Third Side of the River

 Doen wat er door ouders van je verlangd wordt. Je kunt er je leven mee zoekbrengen. Op den duur zelfs in ernst geloven dat dit was wat je altijd wilde. Maar, er is iets. Iets dat blijft knagen.

 Dat moet de derde kant van de rivier zijn. Immers, je hebt deze en de overkant, maar hoe zit het met onderstromen? Dat zal de jonge Argentijnse regisseur Celina Murga voor ogen gestaan hebben bij dit vader-zoon drama. Ja, wat zal je? Je vader is een succesvol chirurg en tegelijk herenboer die het machismo op z'n Argentijns beoefent als een religie en van zijn zoon net zo'n kerel wil maken. Leren schieten dus, achter de meiden aan, autorijden. Artsenstudie en hem opvolgen in de zaak, de kliniek.

 En hem alvast verantwoordelijkheden voor het familiebedrijf in de schoenen schuiven.

 Net als vader Kafka - die Franz ook zo graag als opvolger in zijn galanterie–zaak zag - neemt dezer Jorge zijn junior mee naar het bordeel en als de jongen geen zin heeft zie je hem denken 'het zal toch geen nicht zijn'.

 Mijn eigen vader-zoon conflicten eindigden met tegen de spiegel mompelen 'ik krijg je nog wel' en een verwijdering die nooit meer goed kwam. Gesprek was ondenkbaar. Ook deze Nicolas zegt geen woord en slikt. Totdat.. Ga kijken.

 Blijft de vraag, worden dit soort vaders - behalve in Argentinie - nog gemaakt of hebben kinderen dezer dagen allemaal twee moederende moeders?  

Oorlog en morfine

 Jezelf van de wereld drinken, slikken of spuiten. Nooit was er meer reden toe dan in het Duitsland van het laatste oorlogsjaar, van 1946 of 1947. Voor Nazi's net zo goed als voor een schrijver als Hans Fallada (1893-1947).

 Iemand met wat in het Duits een 'dunne huid' heet, op wie wat er om hem heen gebeurt onbarmhartig inbeukt. En die toch de kracht vond het allemaal op te schrijven, zijn zelfhaat incluis. Fallada en zijn vrouw kwamen in een ziekenhuis en een inrichting terecht. Allebei, als zovelen verslaafd aan morfine.

 Wat Der Alpdruck je leert is dat zo'n inrichting als waar Fallada - in het boek als de schrijver Doll - in 1946 terechtkwam fungeerde als afkickkliniek voor ex-Nazi's, notabelen, rijken. Want morfine was duur, en de medische indicatie kreeg je niet zomaar.

 'Deze patiënten kwamen meest in de avonduren binnen, zelden door iemand begeleid. Vaak waren ze dan van een bijna spookachtig aanstekelijke opgewektheid, zeer geneigd tot babbelen en gul de duurste Engelse en Amerikaanse sigaretten weg te geven. Later werden ze door twee verplegers met milde overreding in bad gestopt, en terwijl ze daar in de kuip zaten werkten de zaalzuster en een verpleegster ijverig aan het doorzoeken van hun spullen. Doll keek daarbij toe en stelde vast dat men met minutieuze precisie iedere zak, iedere envelop nakeek, terwijl men anders volstond alles waarmee je kon snijden of steken te verwijderen, met daarbij misschien nog de ceintuur van de badjas, die veel depressieven gebruikten om zelfmoord te plegen.'

 'Doken de nieuwaangekomenen weer op uit het bad dan werden ze ondanks alle protesten meteen in bed gestopt. Er waren geen verdere onderhandelingen met de patiënten meer. Een zuster vatte post naast hun bed, de jonge arts verscheen, gaf een injectie en de patiënt sliep in. In deze slaaptoestand werd hij dan meestal een week gehouden.'

 Fallada beschrijft hoe goed dit - na de cold turkey, nachtelijks geschreeuw, vechtpartijen - werkte: de patiënten maakten zo snel het kon dat ze weg kwamen. Behalve dat veel artsen in de inrichting morfinist werden. 

 ps. Er is nog steeds een afkickkliniek aan de Marthastrasse 10 in Berlin-Niederschönhausen, waar Fallada dit meemaakte.. 

Tags: 

Egon van Herreweghe in Foam

 Wat heeft de brand van Brussel (1695) te maken met Hiroshima (1945), nep-versl­eten spijkerbroeken of bloemenprints op T-shirts? Het zijn allemaal plaatjes.

 En in dit geval ook fragmenten in een bedrukt wanddoek, te zien in de bibliotheek van fotom­useum FOAM. Waar je naar kunt kijken, zittend op een groot, rond matras, met een print van de blauwe lucht onder je kont. Als je naar het raam loopt zie je die ook echt.

 Een postmodern grapje? Of bedoelt Egon van Herreweghe (Gent, 1985) meer dan dat? Ik denk bij hem aan ontsnappingen. Ontsnappen aan de beperkingen, de tirannie van het fotowezen, waar je in Foam meteen tegenaan loopt. Zowel bij de zeer voorspelbare zwartwitte snapshots van Larry Clark uit het Californisch hippie-verleden als bij de ‘grensverleggende modefotografie’ in Don't stop now. Oorspronkelijk! Vondstig!

 Beide komen je al te bekend voor. Logisch dat Egon van Herrewe­ghe zich aan zijn haren uit het moeras probeert te trekken. Hij maakt een print op een reuzenwandkleed van het titanengevecht op de Telephus Fries uit het Pergamon Museum in Berlijn. Tussendoor mishandelt hij modefotografie, reclames, door de foto's van Gucci en anderen met ruwe kwaststreken te beschilderen.

 Wat is het met foto's dat ze vragen iets met ze te doen. Van de fotowanden op tienerkamers tot gescheurde en bekladde affiches op reclamezuilen. Foto roept agressie op. Is te voldongen. Zoals eens de schilderkunst. Tot de Mona Lisa haar snor kreeg van Duchamp. Vergeten grapjes. 

 Wat wieweet blijft is dit interieur, een unieke bovenkamer in een Amsterdams grachtenhuis. Gedateerd 2014.

Hans Fallada (2)

 Nog steeds verzonken in Hans Fallada's Der Alpdruck. Een boek dat je optilt, meedraagt naar onbekende verten. Nee, hier was ik nooit.

 Wat het betekent een gewetensvolle Duitser te zijn, in 1946. Begrijpen dat je land, de mensen om je heen, geen bestaansrecht meer hebben. Daarover gaat het hier. En jijzelf? Moreel geen poot om op te staan. Je bent een Duitser, zoals iedereen, maar dat is geen excuus.

 Zelfmoord. Dat is waarvan Dr. Doll, de schrijver, bezeten is. Hij onthaalt als enige in het stadje de binnentrekkende Russen. Was daar altijd al de gehate zonderling. En dan laat hij zich ook nog door die Russen als 'goede Duitser' tot burgemeester maken. Drinkt een fles wodka en spreekt van het stadhuisbalkon de menigte toe die hem als een verrader ziet. En waarachtig dit is nog echt gebeurd ook, in Fallada's dorp in Mecklenburg. Duitsers doen in die dagen niets anders dan elkaar bestelen. Geef je een uitgehongerde vrouw wat te eten dan wordt het 't volgende moment door haar buurvrouw gestolen. De burgemeester ziet het.  Geen wonder dat men in Duitsland in 1947 dit boek niet wilde lezen. Het spreekt de waarheid.

 Met Dr. Doll als burgemeester loopt het slecht af. Net als Hans Fallada heef hij een hartkwaal. Zijn vrouw moet hem naar een Berlijns sanatorium brengen. De dialogen met het verplegend personeel zijn komisch en hard tegelijk. Het gaat om het krijgen van verdovende middelen. Wat Dr. Doll noemt 'de kleine dood':

 'Soms wordt hij wakker en steeds is zijn stemming dan anders. Soms ligt hij urenlang morrend in zijn cel, zegt ternauwernood het noodzakelijkste, keert zich dan weer naar de muur en weigert alle inlichting als de doktersvisite komt. Of hij huilt vele uren zachtjes voor zich heen; dan ervaart hij een oneindig medelijden met zichzelf en zijn vergooide leven, hij voelt dat hij dood moet. Op zulke dagen eet en drinkt hij niets, ze moeten hem maar zien verrekken in zijn stinkcel... En op andere dagen is hij weer opgeruimd, rent overal rond met zijn deken om zijn schouders, praat met de andere zieken.'

 Maar tegelijk verzamelt hij materiaal over zelfmoord. Dit is pagina 147. De lezing wordt voortgezet. 

Tags: 

Oorlog proeven

Late boeken. Die wegraakten en na jaren weer boven water kwamen. Ik kan niet verklaren waarom Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn) van Hans Fallada (1947) in 2013 opeens een wereldsucces werd.

 Momenteel lees ik het tweelingboek dat hij ook vlak voor zijn dood in 1947 af kreeg: Alpdruck, dat bij ons Een waanzinnig begin gaat heten. Het was mijn held W.G.Sebald, die zich in zijn boek Luftkrieg und Literatur (2001) kwaad maakte over het ontbreken van beschrijvingen van juist de vuurstormen en de Trümmerzeit in de Duitse literatuur. Sebald verklaart dat verzwijgen uit onvermogen tot verwerken. Maar gek genoeg noemt hij Fallada nergens. Fallada's boeken verdwenen in '47 - met smoesjes - in Duitsland dan ook onmiddellijk achter de kast. Te pijnlijk, ook al pakt hij zichzelf net zo hard aan als het Duitse volk.

 Daar komen de Russische troepen. Iedereen is doodsbang. Maar al snel blijkt dat hun aandacht uitgaat naar de voorraadschuren van de SS. De vrouwen moeten de spullen naar het station dragen:

 'Vaak waren de zakken die de vrouwen moesten dragen met zware waren gevuld, zodat de last ze boven hun krachten ging. Wat hun onwil ten top dreef was de omstandigheid dat al deze vleeskonserven, deze boter-, kaas-, melk- of sardientjesblikken, dat deze blikken met gemalen koffie, deze sloffen geperste fijne theebladeren deze kartons vol chocoladepoeder (waarbij ook nog batterijen flessen wijn en cognac kwamen, alsook onafzienbare pakken vol rookwaren) - ja de onwil van de slepende vrouwen werd op zijn scherpst geprikkeld door de gedachte dat dit allemaal in zo'n overvloed voorhanden was, terwijl er tegelijk al sinds jaren behoeftige vrouwen en hongerende kinderen waren, Kinderen van wie er veel in hun leven nog nooit chocola geproefd hadden, om dan door de aanmatigende, heerszuchtige knullen van de SS aan wie Duitsland een groot deel van zijn ongeluk dankte in hun vraatzuchtige muil te worden gestoken'.

 Fallada is een Duitse Céline. Je ruikt, je proeft de oorlog.   

Tags: 

Darwin in Uruguay

 Wat verkeerd kan gaan, gaat verkeerd, wat stuk kan gaat stuk. Je zit te wachten op wat nu weer. Apparaten, de auto, relat­ies. Is dat Uruguay? In Amsterdam loopt morgen de Uruguay-week af bij World Cinema.

 Uruguay lijkt gemaakt voor film. Alles slijt en bladdert er. Gelukkig zag ik vanavond op het nippertje het meesterwerkje Rincon de Dar­win, Darwins hoek, genoemd naar de oever van de Rio de la Plata waar Darwin in 1833 aan land ging.

 Er is daar een intelligente filmcultuur die het onvergetelijke Whisky voortbracht, waarin ook de machine in de sokkenfabriek het begeeft en een romance niet doorgaat. Kapot, stuk. Te beginnen met de wrakke pickup-truck waarmee drie mannen een afgelegen huis op het land gaan bekijken. Deze drie, erfgenaam, de notaris en de verhuizer komen langzaam uit hun zwijgen te voorschijn.

 Slijtage, pech, tegenslag en de reacties van de drie mannen daarop. Schouderophalen, nooit kwaad worden. Wat dat met Darwin te maken heeft? Darwin, zo wordt gezegd vond schelpen op plaatsen waar eens zee was en ontdekte zo het uiteendrijven van de continenten. En zo dreven Europa en Uruguay voor altijd uit elkaar. En daarom gaat in dit land alles mis.

 Behalve in deze film van Diego Fernandez Pujol. Wonderbaarlijk wat daar wordt klaargespeeld. De regie en de drie acteurs brengen een gezegende vertraging en verstilling in al wat je ziet. Wachten steeds maar wachten. Bedachtzaam. Er is alle tijd. De evolutie nam er ook z’n tijd voor, zegt een tussentekst. 

Tags: 

Céline

 Het was honderd jaar geleden dat de Grote Oorlog uitbrak. Men herdacht en herdacht - mooie serie bij de Belgen - maar de enige die het werkelijk onder woorden heeft gebracht - Louis Ferdinand Céline, in 1932, ontbrak volkomen. In 1968 las ik zijn zijn Reis naar het einde van de nacht in de vertaling van Mani Kummer. Een donderslag.

 Ja, hij was 'fout' geweest in de volgende oorlog. Maar hij gaf ons wel de woorden. En opnieuw lees ik: ´Onze kolonel toonde een verbazingwekkende moed, dat moet gezegd worden! Hij liep midden op de weg op en neer, terwijl de kogels om z'n oren floten, net zo gewoon alsof hij op een perron op een vriend wachtte, hoogstens een beetje ongeduldig. Om te beginnen, dat zeg ik maar liever meteen, heb ik nooit iets voor het platteland gevoeld, ik heb het altijd triest gevonden, met z'n eindeloze modderpoelen, z'n huizen waar je nooit iemand aantreft en z'n wegen die nergens naar toe gaan. Maar met de oorlog erbij is het niet om te harden.´

 Dan komt er een cavalerist op de kolonel af, geheel overstuur, met de boodschap dat Wachtmeester Barousse verderop zo juist gedood is. Volgt deze dialoog:

- Nou en?

- Hij is gedood toen hij op weg naar Les étrapes, de broodwagen ging halen, kolonel!

- Nou en?

- Hij is door een granaat uit elkaar gespat!

- En verder, godverdomme!

- Verder niets! Kolonel!...

- Is dat alles?

- En 't brood, vroeg de kolonel.

 Dit was het eind van deze dialoog, want ik herinner me goed dat hij nog net tijd had om te zeggen: 'En ´t brood?' En toen niets meer. Daarna alleen maar een vlam, met lawaai erbij. Maar dan een lawaai zoals je nooit zou geloven dat het bestond. M'n ogen, oren, neus en mond waren opeens zo vol lawaai dat ik werkelijk dacht dat dit het eind betekende, dat ik zelf vuur en lawaai was geworden. (...) Onmiddellijk daarop dacht ik aan wachtmeester Barousse, die zojuist uit elkaar was gespat zoals de andere knaap ons verteld had. Dat was goed nieuws 'Prachtig!' dacht ik meteen, dat is een hele grote ploert minder in het regiment!' (...) Wat de kolonel betrof, die wens ik geen kwaad toe. Toch was hij ook dood. Ik zag hem eerst niet meer. Dat kwam omdat hij door de ontploffing op het talud was geslingerd, languit op z'n zij, in de armen van de boodschapper, die ook dood was. Ze omhelsden elkaar, die twee, nu en voor eeuwig, maar de cavalerist had geen hoofd meer, je zag alleen een opening boven in z'n hals, met bloed erin dat klokkend sudderde, zoals jam in een pan.' 

 ps. Er was in 1934 al een vertaling van J.A.Sandfort. Céline vocht in Vlaanderen, in 1917, en raakte gewond.. 

Tags: 

De ernst van voetbal

 Vlak voor de finale van de Copa Americana tussen Uruguay en Argentinie weigert El Ingeniero, de Ingenieur, de succesvolle coach van het Uruguay de kleedkamer te verlaten. Twee dagen later legt hij zijn functie neer en verdwijnt. Wordt onzichtbaar.

 Regisseur Diego Arsuaga schreef een dialoog, waarin de coach na vijftien jaar afzondering in de natuur eindelijk praat over het hoe en waarom met een jonge journalist. Het wordt zijn testament.

 De film snijdt dwars door alle sportcliche's heen. Soms doet de Ingenieur in zijn vergelijkingen met de natuur rondom denken aan Peter Sellers in 'Being there'. Een coach hoort - denk aan Van Gaal - al z'n spelers persoonlijk te kennen, maar krijgt amper de kans een team te bouwen.

 Een elftal kun je niet kopen. De verwachtingen van managers, spelers en media na succes leiden vanzelf tot mislukking bij eerstvolgende gelegenheid. Mooi dit te zien na het WK. Denk aan hoe het de teams van Spanje, Portugal, Brazilië verging.

 Of de coaches daarvan, net als de Ingenieur, op de intensive care terecht kwamen weet ik niet. Wel dat ze na zo'n mislukking zwegen. Net als de Ingenieur. Voor falen bestaat in sport geen begrip, geen excuus. Trainer is een eenzaam vak.

 Maar in deze film praat hij dan. Fictie! En gevraagd naar wat hem dan boeit in het spel, zegt hij 'het proces'. Het best denkbare antwoord

Lelijkheid

 Mijn favoriete schilderij De briefontvangster - van Rembrandtleerling en perspectief meester Samuel van Hoogstraten, bleek uit het Mauritshuis verbannen naar de Galerij van Stadhouder Willem V naast de Gevangenpoort. Ik ging kijken. Van Hoogstraten schreef ook een cursus schilderen. In hoofdstuk 10 verdiept hij zich in de lelijkheid, aan de hand van een scene uit het boek Bataafse Arcadia van Johan van Heemskerk (1597-1656). Een reisgezelschap en een ontmoeting, ik denk bij de herberg De Haagse Schouw. Volgt dit portret:

 'Toen ze tussen het hoofse Den Haag en het wijslievende Leiden hun paarden een weinig verversten kwam er terstond een onhebbelijk wijf voor de dag; haar haren waren in plaats van met poeder, doorzaaid met een ontelbare menigte schilfers. Haar ogen, die, alsof ze haar volle slaap niet had gehad, met een doffe loomheid heen en weer draaiden, flonkerden van bloeddoorlopenheid, met een rand van korsten en maakte dat aller ogen, niet anders dan van het hoofd van Medusa, zich van haar afkeerden. Haar hele bakkes was overdekt met een puistige purperen laag: en haar onbeschofte neus scheen haar uitstekende kin in te willen pikken. Waarboven de langharige wenkbrauwen een dijk leken op te werpen tegen de golven van 't dicht berimpelde voorhoofd. Tussen de kloven van haar grove, omgeslagen lippen, hingen nog hier en daar de druppels van het drabbig dikke bier, waar ze, na het ontwaken haar natgierig keelgat gulziglijk mee gewend was te laven: en dat haar ganse lijf, en vooral haar vadsige boezem, door een uitpuilende vetheid, zo had doen zwellen, dat het één een dikgebuikte bierton, en het ander een overladen koeienuier geleek. Deze aardige waardin, met een tabakspijp in de mond, en een kan in de hand, trad al slingervoetend naar de wagen, en begon met een schorre stem, en een pinkend oog het aardige gezelschap dat op de wagen zat, te noden tot een pijpje smooks, en een zoopje zoenwater.'

 Het gezelschap vertrekt overijld en Van Hoogstraten besluit deze studie van 'aardige leelijkheid' met te zeggen dat de schilder Adriaen Brouwer - specialist in lelijkheid - werk genoeg gehad zou hebben, om deze 'ongave begaafdtheden te overtreffen'.

 Beetje door mij gemoderniseerd uit:Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt (1677) 

 

Tags: 

Peenhaar

 Kwam ik uit school dan was mijn eerste vraag aan mijn moeder: 'Is ie thuis?' En dan zei ze: 'Zo praat je niet over je vader.' Immers, als ie thuis was ging ik liever op straat spelen. In Peenhaar van Jules Renard (1893) komt vrijwel de zelfde dialoog voor, maar daar is de moeder, aangeduid als madame Lepic, de kwade genius. Hij zegt tegen zijn vader, monsieur Lepic, met wie hij wandelt:

 'Ik heb een moeder. Die moeder houdt niet van me en ik niet van haar.'

 'En ik, denk je soms dat ik van haar hou?' zegt monsieur Lepic bars, vol ongeduld. Bij die woorden gaan Peenhaars ogen omhoog naar zijn vader. Hij kijkt lang naar zijn streng gezicht, zijn dikke baard waarin zijn mond zich als uit schaamte te veel gezegd te hebben terugtrekt, zijn gefronste voorhoofd, zijn kraaiepootjes en zijn neergeslagen oogleden die maken dat het lijkt of hij loopt te slapen.

 Een ogenblik houdt Peenhaar zich in. Hij is bang dat zijn diepe vreugde en de hand die hij beetpakt en bijna met geweld vasthoudt, dat het allemaal vervliegt. Dan balt hij zijn vuist schudt hem naar het dorp dat daar beneden in het donker ligt te dutten, en schreeuwt het vol pathos toe.

 'Snertmens! Dat ook nog. Ik haat je.' 

 'Hou je mond,' zegt monsieur Lepic. 'Het is je moeder, per slot.' 'O,' antwoordt Peenhaar, weer gewoon en voorzichtig geworden, 'ik zeg het niet omdat het mijn moeder is.' 

(vertaald door Thérèse Cornips, in 1969, tekeningen Félix Vallotton) 

Tags: 

Pagina's