Bob de Mets, who the hell?

 Wanneer en waar hij stierf? Geen mens die het weet. Ik probeer te achterhalen. Noem het verlangen naar het onbekende. Bob de Mets, ook wel schrijvend als Jan of Jean Demets werd geboren in Belgisch Limburg in 1895.  Omdat hij gedichten naliet als dit, uit 1926. België, kort na de Grote Oorlog:

 de kelner zegt / dat het verkeerd is in het donker te schrijven / en uit dampende soep / zingt een sentimenteele melodie / oud oud oud

 twintig paarden trekken een kanon / twintig schreiende paarden / en te paard op het kanon / (o goddelijke ironie) / zit jonas

 jonas die in den buik van den walvisch zat / zit te paard op het kanon / maar onder de lindeboom staat maria / met lachende vingers / 'HELD!!!'

 de soep is op / tussen twee citroenschijven / gluurt de mondschein-sonate / en er zal wel geen eind komen aan dezen maaltijd

eten is de tragiek van het leven / zesenzestig wereldproblemen zijn in acht dagen / door dit probleem opgegeten / en jonas zit te paard op het kauwende kanon

 het kanon kauwt het hart van jonas / jonas kauwt het hart van maria / maria kauwt alle harten / en de zon valt neer / ergens / ergens / ergens / tussen paars corea / en geel-zwart californië

 jonas zet zijn muts op het ander oor / maria haar hand op de andere dij / en dit was / het begin / van / de / wereld

Het komt uit 'Doe uw werk, een verzameling Avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen' van Hubert van den Berg en Geert Buelens. Er zijn twee bundels bekend: Asfalt: poësie erotique (1924) en een bibliofiele uit 1926. De Mets was redacteur van 'Het Woord', een tijdschrift verschenen in 1925/1926. Paul van Ostaijen vermeldt het. In de jaren dertig kwam hij in nationaal‑socialistische kringen terecht.  Na de oorlog was en bleef hij volstrekt spoorloos.  

Wijnanda Deroo

 Een fabriek, een kerk, een school, een winkel, een gemaal, een boerderij, een bedrijfsruimte. Wat te doen met overtollig industrieel of religieus erfgoed? Slopen of 'herbestemmen'? Typerende architectuur wil iedereen graag bewaren, maar dan? De fabriek is stil en stinkt niet meer. In de school blijft het eeuwig naar kinderpis ruiken. Er gaat iets mis. Maar wat?

 Je ziet het op de foto's van Wijnanda Deroo, in de serie Plaatsen van herinnering, nu in het Noord-Brabants museum, Den Bosch. Het gebouw sterft. Nieuwe bewoners betrekken het gebeente. Wat je ook probeert, niet warm te stoken, te hoog, vol malle hoeken, ongeschikt.

 Opdelen in segmentjes dan? Er studenten in zetten, kunst­enaars die atelierruimte nodig hebben. Jan Dibbets meende dat een atelier altijd koud behoorde te zijn, wat goed uitkwam, ik huiverde in zijn schoollokaal. Wat dan? Een vloer maken in de Grote Kerk van Hoorn die een beddenpaleis werd? Exposities organiseren in een oud gemaal, zoals Thom Mercuur doet? De Vondelkerk dwars doorsnijden met een kantoorvloer? Het blijven Monumenten van verdriet om wat voorbijging. Inderdaad Lieux de memoire. Of er oorlog was. Maar stofloos, zonder vochtplekken.

 Bij Wijnanda Deroo krijgen ze een nieuwe esthetiek. Dit voormalig busstation van Connexxion wordt als deel van een verzamelaarsopslag opeens een schilderij van Matthias Weischer. Stapelingen van opslag, bergruimten. Ruimte genoeg, vergeten spullen blijven liggen. Deroo arrangeert kleurt, detailleert, legt lichtglimmers en schaduwhoeken op hun plaats net zoals in haar serie van het onttakelde Rijksmuseum.

Tags: 

Wim Brands

 Wim Brands is een boerenjongen. Je ziet het aan z'n manier van lopen, altijd over een erf. Niet veranderd sinds de stad z'n erf werd. Ruimte, afstand zit er in, net als in z'n gedichten. Zo:

 Ik hou van paarden

 

 omdat ze uit

 badkuipen

 

 drinken

 

Of zo:

  Mijn vader zat elke avond

 achter het huis

 

 Het verveelt nooit zei hij

 

 Het uitzicht is altijd

 anders.

 

Alle tijd van de wereld. Alle zicht. Het mooist is dat van de dakdekker:

 Voor hij begon met repareren nam hij de omgeving in zich op:

de tuinen, het weiland, de huizen aan de zoom,

het bos, de paarden die op stal wilden,

 

en dacht na over wie hier voor hem zaten. Hoe spraken zij

in zichzelf, zo hoog? En hoe zag de hemel er die dag uit?

Helder? Zwanger van komend noodweer?

 

Nagel in de mond vroeg hij zich af of ook zij het verlangen

hadden gekend een bericht achter te laten voordat zij begonnen met het bedekken van het dak.

 

Een regel gekrast in lood.

 (...)

Lees verder in z’n nieuwe bundel  's Middags zwem ik in de Noordzee.

 

 

Tags: 

Thuisfront

 ‘In mijn vreemde land’, het Gevangenisdagboek dat Hans Fallada in 1944 schreef en zijn cel uit smokkelde, staat vol verhalen over hoe zijn landgenoten zich in oorlogstijd gedroegen. Fallada, de schrijfjunk, noteerde alles wat hij zag, wist of wat hem te binnen schoot. 

 De mannen waren naar het front. Over twee achtergebleven vrouwen bij hem op het dorp gingen geruchten. En ja, ze ontvingen soldaten die in de buurt bewakingsdienst liepen. Zo ging de burgemeester op een avond op inspectie uit. Weldra gevolgd door een aantal dorpsbewoners, meest oudere vrouwen, maar ook twee meisjes van 16 en 17. Kijken en luisteren naar wat zich afspeelde achter dat ene verlichte raam.

 'Hoe meer de uren voortschreden, hoe meer de inleidende aanhaligheden overgingen in handtastelijkheden, hoe duidelijker de lieve woordjes werden, hoe schaamtelozer ook het gezelschap onder het raam. Opgewonden stootte de een die dichterbij kon luisteren de ander aan, nauwelijks hun lachen verbijtend fluisterden ze elkaar toe wat ze net gezien hadden en de burgemeester, die toch in naam van de goede zeden en ter bescherming van de onschuld zijn post betrokken had, bracht er niets tegenin dat opgroeiende meisjes dit schouwspel zagen, hem zelfs aanstootten en het heftig ademend met glanzende ogen van genoegen volgden.'

 En dat in het gezonde, reine land van de Führer. Van half tien in de avond tot half vier 's morgens hielden de nieuwsgierigen het uit.

 Wel leverde deze burgemeester een smerige streek. Hij schreef een uitvoerig verslag aan de echtgenoot van de jongste van de twee vrouwen in dat huis, die aan het Oostfront diende en veel van zijn vrouw hield. Er werd niets meer van hem vernomen. Zes weken later kwam het bericht dat hij was gevallen.  

Tags: 

Pollet & Pollet (1)

 Hoe zou je noemen wat Pollet & Pollet gemaakt hebben. Het ziet eruit en voelt aan als een gebonden Kuifje‑album. De titel O scenario wijst naar plot.

 En dwingende vorm, pagina na pagina. En 'ook als ze doodloopt is de plotlijn interessant' klinkt het in het doolhof, een running gag. De gebroeders Grumbach en Groove - de barman - beleven veel, maar puzzelen vooral vlijtig over de voortgang van hun verhaal. Het Scenario zit in een impasse.

 Hoofdbrekens, waarbij de wereldkunst & literatuur bijrollen leveren voor Kafka - als Gregor Samsa die een mestkever blijkt - Warhol, Beckett, John Cage, Bach - als chauffeur - en Joyce.  Elke boekwinkel bevat duizenden gezichten. Intussen zijn de karakters ingespannen en zeer onderhoudend bezig met zaken die je net even ontgaan. Ze dolen door een stadse menigte waar alle passan­ten hun eigen koers volgen, zonder oog voor elkaar. Tot een ontmoeting volgt.

 Of doen een uitstap naar een ander decor. In deze vorm kan alles, in tekst en teken­ing. De stripvorm is er, maar elk hoofdstukje is een verhaal, een wereld op zich.

 De belangrijkste heldin is de zwarte, bloedstollend mooie - vrouwen tekenen! zo zat zelden een broek ‑ die laconiek volgt wat die mannen, die toch bijwij­len Jansen en Jansens achtige trekjes krijgen, uitspoken. Absurde momenten die cartoons uit de New Yorker oproepen.

 Pauze.. ‘We gaan er even uit. Tot zo.’

 O scenario is een meta‑strip. En goddank geen graphic novel, dat bastaardgenre, waar niemand mee gebaat is. O scenario is de Belgitude ten top. Met Michael Borremans om de hoek, Magritte naast de deur en zo ver van de officiële letterkunde dat je denkt ha, dit is nu literatuur: 'ongrijpbaar, ernstig en scherpzinnig aan de rand van roes’. 

Tags: 

Vieze liedjes (2)

 De 'Vieze liedjes' verzameld door Annemieke Houben lijken in veel op de popmuziek van nu. Over begeren, verlangen of seks gaat het altijd nog. En daarbij helpen zwijmelmuziek en de ritmiek van het lijf.

 Er werd in de 17de en 18de eeuw al gewaarschuwd tegen schunnige liedjes net als later tegen de Weense wals en de zedenbedervende rock' roll. De meeste werden ook toen gemaakt vanuit mannelijk perspectief, maar ook vrouwen zongen ze, zoals de twee hoeren die in de Kalverstraat in november 1710 werden opgepakt voor het zingen van 'seer vuyle lietjens'.

 In de verte doemt het Eurovisie Songfestival al op. Een grote parade van de 'ontughtige Kleeder-prael', van de zingende hoeren waarvoor in 1682 al werd gewaarschuwd. Verbieden hoort er onlosmakelijk bij. Gezagsdragers en wetshandhavers leren het nooit, maar ieder kind weet het: verbieden is aanmoedigen.

 Daarbij is de manier waarop teksten op muziek worden gezet, de zogeheten 'frasing' opmerkelijk. Vaak hamert een refrein de boodschap er extra in. En de liedvorm dwingt tot bondigheid, vernuft in de omgang met beelden en taal. Alliteratie en binnenrijm geven de zangers kans op grappen en uithalen.

 En A dirty mind is a joy forever. Zoals in het lied over de dienstmeid die een ton staat te schuren. Een ton? Die verbeeldingskracht is uit de pop van nu verdwenen. Dat maakt dit boek zo leuk.

 

 Al waar 't een dienstmeid maar, zo kan ze aardig schuren,

en is ze zelver vrouw, te beter kan ze 't sturen:

Zij dunkt mij even knap, en wakker uit de mouw

zodat ik hare tobb' ook graag eens schuren wou.

 En zo verder. Uit: David Ronsaeus, Venus Minne-Gifjens (1622)

Fallada’s gevangen handschrift

 In 1944 belandde Hans Fallada in de gevangenis, na een uit de hand gelopen echtelijke ruzie. Als Nazi-tegenstander brak hem dat lelijk op. Maar hij ging in de cel door met wat hij altijd deed: s­chrij­ven.

 Fallada was behalve alcoholist ook schrijfjunk. In een soort minuscuul geheimschrift, deels in code, waarbij hij eerst van bovenaf een vel vulde, en dan ondersteboven de tussenruimte en alle wit dat over was. Met een loupe is dit dagboek later leesbaar gemaakt. Hij was bestempeld als een 'voor de gemeen­schap gevaarlijke geesteszieke' als meer schrijvers onder het Derde Rijk. Maar gek genoeg, schrijven mag hij overdag:

 'Ze bewonderen mijn kleine handschrift, mijn enige bescherming tegen nieuwsgierige snuffelaars. Ik weet dat elke brief, elke regel, die hier geschreven wordt eerst door de officier van justitie moet worden gecensureerd voor hij naar buiten gaat.'

 Hoe zijn manuscript naar buiten te smokkelen? Of moet hij het door de WC spoelen? Er staat veel lelijks over Hitler en de Nazi's in. Maar schrijven is hem een innerlijke dwang.

 'Al deze gedachten plagen me dag en nacht, ze laten me mijn eigen lot in dit dodenhuis vergeten: alleen wanneer ik boven deze aantekeningen zit laten deze kwellende gedachten me los.

 Straks komt onze watersoep met een paar koolbladeren en dan moeten we om half acht naar bed, in de nauwe cel, die ik met een schizofrene moordenaar, een zwakzinnige en een gecastreerde lustmoordenaar deel. Deze drie kameraden slapen uitstekend, ik minder. Ik heb een lange nacht voor me, om over mijn uiteenlopende problemen na te denken. Of ik morgen wel verder schrijf? Ik ben waanzinnig als ik het doe.'

 Hij deed het en smokkelde het naar buiten. Ernst en slapstick door elkaar. 

 ps. Of er vertaalplannen voor het 'Gevangenisdagboek 1944' bestaan weet ik niet.

Tags: 

Vieze liedjes (1)

 Geen 'ondeugende' dus. Vieze. Uit de 17de en 18de eeuw werden ver­zameld door An­nemieke Houben. En je bladert een wereld bin­nen waar niet alleen een andere taal wordt gesproken, maar waarin het ook zonder omhaal over seks en erotiek gaat.

 Zoals teruggevonden in liedjes die op straat en in cafés werden gezongen. Goddank niet hertaald, maar leesbaar gemaakt. Want de taal en omgangsvormen van onze Goude­n-eeuwers zijn een feest van directheid. Juist door de dubbel­zinnigheden, die soms aan blues doen denken. Sugarcane Harris vernoemde zich niet voor niks naar een zuurstok.

 Wie kent er nog het heipalen­lied? Als je ziet hoe omzichtig en vol eufemismen er tegen­woordig over seks gesproken wordt. Als 'vagina-monologen' al een wonder van direc­te taal is. Wat is nu anders dan toen? Wat maakt toen zo leuk?

 Dat de dingen bij hun namen genoemd worden, het regent niet alleen komische woorden voor seks en neuken, je steekt ook heel wat op over klysma's, over het scheren of juist coifferen van schaamhaar, over geslachtsziekten. Maar ook over hoe vrij veel vrouwen waren, een vrouwelijke vorm van machismo. Hoeren waren er, veel, maar ze onderhandelden zelf, op het scherp van de snee. Pooiers kom je niet tegen. Wel waar­dinnen, en moeders.

 Maar in de meeste liedjes van toen is - net als in die van nu - toch de liefdesdroom, de bron, alomtegen­woor­dig. Alleen die van toen waren zoveel leuker. 

 Waar bleef deze wereld? In de 19de eeuw onder tafel geveegd, vrees ik, door de nette burgerij. En daar ligt hij nog. Later meer.

Haperende Mens

 Vanmiddag in het Amsterdamse Arti et Amicitiae beland in wat nog het meest leek op een cakewalk of het spookhuis op een oude kermis.

 Een bon annonceur - 'boniseur' - als de vader van Cherry Duyns had er nog bij gekund. Bijvoorbeeld bij de metershoge wand van levend gras van Danny Devos (2014), de seks met kantelende fauteuils in de fotowand van Paul Kooiker (Heaven, 2012), de duisterheden van Raquel Maulwurf en vooral wat zich daarna in het donker afspe­elt. De filmloop van Dan Walwin (Shallows, 2012), vol vondsten in rotzooi. De esthetiek van rotzooi, denk je, dat weet ik onderhand. Maar nee. Het zijn toevallig ogende stapelingen van modern materiaal, onder druppend water. En heel achteloos liggen daar mensen tussen die je maar gedeeltelijk en bij vlagen ziet. Op zo'n manier dat mens en materie gelijksoortig worden.

 Sorry, maar de associatie met de overblijfselen van de rampvlucht MH17 kwam vanzelf. De kunst van het lukrake. Want Walwin heeft zorgvuldig geschikt, gepast, gemeten met zijn rubber gaatjesmatten, zinken rasters om je voeten aan te schrapen, stukken plastic, kapotte onderdelen, vuilzakken.

 Je zou er in een karretje op rails doorheen gevoerd moeten worden, met af en toe slierten tegen je gezicht. Om te eindigen in de film ‘Tornado’ van Francis Alÿs, die over een eindeloos stoppelveld in de ‘dustbowl’ een wervelstorm inloopt en verdwijnt.

 De rondgang begint, bij Zeger Reyers in 'Leisure/On the beach', een luxe schommelbank met een bladerpatroon, die bij nader kijken overgroeid blijkt te worden door oranje oesterzwammen, levende paddenstoelen. Waar bij wordt verteld dat aan het eind van de Haperende Mens, op 5 oktober, heel de bank ermee overdekt zal zijn.

 Met mij, in slaap gevallen met mijn boek eronder, natuurlijk.

Hysterie en apathie

 Het zijn teletekstdagen. CNN-dagen. Maar de Nederlandse media zijn gebrekkig. De meeste tijd gaat heen in de stilte van de angst. Ik leef bij de stukken van Hubert Smeets in NRC-Handelsblad.

 Wat zou mannen als Rasmussen van de NAVO of Porosjenko toch bezielen? Wat doen ze anders dan machteloos van torens blazen die ze niet hebben. Natuurlijk zullen de NATO en de Verenigde Staten morrend toekijken, maar meer niet.

 Natuurlijk had Oekraïne na verkiezingen allang een federale staat kunnen zijn. Hysterie verhinderde dat. Moet er werkelijk een oorlog overheen voor dat de oplossing wordt? Of zou het Westen er toch stiekem halfhartig in getrokken worden tot het alleen nog maar gaat om gezichtsverlies?

 De stukken van Hubert Smeets krijgen literaire trekjes als hij - vandaag, vrijdag - de psychologische manoeuvres van Poetin en diens gespeelde mededogen met het Oekraïense leger beschrijft. Natuurlijk vechten ze niet uit eigen vrije wil. Ze krijgen nog een laatste kans te 'ontvluchten aan de zinloze offers' om 'zich te herenigen met hun familie en terug te keren naar hun moeders, vrouwen en kinderen'. Ze moeten dan wel eerst hun wapens afgeven. En natuurlijk zijn hun tegenstanders niet Russische strijdkrachten. Dit is ook geen oorlog, het is een humanitaire operatie, voor Oekraïnes bestwil.

 Met andere woorden 'geef het op'. Wie dat zegt kan niet meer terug. Hoe Poetin zich hier nog uit kan draaien? Geen mens die me dat kan uitleggen. Zijn meest recente woorden, Russen en Oekraïners zijn ‘praktisch één volk maar wat het Oekraïense leger doet herinnert hem aan de Nazi-legers. Klassieke oorlogsdemagogie.  

 Terug naar CNN. Breaking news? Nee, en Nederkland slaapt al. 

Tags: 

Pagina's