Theeb en de woestijn

 De film Theeb is vernoemd naar de pakweg dertienjarige Bedoeie­nse jongen die we rond 1916 zien opgroeien ergens in wat nu Jordanië is. Zo zie je hoe begon wat het Midden-Oosten heet, met al z'n gruwelen: een wreed maar oogverblindend woestijnsprookje.

 De eerste Wereldoorlog woedt, maar wat je er in de woestijn van merkt is vooral dat Westerlingen binnendringen in het Ottomaanse rijk dat op z'n laatste benen loopt. Een Engelsman met een springlading, bestemd voor een Turkse voorpost legt het loodje.

 Hoe het zal uitpakken weten we. De eerste stoomtrein rijdt al door de woestijn en brengt pelgrims naar Mekka, waardoor gidsen op kamelen overbodig worden. Maar hij vervoert ook Turkse troepen. Nog heersen woestijnstammen in wat door de Fransen en Engelsen na de oorlog verdeeld zal worden in Irak, Syrië, Libanon, Palestina en zo meer. Grove strepen op de kaart van de woestijn waar we nog steeds tegenaan kijken.

 Een Arabier heeft z'n mes en z'n geweer. En Theeb leert van z'n grote broer Hoessein hoe ze te gebruiken.

 Maar steeds is Karl May niet ver weg. Bovenal heeft regisseur Naji Abu Nowar de stilte van de woestijn te pakken. Bergen in de verte, zand voor je voeten, kamelen en nogeens kamelen. Hoor je iets? Dan is het te laat.

Noord-Zuid

 De lijn komt nergens vandaan en gaat nergens naartoe. Behalve van twee kanten naar het centrum. Zoals al de eerste spoorweg en de paardentram. Wat wil een mens anders dan 'naar de stad'.

 Maar werk is daar niet meer, en winkelen doe je via internet. Wat blijft is eten en drinken. Lopend eten, zittend eten. De zich volproppende mens. Wie zag hem aankomen?

 Ik lees 'In het voorbijgaan', over 'zeven eeuwen bouwen langs de Noord-Zuidlijn'. Wat verdween: de auto. Geen snelwegen dwars door de oude stad, geen cityvorming en nieuwbouw zoals Joop den Uyl het had gewild. Wat wel? De stad wordt nu echt te smal. Trottoirs pakken zich vol dikke mensen, backpackers, scooters. Fietsers vervloeken elkaar. Menigten hooligans belegeren de Wallen.

 Maar de stad bleef het lot van Brussel bespaard. Waar de ondergrondse spoorverbinding generaties lang als excuus diende voor sloop en stratenlange, DDR-achtige bouwblokken. Een groot deel van de Brusselse binnenstad is dood, voorgoed.

 Zoals architect A.Boeken schreef: 'Amsterdam kon best leven met tegengestelde elementen uit verschillende eeuwen, zolang de massa van de bebouwing, de hoogte en de breedte niet uit de hand liepen en er tegelijk op de detaillering van de gebouwen werd gelet.'

 Waar Amsterdam even niet oplette was de Vijzelstraat. Met de ABN, een bouwblok lang, allang geen bank meer en onbruikbaar en De Bazels - eerst vierkant en nog veel groter gedachte - Nederlandse Handelmaatschappij, een blok verder. Nu in arren moede maar stadsarchief. De Vijzelstraat is op z'n Brussels halfdood. En het Rokin?

 Wees gerust, de Noord-Zuidlijn zal eters aanvoeren in ongeëvenaarde menigte. Alleen zal op den duur wel een ander ondergronds netwerk fors moeten worden uitgebreid: het riool. Hun stront moet ook nog ergens heen.

De brug over het IJ

 Vreemd, nu de Noord-Zuidlijn bijna onder het IJ door rijdt komen plannen voor bruggen uit de kast. Gloednieuwe, zoals de 'Sprong over het IJ' maar ook heel oude zoals het prachtige van Jan Galman uit 1857. Een brug als de Florentijnse Ponte Vecchio, een bewoonde brug­straat met huizen en winkels aan weerszijden.

 Op een foto is hij pakweg zestig en heeft haar tot op de schouders, wat rond 1870 ongebruikelijk was. Galman is dertig jaar bezig geweest met zijn plannen voor een brug over het IJ. Zeer vasthoudend en eigengereid, zoals blijkt uit zijn de briefwisseling met het gemeentebestuur.

 Lastig lijkt me dat alle karren de brug over moesten worden getrokken door paarden. Terwijl een flinke overspanningshoogte nodig was om er grote schepen door te kunnen laten. Nog een flinke helling dus voor de paarden.

 Het Centraal Station was er nog niet, dat scheelde. En dat de brug uitkwam op het Damrak en recht op de Dam af liep, net als nu ondergronds de Noord-Zuidlijn. Het hele verhaal is terug te vinden in het boek Ín het voorbijgaan' van Gabri van Tussenbroek over 'Zeven eeuwen bouwen langs de Noord/Zuidlijn'.

 Jan Galman begon als timmermansknecht en werd aannemer van oa. 200 werken voor de genie, waterstaat en de spoorwegen. Hij was ook mede-oprichter van de eerste ‘Teken- en Ambachtsschool’. 

Landmeter

 Bij mij om de hoek nadert de Noord-Zuidlijn zijn voltooiing. Jarenlang zag ik landmeters door mijn straat lopen met hun kijkers op driepo­ten. De enige landmeter die ik kende was K. uit Het slot van Kafka, maar die verricht in heel het boek geen enkele meting. En nooit vond ik een uitleg van deze beroepskeuze.

 De landmeters in mijn straat lieten onbegrijpelijke tekens en getallen achter op gevels, ook de mijne. Dat vervulde me met angst. Uit mijn vorige huis was ik namelijk verdreven door twee functionarissen van de dienst Bouw en Woningtoezicht, die in Amsterdam beschikt over leven en dood. Ze werkten, zo bleek, in opdracht van een projectontwikkelaar die zijn oog had laten vallen op de 'toplocatie' aan het Vondelpark waar ik een 19de‑eeuws huisje bewoonde.

 Ze stonden bij mij in de kamer. De een liet een knikker over de vloer rollen die duidelijk naar de linker zijmuur wilde. 'Hij staat scheef.' Zei hij tevreden.

 De ander liet een peillood aan een touwtje uit het raam zakken en keek het na. 'Hij buikt,' zei hij.

 Na maanden procederen tot aan de Raad van State moest ik weg. Rondom mij werd gekraakt. Links van me was een Duitse drumster ingetrokken.

 Huizen en al wat er mee te maken heeft hebben me veel angst aangejaagd. Ze zijn sterker dan ik.

 Zoals Nescio zei (waar?): 'Wat willen de mensen? Mooie oude huizen afbreken en er lelijke nieuwe voor in de plaats zetten.'

 Maar ik ben nu even gerust. De Noord-Zuidlijn ligt er. En is bijna klaar om volgens plan nog meer klanten naar de Albert Cuyp en de binnenstad vervoeren. 

Tags: 

Hoe Alice Munro woonde

 Alice Munro ging naar high school van 1944-1949. De arme tijd op het Canadese platteland. In de biografie van Robert Thacker staat waar ze van leefden, ze hadden kippen en een koe en verbouw­den hun eigen groente. Ook hoe ze het huis warm hielden: 'We verwarmden het huis met zaagsel, wat de goedkoopste brandstof was die je kon kopen. Een vreselijke geur.'

 'Ik had nooit een jurk uit de winkel, of kleren, maar zo gingen veel kinderen naar high school.' Haar moeder maakte alles zelf, waar ze niet erg goed in was, zoals het rode feestjurkje waar ze een pijnlijk verhaal over schreef.

 Als ze eenmaal getrouwd is woont ze met haar thuis werkende man en twee kinderen. Dat gaat zo: 'Een huis is geschikt voor een man om in te werken. Hij brengt zijn werk mee naar huis, daar wordt plaats voor ingeruimd. Het huis schikt zich naar hem, zo goed het kan. Iedereen erkent dat zijn werk bestaat. Er wordt niet van hem verwacht dat hij de telefoon aanneemt, dingen zoekt die kwijt zijn, uitvist waarom kinderen huilen of de kat voert. Hij kan zijn deur dicht doen. Stel je voor (zei ik) dat een moeder haar deur achter zich dichttrok terwijl de kinderen wisten dat ze er achter zat; waarom? de gedachte alleen al is ongehoord voor ze.'

 En ze besluit: 'Een vrouw maakt geen gebruik van een huis, ze is het huis. De twee kunnen niet gescheiden worden.'

Tags: 

Papier

 In het Apeldoornse Coda 'Paper Art' bezocht. Waarboven de vraag hangt ‘waarom papier’? Papier is extreem aanraakbaar. Mijn favoriete aanraking is die met de vingertoppen langs de rand van boekpagina's gaan, het boek net een beetje opgeslagen, en dan de bladzijden laten terugslippen.

 Ik zag dat terug in de letterlijk fantastische beweegbare beelden van de Chinees Li Hongbo, die ook op film laat zien hoe hij zijn 'Buste van Spinoza' maakt. De buste ziet er in ruste heel gewoon uit, maar bestaat uit duizenden papieren lagen en is uitrekbaar als een accordeon. Zodat Spinoza's voorhoofd of nek opeens langer wordt of draait en de hele buste verandert in een vreemd mensdier. Er zijn vele Spinoza's. Het mooie is dat de schrijver in deze vorm bestaat uit duizenden bewegende pagina's.

 Met geen ander materiaal is dit maakbaar, dit kan alleen in papier. Papier is vertellend materiaal. De Amerikaanse Erin Turner fabriceerde een tornado met een lange staart, vederlicht. Die kan zo de lucht in.

 De gruwelijke precisie is er ook, zoals de papieren roosvensters en andere kathedralische bouwsels van Eric Standley maar ik val ik eerder op het simplisme van de Duitser David Bielander, die uit drie nietjes en een strook golfkarton een polshorloge maakt. Papier stelt eisen. Het materiaal moet meepraten, licht en vaak komisch. Dat merk je aan het klapstuk, het krankzinnige dressoir van Phillip Valdez, die een heel papieren huishouden aan elkaar plakte.

 Daar moet je echt met je neus bovenop gaan staan.

 Er werd veel voorspeld over wat de computer zou aanrichten. Het papier zou verdwijnen. Maar de papierloze wereld kwam niet. 

Tags: 

Lelijk

 Omdat mijn 'innere Emigration' zich steeds meer op België richt lees ik digitaal De Standaard. Waarin 'Lelijk België' een zomerhit is. Iedereen mag foto's instu­ren van de Lelijkste Plek van België. En verdorie bij wat daar vertoond wordt zit juist veel dat me jaloers maakt.

 Waarachtig, de 'Vergeten straat' van Louis Paul Boon, ergens in de Borinage. Net dat omhels ik, fotografeer ik, als ik er kom, vluchtend uit het al sinds de grachtengordel doodgeplande, aangeharkte Nederland. De ongerijmdheden, die samen het surrealisme, de anarchie scheppen die België heet.

 En als dan een keurige krant als De Standaard juist dat aanklaagt denk ik aan mijn buurvrouw die haar stoep stofzuigt. Of aan tante Bep. Die voor het eerst van haar leven in een bos was en het wel aardig vond, maar wel wat slordig. Slordig? Ja al die dennenappels die daar maar rondslingerden. Haar handen hadden gejeukt.

 Slordig België. Het ware paradijs. Je leeft erin, maar je weet het niet.

 Ik werk al jaren aan mijn Mooi België album. En daarin staan Seraing, en zeker ook het in de Standaard aangeklaagde marktplein van Zelzate.

 Het mooist is het in beton gegoten verkeersplein, midden in een verlaten woestenij ver benoorden Brugge in de polder. Een kunstwerk waar jonge motorcrossers omheen cirkelen. Nooit gebruikt, op geen enkele weg aangesloten ligt het daar. De plannen waren veranderd. Wie weet waar dit is, ik had geen fototoestel bij?

 Ik dank De Standaard al vast voor het stationnetje van Vilvoorde. Daar moet ik zeker heen.

Tags: 

Weer

 Het boek Getemde hemel van Miek Zwamborn, over haar verbl­ijf in het Haags Gemeentemuseum en daar te krijgen, bevat veel weer. Vanwaar? De zee is nabij. Onuitputtelijk het weer.  

 In zijn Escape from freedom legt Erich Fromm uit hoe mensen het zich toe-eigenen. Hij beschrijft – dit uit m’n hoofd - een havenstadje waar hij vakantie hield en proeven deed. Hij vroeg bewoners, vissers, wat het morgen voor weer zou zijn. Hun antwoorden hadden een grote schijn van deskundigheid. Ze keken naar de lucht, snoven en zeiden 'ik denk dat die wind naar het Oosten gaat ruimen en dat we morgen regen krijgen.' Hoe of ze dat wisten? Je kon het ruiken. Ze zagen het ook aan het gedrag van de vogels.

 Later hoorde Fromm op de radio dat het lokale KNMI regen voorspe­lde. Vrij waarschijnlijk hadden de vissers dat ook gehoord, maar ze gaven de voorkeur aan de schijn van eigen deskundigheid. Zo komen de meningen in de wereld, zegt Fromm.

 Het weer is overal, ook in ons. Weer is poëzie, Miek Zwamborn schreef: Magnetisch veld.

 

De windvaan draait

nu ik bedenk hoe adem geknipt

uit de diepste keel de lucht ruim

 

geraakt van de raaf en de hik

stokt midden in een zin

 

o abrupt gestaakte snik

is er iemand die met geopende

ogen de nies trotseert?

 

de snurk en kuch dempt

aan het lichaam ontsnapt blozen

 

verwaarloos het moment waarop

een toegedekt oor

verstilt op ijzerdraad.

Tags: 

Moord onder de kaasstolp

 Ik zag Irrational Man, Woody Allens nieuwste, onontkoombaar erns­tige film. Met als inzet een 'filosofische moord' die je terug­b­rengt naar de Rote Armee Fraction en al wat daarop volgde en voorafging aan 'doden voor het goede doel'. Zelfs Raskolnikov komt nog voorbij.

 Eerst maak je kennis met een nieuwe filosofiedocent, een alcoholische depressivo voor wie vrouwen vallen. We zijn op een Amerikaanse campus aan de Oostkust. Zo'n plaats waar ze in de Angelsaksische landen oud cultuur­goed in ere houden.

 Alle gezichten in de film spelen hun rol, maar ze zeiden me merkwaardig weinig. Even droomde ik weg naar Michael Caine in Educating Rita.

 Kant, Hus­serl, H­eideg­ger, het kan niet op, en gedichten schrijft de professor ook. Maar tenslotte landt de film bij Jean-Paul Sartre, die vond dat je in het leven keuzes moet maken. Dan pas ben je iemand. Zelf bracht hij het als communist nooit in de praktijk, maar toch. De professor wel. Die besluit zich uit zijn impasse te bevrij­den door de perfecte moord op een rech­ter - denk aan de slachtoffers van de RAF - over wie hij toeval­lig hoort dat ie een vreselijk vonnis zou gaan uitspreken. En die nog meer op z'n geweten schijnt te hebben.

 Het lukt. En het werkt, de academicus houdt op met drinken, herwint zijn potentie, zijn humeur gaat er met sprongen op vooruit. Geen sprake van spijt, o nee. In deze onwezenlijke academische wereld kan veel, bijna alles. Zodat zelfs de dader met zijn moord lijkt weg te komen, zoals in Crimes and misdemeanors. Maar nee, dat net niet.  

Tags: 

Het lichten van de zee en de hysterie

 Heel Den Haag gonsde ervan. Het moet omstreeks 1958 geweest zijn. Een hittegolf die 's avonds in zee zwemmen al tot een unieke belevenis maakte. En toen was het er. Het lichten van de zee. Als je na donker in zee ging zwom je temidden van vuurwerk. Ik sloeg met vlakke handen op het water en het vuurwerk spatte me om de oren.  Of ik in een zwerm vuurvliegjes zwom.

 Die er familie van blijken te zijn. Er bestaat zelfs ook zeevonk - want zo heet het verschijnsel ‑ die aan en uit knippert als de vuurvliegjes.

 Maar wat nu gebeurde zegt iets gruwelijks over deze tijd. Wat in 1958 nog een natuurwonder was is in 2015 een ramp. Gevaar! Een golf van hysterie sloeg over de kust. Niemand meer de zee in!

 'Wel vies die alg, maar niet gevaarlijk', was dan ook de kop in NRC‑Handelsblad. Terwijl toch al vlug bleek dat het om de zelfde zeevonk ging, die de laatste jaren, nu het wat warmer wordt aan onze kust al vele malen werd waargenomen. En die ook weleens een bruine drabbige vorm aanneemt. Niet erg.

 Ongevaarlijke eencelligen dus, hoe hard ook werd gezocht werd naar gevaar. Maar de deskundigen waren met vakantie.

 Het lichten van de zee, laat je dat wonder niet ontnemen. Ga vanavond nog in zee. En bid dat hij zal lichten, maar ja het weer sloeg alweer om. En het land wordt geregeerd door stagiaires.

Pagina's