Op 't duin

 De temperatuur van het zeewater - 13 graden - werd met krijt geschr­e­ven op een leitje, door de Noord-Zuidhollandse Reddingmaatschappij. Die in uitgebleekte oranje baaien broeken met opgerolde pijpen langs de waterlijn patrouilleerde om met glimmend koperen toetertjes te ver in zeeërs terug te roepen. Winterse feesten eindigden kleumend op het strand, met restjes drank tot het licht werd. Ik kende het van jongsaf.

 Wij kinderen trokken er in de winter heen, verzamelden aangespoeld wrakhout. En maakten een vuurtje met gejatte lucifers.

Els had een ei meegepikt uit haar moeders keuken, een kluitje boter ook. Ik een kampeerpan. Het vuur werd aangeblazen, de pan erop gezet.

Els brak ons ei. Ongelukkig viel het naast de pan. In 't vuur.

Ademloos keken we toe, hoe het daar tot een waarlijk spiegelei werd, volmaakt maar onbereikbaar. En daarna zoetjesaan verkoolde.

 Het Haags Historisch Museum brengt ‘Op ’t duin’ in 100 gezichten en gedichten. Mooie catalogus ook.

Tags: 

Duinmagie

 Nederlandse duinlandschappen, wat geeft ze hun onwezenlijk voorkomen? Een duinlandschap meer landinwaarts lijkt soms een plek in de Cevennen, of in het hooggebergte, maar toch weer anders. Weg van de wereld.

 Het Haags Historisch Museum brengt sinds vandaag 'Op 't duin'. Uitgelezen duinkunst, duingezichten, duingedichten. Van Ruis­dael tot Roland Holst. Niet gek om gedichten aan de schilderijen, tekeningen en zo meer toe te voegen.

 In de Kennemerduinen kun je de fietsers en wandelaars wegdenken. En dan opeens. Schilders hebben dat al vroeg gezien. Spraken van de 'Hollandse bergen', die tot hooguit dertig, een enkele keer vijftig meter hoog waren, maar toch. En als je dan het silhouet van een kerk als de Haarlemse in de verte ziet heb je hoogte.

 Of tussen Bergen en Egmond. Steeds op kleine schaal. 't Is wat ze noemen 'arme grond', zand, kalk. Andere bloemen en struiken. Oases van stuifzand, mos, hei en duindoorn. Zover het oog reikt. Niet ver. Maar ver genoeg.

 Onbestaanbaar in Holland, deze woestenijtjes. Zoals ook de in de Westenwind kromgewaaide berkjes of voorbij de zeereep de dunne stengeleikjes, zoals je ze in de Haagse Bosjes van Poot nog hebt.

 Wonderlijk dit alles geschilderd en getekend te zien in het Haags Historisch, met zicht op de Hofvijver. Je staat op de stoep en ziet: het is nog steeds het duinmeer waarin de Haagse beek uitmondt die ontspringt achter Kijkduin. Die tijdens de oorlog de tankgrachten van de Atlantikwall vulde.

 Ik woonde er vlakbij, klom in de duinen met vriendjes over hekken, drong door in bunkers en verzamelde er blikken vol bramen. Tot we eens betrapt werden door een duinwachter die ons dwong de plukoogst van een middag in het mulle zand om te keren. En er nogeens zijn schoen doorheen haalde, zeggende: 'Dat zal jullie leren.'

 

Jeroen Bosch na 500 jaar

 Volgend jaar is het 500 jaar geleden dat Jeroen Bosch stierf, op 66-jarige leeftijd. Mogelijk aan pleuritis. Sindsdien vergaapt de wereld zich aan zijn werk. Een schilder kijkt door de wereld en de mensen van 1500 heen. 

 Zoals ik in 2015 na een avond televisiekijken of een nacht dromen wakker word met onbegrijpelijke beeldenreek­sen. En dan lijd ik nog niet eens aan epileptische visioenen. Had Bosch die?

 Het mooie bij hem is dat hij de verslaggever blijft. Van de wereld om hem heen en die in zijn kop, zonder veel te interprete­ren. Hij verbaast zich vooral. Lijkt me.

 Er is weinig bekend. Zelfs in hoeverre hij nu gelovig was, en hoe valt moeilijk te zeggen. Zijn grote 'Tuin der lusten' mengt droom, geil­heid, religie en schuld, zoals hij het bij zichzelf den­kel­ijk ook gewaar werd.

 Maar wat Bosch nu werkelijk dacht? Wat bijvoorbeeld de rol van de vele uilen in zijn werk is? Speculaties genoeg. Of het ei? Of de pijl? Hoe hij ertoe kwam de gekruisigde Julia te schilderen? Had hij een bijna-dood ervaring, zoals zijn Vlucht naar de hemel suggereert? Niemand schiep meer raad­selen dan hij. En is dat niet het hoogste wat een kunstenaar kan bere­iken?  

 In Den Bosch is een reusachtig Jeroen-spektakel in aantocht. Van 12 februari tot mei 2016 brengt het Noord-Brabants Museum een grote tentoonsteling. Wat zal daar van Bosch zelf te zien zijn? Zijn werken zijn zo kwetsbaar dat ze gewoonlijk niet weg mogen. Omdat de 'Tuin der lusten' in het Prado blijft wordt voor publiek zichtbaar gewerkt aan een reconstructie.  

 Maar misschien komt uit Madrid toch nog een bruikleen. De Bosch-werken in Venetië - waaronder de gek­ruisigde vrouw - zijn zo wrak, dat er een deal in de maak is om sommige in Nederland te laten restaure­ren. En te exposeren.  

Tags: 

Jalta

 Als televisiebelg zag ik gister op Canvas - primetime, niet diep in de Hollandse nacht ‑ de onvergetelijke aflevering van de ARTE-serie 'Beeldgeheimen' (Mystère d'archives). Docu met analyse van de film en foto's die er bestaan van Jalta in februari 1945, waar op de Krim Roosevelt, Churchill en Stalin de wereld bedisselden en verdeelden. De Verenigde Naties ontstond en Europa verdeeld werd. 

 De Hans Aarsman-methode, maar dan duidend tot in het laatste politieke detail. Plattegrond van het paleisje. De door kinderverlamming invalide Roosevelt, wat je niet mocht zien, in een jeep, die zich strak hield na 10.000 kilometer slopende zee‑ en vliegreizen. Stalin die zijn korte arm verborg, Churchill die zijn bontmuts moest afzetten want dat was ‘te Russisch’ en er kwam nog en stukje voering onderuit op z'n voorhoofd.

 Stalin durfde niet te vliegen dus kwam per trein en was benauwd dat zijn door pokken slechte huid zou tonen. 

 Waar ik meer over had willen weten: hun kappers, hun kleermakers, alles. Wel worden hun assistenten, de dochters van Churchill en Roosevelt, diens persoonlijke fotograaf Hopkins, stuk voor stuk uitgelicht, net als Molotov, minister van Buitenlandse zaken van Stalin, die achter hem stond en bevelen kreeg.

 Maar van de eigenlijke onderhandelingen mocht niets vastgelegd, je ziet alleen het vooraf en achteraf. Zoals het wondermooie jeep-ritje van Roosevelt door de bergen langs zee, voor zijn vertrek. Daarna zijn prachtige speech in het Congres waar hij de Verenigde Naties verkocht. Twee maanden later stierf hij, uitgeput.

 Na deze adembenemende film rees een diep verlangen om een even nauwkeurige beeld‑analyse te zien (geen versleten video, kraakheldere film) van Poetin, Merkel en Obama. Neus er bovenop. Het medium gaat erop achteruit. Meer van het zelfde, minder van wat er werkelijk toe doet. 

Haags 1 april

 Het had in de krant gestaan! Op 1 april zou het eilandje in de Hofvijver met reuzenhijskranen ver­sleept worden, zodat het weer precies in het midden van de vijver kwam te liggen, waar het ooit lag.

 Van oudsher lag het in het midden. Graaf Willem II van Holland had z'n kasteel op het eiland gehad en in de 14-de eeuw liet Albr­echt van Beieren de vijver netjes rechthoekig aanleggen.

 Dat bleef zo tot in 1924 de verkeers­weg en de tram voor de Gevangenpoort langs werden getrokken, waarvoor een stuk vijver moest worden gedempt. Dit op aanraden van Berlage, in 1923, die het blijkbaar geen bezwaar vond dat de vijver dan asym­metri­sch zou wor­den. De rij huizen aan het water tegenover de Gevangen­poort werd ervoor afgebroken.

 En toen dat krantenbericht. In welk jaar? Wie heeft het nog? Wat ik ook zoek, ik kan het nergens vinden.

 Volgens mijn grootvader zag het die eerste april zwart van de mensen rond de Hofvijver. Maar wat bleek, geen hijskranen te zien. Twijfel rees. Zou je een eiland eigenlijk wel zo kunnen verslepen? Ja, in Amerika werd soms een heel huis op een vrach­twa­gen gehesen en verplaatst, daar waren foto' van.

Wonderen

 Meraviglie, wonderen. Dat zijn hier de lokale producten. Soms lag ik in een Italiaanse provincieplaats met griep naar een van de tientallen lokale tv-zenders te kijken. En altijd zag ik wel een show op een dorpsplein, waarin deze regionale wonderen werden gepresenteer­d, in kl­ederdra­cht.

 Er is in deze film van Alice Rohrwacher maar een vraag, die zichzelf ook gaandeweg beantwoordt. Waarom moet toch alles mis­lukken? Zelfs het landschap helpt niet. Een drassig achteraf stukje grond bij een uitgewoond boerenhuis aan het Lago di Bolsena waar een honingfarm gerund wordt door een tot rampspoed bestemde familie. Het bedrijf zal om hygiënische redenen worden afgekeurd. De eigenaar, een Duitser die met een Italiaanse trouw­de, is een onuit­staanbare vent. Zijn vrouw wil de benen nemen.

 Honing in Etruskenland, o idylle. Een sociaal werkster die er een autistische jeugddelinquent als pleegkind plaatst concludeert dat iedereen er 'te veel met zich­zelf bezig is'. Behalve Gelsomina, de 14-jarige oudste dochter, die de huishouding en het bedrijfje gaande houdt.

 Dan komt haar ultieme poging. Boeren kunnen inschrijven op de agrarische Wonderenshow op de lokale televisie, waarin producten van het land aan de man worden gebracht. Op­genomen bij de grot op het eilandje in het meer. En iedereen verkleed als Etrusk, want dit is Etrusken­land. Volgt zo'n eindeloze show, met de passende gruwelijke opgewektheid. En natuurlijk is de winnaar niet de honingboer maar de grootste aansteller uit de buurt.

 De schoonheid van mislukking, zoiets bestaat. 

Geluksschemering

 Waar in het openbaar leven - of sterven – in deze tijd geldt als het hoogst bereikbare streefde de Franse schrijver Raymond Queneau naar het omgekeerde: de geluksschemering.

 Zijn helden verdwijnen in ja wat? Rudy Kousbroek vertaalde en bewerkte zijn 'Stijloefeningen' (1947), waarin de zelfde gebeurtenis op 99 manieren wordt beschreven. En wat gebeurt er? De personages verdwijnen, verdwijnen in de taal.

 Er wordt naar verwezen in het net verschenen Groot retorisch woordenboek, ofwel 'Lexicon van stijlfiguren' van Paul Claes en Eric Hulsens. Wat stijl vermag.

 Queneau’s geluksschemering, zegt Rudy, schuilt in de anonimiteit. En hij haalt Karel van het Reve aan, die opmerkte 'dat hij er blijkbaar zo onopvallend uitziet dat niemand zich met hem bemoeit als hij een winkel binnenkomt of in een restaurant wacht om bediend te worden'. Wat ook voordelen heeft, zoals tijdens de oorlog bleek: '…bij bv. een razzia werd hij over het hoofd gezien, bij controles met een afwezig hoofdknikje doorgelate­n.'

 De hoofdpersoon van Stijlfiguren verdwijnt in de 99 manieren waarop het voorval wordt beschreven. Hier in de versie 'Achterstevoren':

 ‘Je zou een extra knoop aan je jas moeten zetten, zei z'n vriend hem. Ik kwam hem midden op het Jan Willem Brouwersplein tegen, nadat ik hem het laatst gezien had toen hij vol belustheid op een lege zitplaats afstormde. Hij had net staan protesteren tegen het duwen van een andere passagier die, naar hij zei, telkens tegen hem op botste als er iemand uitstapte. Dit broodmagere jongmens was de drager van een bespottelijke hoed. Een en ander speelde zich af op het achterbalkon van een afgeladen lijn 16, op het middaguur.'

 Ik las hierna ook de andere 98 versies en verdween - met hoofdpersoon en tram en al - in Queneau's geluksschemering. 

Het verhaal

 Gisteren in het Utrechtse Catharijneconvent verzonken in melancholie. Maakte m'n rituele ronde. Langs Geertgen tot St. Jans z'n Man van Smarten tot de geile helse taferelen in het Laatste oordeel van Hermann Tom Ring en de houtsneden van Maria, Magdalena en Veronica bij de bewening.

 Gelovig ben ik niet, wel geloof ik in het geloof van onze schilderende en beeldsnijdende voorouders. Wat zij op hun beurt precies geloofden weet ik niet.

 Maar wie de heilige Ursula kan snijden in hout en de 11.000 maagden die zich onder haar rokken verschu­i­len, wetend dat ze ten prooi zullen vallen. Of Veronica die de zweetdoek omklemt met de gezichtsafdruk die ze kreeg van Christus op weg naar het kruis, die gelooft in de kracht van ver­halen. Wat is geloof anders dan geloof in 'n verhaal.

 Ik weet ook wel wat er mis is met die kerk. Maar wat ik tegen het verhaal heb? Ik vind het jammer dat de hoof­dpe­r­soon niet alleen weet, maar ook verklapt dat hij Gods zoon is.

 Maar weer zie ik hoe in Italië in een kerk naast een ziekenhuis het voltallig ziekenhuispersoneel in witte jassen, met stethos­copen nog, even snel kwam binnen­gelopen om het opd­rag­en van de mis mee te pakken. Daarna moesten ze weer aan het werk.

 Geloof als iets alledaags wat je nu eenmaal doet, omdat het erbij hoort. Van de wieg tot het graf. Of de autobussen van de Azione Cattolica bij een heilig­dom op zondag, op een heuvel - altijd mooie plekken - eerst bidden, dan eten en drinken. En geen, geen discus­sie, plaag van de Lage Landen.

 

Gleuf

 Deze vond ik gisteren in de Gerard Terborghstraat. Overblijfsel uit een andere tijd. Hij zal nooit meer gebruikt worden. Jongeren zullen niet weten wat het is.

 Ik dacht de laatste gevonden te hebben in de Haagse Zeestraat. Een rij fietsgleuven voorbij Panorama Mesdag. Maar ze zijn verdwenen, zoals alles in Den Haag verdwijnt.

 De fietsgleuf roept een diepe ontroering op. Er waren er duizenden in Nederland. De gleuf heeft louter nadelen. Het voorwiel dat erin geplaatst wordt verbuigt, er komt een slag in. De gleuf raakt vol rommel zoals hier.

 Verdwenen. Of vervangen door onhandige rekken, die met de ketting hun entree maakten. En verbogen. En daarna door de paperclips.

 Nationale voorwerpen werden gezocht. Met deze gedachte werd ik vanmorgen wakker: je zou het Monument op de Dam eindelijk kunnen vervangen. Door de kaasschaaf van Henk van Os.

 Maar beter lijkt een Nationale Fietsgleuf even hoog als de piloon van nu, rechtop gezet.

 Ik geef de voorkeur aan de gleuf. Met een gedicht van K.Michel erop, de man die de Hofvijver rechtop zette opdat de vissen de zee zouden kunnen zien. 

Tags: 

Jantien Jongsma's sloot

 Weerzien met Jantien Jongsma in C&H Arts space waar ze me rondleidde langs haar nieuwste werk. Veel vogels, zelfbedachte, die een poldersloot in een tropische mangrove veranderen.

 En mij deden denken aan die ene, mijn mooiste schoolplaat van allemaal: de sloot in dwarsdoorsn­ee, waarop je ook onder water kon kijken. Met die snoek ja, de kikkers en al. Je bent een slotenmens of niet. Ik groeide op aan sloten, net als - denk ik - Jantien.

 Hoewel ze van verhalen momenteel weinig wil weten zijn haar zelf bedachte vogels ver van decoratief. Onder haar penseel groeien ze uit tot karakters. Je ziet er bijvoorbeeld vier, waarvan twee op takken en twee op de grond, verwikkeld in een choreografie. Rondkijkend zoals vogels dat doen, die nooit verraden wat ze in de zin hebben, wat ze werkelijk bezighoudt. Alsof heel hun leven bestaat uit manoeuvres om ons af te leiden. 

 Het Hollandse platteland, het landschap, ontvouwt zich. Waarbij ze kleuren gebruikt die het optillen naar zelfbedachte tropen. Een klimaatsverandering, vooruit. Louter zomerse dagen. Het is warm bij Jantien Jongsma.

 Ook te zien bij C&H zijn drie van haar wonderlijke, beschilderde knipselsculpturen, waar het licht op en doorheen valt. Op een manier die ze meerdimensionaal maakt. Hoog als het plafond. Jantien Jongsma heeft een vaste hand van knippen. Haar figuren lijken houtgesneden.

 ps. Deze week werd in het Textiellab in Tilburg haar wandkleed van 8,5 meter geweven. Het komt in augustus te hangen in de entree van het Gerechts­gebouw in Utrecht. Meer vogels?Wieweet een sloot? Later meer.

Tags: 

Pagina's