Next to Her

 De film gaat over Gabbi, een zwakzinnig meisje van vierentwintig dat thuis door haar wat oudere zusje verzorgd wordt. Er zijn er die denken dat de Israëlische regisseur Koram het wilde hebben over hoe ver je kunt gaan met jezelf 'wegcijferen'. Dat lijkt me een vergissing.

 Wat je ziet gebeuren is hoe de twee zussen in het betonnen flatje met onovertroffen lelijke tegels onscheidbaar aan elkaar verknocht raken. Daarom kan Chelli, de oudste, de 'normale' niet hebben dat haar gehandicapte zusje in een dagopvang terecht kan - waar ze het eigenlijk wel naar haar zin heeft en prompt zwanger wordt. Chelli is jaloers.

 En als de normale Chelli dan zelf een vriendje opdoet dat komt inwonen wordt er opeens een driepersoons matras bezorgd, waarin seks en zorg dwars door elkaar heen gaan lopen.

 Aan - liefdevolle - zorg voor een je leven overheersende aanwezigheid van een zwakzinnige kun je verslaafd raken.

 En de vraag rijst wie is hier gek en wie normaal?

 Chelli lijkt me op haar manier minstens zo'n ernstig geval als Gabbi.

Briefliefde

 Na het schots en scheef lezen van 'Ik wou uw voeten wel soenen', de mooiste liefdesverklaringen van de Middeleeuwen tot nu, verzameld door Annemieke Houben, aarzelde ik. En dacht 'het is onmogelijk'.

 Pagina na pagina proberen mannen - verreweg de meeste zijn van mannen - een vrouw te overtuigen van, ja wat? En soms slaat de weerzin bij me toe. Man, slijm niet zo, daar trapt ze toch nooit in. Maar het ging door, eeuw in, eeuw uit. En het werkte, kennelijk.

 Het is een heel mooie selectie, er zitten er tussen die dat mengsel van driestheid en eigenheid hebben waarvoor ook ik zou vallen. Toch is machteloosheid het voornaamste kenmerk. Misschien dat dat het geheim is van het schrijven van een goede liefdesbrief, schrijf hem uit hopeloosheid. Vergeet alle loftuitingen en loze complimenten. Maar schrijf hem wel zo dat ze weet 'hij kan het zeggen'. En ‘hij weet ervan’.

 Zoals Hendrik Laurensz. Spiegel (1549-1612)

 

'In u alleen is al mijn ruste,

In u alleen is al mijn luste,

In u alleen is al mijn vreught,

In u alleen is mijn verblyen,

In u alleen is tallen tyen,

Mijn blyschap, vrede en gheneught.'

 

Ps. Ontdekkingen zover: Pisuisse in zijn liefde voor de acrice Fie Carelsen en Eddy du Perron.

Weer

 De chirurg pakte een foldertje van het hart uit het rek. Hij had lange wimpers en zijn naam sprak van ver: dokter Mochtar. Hij wees me de tekening van het hart in het foldertje, en pakte een van zijn de ballpoints uit z’n witte borstzak. Hoe belangrijker de dokter hoe meer ballpoints in de borstzak. Daarmee tekende hij in slordige streepjes op het hartprentje. Het ging om bypasses. ‘Kijk nu had ik zo gedacht,’ zei hij. ‘Om hier.. En hier. En dan daar..’  Wat kon ik anders dan knikken. Het was een zeer vertrouwenwekkende krabbel. Die hij maakte voor zichzelf, niet voor mij.

 In het poeziëtijdschrift Het Liegend Konijn zag ik dit gedicht van Froukje van der Ploeg. En dacht, er moet meer over armen, benen en chirurgen.  Een enkel hart geen bezwaar. Dat schept vertrouwen. Dit heet ‘Weer’:

 'Begrijpt u het, vroeg de chirurg, een assistent/ reikte hem een stift aan en hij plaatste een streep/ op mijn bont en blauwe rechterarm, wetgeving/ moet bij alles waar er twee van zijn.

  Ik was weer gevallen, rustig blijven liggen tot/ de wereld stopt met draaien, ik wist niet dat morfine/ zich ook herhaalde. In het treinstation met namen/ en tijden voor vertrek slaapt mijn arm in, ik rij/ naar de plek met zonnen boven mijn hoofd, herhaal/ mijn naam en wat ik eerder zei begrepen te hebben.

  Later die dag zag ik een maanlandschap met trap/ verborgen onder de pleister op mijn prikkelloze arm/ de zonnen gedoofd, klein en rechthoekig weer de wereld.'

Hij en zij

 Je kunt het proberen, hoofd- en bijzaken vergeten en doen wat je invalt. Maak foto's, noteer, som op. En ontdek dat er als vanzelf verhalen ontstaan. De man en vrouw in deze serie moeten wel een relatie hebben, anders waren ze hier niet. Je weet hoe het brein is, on­geduldig. Waar orde ontbreekt ver­zint het wel wat.

 In 'Tussen de lijnen' (2015) van dichter Miek Zwamborn en fotograaf Ton Zwer­ver keren een man en een vrouw terug naar een huis in een bos waar ze ooit woonden. Het was een performance ook. Over afstand tussen mensen, en tussen mensen en voorwerpen. Zie hoe de twee vergeefs proberen zich terug te vinden. 

 Wat terugkomt in de vorm van het boek, heel losbladig. Met spaarzame, verspr­eide teksten als:

 ogen die met gaatjes erin geprikt verder slapen

En dan:

 de kamers weten zich geen raad met onze stemmen/ het is een misverstand dat wij hier staan/ we wachten

 Of zomaar:

 de bomen zinken weg/ het gras wordt opgerold/ de stoelen schieten door de ramen/ landen omgekeerd/ laag scheert het vierkant over

 de hand schuift op, tikt op de stoel/ daarna komt een lege mouw terug

Waiting for a train

 Een veld klaprozen, goed, een zelfportret, zijn geliefde, mooi. Landschappen, symbolistische fantasie.. Maar pas bij dat ene schilderij van de Pool Wojciech Weiss (1875-1950) blijf ik staan. Ik ben in het Haags Gemeentemuseum. Het kan niet missen of deze paal met de slurf eraan werd gebruikt om stoomlocomotieven water bij te laten tanken. En ja, Weiss logeerde vaak bij zijn zuster op het platteland, wier echtgenoot een spoorweg employé was.

 Waarom treft me juist dit. En even later het schilderij dat hij van het stationnetje in de winter maakte? Het station van Plaszow (1896).

 Het moet wel zijn omdat het beeld verhalen oproept. Eerst komt het liedje van de 'Singing brakeman' Jimmie Rodgers, 'All around the watertank, waiting for a train...'. Over de zwervers, de railroad bums die met treinen proberen mee te liften naar Californië.

 Dan Kafka's 'Erinnerungen aan die Kaldabahn'. Waarin de hoofdfi­guur stationschef is geworden op precies zo'n outpost diep in Rusland. Het eindstation van de Kaldabahn, met opheffing bedrei­gd. Het spoor eindigt zomaar in de vlakte, omdat het geld voor verdere bouw ontbrak.

 Dat doodlopend spoor met de naam 'Kalda' lijkt wel erg op 'Kafka'.

 Ooit werden spoorwegen niet door stadscentra heen gelegd maar ver daarbuiten, liefst tussen twee stadjes in. Dat leek voordelig.

 Het schilderij roept die verre werelden op. Er is nauwelijks iets te zien behalve de watervoorziening voor de locs. Luister, dan hoor je er een aankomen, in de verre verte.

 

Tags: 

Moederdag

 Moederdag nadert. Je hoort als joelende kinderen dan je moeder ontbijt op bed te brengen. Bij mij thuis was dat onmogelijk, omdat het mijn vader zou storen.

 Arnon Grunberg herhaalde in een Volkskrantinterview de oude wijsheid 'Ook negatieve uitingen, zeker van je ouders, moet je accepteren als vormen van liefde.'

 Beetje slordig gezegd. Ik hield van mijn moeder maar dat ze de verkeerde man getrouwd had kon ik haar maar met moeite vergeven. Okee, ze hield van hem. En ze gaf hem in alles z'n zin.

 Ze heeft me veel geleerd. Ook dat ik haar moest steunen in de opdracht die ze zich had gesteld, namelijk mijn vader zoveel als kon 'ergernis te besparen'. Dat viel niet mee, want hij ergerde zich aan veel, vooral aan kindgedrag.

 Ik ging hem zoveel mogelijk uit de weg.

 Wanneer een ouder-kind relatie vooral bestaat uit ergernis van een kant, is het dan wel een relatie?

 Ik ben in m'n jeugd twee keer in de ouderlijke slaapkamer geweest. Het rook er erg onprettig. 

Doe het zelf

 Wat is wonen? Kun je wonen? vraag ik mensen soms. Neem het wonen in eigen hand, was het motto omstreeks 1970. Dat woninginrichting makkelijk tot krankzinnigheid kan leiden laat de uitgebreide expositie van Frank Halmans in de Haagse Galerie Radem­akers zien.

 Halmans is zodanig bezeten van huizen en wonen dat zijn fantasie voordurend met hem - en de toeschouwer - op de loop gaat. Waar ben je veilig?

 Niet in een installatie waar alle pijpen en leidingen de weg kwijt zijn. Of een flatgebouw dat tegelijk een stofzuiger is, een theekopje met vijftien oren of een vogelkooi als gated community.

 Toch ook niet in een vogelhuisje in de vorm van een bunker of in boekenstapels waarin een huis is uitgesneden. Zeker niet als je de titels bekijkt die hij heeft uitgezocht en de regels waarin hij - dwars door de kaften heen - kerft. Halmans is een lezer, dat weet ik, maar wel een heel ongewone. HIj ontwerpt ook leeskamers die hier hangen. En laat je nadenken over je eigen leesomstandigheden, de eisen die je daaraan stelt.

 En zo kom je terecht - in het midden van de expositie - bij het nauwkeurig kloppende bouwsel waar hij jaren aan werkte: 'De slaapkamers waarin ik nog steeds wakker word' (1996). Ik raad wat hij daar las.

 Woongenot?

 Frank Halmans is een doehetzelver die zich met hand en tand verzet tegen het gangbare woongenot, tegen de Ikea-wereld.

 Ik kijk uit het raam. Nog steeds heb ik een achterbuurman die met z'n gezin leeft onder een enkel 100 Watts peertje. Zonder gordijnen. 's Avonds hangt hij lappen voor de ramen. Frank Halmans is overal.

 

 

 

 

 

 

Tags: 

Maddy

 Er was voor de oorlog en er was na de oorlog. Na de oorlog zag je om je heen. Voor de oorlog zat in fotoal­bums die mijn moeder bewaarde en waarin we soms bladerden. Haar 'voordeoorlog' was een woord geworden, dat een wereld omvatte. Een zonnige, zwartwitte wereld waarin mijn vader niet voorkwam.

 Vooral het gezin van mijn grootvader de kapitein die met vrouw en drie kinder­en vaak in Verviers verbleef tijdens verlof. Bij tante Martha en haar Franstalige echtgenoot in een villa op een berg met een park eromheen. Uitstapjes naar Spa en de Cascade de Coo. Ik kende ze alleen uit verhalen. Als tante Martha iets morste zei ze steevast ‘Et pour­tant c'est ta faute' en moes­ten ze allebei vreselijk lachen.

 Verder was er Kijkduin, waar het gezin woonde in een bungalow tussen stuifzand. Het voornaamste van voordeoorlog was een zonnige glans over open auto's, jurken en hoeden. Maar wat ik ook keek, voordeoorlog bleef onbereikbaar ver. De foto's waren bruinig, maar scherp. vaak stond op de achterkant het merkje van een bero­eps­f­otograaf. 

 De mensen gingen piekfijn gekleed. En lachten. Mijn moeder en haar zusje en oom Bob in matrozenpakjes. En dan kwam het, achterin het fotoalbum.

 En wie is dit? 

 'Oh, dat is Maddy.' Zei mijn moeder dan haastig. Er waren merkwaardig veel foto's van Maddy. Ze droeg bij het huwelijk van mijn ouders een sjieke bontjas.

 'Wie is Maddy?

 'Dat is een nichtje.'

 Het album werd vlug dichtgeslagen.

 Veel later hoorde ik dat Maddy, die wat jonger was dan mijn moeder in de oorlog verkeerde dingen had gedaan. Een familielid had haar zien dansen op Scheveningen - waar Nederlanders niet mochten komen - met Duitse officieren. En die bontjas kwam ook niet nergens vandaan. Van haar familie wilde ze niet meer weten.

 Maddy is verdwenen in de oorlog. Ik heb haar nooit gezien en nooit meer over haar gehoord.

 Toch werden haar foto's niet uit de albums verwijderd. Voordeoorlog eindigt met de portretten van Maddy op verder lege pagina's. Alsof niemand naast haar wilde staan.

Tags: 

De tramhalte van Joseph Beuys

 Beuys was als kind al gefascineerd door de historische figuur Anarchasis Cloots, ook uit Kleef, die tijdens de Franse revolutie naar Parijs trok om daar als 'Redenaar van de Menselijheid' toespraken te houden. Wat onder de guillotine eindigde (1794). Cloots, en zijn afgehouwen hoofd keren steeds terug bij Beuys. Dat hoofd maakt ook deel uit van de installatie 'Tramhalte' (1976).

 Als kind reed Beuys vaak vanuit Kleef, waar hij opgroeide, met de tram naar zijn oom in het nabije Bedburg-Hau. Hij moest dan overstappen bij de halte die in de volksmond De Ijzeren man, heette, naar een mysterieus monument dat er stond. Oorspronkelijk was dat een Cupido op een zuil. Kennelijk zo versleten dat hij onherkenbaar was geworden. Alleen de pilaar stond er nog.

 Beuys heeft de zuil gekopieerd. En een kop van Cloots op de plaats van de Cupido bovenop gezet. Met daarnaast een stuk tramrail en wat authentiek spoorwegmateriaal.

 Op foto's zie je hem met een dwarsdoorsnee van een tramrail.

 De tram was allang opgeheven.

 De installatie was te zien op de Biënnale van Venetië in 1976. En nu weer in het Kurhaus in Kleef. De mond in het afgietsel van de kop van Cloots heeft Beuys geopend, zodat hij schreeuwt of huilt.

 Wat heeft de schreeuw om redelijkheid van Cloots te maken met de verdwenen tram? Ze zijn allebei ondergegaan in de geschiedenis. Joseph Beuys doet me vaak denken aan W.G.Sebald, die ook de doden recht wilde doen. Trams rijden door de tijd.

Tags: 

Morgenstern

 Hoe komt het dat gedichtjes die generaties amuseerden met kwinkslagen en kleine levenswijsheden - zoals die van de Christian Morgenstern (1871-1914) - nu niet meer werken? Mijn grootvader, leraar Duits, kocht in 1933 de verzamelde Galgenlieder van Morgenstern, die in hun braafheid de titel weinig eer aan doen. Toen al 40.000 ex. van gedrukt. In de teksten uit het tijdsch­rift Raster die opvolger Terras regelmatig online zet kwam ik ze tegen. Dit is uit de cyclus over de komische figuur Palmström, ver­taald door Ernst van Al­tena. Ik las ze. Maar eentje overleefde: Geluidsisolatie:

 Palmström hult zich graag in veel rumoer

deels als afweer tegen veel lawaai,

deels om zich te hoeden voor het derde oor.

 

Dus hij laat rondom zijn kamer water-

buizen leggen die voortdurend suizen

en verliest zich, zo beschermd, heel vaak in

 

Urenlange monologen, uren-

lange monologen, als de spreker

die in Athene tot de branding brulde,

 

als Demostenes aan 't oceaanstrand.

 

 Nu weet ik waarom dit ene de tijd trotseert. 't Is ernst. Hij was een geluidsneuroticus.

Pagina's