Honingprotocollen? Meer kun je binnen een woord moeilijk overhoop halen. Bij eerste lezing kon Zwamborn er ook geen touw aan vastknopen. Wel een mooi spel, dat van de meerduidigheid, vol innerlijke tegenspraak. Zoals 'wanneer je iets draagt wat niet van jezelf is'. Ik wist opeens weer hoe het was een broek van mijn vader te dragen.
'Alles draait,' zijn de woorden die sinds Rincks bundel 'Zum Fernbleiben der Umarmung' steeds terugkomen. Om uit de buurt te blijven van de omhelzing, een credo van heb ik jou daar.
Ik las over en van haar in het tijdschrift Terras. In de Honigprotokolle (2012) staan ook 'gebruiksaanwijzingachtige tekeningen' van beelden die in de bundel voorkomen. En de tekeningen verhelderen niet, integendeel. Zo wordt in 'Berouw' een plastic bekertje opgevoerd, een in folie verpakt bekertje dat met een mes of draad, je moet er maar toevallig de beschikking over hebben, moet worden bevrijd. Met verwondering en irritatie tegelijk schrijft Rinck: 'Wat willen jullie erin? Watjullieerinwillen, wilikweten.' In dat kopje dus. Ja wat hebben we in dat kopje te zoeken, waarom moet eigenlijk die verpakking open?
Dit heet De timmermansplaat:
kort na zessen, hier zijn ze weer, deze timmermannen,
deze timmermansstemmen, in de onbehandelde kuil
van mijn halfslaap gedreven, onderranden van spot vervuld.
in de monochrome ochtend raken vlakken elkaar,
ontmoeten de zagen zich voor het gebed, dat noemt men wel
spraakzaamheid. dat noemt men oprechtheid. toch wanneer ze,
zo vroeg al, ramen vertrappen, komen panische dromen
me tegemoet. heel anders het hameren, in welk
ritme ik denk, heel anders het slijpen, op welk
stoffig spoor ik naar het ontwaken toe glijd - ze zijn
dagelijks de eersten, die laten zien: de dingen zijn hier.