Schneider vs Bax

 Het kijken naar een spannende film, dat bleek het onderwerp van de nieuwe Alex van Warmerdam 'Schneider vs Bax'. Twee huurmoordenaars, de een al duffer dan de ander. Allebei hebben, zonder het van elkaar te weten van de zelfde - ook al duffe - opdrachtgever opdracht gekregen elkaar om zeep te helpen. 

 Waarom doet er niet echt toe. Het komt nog uit ook. Slapstick wordt het. Wat is bijvoorbeeld mooier dan een bungalow op palen in een moeras, the middle of nowhere, waar je moet aanbellen.

 Er opent zich een wereld zoals die misschien schuilgaat achter 'afrekening in het criminele circuit' en het gezicht van Holleeder. Gewetenloos en onnozel tegelijk.

 Waarom bleef ik geboeid kijken? Omdat ik toch wil weten wie als laatste het loodje legt? Of omdat ik hoop te doorgronden wat de motieven van de boeven zijn? Maar steeds stortten de theorietjes die ik al kijkend verzin over waarom en wie en wat nu weer ineen. Noem het deconstructie.

 Vaders heb je, kinderen, bazen en ondergeschikten. En het is dinsdag! Een feest van doodlopende sporen en losse eindjes in een decor van wuivend riet waar iedereen gewapend door de modder waadt. En ernstig aanlegt. Tot z'n telefoontje hem weer stoort, want ook boevenkinderen zijn op dinsdag jarig. En boevenautos willen op dinsdag weleens niet starten.

 Na afloop dacht ik aan de rode linten waarmee het gevechtsterrein in het moeras zou worden afgezet. En de minstens zo duffe politiemannen die deze film zouden gaan ontraadselen. Geen beginnen aan. 

Iris le Rütte

 'Is het voor een cadeautje?' Ik zei 'nee'. En ook: 'Weet je dat de boekwinkel de enige winkel is waar dat gevraagd wordt?' Natuurlijk wist ze dat. Dit was een gerenommeerde zaak, heus geen cadeautjeswinkel, maar toch.

 Zelfs hier. De zin is correct. Op het moment van de koop is het boek nog geen cadeautje, alleen wieweet wordt het dat. Het 'kan altijd geruild'.

 Mogelijke cadeautjes worden anders ingepakt. In cadeaupapier. Ik hou niet van cadeaupapier. Maar er zijn tijden geweest dat pakpapier heel mooi was. Nog lange tijd werd het na uitpakken gladgestreken en bewaard.

 Waar ik voor kwam waren de teksten en aquarellen van Iris le Rütte. Het is maar zelden dat je niet kunt zeggen of iemand nu schrijft bij z'n plaatjes of z'n schrijfsels illustreert. Wat was er eerst, de tekst of de muziek? Bij haar leiden ze eigen levens, die elkaar soms kruisen. Neem 'Bezwaard:

 Je legt je gedachten op tafel.

Een serveerster veegt ze weg

samen met de kruimels.

Nergens een rand meer

om aan vast

te houden.

 

of 'Ver':

 ik mis je

van dichtbij

het meest

 

 

Beelden verdwaald

 Waarom juist daar? Op de brede gazons, de middenbermen van de Minervalaan en de Apollolaan? Het is traditie. Een museum met groene vloeren. Beelden die daar wat nuffig, en o zo vaak veelbetekenend staan te staan zonder zich iets aan te trekken van hun omgeving. Bezoekers die van afstand toezien. Heel anders dan dezer dagen op het Haagse Voor­hout.

 De dames in het paviljoentje zeggen 'u bent de eerste vandaag'. Later komen groepjes bekijken wat Rudy Fuchs heeft neergezet. Veel van zijn oude vrienden, de Duitsers Penck, Baselitz, Kiecol, Lüpertz, maar ook Tony Cragg en Frank Stella en zelfs Klaas Gubbels.

 Zwaar op de hand toch meest, diepzinnig in zichzelf verzonken, met zwaar geladen titels: zoals het onbegrijpelijke 'Ich-Selbstbewussts­ein' van A.R.Penck. Ulrich Rückriem legt twee identieke rechthoekige blokken graniet neer, zo uit de steengroeve, en noemt dat Königsgräber (1988). Koningsgraven op de Apollolaan. Wie ik node mis, Eugène Dodeigne.

 Mimmo Paladino heeft naast onbegrijpelijke mansgestalten ook een figuur met vogeltjes erop. Ha, denk je, maar helaas heet ie 'Caduto al ragione' (1995). Een slachtoffer van de rede.

 Er zijn nogal wat ideeën die niet ver reiken als de bewegingssuggesties van Tony Cragg ('Runner', 'Ever after') of de steeds weerkerende vergulde strengen en lussen van John Chamberlain: 'Ardentflirt', of de onachterhaalbare 'Nudepearls' en het 'Mermaidsmischief'. Titels die een doodklap uitdelen.

 Dan doen de titelloze danseressen van Georg Herold het op de gazons beter, maar die zijn ook van 2014 en 2015.

 Weinig speelsigheid dus, behalve de koffiepotten van Gubbels en de Mozart en Salieri van Markus Lüpertz.

 Winnaar is de Dubna van Jaume Plensa (2014), het meisjesgezicht met gesloten ogen dat geheel voor zichzelf spreekt en ook meteen het uithan­gbord werd. Zijn boomomhelzers zijn ook een vondst. Kunst en omgeving toch nog vereend. 

Tags: 

Wind

 Mijn eerste kinderboek was De wind maakt grapjes van André Leunge met tekeningen van Martin Meijer (1947). De wind - dat is de clou - is de onzichtbare, je ziet alleen wat hij aanricht. Ik hoorde het met open mond aan, kreeg geen genoeg van de plaatjes. Daar was ie!

 In Tijdschrift Terras, nummer 8, vond ik een nieuw windgedicht van Miek Zwamborn, opnieuw aan de waterlijn. Uitspansel:

 Dwars op de wind loopt

een wezen van sneeuw

gewapend met spiegels

traag trekt het de zee achter zich

 

aan explosies van meeuwen

omcirkelen rukwinden van verdwenen dagen

omhoog valt de dag uit de nacht

 

landinwaarts vangt een staande hand

de koele adem wind

waait uit de ogen weg

 

wrikt 's nachts het spreken los

vloeit in handen uit tot meren.

 

 Miek Zwamborn is dezer dagen writer in residence in het Haags Gemeentemuseum waar ze haar werk laat zien in de expositie Getemde Hemel. Op 21 juni sluit ze af met een boek. 

 

Tags: 

Under the skin?

 In je slaap worstelen met lakens en dekens. Alsof je een onbekende vijand moet overmeesteren. Tenslotte bovenkomen in de nachtlucht.

 Vanmiddag in het textielmuseum, bij Under the skin zag ik het van alle kanten. Bij Erwin Wurm - bekend van zijn geestige tentoonstelling in het GEM - die je voortekent hoe twee mannen samen een trui kunnen dragen. Of alle manieren om een trui verkeerd aan te trekken: armen, benen, hoofd en dan de vraag welk gat voor welk lichaamsdeel?

 Mens en materie. Bedoeld om te dragen of te beschermen tegen de kou en die zich zomaar tegen je kan keren.

 Zoals in Wurms eenminuut filmpjes, waarin een man zich van zijn stoel probeert te bevrijden of uit een kartonnen doos te ontsnappen.

 Maar ook bij Clarina Bezzola, die wakker wordt in een dekbed dat een reusachtig gewatteerd clownskostuum blijkt te zijn, waaruit ze zich probeert te bevrijden.

 Of bij de Japanse Tomoko Mukaiyama die in een video eerst sluimert - en droomt - onder een reuzenlaken, dat, wanneer het wordt opgetild niet alleen haarzelf maar ook een concertvleugel met kruk blijkt toe te dekken, zodat de droom kan eindigen met haar in het miraculeus tot podiumgewaad geworden laken als concertpianiste.

 Een heel mooie droom.

 Hinke Schreuders ontbreekt niet. Terzijde: Under the skin is wel een rare titel voor een tentoonstelling van vooral maaksels van stoffen en draden en hoe mensen er mee leven. Al te pretentieus. Die stoffen kruipen toch niet onder je huid. Ze omgeven en omhullen ons, tot ze soms de macht overnemen. 

 Ik begrijp heus wel dat de titel voortkomt uit de ingewanden van Berlinde de Bruyckere - kwetsbaarheid, lijden, pijn - en andere ingewandkunstenaars, maar mij lijkt dat wie met stoffen, haar en draad werkt beter z'n materiaal kan laten spreken. 

Terras in Niemandsland

 Het nieuwe nummer van Tijdschrift Terras heet 'Door de nacht'. Er komen veel grenzen in voor. Zoals die bij Port Bou tussen Frankrijk en Spanje, waar Walter Benjamin de hand aan zichzelf sloeg. Breyten Breytenbach schreef er zijn 'Eine kleine Nachtmusik' over.

 Dag, nacht, grenzen. Waar je je bevindt bepaalt wie je bent. In de nacht is dat onzeker. Tussen landsgrenzen net zo. In een stuk uit 'Off the map' van Alistair Bonnett groeit het Niemandsland tussen twee grensposten uit tot een rijk van de geest, waar je ontsnapt aan al wat je bindt. Een 'aan de regels ontsnapt gebied' zoals tussen Panama en Costa Rica of Senegal en Guinee. Wat het met de bewoners daar doet?

 Hij stapt van zijn fiets en vraagt aan een vrouw ‘Is dit Guinee?'  'Ja.'

 Dan stelt hij, verbaasd dat ze Frans verstaat nog een vraag: 'Is dit Senegal.' En weer luidt het antwoord 'Ja.'

 Hij bevindt zich in een betoverde streek, het kasteel waar Doornroosje sluimert.

 Niemand die dat beter weet dan kinderen. Zij kennen de verschillende lettertypen van de wegwijzers, het verschil tussen Belgische en Nederlandse bakstenen. Baarle Nassau en Baarle Hertog vormen samen een open kindermond.

 Zijn we nu? Nee, dit is alweer.

 Wie herinnert zich niet de vrouw die jarenlang in het Niemandsland op Schiphol leefde. En werd niet het Spookschip zonder thuishaven de Yorikke bij Ben Traven geheel bemand door ‘sans papiers’? Statenloos geworden doordat ze na de Eerste Wereldoorlog ver van huis waren?

Michael Kirkham op Art Fair

 Gister ontmoette ik op de Art Fair de Engelse schilder Michael Kirkham. Ik volg hem sinds 'Woman in the living room' (2004) ‑ het van god en iedereen verlaten meisje op de skai bank ‑ in het Haagse Gemeentemuseum. Nu kwam hij voor de presen­tatie van zijn boekje met gruwelverhalen Roxxie.

 Net haastig met de tram aangekomen dronk hij bier en ik zei dat ik hem een pionier vond. Een verkenner van uithoeken van de gewaarwording, in seks en materie. Hij haalde z'n schouders op.

 Kirkham is pornograaf genoemd of juist morali­st. Zijn antwo­ord luidde dat hij moralisme vervelend vindt en dat por­nografie al overal is, die hoeft je niet te schildere­n. 

 Als je met je neus op z'n doeken staat zie je dat het hem vooral om schilderen gaat. Stofuitdrukking die alles zegt, smerige plastics, goedkope kunsts­toffen, schunnig, tot de make‑up en haren van de figuren toe. Hij is een meester in glimmertjes op skai. Of huid, want zijn figuren maken deel uit van z'n interieurs. Figuren die, zei hij 'doen alsof ze mensen zijn'.

 Maar wel sensueel en tactiel. Kijken gaat bij Kirkham niet zonder tastzin. 'Kijken zonder aanraken is zinloos..'. 

 Wil hij choqueren? 'Ik probeer mezelf te choqueren. Ik ver­wacht het niet van iemand anders.'

 Hij kan zich niet voorstellen dat iemand zou masturberen bij zijn werk. Te pijnlijk. Te melancholiek. 

Tags: 

Eetkunst

 Als je kunst ophangt of neerzet in een oude garage helpt dat meteen. Een oprit, wat pijpen, buizen en kranen, brandslangen. Met pretentie beladen witte systeemwanden helpen niet. Uitzicht op een stadion of een bouwplaats wel. Zo averechts als de Kunstrai werkt, zo opluchtend is de Artfair in de oude Citroëngarage.

 Ik vond er Itamar Gilboa uit Tel Aviv die de Rietveld deed en zo verstomd stond over de Nederlandse eetgewoonten dat hij besloot een jaar lang in een eetdagboek bij te houden wat hij at en dat ook stuk voor stuk in 'crystacast', een soort gips, na te maken.

 Zijn voedseljaar stelt hij nu heel passend tentoon in een soort eenpersoons supermarkt. Een uitstalling van duizenden witte objecten, waar bij twee galeriedames, gekleed als winkelbediende, geen putsen mayonaise toevoegen, maar uitleg. Wel kun je een gipsen kroket - niet goedkoop, wel houdbaar - bij ze kopen, een hotdog of een bosje artis­jokken en zelfs een bakje eieren, 't is bijna Schoonhoven. Alles is te koop

 Gek, maar het water liep me in de mond.

 Ik vroeg Gilboa naar zijn waarom. Hij zei iets over bewustworden. En dat vond ik jammer. Want als iets voor zichzelf sprak, dacht ik, was het wel deze supermarkt. Met gipsen mondvoorraad voor een persoon gedurende een jaar.

Goed te weten dat hij ook een opleiding volgde om zo'n zaak te leiden. Ik vroeg hem nog of hij ooit erg dik was geweest, maar nee. Hij zag er heel gewoon uit. Er moet toch iets met het Nederlandse eten zijn dat niet zo gewoon is.

 Eetkunst, maar dan andersom. In een tijd waarin alle kunst, in musea, op literaire congressen en festivals onvermijdelijk eindigt in eten. Misschien bedoelt Itamar dat met zijn 'voedselketen'.  

 

Oog en schilder

 Staar is een groot onderwerp in de schilderkunst. Veel oudere schilders zien hun palet anders. Gisteren werd mijn linkeroog ervoor behandeld. Toen vanmorgen het verband eraf kon zag ik twee werelden.

 Links baadde het landschap van achtertuinen in helderwit alpineus licht. Rechts zag ik het zelfde landschap geel.

 Ik probeerde de gevolgen te verzinnen. Hoe verging het schilders in tijden dat deze simpele ingreep nog niet bestond? Wisten ze dat ze iets mankeerde? Of bleven ze schilderen wat ze voor de werkelijke kleuren aanzagen? Is wat wij 'patina' noemen het gevolg van staar? Zagen jongeren in vroeger tijden die vertekenening? Wezen ze erop? Ik kwam er niet uit.

 Staar, ook wel cataract genoemd is een gangbare ouderdomskwaal. Ongeveer 70% krijgt het vroeg of laat. Wazig zicht, verkleuring.

 Claude Monet (1840‑1926) had het. Zijn kleuren werden donkerder, bruiner, hij werkte met minder details. Was aan een oog blind, het andere werkte nauwelijks. Kleuren zag hij te blauw en te groen. Na een operatie kreeg hij een bril en overschilderde toen hele doeken, zoals zijn waterlelies.

 Zagen de oude meesters op het laatst van hun leven geen details, nauwelijks kleur meer? En werd het dan maar zwart of bruin? Alsof de avond viel, bij Rembrandt en Frans Hals?

 Ook dacht ik aan de tekenaar James Thurber, die al min negen had toen hij voorgoed zijn bril afzette, de wereld afzette.

 Terzijde: zo'n staarbehandeling is een adembenemend spektakel, een lichtshow vol sterrenhemels en kristallen caleidoscoopjes. 

Tags: 

Funiculare

  De bovenstad en de benedenstad, verbonden door een tandradbaan die werkt op waterkracht. Lumineus idee, het kostte geen energie. Een wonder van duurzamheid. Er waren er verschillende in Italië, gebouwd rond 1900. Vaak ging ik kijken naar die van Mondovi, in Piemonte.

 Daar verroestten jarenlang de wagentjes in het met engeltjes versierde benedenstation.

 Tot de restauratie kwam. Niet meer op waterkracht, terwijl dat zo'n ei van Columbus was. Twee wagentjes, waarvan waterbak van degeen die boven is aangekomen daar wordt volgetankt met bronwater. Wat hij dan, als hij weer omlaag zakt langzaam laat leeglopen en zo voortgestuwd wordt. Terwijl hij tegelijk via kabels zijn partner uit het benedenstation omhoog trekt. Die daar dan op zijn beurt wordt volgetankt.

 Op de oude foto zie je de brede buis waardoor de waterbak kon worden gevuld. Halverwege, op het ene stukje dubbelspoor was een halte. Daar passeerden ze en groetten de wagenvoerders elkaar.

 Het werkte. Een groot geluk moet dat geweest voor ingenieur Ferretti, de man die in 1886 de funiculare in Mondovi bouwde. Pas in 1926 is daar geëlektrificeerd. En in 1976 gesloten omdat de auto opdrong.

 Jarenlang kwam ik in Mondovi en keek naar het classicistische toegangsgebouw beneden, naar een Maria die reizigers zegende met onder haar de wrakken van de wagentjes. Maar goddank, parkeren werd boven, waar het ziekenhuis staat, steeds lastiger. De funiculare kwam terug. In 2006 was de restauratie klaar. Maria zegent weer, 

Tags: 

Pagina's