Goede smaak

 'Eigenbouwer', de naam zegt het. 'Tijdschrift voor de goede smaak.' Wie de beschikking heeft over een kavel kan bouwen naar eigen idee. In het vierde nummer trof ik het verbazende levensverhaal van Lotte Beese uit Breslau. Een van de eerste vrouwelijke studenten aan het Bauhaus in Dessau, in 1926.

 Waar ze een relatie kreeg met directeur Hannes Meyer, een liefde waarin ze volhardde ook toen hij haar liet zitten met een kind en naar Moskou vertrok. Niet vreemd, in die jaren hadden vrij veel Bauhaus-studenten relaties met docenten, net als nu aan de Amsterdamse Theaterschool.

 Toen Meyer in 1930 als directeur werd ontslagen wegens communistische ideeën en zonder haar vertrok om de socialistische staat te gaan helpen opbouwen reisde ze hem na - ze was net zo links als hij - maar strandde in Charkov.

 Hanneke Oosterhof beschrijft haar als tegendraads, onverzettelijk in liefde en werk, in vrijwel alles. Ze citeert hun mooie liefdesbrieven, waar Meyer de beer is en zij de kangoeroe of het gordeldier.

 Allebei politiek blind voor de Stalinistisch gruwelen werden ze in 1934 Rusland uit gezet. Beese ging intussen met Mart Stam, zodat Nederland de bestemming werd.

 Na de oorlog werd ze hoofdarchitect bij de bouw van het omstreden naoorlogse nieuwe Rotterdam. Ze praatte een Duits-Nederlands mengelmoes dat ze op de dienst 'Lottisch' noemden. Kortom een Eigenbouwster, die Lotte Beese.

 Het solide tijdschrift Eigenbouwer is te koop bij de betere boekhandel. Of voor 12.50 te bestellen bij redacteur Hans Oldewarris op oldewarris@box.nl

De dagelijkse strijd van Willem van Genk

 Naar Willem van Genk keer ik altijd terug. Voor mij geen eind aan Willem van Genk. Wat delen we? Steeds weer probeer ik er mijn vingers op te leggen. Een openbaar geheim, in tekeningen en plattegronden of beter de combinatie van de twee. Het platte vlak waaruit voortdurend de machtige wereld van trams, stations, treinen en pleinen oprijst.

 De wereld zoals een jongetje van zes hem waarneemt. Vraag hem wat hij later wil worden en hij zegt 'trambestuurder'.

 En nog, als ik achter een reusachtige Surinaamse wagenvoerster in smetteloos uniform meerijd in lijn 24 word ik op de Munt bevangen door ontzag voor het gemak waarmee ze deze machtige, tonnen zware metalen wagen met een honderdvijftig passagiers door Amsterdam loodst, en passant buitenlanders kaartjes verkopend.

 Wat er werkelijk toe doet is onzegbaar. En gaat terug naar de vroegste jeugd, waarin het jongetje Wim van Genk de almachtige wereld ademloos gadeslaat. En probeert er greep op te krijgen, zich te wapenen. Met beschermende regen­jassen. Met tekeningen. Met nagebouwde bussen.

 Voor hem als minderwaardige, als officieel geestelijk gestoorde, als gek, was het levenslang er op of er onder. En dit waren zijn mid­delen tegen het bombar­dement van de wereld. Precis­ie, kennis van zaken. If you can't beat them, join 'em. Omdat alles op het spel staat. Redt hij het?

 Dat is wat me steeds naar zijn werk terugbrengt. Eerder dit jaar in Den Haag, nu weer - met ander werk - in het Haarlemse Dolhuys.

 ps. In de Nederlandse musea heerst deze zomer de stilte van het graf. Eindeloze verlengingen. Prachtige nieuwe gebouwen overal, dat wel, luxe eten en drinken maar het budget voor kunst is kennelijk op. 

Tags: 

Lost and won in translation

 Wie mailt met verre landen kent Bing. Bing vertaalt de wereld. Zorgt ervoor dat de teksten van Koreaanse vriendin Yuri An in haar vreemde schrift voor mij leesbaar worden. Bing, ofwel de Babylonische spraak­verwarring als poëtische werel­deenheid. De tekst die Yuri An op haar facebook zette in de verta­ling van Bing. Er staat bij dat hij komt uit: 'De imaginaire spanking', 2015, p.33:

 "Hij is niet eten in hun stad,

maar op een gegeven moment ik herinner alle omnivoor

met mijn in de alley en tieners.

Hij belde me voor de mens met vlees de geest terug.

Dus het is een beetje triest fluitje klap en lopen weer.

 

 Ik was niet iets dat een beetje speciaal was als ze waren,

de evenaar en de fluit met de melodie...

Ver weg, dus we elke gewaardeerd.

Dus beter niet miss nacht wolken Higgins bijgevuld

bijgevuld de sterren keek een lange tijd

wensen was ik lopen weer.

 

 Niet alleen een jaar terug naar huis nog steeds

en ik wou dat veel tijd in de bus terminal

in pacing boven me moeten besteden.

U kunt op elk gewenst moment via het pakket zoals die verlaat,

neem plaats overal,

ik denk dat leven verscheen de plaats van bestemming.

 

 Laat in de nacht, zult geretourneerde huis

in een kwestie van dagen op de voordeur

van dit boek zien kleine hobbels worden geplaatst.

Terwijl dichters als je terug naar die manier

van loopt zingen geven klopte.'

 

Ik vroeg Yuri An om opheldering. Ze mailt vanmorgen in haar Engels dat het gaat om een citaat van een van haar favoriete dichteressen waar ze haar eigen gedachten aan toevoegde. Ze is al een jaar uit Amsterdam terug in Korea maar dwaalt nog steeds vaak met haar tas bij het busstation. ‘Als iemand die elk moment kan vertrekken.’.

Tags: 

Ooms

 In mijn aanstaande bundel Haagse verhalen - met Haagse tekeningen van Marcel van Eeden ‑ komen oom Jan en oom Henk niet voor. Zij waren van oudsher de twee vrienden van mijn vader, van school en uit de militaire dienst. Bij oom Jan en zijn gezin moest gegeten worden, op de Prins Mauritsla­an. Zes kinderen en vier volwassenen. Met als toetje Haagse bluf, want dat kon tante Hélène, een erg Haagse mevrouw, zo goed.

 Haar oudste dochter was dan mijn 'tafeldame'. Tante leerde me hoe ik haar tafelheer moest zijn.

 Later had oom Jan haar verlaten, hoorde ik, woonde alleen op een kamer in de binnenstad en dronk. Mijn vader was nog een keer langs geweest daar. Oom Jan was toen geen jurist meer op Algemene Zaken. 'De fles jenever stond onder z'n stoel, of hij hem wilde verbergen.'

 Oom Henk was kandidaat notaris, ongetrouwd en altijd opgewekt. Tot hij mijn moeder opbiechtte dat hij homoseksueel was en werd afgeperst door 'een jongetje'. Dat kon niet voor een kandidaat-notaris. Hij had het mijn vader nooit durven vertellen, want die had een hekel aan homoseksuelen en deed ze kwasi‑komisch na. Niet lang daarna zijn beide ooms gestorven.

 Ze staan op de huwelijksfoto's van mijn ouders. 

 De ooms blijven verder ongeschreven. Ik weet te weinig. 

Nanny

 De nanny of huishoudster is een filmonderwerp, vooral sinds de gruwelberichten over wat Filippijnsen overkomt in de Arabische landen en verderop. Ik las er voor het eerst over in de Braziliaanse brieven van August Willemsen. Die er in Sao Paulo op werd aangekeken dat hij niet zo'n mevrouw nam.

 Als welgesteld Braziliaans gezin heb je zo iemand uit een lagere sociale klasse in dienst, die een combinatie is van werkster, plaatsvervangend moeder voor de kinderen, butler en zo door. Zonder arbeidscontract, dus afhankelijk van de gunsten van de familie. Die goed kunnen uitpakken of minder.

 Gisteren zag ik in het World Cinema Festival de première van de Braziliaanse film Que hora elas volta? van Anna Muylaert, die er ook was. Daarin overheerst tevredenheid. Een laaggeschoolde vro­uw krijgt een baan, de rijken worden bediend. Meneer slaapt uit, zoonlief zakt voor z'n examen, de vrouw des huizes wordt verwend en de huishoudster vangt alles op.

 Net de dubbelhartigheid waar August Willemsen niet aan wilde. Zo'n vrouw is 'lid van de familie' en 'beste vriendin' tot er iets misloopt, meneer verliefd op haar wordt of wat ook.

 Zolang iedereen zijn pla­ats kent, niks aan de hand. Tot de dochter van de nanny bij haar intrekt en haar sociale plaats in het rijke gezin niet kan of wil begrij­pen. Dan dreigt een clash. Haar moeder heeft verzwegen hoe totaal afhankelijk ze is van de rijken.

 En dan? De nanny neemt opeens haar ontslag. Om een eigen leven te beginnen, volgens een vreemde draai in het scenario. Waar ze van zal leven wordt niet vermeld. Einde film.

 Anna Muylaert vertelde achteraf opgevoed te zijn door een nanny, en dat ze er nu zelf ook een had, die, zei ze, 'haar vriendin' was. Ze was kennelijk 'einverstanden'. 

Boek

 Afgedankte bibliotheekboeken als wegwerpkunst. Om stapels van te bouwen en met viltstift te bewerken. Komisch bedoelde teksten. Dat zag ik aan de rand van Paper Art in Coda, Apeldoorn.

 Grote stapels afdankers van de belendende bibliotheek. Ik weet, musea moeten altijd iets 'leuk voor de kinderen'. En wat willen die liever dan verwoesten. Dat weet ik, want ik ben er zelf een geweest. Net zo lang wrikken aan een tak tot ie breekt.

 Maar dit? Vlak naast het kostbaar filigrein? Nergens een uitleg gevonden. Terwijl er ook workshops voor kinderen zijn in Coda.

 Wat ze ook kletsen, het boek is het ultieme papierkunstwerk, en nooit overtroffen. In uiterlijk en vorm, in bruikbaarheid, in hanteerbaarheid en geur. Eeuwen van boekbinderskunst, druktechniek en decoratieve vondsten. Meesterwerkjes.

 Van gebruikskunst. En daar liggen ze dan, opengerukt, verwoest, beklad. Ideetje. 

Straatnamen, de straat

 Deze week stierf mijn buurman, de etser. Al eerder was hij ziek. Vorig jaar zweefde hij aan mijn raam voorbij op een bran­card, tussen hemel en aarde getakeld door een hoogwerker. Met open ogen daalde hij af naar een ambulance. Later was hij weer thuis en werd de trap op en af geholpen.

 Wat deelden we? Een straatnaam vooral. Onze straat is genoemd naar een schilder van vrolijke herbergtaferelen in de Gouden Eeuw. Zijn werk had daarmee niets te maken. Wat ik schrijf ook niet. Toch waren wij beiden gebonden aan die naam.

 De macht van de straatnaam. Zo'n straatnaam overleeft je. Je kunt erom verhuizen. Dat hoefden wij niet. We groetten elkaar op de stoep. Hij met zijn stok, ik later, toen ik een hernia had met de mijne. Daar wisselden we wat woorden over. In de zon. Een straatnaam, een stok. De zijne van hout en mooier.

 Ik weet hoe zwaar bewoners tillen aan straatnamen. Het was Marcel Proust, die een deeltje uit zijn werk de titel Plaatsnamen, de naam gaf. Daar staat het.

 En nu heb ik net een boekje voltooid met Haagse verhalen, waar veel straatnamen in staan. En ik realiseer me hoezeer die eigen levens leiden. Zo zelfs dat ze hun eigenlijke betekenis in het dagelijks gebr­uik verliezen, of, voor een kind, nooit krijgen.

 De Haagse straatnaam Sportlaan verging het bij mij zo. In mijn geheugen gebeeldhouwd als een monument waarlangs mijn moeder voor de oorlog vanuit Kijkduin fietste naar de kerk. En ik zelf later naar de brug over het Verversingskanaal.

 Niet lang geleden drong eindelijk tot me door dat die vertrouwde dubbelklank - Haagse nadruk op de tweede lettergreep - zijn oorsprong moest hebben gehad in sport, het verdwenen stadion Houtrust.

Tags: 

Het wad

 De 'drempelervaring' heet het. In landschappen of verhalen. Al vlug ben je dan bij onthechting door angst, drank of wat ook, waarna het onvermoede binnenkomt en een verhaal begint.

 Het wad, zoals te zien op de tentoonstelling Wind, water, wad' toont drempelervaringen bij de vleet. Dat is kennelijk wat mensen er zoeken.

 In de literatuur is het wad schaars. Wonderlijk toevallig begon ik net te lezen in de roman Vogelweide van Uwe Timm, een favoriet, die me meteen met zijn eenzame hoofdfiguur Eschenbach meeneemt naar een Duits waddenelandje waar hij als vogelwachter dient. Heel alleen. Eens in de maand, bij eb komt en boer met paard en wagen hem bij laag water bevoorraden. Een gsm heeft hij wel:

 'Het eiland verplaatste zich langzaam naar het Oosten, Drie, vier meter per jaar, al naar de kracht van de winterstormen en de stormvloeden. Hier, waar hij nu stond, was veertig jaar geleden alleen water en wad.'

 En dan wat hij langs de waterlijn aantreft, dat hoort ook bij zijn onderzoek: 'een blikje spray, een glazen buisje met tabletten, een blauwe sportschoen merk Adidas, een blik blauwe bootlak - hij mat de restinhoud, 0,5 liter - en een bakje chocolademousse.'

 Dan wordt hij gebeld, wat bijna nooit gebeurt. Het is zijn ex, die hem zes jaar terug zei dat ze hem nooit meer wilde zien. Ze kondigt haar komst aan. Dat krijg je, op het wad. 

Zeee

 'Zeee.' Johnny van Doorn schreef het woord met drie e's in de tekst van zijn verhaal Gevangenisdirecteur aan zee en zo sprak hij het ook uit toen hij het voordr­oeg op de radio. Vanmiddag in Belvedère in Oranjewoud zag ik zoveel schilders, zoveel zeeën. Van tastbaar aan de vloedlijn tot onpeilbaar, onafzienbaar in de overgang tussen land, water en lucht in de schemering.

 Als kind kende ik in Den Haag een vrouw die eens terloops zei dat ze nog nooit de zee gezien had.

 'Waarom niet?'

 'Ik had er niets te zoeken,' zei ze.

 Tot vandaag heeft die zin me niet verlaten. Eeuwenlang werd de zee als niet dan een vuilstort gebruikt, waar hooguit vissers wat ophaalden, terwijl Kniertje op het duin haar handen wrong. De vis werd duur betaald. Sinds Odysseus was de zee angstaanjagend. Vol zeemonsters, en sirenen die zeelui naar de bodem zongen.

 Tot in de 19de eeuw romantiek toesloeg. Het geneeskrachtige zeebad ontdekt werd en het gezondheidstoerisme. Zeezout.

 Wat zoeken schilders aan zee? Dat zie je in Museum Belvedère in Oranjewoud op de tentoonstelling 'Wind, water, wad’.

 Het heeft alle kenmerken van een eredienst. De onderdompeling, de zelfdoop in het zeewater.

 Of in de kunst, de spiegel. Het staren naar het raadsel. Waar bezonken kalmte elk moment kan verkeren in een tsunami. 

Bit sticky

 Lange tijd was ik verslaafd aan het Engelse weerbericht. Engel­sen zijn verknocht aan hun weer. Ze hebben er ook zo veel van. In Wales kan het stormen terwijl in de Midlands een hittegolf neerstrijkt.

 Zoveel dat het zelfs de BBC-weerlieden soms moeite kostte binnen hun tijd te blijven. Vooral de legendarische Ian McCas­kill, die duidelijk astmatisch was had er moeite mee zijn overvolle zinnen te voltooien. En moest dan even ademhalen. Zodat hij voor de komma eindigde met iets als 'cloudy and humid with outbreaks of rain'..­.', waarna hij lucht schepte en kon besluiten met '...in plac­es'.

 Dat had z'n komische kanten als veel in Engeland. Zeker met de vele vormen van neerslag die ze daar kennen. Ik bezit een regenjasje dat 'Scottish Drizzler' heet. En er bestaat zelfs een door een koor gezongen versie van het weer beri­cht. The Weather Forecast, door de Master Singers, die van het weerbericht een Anglicaans gezang maakten. Eens vrij populair op de BBC. En nu op Youtube.

 Maar nu waar dit mee begon. Bernhard Christiansen, chef van de Vorlesebuhne droeg me op te schrijven voor het thema 'Sorry maar u plakt'. Voor de voorsteling van 19 september in de Utrechtse molen.

 Vanmorgen werd ik bezweet wakker. En de eerste woorden die me te binnen schoten waren die van Michael Fish: 'sticky night'. Ze vinden het al vlug zweterig daar, of op z'n eigentijds Hollands 'klef'. Marjon de Hond trok bij haar 'plaknachten' een vies gezicht.

 In Utrecht zal ik uitwijden over Nederlandse varianten, als het geven van een 'plakhandje'.

 Engelse weertaal: 'Cloudy and humid with outbreaks of rain, occasionally heavy and perhaps still thundery for a time at first, especially over the Pennines. The rain becoming lighter and more intermittent through the afternoon and evening, as fresher northwesterly winds develop.  

Pagina's