninklijk gezin teweegbracht deed me grijpen naar 'Koning Gorilla', het schotschrift dat in 1887 verscheen bij de 70-ste verjaardag van zijn illustere voorvader Koning Willem III. Koningsdag maar dan anders. Never a dull moment:

 Majesteitsschennis was ook toen strafbaar. Maar van wat er stond was geen woord gelogen. De schrijver bleek de socialist en Multatulibewonderaar Sicco Roorda van Eysinga. Er worden tienduizenden exemplaren van verkocht. De koning wordt voor dolle hond, vorstelijk zwijn en geile mandril uitgemaakt, en als 'de grootste ploert van zijn rijk'. Vrienden van Oranje mishandelden socialisten op straat en vernielden etalages van 'rode' boekwinkels.

 Een paar citaten: 'In het buitenland was hij nog teugelloozer [hij had een villa aan het meer van Geneve]. Te V. deed hij op klaarlichten dag de vuilste sletten in het logement komen waar hij zijn intrek had genomen. De villa A. bevolkte hij met veile meiden. Te C. in het hotel R. vertoonde hij zich naakt als een zwijn in den tuin, terwijl dames voorbij kwamen. Een Yankee, die met zijn vrouw en dochters in dezelfde plaats gelogeerd was, dreigde hem voor zijn raap te blazen, zoo hij zich niet behoorlijk kleedde en klaagde hem aan bij de politie wegens 'aanslag tegen de zeden.'

 Hij werd gedagvaard, maar antwoordde dat hij 'onschendbaar' was en heesch toen boven zijn logement de vlag van zijn land, die met roem gewapperd had op alle zeeën en nu moest dienen tot bescherming der bestialiteiten van dezen mandril.' 

 Er kwam een vervolg van een andere schrijver: 'Behalve hetgeen de heer R. mededeelt diene nog het volgende: Eens liep onze Mecaenas te wandelen toen plotseling zijn bekende lust bovenkwam in 'de studie naar het naakte model'. Een boerenmeid uit A. kwam langs de weg gewandeld en kreeg bevel zich naakt uit te kleeden. Toen ze hieraan niet gereedelijk voldeed, gaf de adjudant haar te verstaan, dat de vorst haar geld zou geven en mooie kleeren. Hierdoor overgehaald ging ze ertoe over. Nadat de vorst zijn 'studie' had voltooid, werden hare kleeren baldadig in het water geworpen en liet men haar naakt op den weg staan. 's Avonds kreeg ze geld en kleeren.'

 ps. Willem verwekte al doende veel nazaten. Als mensen in Den Haag 'Oranje' van hun achternaam heten is de kans groot. Kortom, het lijkt erop of hij alles deed om te ontsnappen aan zijn bestaan als machteloos constitutioneel vorst.

Jong sterven

 Lezend, gravend in ‘Een schilder in Parijs', de biografie van Henri Evenepoel die maar 27 jaar oud werd en in 1899 plotseling stierf in het Parijs waar - bij hem om de hoek aan de Champ-de-Mars - een Wereldtentoonstelling werd opgebouwd.

 De eerste Metro zou er rijden. In de kunst was alles in beweging. Toulouse-Lautrec kwam bij hem langs, hij was bevriend met Matisse, ze waren jong, zoals het Parijs dat Eric Min schetst jong was. Het Parijs dat blijft bestaan in de Fleurs du mal van Baudelaire en het Passagenwerk van Walter Benjamin.

 Evenepoel leeft gelukkig, maar in het verborgene, samen met zijn nicht Louise, bij wie hij een zoontje verwekt. Hij schildert en fotografeert ze voortdurend. Zijn vader tracht vergeefs hem te bewaken.

 Hij blijft daarbij altijd de aardige jongen. Maar was hij nu werkelijk het grote talent dat velen in hem wilden zien? Dat is de enige vraag die hardnekkig boven dit voelbare tijdsbeeld blijft hangen. Vriend Matisse moet het zich al hebben afgevraagd.

 Evenepoel had een groot postuum succes in Parijs en Brussel. Zijn werk hangt in het Belgische paviljoen op de Wereldtentoonstelling en trekt Europa rond.

 Maar het boek eindigt met de aankomst van een jonge Spanjaard in Parijs. De Wereldtentoonstelling heeft dan al veertig miljoen bezoekers getrokken. Min schrijft: 'In het Gare d’Orsay – nu museum – klimt een mannetje uit de trein die hem uit Barcelona heeft aangevoerd. Samen met enkele kunstbroeders loopt hij richting Montmartre. Pablo Picasso is negentien, en ook hij zal de schilderkunst opnieuw uitvinden. De wereld heeft nog niets gezien.' 

Henri Evenepoel

 Tekenende, schilderende Belgen. Bij mij begon het bij de strips, van Hergé en Willy Vandersteen. Vandaar koerste ik naar het Lam Gods, Van der Weyden en Memling en de laatste jaren kwam ik hinkstapspringend via Rik Wouters bij Edgard Tytgat, die heel het scala tussen strip en schilderkunst omspant.

 En nu Evenepoel. Ik ontdekte hem al op de Kunstberg bij 'De eeuw van Brussel'. Eric Min, biograaf van Wouters en Ensor, Brusselomaan, was al een onmisbare gids. Zaterdag verscheen zijn biografie van de jong gestorven schilder en opmerkelijke fotograaf (1872-1899). Waarin de in Nice geboren Belg Parijzenaar wordt, een begin van succes heeft en bevriend raakt met oa. Matisse.

 Ze trekken veel samen op. Hij is dan drieëntwintig en Matisse vijfentwintig. Als Evenepoel zijn inzending voor een salon klaarmaakt helpt Matisse met sjouwen, van oa. een zwaar opgerold werk van Evenepoel: 'Dan wordt het dozijn schilderijen dat naar de Champs de Mars vertrekt langs de trap naar beneden gebracht. Terwijl Henri samen met Matisse de zware rol naar de entreehal van het expositiegebouw draagt - een voettocht van minder dan een kilometer - laadt hun vaste lijstenmaker Dosbourg de andere werken op zijn karretje. Na de lunch zullen de kunstenaars nog enkele uren bezig zijn met uitpakken en monteren.'  

 Later, als Matisse op Corsica zit wisselen ze commentaren op elkaars werk. Vier ontwerpen die Matisse stuurt vindt hij niet goed: 'Schilderkunst buiten adem is het, werken die je tot het uiterste drijven, en die met knarsende tanden geschilderd zijn. Toen ik ze voor het eerst zag was ik uit mijn lood geslagen - elles m'ont tué! Ik voelde me een burgermannetje.'

 Kort daarna sterft hij aan tyfus. Een halve eeuw later pinkt Henri Matisse nog een traan weg als hij aan hun samenzijn terugdenkt.  

Verstilling

 Is het woord dat past bij het werk van Hans Memling (1435-1494). Verstilling, een naar binnen gerichte blik. Een gezicht in driekwart dat langs je heen kijkt. In het Brugse Sint Janshospitaal zijn heel mooie te zien.

 Een tijd dat men vooral in het zwart gekleed ging. Een enkel halssieraad voor de vrouwen, en paar ringen, een eenvoudig hoofddeksel met voile. Weinig opsmuk, wel kostbare stoffen. Memling weet hoe hij vrouwen moet aankleden zo dat wat ze dragen hun schoonheid bescheiden inlijst. Het kan altijd met minder. Mijn vraag van oudsher: 'Wat zou ze denken?'

 In het nieuwe Memling-nummer van Kunstschrift spreekt Federica Veratelli over 'de sensatie van onbeweeglijkheid' in zijn portretten.

 Portretten van gearrangeerd getrouwde mensen uit rijke families uit Italië (Florence, Lucca), zich ten volle bewust van hun rol en functie. Italianen - bankiers, zakenlieden, adviseurs van de hertogen - die in Brugge woonden. En daar misschien soberder gekleed gingen dan thuis. Onder de 'meedogenloze gedragswetten' met gevouwen handen vroom poserend.

 Na verstilling dringt zich een tweede woord op. Is het niet een ultieme vorm van berusting die Memling de gezichten van zijn modellen heeft meegegeven? Berusting van een soort die wij niet meer kennen. De schoonheid van berusting?

Tags: 

Michel de Klerk

 De Klerk kent iedere Amsterdammer en velen daarbuiten als de ontwerper van Het Schip, het uitzinnige b­aksteenbuurtje vol 'multiculti' en andere motieven in de Spaarndammerbuurt. Ook had hij een fors aandeel in het vreemde Scheepvaarthuis, nu hotel.

 Nu de interieurs van de Amster­damse School aan bod komen in het Stedelijk blijkt ook daar De Klerk de uitblinker.

 Als Indische jongen had hij een ruime oriëntatie. Vervloc­ht speels vormen en stijlelementen uit vele culturen. Vooral 'Oosterse', Hindoestaans of 'Moors'. Lees de stukken van Frans van Burkom in de mooie catalogus.

 Hij leed aan angsten en depres­sies en liet de uitvoering van zijn hersenspinsels liefst aan anderen over. De Klerk tekende vooral. Toen hij in 1915 meubelen ging ontwerpen kwamen de vreemdste vormen boven. Veel slangen, die ons ons naar het hindoe-geluk voeren.

 En het skeletmotief duikt overal in zijn meubels op, veel wervelkolommen.

 De ruggengraat duidde volgens hem dan weer op de hindoe-Javaanse hemelboom of wereldas die we allemaal in ons meedragen. En die zo terecht zou komen in 'het gezellige binnenhuis'.

 Helaas had de fabrikant toch bezwaren tegen een kaarsrechte skeletvormige eetkamerstoel.

 Het zoeken naar motieven bracht me vanmiddag op mijn eigen balkon bij een slak. Michel de Klerk had er wel raad mee geweten. 

De taal der liefde

 'Als verliefdheid toeslaat (volgens de oude dichters dringt verliefdheid het lichaam binnen via de ogen), raken het brein en het lichaam van slag. Ideale omstandigheden voor de taal om zich eens flink te manifesteren...', aldus Annemieke Houben in de inleiding bij 'Ik wou uw voeten wel soenen', haar verzameling liefdesverklaringen uit alle eeuwen.

 Ik dacht aan de hier onmisbare Adriaan Morriën die me een keer zei: 'Eigenlijk is ieder boek toch een soort liefdesbrief, denk je niet?'

 Wie schrijft probeert de lezer of lezeres voor zich in te nemen. Eigenlijk, zei Morriën, zit er altijd wel een vorm van flirt in: het aftasten, het zien hoe ver je kunt gaan en wat er op terug komt.

 Houben schetst de lijdensweg van de verliefde: 'Onzekerheid, angst voor afwijzing, onbevredigde verlangens, jaloezie; de verliefde bleef niets bespaard.' De dramatische afscheidsbrief van de afgewezene die dreigt uit het leven te stappen was rond 1800 een weerkerende vorm.

 De brief krijgt als voorwerp ook vaak magische waarde. Wordt geparfumeerd, gekust. Houben schrijft: 'Vraag maar eens aan een verliefde om de naam van zijn of haar vriend(in) op een papiertje te schrijven en dat dan te verscheuren.' Zoals in deze tijd het mobieltje vaak gekust wordt na een gesprek met de geliefde.

 Wat het boek ook amusant maakt is dat je door de brieven en fragmenten heen gaat lezen: bedrog en zelfbedrog, vleierij en dromerij schemeren links en rechts door de teksten heen. 

Pagina's