Vieren

 'Grune Versicheringskarte bitte?' moest de Duitse douanier gezegd hebben, En je vervolgens doorgewuifd hebben. Daarna begon het baksteen onderzoek.

 Want hoe vreemd, Duitse bakstenen waren anders net als in België. Van formaat, van kleur, van metselwerk. De ramen waren kleiner ook.

 Dit was het buitenland. Ik had de papieren moeten halen aan de Haagse Lekstraat, het kampeercarnet met aanhangsel voor de Alpenkreuzer. Nu kon beginnen wat tegenwoordig 'vakantievieren' heet. Op naar de eerste Romeinse dakpannen, ter hoogte van Valence. En de geëmailleerde reclame borden voor verf van Valentine en aperitifs als Du.. Dubon.. Dubonnet. Niet zonder storingen. Wij kinderen hielden ons stil. Het levensdoel van mijn moeder was immers mijn chaufferende vader 'zo veel mogelijk ergernis te besparen'.

 Maar bij Lausanne was het al zo ver. Langs het Meer van Geneve rijdend zag ik het, het Zwitserse spoorwegmuseum. Met ook de beroemde 'krokodil' waar mijn broer nooit over uitgepraat raakte. 'Kunnen we stoppen? Hier. Even maar.’

 Het antwoord van de lachende vader was voorspelbaar: 'Stoppen? Geen sprake van.' Ontroostbaar was mijn broer.

Rijn

 Het was Harry Mulisch die schreef over de naam en betekenis van de Rijn. De clou was dat in Duitsland de Rijn nog een magische stroom is, vanuit de Zwitserse bergen, langs roofrid­derkastelen, de Kaiserstuhl, de Lorelei en Ehrenbreitstein.

 Een opera, die bruut wordt afgebroken bij Lobith. Waarna, tot onbegrip van de Duitsers, hun betoverende rivier opeens andere namen krijgt, als Waal en Lek. Nederlanders hebben geen gevoel voor romantiek. Die kennen alleen waterstanden.

 Ik daarentegen weet iets van witte Rijn- en Moezelwijn, het reisje langs de Rijn en 'Warum ist es am Rhein so schön?'

 Mulisch legt ook uit waarom een bos over de grens iets heel anders wordt. Geen dom bos, een 'Wald', bron van sprookjes, mythen en sagen.

 Breed is hij, de 'old river Rhein' uit Chris Howlands 'Fraul­ein', waar GI Elvis Presley 'Muss I denn' zong: 'Muss I denn zum Städtele hinaus, und du mein Schatz bleibst hier'.

 Romantiek puur. En dat terwijl ik lees dat Trump zijn troepen uit Duitsland gaat terugtrekken.  

Tags: 

Spiegelei?

 Dit is een zilveren 'spiegeleischep'. Aangetroffen door Annemieke Houben, die een meester is in het aantreffen. Ze schrijft: 'De spiegeleischep heeft een eigen geschiedenis, die ik niet ken.' 

 'Men schepte er het spiegelei mee op het bord. Uit de pan, neem ik aan. Een zilveren spatel. In oude adver­tentiebladen kom je 'm tegen in de weken voor moederdag. En de spiegeleis­chep heeft vele vergeten zilveren broertjes en zusjes, zoals het sardinevorkje en de olijflepel, natfruitlepel of de asper­geschep. Jongens jongens, wat een afwas.'

 En vergeet de zilverpoets niet. Een tafel vol uitgespreide kranten en dan de geur van Silvo.

 Nu de maakster van dit kleinood: Christina Anna (Christa) Ehrlich (Wenen 1903 ‑ Den Haag 1995) was beeldend kunsten­aar sieraadon­twerper, fotograaf en edelsmid. Opgeleid aan de Kunstgewerbeschule te Wenen (1922‑­1925) Zij onderhield contac­ten met Berlage, Wijdeveld en Jan Eisenloeffel.

 Naderen wij nu de oorsprong van het woord ‘spiegelei’?

 Wat spiegelt er dan toch? Het ei toch niet... En hoe moet je scheppen?

 Het is een prachtig ding, maar hoe het te hanteren?

 Een wankelbare handspiegel?

Guépin

 Ik belde mijn vriend Jan Pieter Guépin. De telefoon ging over in zijn voorkamertje aan de Stadionweg, waar hij bezig was aan zijn magnum opus 'De drie bedriegers’. 'Stoor ik je?' ' O nee, ik was me aan het verheugen.'

 Typerend antwoord.

 'Dan stoorde ik je dus wel.'  Waarna hij me uitlegde dat in zijn wereld storen niet mogelijk was. We spraken af dat ik langs zou komen. 'Mooi, dan kan ik me daar op verheugen.'

 De drie bedriegers waren Mozes, Jezus en Mohammed, stichters van de drie monotheïstische godsdiensten die de wereld te gronde zullen richten.  Eenvoudig omdat ze alledrie gelijk hebben.

 Het boek werd voltooid en Jan Pieter stierf, na verkenningen naar Zuid-Italië in zijn driewielige Morgan, naar de woonplaatsen van keizer Frede­rik II. Die zowel met Christenen als met Mohammedanen on speaking terms was.

 Zijn boek is nog te koop. Zijn redacteur Jan Kuijper wierp het voltooide boek in zijn nog open kist op Westerveld.

Dick Swidde (1906-1988)

 Met de oorspronkelijke Boze Buurman uit Ja Zuster Nee Zuster was ik vertrouwd. Talrijke radio-ondernemingen. Ik haalde hem dan van zijn huisje op het Suikerhofje en we reden naar Hil­ver­sum. Maar altijd eerst de rituelen: 'Handjes wassen, tand­jes plakken'.

 En een zakje gesmeerde boterhammen en een fles De Gruyter-wijn mee. Waarvan hij graag mee deelde.

 De zoon van de kachelsmid uit Purmerend was een begaafde vertolker van liedjes van Friedrich Hol­land­er als 'Jonny, wenn du Geburtstag hast' of 'Bleibe bei mir'.

 Hij sprak je altijd aan met 'kind'. Dick kon alles. Acteren, maar ook stoelen matten of zijn eigen broeken vermaken als ie wat aangekomen was. Dan verscheen er een puntige driehoek van een heel andere stof in de bilnaad van zo'n broek, Beetje bijgelovig was ie wel. Stond er in z'n tekst 'Ik wou dat ik dood was' dan vroeg ie mij als regisseur of dat alsjeblieft 'je kunt beter dood zijn' mocht wezen.

 Vele malen heb ik bij hem thuis de kolenhaard opgepookt.

 Toen het einde naderde nam hij me in vertrouwen. Het ging over zijn verzameling foto's van 'jongenslullen'. Hij liet me het laatje zien waar ze lagen. En of ik ze als hij dood was alsjeblieft in de kachel wou gooien. 'Anders komen er weer van die praatjes en dat heb ik liever niet.'

Tags: 

Mars

 Dit zijn de dagen. Het wordt warm en in de verte klinken de tamboerkorpsen met hun signaaltrompetten, waarop je in drie tonen maar weinig melodietjes kunt blazen, die ik nog ken.

 Omdat ik vlak bij Kijkduin woonde, waar ze allemaal langs kwamen en zelf bij de groene welpjes had gezeten voor ik naar het voetbal van Quick kon ontsnappen wist ik er van. Het begon met de ijsmannen van Ermi, Vami en Jamin, welke laatste met zijn gemotoriseerde grote kar en de 'dubbeldik' voor 15 cents de show stal al fluisterden de jongens 'aardappelmeel'. En soms het schepijs van Florencia.

 Maar de marsen hoor ik nu nog, al heb ik de medailles niet bewaard: de Duinenmars, de Rodekruismars en de Sint Jorismars van de padvinderij. Eindigde die niet op het Binnenhof, met Prins Bernhard als opperpadvinder in korte broek die het defilé afnam? Een keer meegemaakt.

 Deed je zo'n mars voor de derde keer dan kreeg je een koperen strip over je oude medaille met een drietje erop.

 En ja, wat te doen als je moest pissen? De groep zou heus niet halthouden. En zo heb ik de Sint Jorismars uitgelopen met een natte corduroy broek en steeds meer schrijnende benen.

Woning

 Woning, zo heet een huis in Amsterdam. Geen woning, geen kroning was de slagzin van de opstand tijdens de kroning van Beatrix in 1980. 

 De stad was vol politie. Op de radio hadden Stan van Houcke en Hanneke Groenteman het hoogste woord: 'Claus raus' stond nog op vele muren.

 En het was in die dagen dat er bij mij thuis in de Pijp, gebeld werd. En daar stond in volledig uniform van wachtmeester der Rijkspolitie mijn vriend Jilles Nieuwstraten uit Spij­kenisse, die ik kende als liefhebber van Eric de Noorman bij het Stripschrift.

 Jilles was uitgeput. Zijn onderdeel had de hele ochtend moeten zoeken naar hun bestemming, maar Amsterdam was ze te lastig. Dat was op de politieradio ook wel te horen geweest: 'En waar zijn jullie nou?'

 'Even op een bordje kijken. Dit heet hier de Overtoom.' Bij een kopje thee en een kaart legde ik Jilles uit waar de Nieuwmarkt, zijn bestemming, was en hoe je er kwam.

 Dit naar aanleiding van bijgaand door Henk Beentje bewaard - fake-pamflet.

Antonello

 Het was een lange reis geweest, bergop, bergaf. De nieuwe autostrada liep bijna steeds landinwaarts, de zee zag je nauwelijks. Tegen het eind kwam je pas in de Odyssee terecht. Eindelijk kon ik afdalen naar zee.

 Daar hoorde ik het zingen der sirenen, onderaan de steile krijtrot­sen. Een hallucinerend geluid. Dat veroorzaakt moest worden door de echo van de golfslag tegen de rotswand en het keienstrand. Echo van de echo, telkens weer.

 Ze noemen het niet voor niks de sirenenkust hier.

 Een dag later staken we over met het veer naar Messina. Aan boord ontmoetten we een oude heer die ons overdonderde met vragen over Antonello da Messina. De Italiaan die volgens Vasari bij Jan van Eijk de olieverf geleerd had en geïmpor­teerd in Italië.

 We waren nog niet weg daar, uit het huisje op de berg boven de straat van Messina met zicht op de Scylla en Charybdis. Met meloen en roze wijn. En Antonello da Messina.

Wat te doen?

 Anneke Brassinga besloot oud en nieuw te vieren. Ik kreeg dus een prachtige wenskaart met een foto en een tekst. 'Anneke Brassinga wishes you a joyful year'. Het voorafgaande jaardeel slaan we dus over. Een lumineus idee. En dan staat er '(vrij naar P.B.S.)', Percy Bysshe Shelley dus, de volgende tekst:

let us outsoar/ the shadow of our night

 Dat is uit de Adonais, het gedicht over de dood van Adonis. Een pastorale elegie over de dood van John Keats, geschreven door Shelley in 1821. Mick Jagger van de Stones las er een deel van bij het Brian Jones memorial concert in Hyde Park on 5 Juli 1969. Jones, medestichter van de Stones en inderdaad de 'Adonis' van de groep verdronk op 3 juli 1969 in zijn zwembad. Voor 250,000 tot 300,000 mensen las Jagger las deze verzen uit Adonais:

 'Peace, peace! he is not dead, he doth not sleep/ He hath awakened from the dream of life/ 'Tis we, who lost in stormy visions, keep/ With phantoms an unprofitable strife,/ And in mad trance, strike with our spirit's knife/ Invulnerable nothings. We decay Like corpses in a charnel; fear and grief./ Convulse us and consume us day by day,/ And cold hopes swarm like worms within our living clay.

 The One remains, the many change and pass;/ Heaven's light forever shines, Earth's shadows fly;/ Life, like a dome of many‑coloured glass,/ Stains the white radiance of Eternity,/ Until Death tramples it to fragments. Die,/ If thou wouldst be with that which thou dost seek!/ Follow where all is fled!'

Boven en onder

 Wat hoogteverschil in kantoren, maar ook tussen mensen in het algemeen uitmaakt leerde ik van de socioloog professor Den Hollander. Hoed u voor de mens van kleine gestalte, zei hij, hij heeft iets goed te maken.

 Een voorbeeld was een Amerikaans onderzoek naar de ruzies in een Amerikaans restaurant, waar de keuken beneden was en het restaurant een verdieping hoger. De koks haatten de obers, die ze als minderwaardig voetvolk behandelden en toeschreeuwden bij elke bestelling. Vuile borden werden in de dienstlift gepropt. Men sprak over 'die van boven'.

 De onderzoeker suggereerde de directeur toen de zaken om te keren. De keuken ging naar boven, het restaurant omlaag. Dat hielp. De schotels werden perfect afgeleverd in de dienstlift. Soms werd zelfs een compliment van een klant doorgegeven.

 Donald Trump zit niet voor niks boven in zijn gouden toren.

 Ook God zelf weet die dingen en blijft 'up there'.

Pagina's