Dienstreis

 Van Constantijn Huygens (1596-1687) ontdekte Simon Groenveld een reisverslag uit 1654 dat toevallig bewaard bleef tussen archiefstukken.

 Huygens, manusje van alles van de Oranjes, was uitgestuurd naar het Rijn- en Moezelgebied om de buitenlandse domei­nen van de familie Oranje Nassau te beheren, materiaal uit te zoeken voor geplande bouwwerken. Hij was een workjunk en had overal verstand van, schreef poëzie en proza, musiceerde en com­poneerde, was diplo­maat, inde belastingen maar wist ook van prijzen en productie van hout en ijzer. Het verslag laat zien hoe idioot ingewikkeld zijn leven was. Hij vatte een werkdag in dienst van de Oranjes zo samen:

 'So slaep ick, en soo niet, naer 't pas geeft. Meest den morgen

 Bested' ick aanden plicht van Hoofsen Raed en sorgen;

 (...)

 Twee uijren draeijt dat Rad voor noen, en na twee ander'.

 Vier uur per dag was hij alleen al kwijt aan klagende, mar­chanderende belas­tingplich­tigen. Hij deed het goed. Als de Oranjes er nu warmpjes bij zitten legde een dichter daarvoor mede de grondslag.

Juffrouw (2)

 De seksuele revolutie die wij volgens de geschiedenisboekjes in de jaren '60 van de vorige eeuw meemaakten had dus een voorganger. 

 Vanmiddag met Inger Leemans gepraat over die eerste keer. Want zoiets was het. In het grotestadsmilieu van Amsterdam, maar ook onder studenten in Leiden bestond na 1670 een tijd l­ang de vrijheid om in betrek­kelijke anonim­iteit te doen waar je je zinnen op zette. Zo staat het beschreven in de por­nografische romans uit die jaren, die groot succes hadden en tot ver in de vol­gende eeuw werden vertaald en herdrukt. Vooral de rol van vrouwen is cruciaal. Vrouwen zijn meer 'lustbelust', zei men vanouds.

 Inger Leemans schrijft: 'Ook de pornografen die expliciet stelling nemen vóór de vrouw, pleiten haar niet van driften en ondeugden vrij. Zelfs de openhertige juffrouw, die openlijk ageert tegen vrouwenhaters schrijft dat zij 'self een vrouw sijnde, beter weet, wat driften de Meisjes onderworpen zyn, en tot hoe ver zij de geveinsdheid, loosheid, bedrog en hond­erd zodanige gebreken, welke tegenwoordig onder de naam van aar­digheyt passeren in hun gemoed laten wortelen.'

 Goed hierbij te bedenken dat pornografie een typisch Westers verschijnsel is. In andere culturen vind je erotiek genoeg, maar zonder die dwangmatige scheiding van geest en lichaam met alle hypocrisie die daar van komt.

 De Openhertige Juffrouw was zonder het te weten feministe.

Tags: 

Juffrouw (1)

 Morgen bij cultuurhis­torica Inger Leemans die de studie 'Het woord is aan de onderkant' (2002) deed naar Nederlandse por­noromans uit de jaren tussen 1670 en 1700.

 Dit voor de 'Seksweek' die de Avonden begin mei zal teisteren. Hoe leidden de radicale ideeën van sommige gouden eeu­wers tot pornografie die de omlig­gende landen ver vooruit was? Voor­lopers van de 'bekenteni­sliteratuur' van Jan Cremer en Wolkers.

 De pseudo-autobiografie ‘d’Openhertige juf­frouw of d’ontdekte geveinsdheid’ (1680) is het geëmancipeerde levensverhaal van een hoer, die lust en inkoms­ten volmaakt combineert. En dat - dit is nieuw - zonder waarschuwende woorden van een moraliserende auteur. Erger nog, het loopt goed met haar af. Ze gaat tekeer tegen het toen ook al heer­sende beeld van de kuise, bescheiden en deugdzame vrouw. De vrouw is aan de zelfde driften onderhevig als de man en gebruikt dezelfde trucs om de wereld naar haar hand te zetten.

 Zegt de Juffrouw: 'En hoewel sommige vieze Menschen geweldig leggen te schrollen op de geenen, die hun profijt met dat deel des lichaams soeken te doen, dunkt my echter niet dat ze daar 't grootste gelijk in hebben; want de vuisten en den aars zijn doch van een vlees gemaakt en men kan'er al zoo wel een swee­tje van haalen, als van het swaarste ambagt datter geoeffend wordt.'

 

Tags: 

De bloedmooie Julinka

 Het Boekenweekgeschenk - thema reizen - wordt komend jaar niet geschreven door Bohumil Hrabal. Waarom niet? Gerard Reve zou zeggen: 'Te goed, mag niet meer gemaakt worden.'

 Pegasus bracht zijn 'Legende over de bloedmooie Julinka' uit 1968 opnieuw uit, in een oplage van 200. Ik bezit nummer 124. Waarin Julinka ons vertelt:

 'Ik heb mijn intrek in het Palace Hotel genomen. Tegen middernacht, nauwelijks lig ik in bed, stel ik vast dat er boven de toegang naar de badkamer een elektrische klok tikt. Ik, Julinka Krim, die niet eens tegen het tikken van een polshorloge kan en zo'n horloge dan altijd met een sjaal omwond en vervolgens in een koffertje wegborg, en dat koffertje met de tikkende tijd sloot ik dan in een kast op...'.

 En, wat doet Julinka Krim? Ze haalt een veter uit haar rijglaarsje en strikt de grote en de kleine wijzer met een strop aan elkaar vast. De tijd geeft zich gewonnen: 'het jammerde in de klok, reutelde en daarna werd het stil.' 

 En dan zeg ik nog niets over de stalknecht, met z'n bloed­mooie mannenbenen, die ze zo leuk vindt dat ze hem meteen op zijn falie wil slaan, want zo is ze. Als ze in haar Galaxy 500 rijdt 'wordt zelfs het saaiste landschap bloedmooi, elk landschap wordt bloedmooi door mij en ik word nog bloedmooier door het bloedmooie landschap.'

Tags: 

Huisgoden

 Verder dan voorouderverering in foto's op de schoorsteenmantel gaat het bij ons niet. De Chinese Aardgod voor wie ze in Hongkong aan de deurposten altaartjes neerzetten is ook wel familie, maar toch verre.

 Een oom van het platteland - we eten van de aarde - die in het voorbijgaan ook wel als 'opa wordt aangesproken'. Meever­huisd naar de grote stad. Een beeldje is hij niet, eerder een kleitablet of een plankje, een rode doek met opschrift erom geknoopt. Soms gevouwen papieren zilverreigers als een soort oren. Er wordt wegwerpend gedaan over oom. Je wijdt hem in met grapefruitsap dat je met grapefruitbladeren over hem heen sprenkelt en klaar is kees: 'Hoeft niet veel te kosten.'

 De wetenschappers die voor fotograaf Michael Wolf het hoe en waarom van deze rituelen wilden achterhalen kregen het moeilijk. Iedereen deed het op z'n eigen manier, vaak 'zoals mijn moeder het ook deed'.

 Tudi, zoals hij meestal heet, moet wel aan de deur staan, want die bewaakt hij. Daarin lijkt ie op de Romeinse Hermen aan de stadspoorten, die je in het voorbijgaan groette door hun penis even vriendelijk te beroeren. Maar dat kan bij Tudi niet. Wat opvalt is de zelfde achteloosheid. Zoals een katholiek even een kruisje slaat of zijn vingers in wijwater doopt.

Tags: 

Kersenbloesem

 Vanmiddag in het Amsterdamse Amstelpark zag ik de ker­senbloesem in bloei. En de Japanners die er op af komen. De lente is begon­nen, maar de bloei is eindig.

 In Japan wordt het ker­senbloesemfeest uitbun­dig, met veel eten en sake gevierd. Zowel de kortstondigheid als het nieuwe leven. In maart, april en mei trekt het kersenbloesemfront van Zuid naar Noord, waarvan op radio en tv verslag wordt gedaan. Overal zijn feestjes, picknicks - ook op begraafplaatsen - of ontmoetingen van geliefden in parken waar de bloesems bloeien. Kamikazepiloten werden ook wel 'kersenbloesems' genoemd.

 Er bestaat een wondermooie film van Hirokazu Kore‑Eda die After Life heet - ik gaf hem eens aan Rudy Kousbroek cadeau - waarin gestor­venen in een soort voorgeborchte het mooiste moment van hun leven moeten bedenken. Dat wordt dan gefilmd. Als ze het filmpje te zien krijgen en 'het klopt' lossen ze op en zijn weg, naar het hier­namaals. 

 Zo is er een oude dame die de vallende kersenbloesem kiest. Niet moeilijk voor de regie. Men versnippert roze vloeipapier voor een filmlamp. De snippers dwarrelen omlaag, en zie: ker­senbloesem, de oude dame vervaagt.

Michael Wolf (2)

 Woont sinds 1994 in Hongkong, al voordat het in 1997 bij China werd gevoegd. Toen was het een dichtbevolkt stukje Westen met 7 miljoen inwoners, in flats opeengepakt. Die flats bleven.

 Sindsdien bleef Wolf deze 'architectuur van de dichtheid' fotograferen, drong binnen in tegenoverliggende complexen en maakte foto's zonder een stukje hemel of een horizon erop. Geen ontsnapping mogelijk: dit is zijn 'no exit for the eye'-stijl. Zelfs geen spiegelende glasoppervlakken, zoals ie ze in Chicago gebruikte. Toch zijn er hier en daar mensen te zien, op een galerij hangt een mevrouw was op, iemand haast zich naar z'n werk. Zo krijg je een indruk van de ontzagwekkende afmetingen, met airco's als ritmiek.

 Als professional die oa, voor de Stern, Time en Der Spiegel werkte maakt Wolf altijd eerst proefopnamen van de architectuur, zg. scouts, die nu in Amsterdam te zien zijn. Je kunt eraan zien hoe hij inzoomt.

 Bij Wouter van Leeuwen hangen de flatcomplexen tegenover de altaartjes uit de oude stad, die aansluiten op eerder werk als het boek 'Sitting in China' met louter zelfgemaakte straatstoelen ('bastaardstoelen') en hun makers. 

ps. Bekijk z'n site. Verbazend wat de onderste strip aanroert. Ook oa. de oude 'hoekhuizen' in Honkong (cornerhouses) en de Tokyose metroreizigers.

Maandag in de Avonden meer.

Tags: 

Michael Wolf (1)

 De fotograaf (1954) werd opgeleid in Essen, maar woont al jaren in Hongkong. Hij exposeert nu bij Wouter van Leeuwen in de Amsterdamse Hazenstraat Hongkongfoto's.   

 Altaartjes in de oude stad - blijken van ontroerende alledaagse religie - samen met beelden van de klassieke Hongkongse wolkenkrabbers: 'Small God, Big City'. De altaartjes zijn hoogstpersoonlijk en bestaan uit zo goed als niets. Een plankje met een rode doek erom geknoopt en drie stafjes wierook. En nog iets. Een halve perzik erop kan al genoeg zijn. Niet toevallig altijd bij de deur ‑ vaak onooglijk, vuil, onder een regenpijp, achter een stekkerdoos.

 Zo zijn de bescheiden heiligdommen van de Aardgod, die eens per jaar naar zijn superieuren in de hemel moet om verslag te doen van ons doen en laten. Betoon je deurwachter dus eer. Het offer bestaat uit drie kopjes wijn of thee, drie kommetjes rijst, een gebraden kip, een stuk geroosterd varken en vier sinaasappels. Maar er zijn ook andere offers.

 Een aangrijpende expositie. Later meer.  

Tags: 

Inch'Allah

 Wat kan je doen, als buitenstander met de beste bedoelingen? In dit geval als vrouwelijke arts uit Quebec in Israël en op de Westbank.

 Het antwoord is kortweg niks. Het duurt een film voor dokter Chloë daar achter is. Ze werkt in een vrouwenkliniek in een Palestijns vluchtelin­genkamp op de Westelijke Jordaanoever, maar woont aan de andere kant van de muur. En kent mensen aan beide kanten. Ze pendelt. En dat kan hier niet, merkt ze. Je bent partij of je moet weg.

 De esthetiek van de uitzichtloosheid - ook afval is mooi in het avondlicht - dat is wat regis­seur Ana Bar­beau‑Lavalette in beeld brengt. Hoe karakters aan beide kanten van de muur verstarren. Zich verschansen in hun enige zeker­heid, die van de wanhoop.

 Met als toekomstbeeld het Pales­tijnse jongetje in z'n vuile super­man out­fit, die een kijkgat in de muur hakt, waardoor hij tenslotte iets ziet. Een boom, een grote boom en een kleine. On­bereik­baar.

 

Vechten

 In de online versie van het tijdschrift Raster staan herin­neringen uit 1996 aan de juist gestorven Bert Schierbeek van Rudy Kousbroek. De eerste is deze:

 'Bert Schierbeek: wat de wereld niet weet is dat hij een keer voor mij heeft gevochten. Lang geleden, op een avond, op dat stukje Leidseplein vóór Café Reijnders waar nu al sinds mensenheugenis terrasjes zijn ingericht. Het moet in 1950 zijn geweest, op een zomeravond na sluitings­tijd. Ik had Bert leren kennen door het tijdschrift Braak, dat Remco Campert en ik hadden opgericht (...). Waar de vechtpartij over ging weet ik niet meer. Ik herinner me alleen nog dat Bert toen daadwerkelijk heeft gevochten, echte vuistslagen gevend en incasserend, na het uitspreken van de woorden: 'Wie aan Rudy komt komt aan mij!' waarbij zich van mij een hevige ontroering meester maakte. Die is nu, 46 jaar later, nog niet verminderd. Ik was toen 20, hij 31.'

 Wat de wereld ook niet meer weet is dat Rudy Kousbroek op zijn beurt heeft gevochten met anti-rookmagiër Robert Jasper Groot­veld. Jasper zat als vaak - met zijn bentgenoten van de 'Bi­kbus' - achterin de zaal van Studio Desmet bij een voorstelling van Music-Hall. Meestal kon ik de manisch-depres­sieve Groot­veld, laten 'dimmen', maar nu, terwijl Rudy Kousbroek zijn liefdes­gedich­ten voordroeg gaf Jasper luidop lucht aan zijn afkeuring en was niet te stoppen.

 Tot het Rudy teveel werd. Hij stormde het podium af, de zaal in en verkocht Grootveld een kaakslag, zo fors dat Jasper met stoel en al achterover tuimelde. Waarna hij verwijderd werd, terwijl Rudy terugwandelde en zijn gedichtencyclus afmaakte. Wordt er nog gevochten in de literatuur? De laatste dichter die ik zag boksen, Louis Lehmann, leeft niet meer.

Pagina's