Vlucht

 Refugiado, ofwel vluchten, hoe doe je dat en waarom? Een moeder met haar zoontje van zeven is op de vlucht voor een gewelddadige vader. Maar, wil ze eigenlijk wel vluchten?

 Of wil ze terug? Terug naar wat thuis was? Moeder aarzelt, zoontje aarzelt. We zijn in de betonwoestijn van Buenos Aires, de achterkant van de wereld. De twee vluchtelingen blijven rennen, zich verstoppen, om hoeken kijken. Komt ie er aan?

 Hebben ze kleren? Geld? Vluchten is ook een vak. Een vlucht moet doordacht, gepland worden. Dit is een impulsvlucht.

 De film van Diego Lerman geeft hopeloze beelden van een Blijfhuis, van de sweatshop waar moeder Laura werkt. Blijven vluchten of het opgeven?

 De vader, dat is heel werkzaam, krijg je heel de film niet te zien. Een been in spijkerbroek op een galerijflat, meer niet. Ze ontsnappen hem op een haar. Wel belt hij steeds 'of ze hem wil vergeven'. Het rinkelen van haar mobieltje werkt als een dreiging. Hij krijgt zelfs z'n zoontje aan de lijn en is poeslief. Terwijl hij bij het aftuigen van z'n vrouw bleef herhalen dat het kind niet van hem was.

 Sleutel tot het verhaal blijkt het jongetje Mati. Als hij het geaarzel van zijn moeder niet meer aan kan zien hakt hij de knop door. Hij doet wat je als kijker steeds maar hoopt. Ik verklap niet wat.

 Kijk, al ben je pas zeven jaar oud, zoiets kan je dan.

Caglar Köseoglu

 De debuutbundel '34' van Caglar Köseoglu gaat over identiteit. Niet alleen de zijne, ook die van zijn land van herkomst Turkije, waarvan de stichter Mustafa als een gemankeerde vader door de bundel waart: 'Ik zet Mustafa herhaaldelijk in om postnationale vormen van gemeenschap te verkennen'.

 Caglar studeerde in Amster­dam. Hij onderzocht de civiel-militaire relaties in Turkije.

 Hij debuteerde in het internettijdschrift Samplekanon met zijn 'shellshock poëzie over het Koerdisch grensgebied, waarin werkelijkheden naast elkaar staan'.

 Koerd of Turk? Of allebei? En dat gezien vanuit Neder­land. Geschreven in het Nederlands.

 'De titel 34,' zegt zijn toelichting, 'verwijst naar het aantal civiele doden als gevolg van een luchtaanval van het Turkse leger op 28 december 2011. De 34 Koerdische jongens en jonge mannen uit het zuid-oos­telij­ke Uludere waren ongewapend en keerden op dat moment terug van grenshandel met familieleden in Noord-Irak. Ze werden gebombar­deerd door twee F-16's.'

 Een stukje gefragmenteerde poëzie:

 Jammer genoeg heb ik Mustafa's gezicht niet mogen aanschouwen./ Het aanleggen van een telegrafienetwerk bleek van groot belang./ De vage ruimte tussen lezen en schrijven./ En op die manier vertrokken zij naar Beirut, kindertjes./ Het schrijven van geschiedenis is even belangrijk als het maken van geschiedenis./ Liefste, soms voel ik me wanhopig wanneer ik aan je denk./ De afschaffing van eenheid in ruimte en tijd./ Momenteel wordt het aantal massagraven in Bitlis geraamd op 36./ Wat zijn de ingrediënten van een goed verhaal?/ Wolken trekken over de vallei. 

 ps. Mustafa Kemal is hier beter bekend als Ataturk.

Heks

 Vanmiddag 'De heksen van Bruegel' gezien in het Utrechtse Catharijneconvent. Waarom hij? Pieter Bruegel (ca. 1530-1569) was, leer je, degeen die het signalement voor altijd vastlegde. Zo en niet anders zag een heks eruit.

 Ze vlogen met wapperende haren op bezemstelen, kwamen en gingen door schoorstenen, roerden in grote potten verdachte soep en bezochten de heksensabbat.

 Tot zover Eucalypta en Harry Potter. In Bruegels tijd en later werd werkelijk gedacht dat sommige vrouwen een pact met de duivel sloten. Er was een grote behoefte aan schuldigen, zondebokken.

 Iets is altijd iemands schuld. Bij mislukte oogsten, natuurrampen als de koudegolf van de Kleine Ijstijd, schipbreuken en dierenziekten moesten er schuldigen gevonden worden om te straffen. Het antwoord 'hekserij' werd uitgewerkt in het handboek Heksenhamer van de dominicaanse inquisiteur Heinrich Kramer (rond 1500) waarin voor het eerst de verdenking schuift naar louter vrouwen. Vrouwen die de duivel aanbaden. Ze moesten na uitzinnige, maar zeer formele heksenprocessen worden verbrand.

 Waarom vrouwen? Met die vraag loop je Utrecht in. Ik denk, vrouwenangst is er bijna altijd, bij mannen. Kijk en vraag om je heen. Vrouwen hebben macht over mannen, het begon met Eva, de slang en de appel. Wat doe je eraan? Hou ze klein, maak ze onzichtbaar, doe met ze wat je wilt. In het Midden-Oosten nog steeds de gangbare praktijk.

 De schilders die je in Utrecht ziet - Teniers, Saftleven, de Gheyn, Francken - deden dus nuttig werk. Ze verzorgden een 'opsporing verzocht' en verdienden met hun vaak erotische griezelprenten ook nog eens goed.

 De gruwelen achter hun schilderijen worden netjes toegelicht.

Ik en Kaminski

 Deze week ging in Duitsland de speelfilm 'Ich und Kaminski' in première, naar de roman van Daniel - Het meten van de wereld - Kehlmann. Geregisseerd door Wolfgang Becker, bekend van 'Goodbye Lenin!'. Wanneer en of die film hier komt is onbekend.

 Een ideaal verhaal. Ook de goede titel. De stokoude Kaminski is een wereldberoemd schilder, was bevriend met Matisse, maar nu bijna blind en dement, zij het met heldere momenten. Ik-figuur is de jonge kunstluis Sebastian Zöllner die per se zijn biografie wil schrijven en daarmee scoren.

 De biograaf en zijn slachtoffer, lijkt het. De twee ontsn­appen aan de bewaking van familie annex verzorging, en dan begint een radeloze rondrit door Duitsland op zoek naar, ja wat? Materiaal? De ronduit onsympathieke carrièremaker en de beroemdheid komen nader tot elkaar. Ambitie, carrière, wie bedondert wie? Het verhaal wordt heel geestig en Zöllner afdoende gestraft.

 Over kunst gaat het tussenbeide ook. Ze zitten in een restaurant en Kaminski ligt overhoop met het perspectief. Dat hij omschrijft als: 'Een techniek van abstractie, een conventie uit de vijftiende eeuw, waar we aan gewend zijn geraakt. Het licht moet door heel veel lenzen voor we een beeld voor realistisch houden. De werkelijkheid heeft er nog nooit als een foto uitgezien.'

 Zöllner heeft honger, alleen een vettig slaatje gegeten. Kaminski's dochter is ze op het spoor.

 'De werkelijkheid doet zich met elke blik, elke seconde anders voor,' orakelt Kaminski. 'Het perspectief is een verzameling regels om deze chaos op de een of andere manier in het vlak te zetten. Niet minder, niet meer.'

 Kaminski wil voor hij sterft naar het strand, waar hij heel zijn leven nog nooit is geweest. Daar komen ze tenslotte. De schilder zit aan de waterlijn in het zand en Zöllner gooit zijn cassetterecorder met onbegrijpelijke opnamen in de branding.

 Op dat slot verheug ik me. Misschien moet ik ervoor naar Keulen. De film naar 'Het meten van de wereld' kwam hier ook nooit. 

Hechtpleister

 Omdat het morgen plakavond is in de Utrechtse molen nog dit. Toen plakken eenmaal mogelijk was kwamen de slagzinnen bij de wonderen. Collall plakte alles aan alles. Velpon, je zag er geen barst van. Vergezichten na eeuwen van loslaten!  

 Sellotape verving het klassieke bruine, altijd loslatende plakband voor postpakketten en pakpapier. Plakken verkeerde in z'n tegendeel. Je kreeg pakjes nauwelijks meer open. En dan dacht ik aan kapitein Haddock.

 Ook omdat ik lange tijd pleisters moest plakken. En ervoer dat Hansaplast nog steeds geen oplossing heeft voor het losmaken van de kleefranden. Er is een uitvinding onderweg, las ik, die maakt dat pleisters onder een stroom warm water vanzelf loslaten.

 Tot zo lang blijft het peuteren.

 Het plakeuvel heeft wel geleid tot een van de mooiste scenes die Hergé ooit tekende, in De zaak Zonnebloem. Waar hij in de bus in Zwitserland achter meneer Wagner, begeleider van Bianca Castafiore en haar dienstmaagd Irma zit. De pleister heet in de vertaling van Bob de Moor niet kleefpleister zoals bij ons, maar 'hechtpleister'.

 Waar komt de pleister vandaan? Haddock en Kuifje overleven een aanslag. Hij draagt pagina's lang pleisters. Tenslotte nog maar een, op z'n neus, die hij geheel vergeet. Tot hij hem op pagina 45 ontdekt.

Tags: 

Amsterdam drawing

 Tekenen is zoveel directer dan schilderen. Een lijn staat er en zegt het, of niet. Alles wat de afst­and met het geziene - binnen- of buitenshoofds - groter maakt doet afbreuk. Met die indruk stond ik na Amsterdam Drawing weer aan het IJ, onder de wolken­lucht.

 Er zijn, als altijd, veel tussenvormen, maar de directheid, ook van gouaches en krijt wint.

 Minder pretentie, de prullenmand onder werpbereik. Hoe bevredigend is toch het verfrommelen en dan de prop naar een welgemikt levenseinde gooien.

 Scheurders begrijp ik niet. In scheuren zit de woede over de mislukking, terwijl het pure tekenen op papier niet verbeten hoeft te zijn. Een schilderij vernietigen na dagen ploeterwerk lijkt me heel wat anders.

 In de genres zit dit jaar een verschuiving naar abstractie, naar geometrie. De vlakken, grids en rasters zijn terug. Maar een portretserie als 'Disconnected' van Julia Winter - over mensen die van hun land of familie afgesneden zijn, die je dan onderin beeld ziet verschijnen - krijgen extra lading. 

 En reuzentekeningen als van Anouk Griffioen, zijn er ook. 

 Ik bleef lang staan bij de wonderlijke, getekende 'foto-albums' van de Griek Christos Venetis. Die je de oude gebonden omslagen - krabbels op het binnenblad - erbij geeft. Dit moeten wel verzonnen foto's zijn. Waarom? Te goed. 

 En goddank, het pure schetsboek blijkt onuitroeibaar, zie het perfecte 'Milk and cookie, december 7, 2013' van Danica Phelps. Het schetsboek als dagboek, zoals bij Isaac Israels.

Mia Madre

 Regie. Hoe je dat doet. Of verliest. Daarover gaat Nanni Moretti's nieuwste film Mia Madre.  Een film in een film.

 De regisseuse van een sociaal drama waarin ontslag dreigt voor fabrieksarbeiders probeert in het dagelijks leven haar gezin te regisseren en ook het personeel van het ziekenhuis waar haar stervende moeder is op­genomen.

 De regie ontglipt haar op al deze fronten. En om haar heen zie je het zelfde gebeuren. Overbelaste multi-taskers kunnen hun leven niet meer de baas.

 Pijnlijk te zien hoe een controlfreak werkelijkheden uit het oog verliest, hoe overspannen waanvoorstellingen en angstdromen haar dagelijks leven binnensluipen. Hoe anderen daar mee omgaan.

 Terwijl ze zich toch meestentijds flink houdt en de filmcrew in de hand, zoals ze het met haar familie probeert.

 Maar de dood van haar moeder past niet in het script. Ze wil het niet zien en weten. Tragisch is de nachtelijke scene in een verlaten ziekenhuiszaal waarin de zieke naar de wc moet en de regisseuse, als stond ze op de set, haar doodzieke moeder opdracht geeft drie stappen te lopen naar een rolstoel. Zonder te zien dat dat echt niet gaat.

 De ware regisseuse blijkt - erg Italiaans - de moeder. Ze is lerares, maar regisseert door haar aanwezigheid. Zo doe je dat, of beter je doet het niet, je laat het gebeuren door er te zijn.

 Is ze eenmaal gestorven dan komen oud-leerlingen de sterfkamer binnen. In alle rust over haar napratend waar ze bij ligt

Tags: 

Schrijden

 Prinsjesdag. Nederlandse functionarissen die een dag lang staan, zitten of lopen. Verkleed. Ze zijn er niet erg goed in. Wie beheerst nog de kunst van het schrijden?

 Schrijden is het invoeren van een lichte vertraging in de passen die men zet, steeds een fractie van een seconde. Waardoor de indruk van zweven wordt gewekt. Zeker met lange, ruisende rokken.

 Het 'met waardige stappen gaan', een verloren kunst. Onze nieuwe koningin doet er niet aan, blijft een teenager. Ook vandaag in haar gelaagde, lange jurk. Een mooie, met Japans dessin, waarin ze toch alleen schrijdend zou kunnen voortgaan. Dit leidde tot een struikeling op de trap van het Binnenhof. En op Youtube

 Had ze leren schrijden dan was het niet voorgekomen. Ook lakeien zijn - zo anders dan bijvoorbeeld in Engeland - bij ons geen mannen met milita­ire training meer, die op een exercitieterrein het afstand houden hebben geleerd, maar dwaas verklede ambtenaren. Een genoegen voor genieters van silly walks.

 Langdurig zitten blijft lastig. Veel onrustig beweeg, de dikke minister van justitie koos tenslotte maar voor wijdbeens. Onthullend voor de minister van onderwijs en cultuur bleek haar hoedje, afgekeken van een Hendrik Kerstens‑foto. 

 Het echte spektakel zat in de beveiligers. De raadselachtige mannen - een enkele vrouw - die niet naar de voorstelling keken maar naar het publiek. Eentje achter de koets, vier ernaast. Donker pak, zelden de knoop van het colbert gesloten. Vast om snel een pistool te kunnen trekken. Met gezichten of ze morgen weer een dienstje achter Wilders moesten draaien.

 ps. Willem Brakman geeft in 'Het groen van Delvaux' deze onovertroffen omschrijving van schrijden: ‘Ononderbroken klonk er zachte muziek en dat was de gevoelstoestand op het moment dat ze verscheen: rustig, met een zelfverzekerde, wat nadeinende stap en bewegingen die door een of ander vrouwelijk hormoon iets nawuivends hebben en waar ik maar niet genoeg naar kijken kan.’

Tags: 

Lorentzplein

 '...een knop, ruis, gekraak, stemmen, weer ruis. Ver boven de huizen die eruit ­zagen als radio's.' Uit 'Lorentz' een nieuw getekend en geschreven verhaal van Marcel van Eeden, met zinnen als 'Hoog op de daken zaten de doden.'

 Marcel maakte een Haags verhaal dat zich geheel afspeelt rond het Lorentz­plein.

 In sommige landen wordt een geografisch middelpunt berekend, in Italië vond ik een zuiltje waar dat op stond in Rieti. Zou je het psychisch middelpunt van Den Haag kunnen berekenen dan zou het Lorentzplein daar uit komen.

De bloemenstal van de vader van Wim Schoor om precies te zijn. Al wat Den Haag maakt tot stenen dreiging is daar, de trams, hun in de verte langs de Gouverneurlaan verglij­dende bovenleidingen met gewich­ten, de portiekwoningen. Heel het Laakkwartier, waar eens de Hofstadgroep door een pol­itiemacht werd belegerd.

 Ik fietste er langs op weg naar verre uitwedstrijden aan de Brasserskade in Delft, heel de Veenendaalkade langs, zonder het te weten langs de huizen van Willem van Genk en Kees van Kooten en het ADO-stadi­on.

 De Erres radiofabriek bij Hollands Spoor wenkt. Om de hoek hadden de ouders van Ineke van den Bergen hun snackbar, waar ze in de soep spuugden van gehate klanten. En de doden zitten op de daken. 

 Volgt de fatale zin: 'En belde aan.'

Soefi en stoomtram

 Niets dat er eens was verdwijnt geheel en al, mensen niet, dingen niet. Soms vind je zelfs resten. Den Haag lijkt een stad van verdwijningen. Maar het stationnetje van de stoomtram naast het Vredespaleis staat er nog.

 Gebouwd in 1886, het bouwmateriaal voor het Vredespaleis werd ermee aangevoerd. Hier eindigde tot 1915 een zijtak van wat nu lijn 11 is, maar toen de stoomtram van Hollands Spoor naar Scheveningen.

 Ik lijd aan de ziekte van 'hier was eens'.

 Vaak liep ik langs het stationnetje, nu een Soefi tempel. Maar gisteren op monumentendag mocht ik er in en werd ik rond­geleid.

 Aan de voorkant, waar je de wachtkamer binnenkwam zit in de zijmuur nog het loket waar je in 1886 je kaartje kocht. Nu is het de voormalige woonkamer van het Soefi-echtpaar Van Tuyll van Seroo­skerken, waar eens de Indiase mysticus Hazrat Inayat Khan zijn voordrachten hield. Aan de achterkant, waar de sporen uitkwamen werd de Soefitempel gebouwd.

 Een erg Haagse geest waait hier. En dan te weten dat het tracé van de aftak vanaf de Conradkade voerde achter het Gymnasium Haganum en het verdwenen Metropole Tuschinsky langs. De bioscoop met het hoge atelier erachter waar ik in vrije schooluren schilders reuzendoeken voor filmreclames zag maken: Ben Hur.

 De stoomtram reed verder, achter Museum Mesdag langs, naar hier. Ik sta in een Soefitempel en ruik stoomtram. Zover Den Haag.

Pagina's