Heine en de lichtjes in Lucca

 De Luminara di Santa Croce, op 13 september, is het grootste feest van Lucca. Er is een processie waarbij de Volto Santo, het Heilige Gezicht, gemaakt door een tijdgenoot van Jezus, zegt men, door de stad wordt gedragen, van de oude San Frediano naar de basiliek. De hele route wordt schit­terend verlicht door duizenden rondgedragen kaar­sen. En juist op die dag komt Heinrich Heine in 1830 te voet in de stad aan.

 En kijkt naar de katholieke gezichten. Alsof iedereen door een zelfde ongeneeslijk ziekte is besmet. Heine is bang zelf ook besmet te zijn door wat hij noemt 'die vreemde weekheid'. 'Iedereen is ziek onder zijn habijt. Van gekrenkte liefde, een zere rug, berouw en andere kwetsuren, aan gedaan door vijanden of eigen zonde. Alles dat net zo makkelijk onder een habijt zijn plaats weet te vinden als onder een modieus kostuum.'

 ''O hij overdrijft niet als de dichter in zijn smart uitroept'':

'Het leven is een ziekte, de hele wereld een ziekenhuis. En de dood is onze dokter - Ach ik wil geen kwaad van hem spreken en anderen niet in hun vertrouwen storen: want daar hij de enige dokter is, laat ze dan ook maar geloven dat hij de beste is.'(...)  

Twijfel

 Met een afgebroken studie op zak en geen geld van thuis meer, zocht ik een onderkomen. Het was 1966, ik schreef in krantjes en werd gelezen door Peter Flik, hoofd Jeugduitzendingen bij de V.P.R.O.. Hij redde me. 'Doe eens wat voor de radio,' zei hij. 'Iets leuks, daar mankeert het bij ons nogal aan.'

 Mijn sollicitatie gesprek met het hoofd van de radiodienst was kort. Hij knikte op alles, vroeg alleen nog bij de deur: 'O ja, heb je een geloof?' Ik aarzelde, en zei tenslotte naar waar­heid 'dat weet ik eigenlijk niet.' 'Ah,' zei hij, 'je twij­felt'.

 'Schot in de roos,' meende Peter toen ik verslag uitbracht. 'De Twijfel is de kern van het Vrijzinnig Protestantisme.'

 Bij de eerste landdag die ik meemaakte zongen koren en spraken vele dominees. En jawel, het woordje ' twijfel' keerde telkens terug. Peter begaf zich naar de telefooncentrale en zei tegen de dienstdoende dat hij dringend iets wilde laten omroepen in de zaal. En even later klonk daar: 'Telefoon voor de heer Twijfel’. Er werd gelachen. Dat kon daar dus ook.

 In de villa waar ik kwam te werken stonden overal merkwaardige lage bankjes met een kamerplant erop. Toen ik vroeg waar die toch vandaan kwamen vertelde Cor Galis, chef propaganda: 'Nog van het Zondagshalfuur voor de kinderen, van mevrouw Spel­berg.'

 Volgde het verhaal van de prinsesjes die met moeder uit Soestdijk kwamen gefietst om er bij te zijn, terwijl majesteit boven met de dominee theedronk.

 De laatste dominees werden vervangen door mensen die het allemaal veel beter wisten. De Twijfel verdween van de gever­niste ovalen vergadertafel. Er kwamen nieuwe stelligheden en zeker­heden. En nu is het geloof weer een beetje terug in de krant en op tv. Dat heb je met epidemieën, zoals eertijds de Pest. Het geloof vaart er wel bij. De twijfel ook.

Tags: 

Stil lezen

 Na het hardop lezen in de klas bleek stil lezen een ongedachte verworvenheid. Ik kon het het in m'n eentje doen. Niemand keek over mijn schouder mee. Eindelijk was ik alleen met mezelf.

 Eens was hardop lezen gewoon, ook als mensen voor zichzelf lazen. Een van de eerste vermeldingen van stil lezen staat in de 'Belijdenissen' van Augustinus. In het jaar 387 zag hij het wond­er. De Milan­ese bissc­hop Ambrosius las stil: 'Zijn ogen gleden over de woorden, maar stem en tong waren stil.'

 Augustinus dacht eerst dat Ambrosius niet lekker was. Maar hij was niet ziek. Hij had een geheim. Tussen hem en het papier gebeurde iets waarvan een ander geen weet kon hebben. Augustinus leerde het zelf ook snel, al bleef hij zijn mond bij het lezen wel bewegen. Zoals je sommigen nu nog ziet doen.

 En zoals ik het zelf ook deed toen ik pas stil las. Tot ik daar om werd uitgelachen en het afleerde. Net als het met de vinger als aanwijsstok langs de regels gaan.

 Langzaam drong het tot me door dat nu niemand meer kon control­eren wat ik las. Tenzij. Ik begon het boek met mijn lichaam af te schermen, las in gebogen houding. Nog later moest ook het omslag verborgen worden. Van Gelderens import legde kaftpapieren omslagjes om gewaagde omslagen heen.

 En zo lees ik eigenlijk nog. Onvergetelijk het moment dat ik voor het eerst het lied 'Die Gedanken sind frei' hoorde.

Vogels

 Etruskische waarzeggers voorspelden de toekomst 'uit de vlucht der vogelen'. Zou het? Als kind was ik eindeloos bezig met tijden en plaatsen. En nog. Geleidelijk ontdekte ik wat waar was en wat alleen in mijn hoofd bestond. Vooral 's nachts en in de slapeloze nanacht.

 Later, veel later ontdekte ik dat tijden en plaatsen ezelsbrug­getjes moesten zijn. En nu ben terug waar ik begon. Bij een fantasie die het wint van de werkelijkheid. Tot tenslotte de werkelijkheid het heft definitief in handen neemt. En ik niet meer leef.

 Omdat ik door de tijd heen kan zien is mijn blik vertroebeld. Het zou een voordeel kunnen lijken om in elke medemens al zijn voorzaten -tot in de wieg- te zien en zijn nazaten -tot in het graf- maar ik schiet er niets mee op.

 Zij die zeggen dat er alleen een moment is en zelfs dat niet hebben gelijk. Er is alleen begoocheling. Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht. Maar als die ene nu steeds ontsnapt? Hoe kan je een vogel vangen terwijl je steeds kijkt naar zijn in de lucht dartelende vriendjes?

 Ik sta met lege handen. Waar het nu om gaat is mijzelf ervan de overtuigen dat dit niet erg, ja juist mooi is.

 Een gedachte die nogal afleidt. Want bij vogelvangen heb je al je aandacht nodig.

Peter de Moes

 De eerste radiotechnicus met wie ik mocht werken was Peter de Moes. Menig uur brachten wij door in RK1 aan de 's Gravelandseweg 65 in Hilversum. Het woonhuis van dominee Spelberg, stichter van de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. Zelf woonde de dominee boven met zijn vrouw Laura.

 De dominee leed aan pleinvrees. Hij had die bestreden met drank, maar dat liep mis. Voor het geval dat had hij een fles jenever in het keukenkastje staan.

 En had daarom bedacht zijn radiostudio in de benedenverdieping van zijn woonhuis te laten bouwen. Inclusief het orgel voor Dr. Anton van der Horst, die de morgenwijdingen afsloot met improvisaties uit de losse hand. Soms kon je 'Daar zijn de appeltjes van oranje weer' horen tussen zijn Bach-variaties. Omdat er een omroepfunctionaris bij moest zijn zat ik daar vaak.

 Alles live. Peter kon goed opschieten met de dominees die 's ochtends kwamen opdraven. Deed een eenvoudige stemtest om de nerveuze predikanten op hun gemak te stellen en daarna kwam het praatje en tenslotte Anton, die het orgel had afgedankt en liever de vleugel bespeelde.

 Peter had een paar vaste grapjes. Tegen de dominee van dienst zei hij - als hij uitgesproken was - door de intercom graag 'U kunt zich weer aankleden dominee'.

 En dan zag je zo'n dominee toch even verschieten.

De droom van Sergius

 Hij was paus rond 700, kwam uit Palermo. Hij bevorderde de mis­sie van Engelse monniken naar Duitsland en Fries­land. In 695 wijdde Paus Sergius Sint Willibrordus (739) tot bisschop van de Friezen en zond hem, goed voorzien van relikwieën, uit als missiebisschop. Hierover wordt dit in de middeleeuwse levensbeschrijving van Willibrord dit verteld.

 Vier dagen voordat Willibrord in Rome arriveerde, kwam een engel paus Sergius in een droom waarschuwen. Hij moest de vriend Gods die onderweg was naar Rome met alle mogelijke eerbewijzen ontvangen. Want deze zou in de toekomst een groot licht zijn voor vele zielen die nu nog in duisternis verkeerden. Wat de heilige man hem, Sergius, ook zou vragen: dat moest hij hem geven.

 Hij voerde op de liturgische kalender een aantal Mariafeesten in: op 2 februari het feest van Maria's Zuiveringsprocessies, tegenwoordig beter bekend als Maria Lichtmis, bedoeld als vervanging van de heidense voorjaarsop­tochten; het feest van Maria Boodschap; op 15 augustus het feest van de Ontslaping van Maria, beter bekend als het sterfbed van Maria en Maria Tenhemelopneming; en op 8 september Maria Geboorte.

 Hij was het ook die de tekst van het 'Agnus Dei' in de liturgie invoegde. Het maakt deel uit van de kathol­ieke mis. Het is een gebed dat stamt uit de oud‑Joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei of Lam Gods wordt gezongen terwijl de priester het heilig brood breekt en de vermenging plaatsvindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk vallen.

 Het Agnus Dei lijkt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door paus Sergius. De tekst van het Agnus Dei, die gebaseerd is op Johannes 1:29 waarin Johannes de Doper Jezus aanwijst als het Lam Gods, luidt als volgt:

 Agnus Dei/ Lam Gods/ qui tollis

 peccata/mundi/ dat de zonden der/

 wereld wegneemt/ miserere/ nobis/ ontferm U over ons.

Wat zou Sergius in het schilderij dromen? Niets over de ontvangst van Willibrord vrees ik. Eerder over het feestmaal dat hij hem - en zichzelf - zou aanbieden. Geloof gaat samen met eten en drinken. Waarom toch? Ascese, ach nee.

Autobahn

 Nu de maker van het onsterfelijke lied gestorven is, dit. Duitsland was voor mij lange tijd niet meer dan een versleten halve landkaart waar ik bovenop ging liggen. Mijn neus op de v­reemde namen, waarvan je de klank moest proeven. 

 Van veel weet ik nog steeds niet meer dan dat. Na jaren kwam ik in Wiesbaden, Kaiserslautern bleef fantasie. Sleutel was de Autobahn, die stukje bij beetje door het land werd getrokken. Langs zehn pfennig-gokautomaten met drie wentelschijven en een gewinnplan.

 Eerste Merkmal was de Europabrücke, een ellenlange, rommelige Baileybrug over de open kolen van het Ruhrgebiet.

 Nog jaren moest je van de Nederlandse grens naar de eerste aansl­u­iting: Dinslaken, waar je nu voorbij zoeft. En hielden de betonplaten op bij Bruchsal. De kracht van de eindeloze herhaling van een naam. Maar het merendeel van de namen langs de weg bleven namen. Er waren Raststätten, Tankstel­len. Anders niets. De wereld die Wim Wenders en Robby Müller vastlegden in hun Im Lauf der Zeit (1976) en waar ik zoveel jaren voorbij gereden was.

 Er ligt daar een ander land, waar ze een andere taal spreken. Of zoals Keulse vriendje Herribert spotte als ik weer iets had miszegd: 'Jaja, wollen sie noch ein stückchen Kipf?'

Tags: 

Ontbijt

 Ik werd 's-ochtends wakker van ongeoefende groepszang, met bijvoorbeeld 'Komt nu met zang van zoete tonen en ons met snarenspel verblijdt'. Dat was de groep van de week die altijd eerst moest zingen voor ze hun ontbijt - met de glazen schaaltjes gele jam - kregen opgediend door meisjes in verpleegstersschorten uit het dorp, die gewoonlijk Annie, Jannie en Hannie heetten. Moe waren ze, de fabrieksarbeiders, na een nacht vol kussengevechten op hun stapelbedden.

 De keuken in het souterrain was hun paradijs, waar ik een eigen stoeltje had, naast het robuuste kolenfornuis. En toekeek hoe ze van afstand kwakken jam uit de reuzenblikken in de op­gehouden glazen schaaltjes mikten!

 De jam kwam naderbij toen bij het stationnetje een wagon ontspoorde van de fabriek van Schut - waar ze behalve papier ook verpakkingen maakten voor bv. Prodent tubes - die vol etiketten van de jamfabriek van Flipje Tiel bleek te zitten. Etiketten waarop onderaan bonnetjes met punten stonden afgedrukt, die je moest verzamelen om de albums te krijgen waar de 'strips' van het vrolijke 'fruitbaasje', juf Schaap en Jasper Aap stonden.

Ze woeien over de rails. Heel de dorpsjeugd grabbelde ze bijeen.

Het symbool van de Volkshogeschool-beweging kwam uit Scandinavië en was de klokkenstoel, een houten stellage waarin de kerkklok hing als er geen geld was voor een stenen toren. Houtbewerking was hoe dan ook een sacrale bezigheid, net als de volksdans.

Dat drong pas goed tot me door toen er een Deense autobus het grint opreed waar een gezelschap schrikaanjagend geklede volksmuzikanten uitstapte dat onmiddellijk begon te musiceren en arm in arm te dansen in hun witte kousen.

Annie, Jannie en Hannie keken verbluft toe. Ik niet minder.

Waardeloos materiaal

 De drie jonge jaren dat ik woonde in de toenmalige 'Volkshogeschool' het Huis te Eerbeek stond mijn bed in het zg. 'sprekerskamertje' waar houders van lezingen werden ondergebracht, als die er waren. De Volkshogescholen - een Skandinavisch initiatief - zijn uit Nederland verdwenen. Volksverheffing vergeten.

 Meestal was het dan de schilder en ontwerper Ad Pieters, brenger van het evangelie van het Doehetzelven. Veel piriet en raffia. Wat ik vooral onthouden heb is dat iedereen creatief was. Ik ook. Maar, was Pieters er dan moest ik op zolder slapen.

 Elke zaterdag kwam een autobus van de VAD, de Veluwse Autodiensten gevuld met een nieuwe groep Plattelandsvrouwen of arbeiders van de AKU het grint op gereden om een week te gaan sporten, in de tuinen werken en lezingen aan te horen.

 Maar het doehetzelven was de kern. En dat draaide bij Pieters vooral om wat heette 'waardeloos materiaal'. Waar je toch juist nog leuk creatief mee in de slag kon gaan. Paper mache was belangrijk, maar ook poppetjes maken van gekauwd en daarna geverfd witbrood. Het toppunt was een constructie van  spiraalvormig geknipt papier en pitriet, die je op een breinaald moest steken, die in een kurk was geprikt. Dat zette je dan op de schoorsteenmantel, waar hij door de opstijgende warme lucht langzaam begon te wentelen.

 Het sluitstuk voor de plattelandsvrouwen was het kleien Meestal werd dat een asbak voor hun echtgenoot. Die moest dan gebakken worden in het oventje, maar kwam er meestal gebroken uit. Waarna de brokstukken met Collall gelijmd moesten worden.

 Wat je soms nog ziet is het zg. 'spatwerk'. Benodigd: waterverf, een gaasje en een oude tandenborstel. Plus een mal naar keuze waaromheen je kunt spatten. Bijvoorbeeld een vogeltje. 

Voordeur

 Op de voordeur aan Frankenslag 178 in Den Haag, waar ik wel logeerde in het kamertje boven de vestibule, stond in witte  sierletters geschilderd Dr.W.J.Noordhoek. Ik ben naar hem vernoemd.

 En hij was gepromoveerd op een boek dat 'Gellert und Holland'. heette. Gellert was een 18de eeuwse schrijver van Lafontaine-achtige fabelen. Ook in Holland populair.

 'Dat onderwerp was nog vrij,' zei mijn vader laatdunkend. Hij was ook leraar Duits geworden, maar nooit gepromoveerd. Op het omslag van zijn enige publikatie, het lesboek Die Sprache der Mitte staat nadrukkelijk Drs. A.J.Noordhoek. Pijnlijk genoeg naast de naam van de vriendelijke oom Wil. Dr.W.H.A.Koenraads. En ja, het omslagontwerp is van mij, want ik tekende.

 En zo kwam het dat regelmatig, tot midden in de nacht werd aangebeld op de Frankenslag als er weer een aanrijding was geweest op de nabije kruising met de Statenlaan. En dat dan panisch werd gevraagd of 'de dokter onmiddellijk kon komen'.

 Waarop mijn grootmoeder, die zo had aangedrongen op het deftige opschrift, moest uitleggen dat hier geen medicus woonde.

 Maar het proefschrift - nu pas doorbladerd - is zeer leesbaar en mengt zich - zeer belezen - in de 18de eeuwse strijd tussen gevoel en verstand. Ik heb nu een andere grootvader: intelligent, gevoelig ook. Wij wandelen anders naar het Gemeentemuseum.

Pagina's