Er rijden in dit landschap geen treinen. Haagse scholers schilderden ze niet en dus waren ze er niet, al reden ze sinds 1839. Pas later, bij Breitner komen de rookpluimen, de stoommachines.
Wie vloekt in deze kerk, zoals de planners van nieuwe windmolens - de oude zijn juist weer heilig - krijgt het zwaar te verduren. Als het nieuwe te vuur en te zwaard wordt bestreden is dat uit naam van de predikers Mauve, Weissenbruch, Jozef Israëls, Tholen en Roelofs. De eredienst wordt deze zomer gevierd met aquarellen in Museum Mesdag, in Teylers en doeken in het Haags Gemeentemuseum.
Zo ergens heilige koeien rondlopen dan in het Hollands landschap. Zo is het, zo moet het altijd blijven. Pim en Mien knikken goedkeurend, Dik Trom blijft achterstevoren op zijn ezel en de meester zet de leesplank klaar. Daar is de sloot van de schoolplaat, het Verkade album. Het vee, koeien en schapen. Onaantastbaar. Nu eens onder aanroeping van het milieu, dan weer de klimaatsverandering of het stervende bos.
'Nieuwe natuur' wordt ingericht volgens de richtlijnen van de tachtigers. Het rivierenlandschap zal eeuwig zo blijven. Fabrieken of industriegebieden zijn er alleen stiekem. Ach, 'je kunt er omheen eten.' En al wat het beeld doorkruist, zoals snelwegen wordt niet gezien. Gelovigen zijn grote niet-zieners. Het niet-zien van snelwegen is eenvoudig. Als je er overheen rijdt zijn ze er niet. Er is alleen het uitzicht op de molen en de sloot.
En nu mijn confessie: ook ben een gelovige. Ik geloof in sloten.
ps. Gijsbert van der Wal reikt aan: een stoomtrein vanm Paul Gabriel uit 1887.