Rommel in gedichten lees je niet vaak. Ik bedoel niet de charmante schilderachtige troep die je in de fotografie zo vaak ziet, nee echte rommel, in onbestaanbare stapelingen van beelden, woorden en zinnen. Het erge is, je betrapt je erop dat je al lezend bezig bent chocola te maken van een pagina als:
Boven de kringloop van regen en baby's vliegt de roerdomp.
De roerdomp heeft niets met dat alles te maken.
Met de kringloop van granaten, bananen, offers, slijtage
heeft de roerdomp niets te maken. Daar moet duidelijkheid over bestaan.
Hij gelooft zelfs niet in kringlopen, de roerdomp.
'Ieder rad is bedoeld om iemand voor ogen te draaien,'
zingt hij (wat schor van de kou op die hoogte).