Kunst

 En geld, en hoe dat gaat. Van oudsher zijn er twee mogelijkheden: de markt of de commissie. Wat is erger? Het komt steeds meer op het zelfde neer.

 Na de bezuinigingen ligt er nu een advies dat heet 'Cu­ltuur herwaarderen'. Gut. Onze regeerders willen nog steeds dat cultuur zorgt voor welzijn, ofwel de plaats van de kerk inneemt, maar het mag niet te veel kosten.

 Nog steeds wordt kwaliteit berekend in bezoekersaantallen. Maar de adviseurs - de Wetenschappelijke Raad voor het Regerings­beleid - komen met strijdige adviezen: 'experimenteren met publieksbeoordeling' - alsof dat niet al tot vervelens toe gebeurt - moet gecombineerd worden met 'vernieuwing'.

 Wat willen de mensen? Wat ze al kennen. En maar hopen dat ze vernieuwingspogingen niet wegstemmen. En dan volgt weer het jammerlijke 'cultureel ondernemerschap', samen met het afstemmen van vraag en aanbod. Wat inmiddels zo slecht blijkt te lukken dat de raad vindt dat er maar minder kunststudenten moeten afstuderen.

 De protesterende studenten hebben gelijk. Universiteiten of musea - zorginstellingen en omroep net zo ‑ moeten geen bedrijven zijn. Ik maakte mee hoe het marktdenken Hilversum opslokte. Alles onder met mom van democratie: 'van iedereen voor iedereen'.

 Onze cultuur dan. De commissie brengt straks een advies uit aan een andere com­missie - de Raad voor Cultuur. Mijn advies: meer nieuw gebouwde, onzinnige musea - type badkuip - met als eerst prioriteit het restaurant en de gadgets. Natuurlijk een blockbuster, een naam! En als er geen geld meer over is spreek je verzamelaars aan of doet een greep in het depot en werpt een 'nieuw licht op de eigen collectie'. O ja, vergeet de kinderen niet! 

Veren

 Vorsten, vorstinnen, paleizen. Onuitroeibaar de hunkering. Wie droomde zich niet ooit eens een konings­kind dat per ongeluk in een burgergezin opgr­oeide? Verweesd zijn de volken die hun vorsten verloren.

 Duitsland had er veel. Wat van ze rest wordt peperduur opgepoetst, van Potsdam tot Dresden. Om het vorstelijk Duitsland hangt een tomeloze nostalgie. Zo zag ik het grootste en mooiste Federbett van Duitsland. Het staat in Schloss Moritzburg bij Dresden en hoorde toe aan August der Starke, de legendarische vorst van Sak­sen en koning van Polen, tot vandaag bekend om zijn potentie en talloze nazaten.

 De hele slaapkamer, bekleding en bed, is uit echte vogelveren gemaakt. August begreep zijn rol. Hij speelde een zelfbedachte sprookjesfiguur. De hele kamer is nu gerestaureerd, want insecten en schimmels hadden zich gevestigd in de miljoen kleurige veren van fazanten, patrijzen en zo door, waaruit het interieur in 1720 gemaakt was. Veer na veer gereinigd en weer vervlochten naar het oerontwerp.

 Alleen al in een kwast van het hemelbed zitten 50.000 veertjes. Waarom? Om eer te bewijzen aan dromen. Ik zag wel meteen, dit bed ligt niet lekker. August ontving hier hooguit gasten.

 De rechtvaardiging van macht zit in de voorstelling. August leefde voor het vertoon, net als machthebbers van nu, maar die doen het stiekem. Bij hem zat zijn maîtresse naast zijn echtgenote. Hij onderhield openlijk een harem van de mooiste Saksische meisjes. Het verhaal zegt dat hij 354 kinderen verwekte.

 Gedenkwaardig was zijn 48ste verjaardag, hier op het slot in 1718: een geheel verlichte tuin met in de hoeken kabinetten voor wat de 'stille genoegens' heette, waarna het 'grote bezuipen' volgde, en ook daarin ging hij voor.

 Zo zou een Koningsdag toch moeten zijn. Het zou onze televisie zoveel vrolij­ker maken. Als je Opstelten een pruik opzet komt ie al aardig in de buurt van August. 

De God van Kees Fens

 Wiel Kusters, zijn biograaf, gaf een gedenkwaardige speech als eerste Kees Fens-lezing. Titel: 'Grote God', want zo luidde de verzuchting van Fens bij het betreden van de ontredderde kerk van zijn jeugd in Amsterdam-West.

 Een verzuchting die vreemd genoeg als muziek klinkt, in de film van Hans Keller. Wat blijft over na het slopen van kerken, het opheffen van katholieke voetbalverenigingen, de onttakeling van het onder­wijs? Hoe lang houdt de Mattheus Passion het nog uit? En wat gaat er verloren? Volgens Kees Fens veel van wat wij nu nog in ons achterhoofd meedragen, vaak zonder het ons bewust te zijn. Fens zei: 'De hemel is in scherven naar beneden gekomen en die hebben zich overal verspreid’.

 Wat lag er opgeslagen in die onttakelde kerk? Zelf loop ik overal kerken binnen en fotografeer daar liefst stofzuigende vrouwen. Waarom? Ik herken de figuren aan de muren, de beelden. Kijk die, o die. Zonder iets te geloven maar toch.

 Ja, ook ik ben doordrenkt met een cultuur van zonde, boete, kruisiging, maar ook van bidden. Ik weet van Job, Noach, de woestijn, Jericho. En denk niet 'wat doe je nou' als een moeder haar volwassen dode zoon op schoot neemt en als zijn bloedmooie vriendin het beb­loe­de kruis omklemt waar hij aan wilde hangen om ons te redden.

 Ik weet, we houden Bach-Christenen over, die als de katholieken sinds mensenheugenis alleen voor het opdragen van de mis even het dorpsplein oversteken van het café naar de kerk. Geloof is voor oude vrouwtjes. Is dat erg? Gerard Reve zou zeggen dat het de kern van de zaak is. Net als de vermaningen voor jong ver­loof­den op goedkope folders met nare illustraties. Juist zij vormen een godsbewijs.

 Wat overblijft is het volgens Fens zo katholieke woordje 'eige­nlijk'. Misschien is het verval ervan wel de kern van ons geloof. In het onder ogen zien ervan ligt begrip bes­loten. 

 Fens had het weinig over de Islam. Toch is het verval van de Islam om ons. Een andersoortig verval, dat wel. Vervallen doe je in stijl. En ons verval is beter dan het hunne! De speech ligt in de winkel. De biografie van Fens ook.

Il capitale umano

 Je hebt natuurlijk rijke klootzakken en geldbeluste bitches, maar er kan ook zomaar een rijke dame binnenkomen die een failliet theater wil redden en een straatarme junk kan ook een etterbak zijn. Hoe dat komt? Nooit zag ik een overtuigende verklaring voor die verschillen.

 Arnon Grunberg zou 'de mens' loslaten, maar ik vrees dat zelfs Freud geen raad zou weten met de verschillen in mensengedrag in een film als Il capitale humano.

 Dat 'menselijk kapitaal' is een term uit het verzekeringswezen. Je  kunt het voor ieder individu afzonderlijk berekenen als je z'n verwachte levensduur en inkomsten kent. Dan immers, als zo iemand overreden wordt - zoals hier gebeurt - weet de verzekering wat de schade is. En zo kan een arme schoonmaker de rijke automobilist die hem bergop bij Milaan aanrijdt nooit op al te hoge kosten jagen.

 Je maakt in deze film kennis met geldwolven, elk op hun eigen schaal, maar ook met uitzonderingen als het meisje Serena, die zich onttrekken aan het geld. Regisseur Paolo Virzý laat een rijke school zien waar een zwart meisje de jaarprijs krijgt, wat tandenknarsend wordt gevolgd. Serena's moeder is wel met een perfide makelaar getrouwd maar als psychologe in een ziekenhuis slooft ze zich uit voor weinig geld.

 Het gaat Virzý om de verschillen. Je ziet de levenspaden van zijn karakters elkaar kruisen, letterlijk doordat hij de zelfde scenes steeds vanuit een ander personage laat zien.

 Zo krijg je een overtuigend betoog tegen determinisme. De Interessantste rol is voor Valeria Bruni Tedeschi als de rijke vrouw. Een ínvulbaar' karakter. Zij schikt zich in wat situaties van haar vragen, van idealiste tot aangepaste echtgenote. Wie is zij? Er 'is niet zo veel van haar'.

De spelende Hermans

 'De zanger van de wrok', en dat na 'De misluk­kingskunstenaar'. Kan het groter en zwaarder? Het zal je maar gezegd worden. Als W.F.Hermans die woorden nu zelf in de mond had genomen, met zijn in­tonatie en hoest, maar het is zijn biograaf Otterspeer die hem bestem­pelt.

 Hoe kwam het werk van Hermans voort uit diens leven? In een mooi slothoofdstuk waagt Otterspeer zich aan uitleg. Angst en agressie gaan hand in hand. Net als woede en verlegenheid. Wie met hem omging moest dat maar weten. Dubbelgangers, tweetallen bij de vleet. Dorbeck en Osewoudt, Alfred en Arne ad infinitum. Slaan of geslagen worden, schuld of onschuld. En kunst versus wetenschap, tot in dat prachtige laatste verhaal 'Ruisend gruis'.

 Meer en meer zijn biografieen behalve levensbeschrijvingen ook psychologische duidingen geworden. 'Wat was die Hermans nu eigenlijk voor een vent?'. En dan krijg je bij Otterspeer de wrok, de wraak en ten slotte de vereenzaming. Geen vrienden, nee. De poging om het karakter Herm­ans te overs­chouwen, Hermans 'neer te zetten' blijft steken.

 Vooral als het gaat om de humor van Hermans, zijn ironie, zijn zelfspot. Die naar boven kon komen als hij zich op z'n gemak voelde. En dat kwam heus voor, ik maakte het mee. Lees Freddy de Vrees onderschatte 'De aardigste man ter wereld', daar zit het allemaal in. 

 Als alle grote mannen wilde ook Hermans graag spelen. Getuige zijn stempelwoede, zijn mallotige gedichtjes, vermenigvuldigd op de vloeistofduplicator gevonden op het Vossenplein. Zijn vele flauwe grappen, zijn collages. 'Dit keurt Freddy niet goed hoor', zei hij bij een gekocht kitsch-schilderij over z'n ‘intellectuele’ vriend.

 Hermans was zover ik kon zien vele mannen ineen. Heel wat meer dan twee. Na de opname van ‘De God Denkbaar' spraken we over Stockhausen, King Arthur, over Hergé, de Flintstones.

 Naar zichzelf verwees hij nadien graag als 'God'. Wat ik deed was 'Gode welgevalig'. Maar naar de spelende Hermans is het hard zoeken bij Otterspeer. Ik lees verder.

Ontuchtig lezen

 Veel schilderijen van lezende vrouwen zijn er. Het model zit stil, zondert zich af van de wereld. Zou je tegen haar praten dan hoorde ze je niet eens. Ik zag ze in  Museum Gouda bij wat heet 'Uitgelezen'.

 Het verzinken, dat wat ze concentratie noemen, maar wat overgave is. Het boek heeft haar overmeesterd.

 Dat wekt jaloezie. De wereld probeert er tussen te komen. Kijkend naar een lezende vrouw wil je weten wat zich afspeelt tussen het boek en haar. Hoe ze zich liet verleiden door letters, bladspiegel en lichtval. En wat daar achter schuilgaat.

 Dichterbij zie je soms ook verveling of ergernis. Een enkel woord kan genoeg zijn of er volgt een gaap. Ze legt het boek weg. Loopt naar het raam. Er rijst een vraag. Vergist ze zich? Ze neemt het boek weer ter hand. Er blijven ten slotte maar twee mogelijkheden over, ofwel het boek sterft onder haar handen of het neemt haar mee naar z'n eind. Het ontvoert haar, het is sterker dan zij. En dan zal ze telkens weer terugkomen. 

 In de ogen van anderen wekt dit intiem proces soms zelfs agressie. Als kind ondervond ik dat huisgenoten vlak voor mijn gezicht in hun handen gingen klappen. 'Geen gezicht,’ vond mijn vader, ‘je mond gaat openhangen, je kwijlt.'

 Lezen werd lang ontraden. En bleef verdacht. Van ontucht tussen jou en boek tot je bederft je ogen. Maar verboden werd het zelden, sedert de Vrijheid van Consciëntie van Erasmus en Coornhert. 

 ps. Ik vrees wel dat menige schilder z'n modellen een boek in handen gaf om te zorgen dat ze stil bleven zitten. 

Ketterdoden

 Vanmiddag liep ik in Gouda over de zerk van Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590), kampioen van het vrije woord. In de Sint‑Janskerk. Vlak onder het raam, het Goudse glas nummer 1, dat zijn motto draagt: 'Vrijheid van consciëntie', vrijheid van geweten. En ontworpen werd door Joachim Wttewael. Ja die.

 Coornhert werd uit Delft verjaagd en door het stadsbestuur van Gouda omhelsd. Twee jaar later, in 1590 stierf hij hier.

 De stad gruwde van het ter dood brengen van mensen om hun geloof, de ketterjacht. Van het stadsbestuur kreeg de nieuwe gereformeerde kerk na het verdrijven van de katholieke machthebbers dan ook geen alleenheerschappij. In Gouda kon Coornhert rustig zijn pleidooien voor tolerantie laten drukken. Zijn laatste boek 't Proces van het ketterdooden, was nog maar net af toen hij ziek werd en stief.

 Nog geen week na zijn dood stuurde het stadsbestuur provocerend tien exemplaren van het boek naar prins Maurits. De gereformeerde stadhouder werd woedend. Maar Gouda week niet. Ook de Staten van Holland kregen het boek, en die reageerden net andersom. Ze schonken in ruil dit gebrandschilderde raam aan Gouda, met Coornherts motto, ontworpen door Wttewael.

 Vrijdenkers trokken toen en masse naar Gouda. En boekdrukkers verdienden goed aan hun elders verboden werken. Maar in 1618 was het voorbij en kregen de gereformeerden - met hulp van Maurits - het voor het zeggen in de stad. Gedaan met de vrijheid en met Coornherts invloed.

 Het Goudse glas van vrijdenker Wttewael ging niet verloren: mooie meiden gaan voor een zegekar uit waaronder de tirannie verpletterd wordt.

 De tentoonstelling Uitgelezen in het Museum Gouda laat het allemaal zien. 

Mark Smeets nu

 Mark Smeets wandelt door de tijd heen. Zijn Limburgse jeugd in Hoensbroek, Roermond en Venlo komt vanzelf terecht in Hergé, het Geheim van de Eenhoorn zijn favoriete Kuifje.

 Het verhaal waarin Haddock reïncarneert als een voor­vader, een avontuur waaruit een schat opduikt in het nu. Met Hergé heeft hij later een briefwisseling. Hij kijkt verder naar Franquin, Beardsley, Japan­se prenten, Krazy Kat, maar ook Hercules Seghers.

 Wandelen door de tijd, tekeningen om in te verdwalen. Situaties en scenes die steeds in elkaar overgaan en waarin iedereen druk bezig is, handenwringend, verstr­ooid of opgewonden. Veel wereldvreemde geleerden ook, met hoge hoeden, zoals bij Kuifje, of Paul Delvaux, die ze pein­zend laat rondlopen tussen zijn naakten.

 Zo loopt Smeets peinzend door zijn eigen geschiedenis, zijn favoriete beeldverhalen en schilderijen en wat hij maar oppikt van het nieuws. Vaak in eigen spelling, Belg­ismen, archaïsmen, schoolk­ennis. Of actuele woorden van de radio. Happen uit de tijd, met een voorkeur voor de Mid­deleeu­wen en de geheimzinnigheid van het jongensspel op landjes. Associatieketens zonder eind.

 Ik kreeg een exemplaar van de beperkte boekeditie van De Wereld van de Aarde, het ver­volgver­haal dat hij in 1979 tekende voor NRC-Handelsblad. Later meer.

Tags: 

Lies van Gasse

 'Als alles kan' is een weerkerende regel in de graphic novel ‘Zand op een Zeebed’ van Lies van Gasse. Als alles kan letterlijk. Tekst en tekeningen pakken je bij kop en kont en smijten je de diepte van het Zeebed in. 

 Lies van Gasse (1983) uit Sint Niklaas kan beestachtig goed tekenen. Ik heb het haar zien doen, live, op een Parijs-avond van deBuren. Verbazend haar kwast te volgen. Ze begint zomaar ergens op het blad, linksboven, het maakt niet uit waar, zonder opzet vooraf of wat. En improviseert dan op wat er rondom haar gebeurt. Dan komen figuren en gezichten tevoorschijn in wat een beeldverhaal blijkt te zijn. Tussendoor worden woorden en zinnen gekwast.

 Zelden zag ik tekening en woord zo vloeiend samengaan. 'Als alles kan'. Dat steeds weer. Alles, in leven, liefde en lijf, valt samen in de landschappen van Lies van Gasse. En dan zijn daar, telkens weer, de Sirenen:

 ‘Als alles kan, zullen de Sirenen komen, Zij scheuren met hun schuim de zeeën. De Azoren vangen hen, zullen hen bergen in het ruim. Zij worden vlot verkocht in Lissabon en Liverpool en in donkere hoeken ondergebracht. In hun buiken maakt men het verleden van de verste zeeen wakker. Men laaft zich aan hun stem. Hun zang is de vroege dood. Zij zullen grondeloze treurnis delen. Men vergroeit met anemonen en wier. Men voelt touwen om de kuiten. Spijts gevangen, hebben de rivieren hun macht niet afgelegd. De geur van zeewater ontbreekt. De Sirenen zullen komen. Nu, als alles kan.’

Tags: 

Meer Mark Smeets

 Grootse heruitgave-plannen zijn er met het nagelaten tekenwerk van de unieke Mark Smeets (1942-1999). Het verhaal van Smeets en zijn werk staat door hem zelf samengevat in 'De triomf van het tekenen', het boekje dat ik kreeg van Hans Joustra van uitgeverij Scratch.

 Mark Smeets heeft altijd getekend - in schriftjes, in kladblocs, op losse papiertjes, maar vooral in schetsboeken. Die schetsboeken vormen de constante in zijn werk. Nog deze zomer komt er bij Scratch een in facsimile uit. En volgend jaar dus het grote Smeetsboek waarover eerder bericht.

 Tussen zijn veertigste en vijftigste realiseerde hij zich: "Sinds ongeveer een jaar (1992) heb ik deze vorm geaccepteerd. Die schetsboeken, dat ben ik. Zo moet het zijn. (...) Ik word steeds on-gekker, vind ik zelf," schreef hij in die tijd aan Leny Zwalve. "Ja, ik vlei me zelfs met de groei-en-de over-tui-ging dat misschien nog eens een keer zelfacceptatie mij zoude geworden; naast de verder gewoon doorschmierende Selbsthass, dat blijft - of nou ja, Selbsthass is te sterk, meer een nietswaardigheidsbesef of tekortschieterij van jewelste (als deze oud-Nederlandse uitdrukkingen je nog iets zeggen)."

 "Het is niet langer m'n bedoeling om echt een verhaal te tekenen. Dat is strip nu eenmaal: je moet een verhaal vertellen, zo simpel en duidelijk mogelijk. Dat is meteen ook de verklaring waarom ik zoiets per se niet klaar krijg. Ik doe het juist zo ingewikkeld mogelijk, sleep er allerlei zaken bij die er niets mee te maken hebben, ongedisciplineerd. Bij dat gebrek aan discipline heb ik me moeten neerleggen; kennelijk hoort dat bij me."

 "Het heeft nog een ander, bijkomend voordeel. Onafhankelijk van waar ik mee bezig ben kan ik een zijsprong maken naar iets dat ik hoor, zie, lees..."

 Hoe de schetsboeken, waarin zijn ongebreidelde associatieketens op papier kwamen, ook zijn definitieve vorm werden.

Tags: 

Pagina's