Surveillance (1)

 Er lopen denkbeeldige lijnen door steden en dorpen. Lijnen waarbinnen andere regels gelden dan erbuiten. Noem het grenzen van de geest. Mijn buurman, die 's winters onze gezamenlijke stoep sneeuw­vrij houdt denkt daar strikter over dan ik. Surveillance. Wie houdt toezicht op wie?

 In Den Haag hebben Lotte Geeven and Yeb Wiersma half maart voor hun project Surveillance een vierkante kilometer rond de Galerie West - aan het Groenewegje - gemarkeerd met een lijn van bladgoud. Een gouden lijn. Sindsdien verkennen ze het grensverkeer, niet alleen langs die lijn, ook in de hoofden van de bewoners. Morgen zal ik kijken hoe. Ik mag mee bij de beklimming van een moskeetoren. 'Als je niet teveel last van hoogtevrees hebt'.

 Eerder ben ik bang dat ik mijn schoenen moet uitdoen. 

 Zou het met goud afgezette gebied van bovenaf goed te zien zijn? Waar ik ook benieuwd naar ben is hoe met bladgoud op de wegen en stoepen zich heeft gehouden. Is het door fietsers, auto's en voetgangers versleten? Heeft het zich binnen en buiten het gebied verspreid? En hoe ziet dat er uit? En waarom goud? Zijn Geeven en Wiersma op zoek naar een onuitgesproken 'go­lden rule'?

 

Duoduo

 Wat gebeurde er toch met de zachtmoedige Chinese dichter die enige jaren in Leiden woonde en bevriend was met Sarah Hart en Rudy Kousbroek? Hij was in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede en moet nu 62 zijn. Sinds 2004 doceert hij weer in China. In Raster verschenen indertijd gedichten in ver­taling van Maghiel van Crevel. Waaronder in 1992 dit:

bij dit soort weer

heeft het weer geen enkele zin

 

de grond heeft geen eigen terrein, het spoor heeft geen

richting

geweigerd door een afgemaakte droom

in een schoenendoos gestopt

beheerst door wat men niet aan kan klagen:

in de tijd die de worm heeft doorlopen

verlaat wie de dood vreest zich nóg meer op zijn vrees

 

bij dit soort weer

ben jij een onderbreking in dat weer

 

waar je naar kijkt, daar word je door vergeten

je ademt in wat het uitademt, het zet zich vast in jouw geur

als je ziet wat er verandert voor het licht wordt

krijg jij de kans te veranderen in gras

voortgaand onder de bomen, door mensen geplant,

vergeet je alles

 

bij dit soort weer

zul je noch aan de kant van het weer staan

 

noch aan die van het vertrouwen, maar aan de kant van de verzinsels

als het paardegetrappel geen woordenboeken meer verzint

laat dan jouw tong geen paardevliegen meer verzinnen

als tarwe in verzinsels rijpt, en daarna rot

eet dan de laatste peer in het lied van de nachtegaal op

eet haar op, en laat de klank van de winter achter op de tak

 

bij dit soort weer

werkt niets dan verzinsels

 

Tags: 

Het geluid van 1895

 Toen ik voor het eerst een hoorspel opnam kwam ik terecht in wat toen nog bestond: de hoorspelstudio. Een surrealis­tisch geluidsparadijs met attributen als de grintbak, het autoportier in de muur, de badkuip met schoepenrad, en vooral veel deuren en deurtjes in een grote wand.

 Hoorspel was theater zonder beeld. Opgenomen in studioruimten met 'buitenakoestiek' of 'binnenakoestiek'. Wanneer de acteurs zich al pratend bewogen van buiten naar binnen bediende de inspeciënt de zg. bellenkast. Als ze dan aan­belden gingen ze daarna ook letterlijk naar binnen. Prachtig. Maar wat een onnodige rompslomp en flauwekul.

 Al snel ontdekte ik - uit geldgebrek - dat je een scène ook voor de luisteraar geloofwaardig 'buiten' kon laten klinken door achter de studio-opname een geluidenplaat met vogeltjesgefluit te zetten. Zonder 'buitenakoestiek' nota bene! De beroepsinspiciënten waren woedend.

 Wat ik ontdekt had was dat luisteren selectief werkt. Je hoort wat afwijkt van wat je verwacht. Het gehoor zorgt voor subjectieve beleving.

 Nu met grote wetenschappelijke inzet (zie de Wetenschapsbijlage van NRC-Hbl. van zaterdag jl.)  geluidsbeelden van de Amsterdamse Dam in 1895 en 1935 zijn nagemaakt en men zich afvraagt of en hoe die op de luisteraar zullen werken denk ik aan mijn eerste radio-interviews waarbij het suizen van de gaskachel, dat je gewoon­lijk 'niet hoorde' opeens zo opviel.

 Ons gehoor heeft kennelijk een zeef die tegenhoudt wat we niet nodig hebben. Wat wel tot een wandelaar in 1895 of 1935 doordrong, omdat het hem waarschuwde of opmerkzaam maakte weten we niet. Omdat we niet weten wat voor hem zo gewoon was dat het niet meer tot hem doordrong. Paardehoeven? Voetstap­pen? In oren van nu zullen ze opvallen. Voor die van toen waren ze waarschijnlijk meestal net zo onhoorbaar als autogeluid nu.

 De reconstructies van historisch geluid lijken me een vergissing. Wij kunnen niet terug naar 1895. De talloze historische geluidsopnamen - meest gemaakt voor hoorspelen - die er bestaan zijn door Peter te Nuyl geinventariseerd en in 'Het geluid van Nederland' deels uitgezonden in de Avonden. Een rijkdom! Om veel redenen boeiend, maar niet omdat ze een werkelijkheid weergeven, anders dan die van het hoorspel.

Wonen

 Hij heeft Schöner wohnen achter zich gelaten. Maar Matthias Weischer bouwt nog steeds. Uit doorschijnende kleurvlakken doemen nooit geziene fan­tasiehuizen op. Nimmer reconstruc­ties van wat hij ooit zag.

 Dan komt het inleven. Het vermoeden van een verhaal. Een spel waarbij de zwaartek­racht van ondergeschikt belang is. Een ruimte, die ingericht wil worden, wieweet bewoners. Al zal je die nooit zien. Je begint ze te ruiken, zegt hij. En dan hangt er opeens iets aan de muur. Ik zie een beeld­je staan. Egyptisch? Mesop­otamisch? Matthias weet het net zo min als ik, of beter misschien, kan zich goed van de domme houden.

 We bekijken de nieuw technieken waarmee hij zich uit de beklemming van het Schöner wohnen heeft bevrijd. Nu ja bevrijd, resten van bloembehang bleven hardnekkig achter. Maar de dikke verflagen waarmee hij zich open plekken in een bos schiep zijn nieuw. En het beschilderd papier maché waarmee hij reliëfwerking maakt ook.

 De volle, soms overvolle ruimten als Oosterse tapijten zijn leger geworden. Lichter ook, minder melancholiek. Nieuwe antwoorden op de levenslange vraag 'wonen, hoe doe je dat?' Maandag in de Avonden meer.

Het interieur voorbij

 Abnützung, leek me een van de woorden voor zijn vroege werk. Slijtage. Van eens modern meubilair, gepresenteerd op een gefantaseerde meubel­boulevard met afgetrapte - eens moderne - interieurs uit de jaren '50, '60, 70.

 Theaterdécors zijn het ook, met requisieten, coulissen en al. Hij had thuis zelfs een podium gebouwd om zijn interieurfantasiën te probe­ren. Zo werd hij de koning van het Duitse binnenhuis van het Wirtschaftswunder. Zelfs de natuur ontkwam niet. Ik haalde in ons gesprek de ontbladerde bomen aan die hij schilderde. Bomen zoals je ze ziet in het apenhok in de dierentuin. Natuur is er ook in de tot vandaag weerkerende behangmotieven.

 Mat­thias Weischer moet lachen. Ja, die interieurs begon­nen hem te benauwen. Daaraan moest hij ontkomen. Hoe dat lukte is te zien in Galerie Grimm, waar we vanmorgen langs zijn nieuwe werk liepen. We praatten honderduit, over zijn kleuren bruin bijvoorbeeld. Van fineer dat loslaat, van formica of goedkoop,  loslatend kunstleer.

 Maar dan is er het nieuwe. Wat een picknickplek in het bos lijkt, opeens. Restan­ten van de interieurs, maar terug­gebracht tot kamer­hoeken en ruimtelijk optische stunts. En denk niet dat de slij­tage ve­rdwenen is. Hij heeft zelfs speciaal een versleten witij­zeren tuinst­oel gebou­wd, om te schilderen. Nee, erop gaan zitten is af te raden. Mensen zie je nog steeds niet, wel soms wat ze lieten liggen. Opeens ligt er op de onveranderd smerige vloer wat een vrouwen­zakdoekje lijkt. Wit met rode noppen. Later meer.

Pietà

 Zonderlinge titel voor een Koreaanse film. Kim Ki-duk, die ik volg sinds de adembenemende 'levende schaduw' in Bin-jip (2004) haalt het christendom binnen.

 Laat je de noodzaak ervan zien. Eerst krijg je in extenso te zien hoe eenvoudige handwerkslieden zich - vaak met gebruik van de apparatuur in hun eigen werkplaats - invalide laten maken door de sadistische assistent van een woekeraar. Zo komen ze aan verzekeringsgeld dat ze vervolgens weer grotendeels aan de woekeraar moeten afstaan.

 Het is niet om aan te zien zo gruwelijk.

 En dan doemt de moeder Gods op. Ze vindt feilloos de zwakke plek van de meedogenloze sadist, weet hem wijs te maken dat ze - hij is wees, heeft zijn moeder nooit gekend - zijn moeder is. Hij begint berouw te krijgen. 

 Wat volgt is boetedoening in de meest Christelijke zin. De sadist moet al zijn verminkte slachtoffers in de ogen zien. Maar wanneer de christelijke Pietà zou moeten volgen is alles omgekeerd. Gods zoon was hij al niet, en nu blijkt zijn moeder ook zijn moeder niet. Ze sterft voordat hij dat ontdekt. Hem treft de ergste straf: voortleven als zondaar van de ergste soort. En dan..

 Aldus het christendom volgens Kim Ki-duk.

Tags: 

Satie schrijft

 Het tijdschrift Terras brengt al sinds z'n oprichting in 2011 teks­ten van Erik Satie, in vertaling van Kim Andringa. Een puur genoegen. Ik leerde Satie lezen van Louis Lehmann. Dit uit 'Redeneringen van een koppig mens'.

 Wat Ik zou willen, is dat alle Fransen die zelf op Frans grondgebied geboren zijn of uit Frans

uitziende ouders, recht hadden op een aanstelling als postbode in Parijs.

 

 Wie musici zaait, zal dwaasheid oogsten.

 

 De musicus is misschien wel de meest bescheiden der diersoor­ten, maar hij is ook de meest

trotse. Hij was het die de sublieme kunst van het bederven van poëzie uitvond.

 

 Geef me een dichter, en ik maak er twee musici van, een lied­jeszanger en een begeleidend

pianist. Na enige tijd zal de liedjeszanger een zogenoemd Montmartriaans cabaret hebben

geopend. Een paar jaar later zal de begeleidend pianist zijn gestorven aan de drank en de

liedjeszanger zal prins, hertog of nog iets beters zijn.

 

 Geschenk voor de Paus

Dit geschenk bestaat uit een prachtige zilveren alpinopet, geheel met acajou gevoerd, een schaal

van alpacawol en een varkensschuimen pijp.

 

 Hij kan geen geen verstand hebben van het leven; bij het minste of geringste droomt hij weg.

 

 Soms heb ik geen besef meer van ruimte en tijd; en het komt zelfs wel eens voor dat ik niet weet

wat ik zeg.

 

 En zo zal het altijd & altijd maar doorgaan, zonder de klein­ste onderbreking, zonder de minste

spatie, altijd!

 

 Dat het me tegenstaat om hardop te zeggen wat ik bij mezelf denk, komt enkel omdat mijn

stemgeluid niet sterk genoeg is.

Tags: 

Matthias Weischer is terug

 In dit seizoen van lamplicht ex­poseert de lampenschilder bij uitstek. Weischer maakte in 2007 en 2008, toen ik hem in Den Haag zag, dat tot me doordrong hoezeer interieurs mijn leven hebben beïnvloed. Wat motieven en patronen van gordijnen en behang hebben aangericht. Hoe mijn weg naar de eeuwigheid beschenen wordt door staande schemer­lampen.

 Interieurs, grofweg te dateren rond 1970, de raadsel­tijd halverwege het oude en het nieuwe.

 Weischer werd gebo­ren in Westfalen (1973) en opgeleid aan de Leip­ziger Hochschu­le. Waar hij heen ging omdat je in de voor­malige DDR nog kunt leren schilderen. In zijn binnenhuizen wemelt het van de motieven en patronen, van hout­nerf plakplastic in techn­icolor-bruin tot ingekleurd bloem­beha­ng en fan­tasiegordijnen. Wat is wonen? Een geheel van rituelen die samen steeds weer een zelf in leven roepen. De wereld als woonkamer, de woonkamer als wereld.

 Zaterdag hoop ik hem te ontmoeten in galerie Grimm in de Amsterdamse Frans Halsstraat waar nieuw werk hangt. Hoe ging hij verder?

Gouden Eeuwse porno

 Wat in de Gouden Eeuw van Hans Goedkoop jammerlijk ontbrak was seks. En dat terwijl er zo'n mooi doortimmerd boek over bestaat.

 In 'Het woord is aan de onderkant' (2002) beschrijft cultuurhistorica Inger Leemans de samenhang van de radicale ideeën van onze gouden eeuwers met de pornografische romans die tussen 1670 en 1700 verschenen. Ook daarin liepen we voorop. Een­maal vrij van het Roomse gezag vonden onze por­nografen bij Descar­tes en Spinoza argumenten om God het gebod 'gij zult van mijn schep­ping zoveel mogelijk genieten' toe te schrijven. Seks was goed voor de ziel en dus een leidraad voor het zedelijk leven.

 Een figuur als de filoloog Hadrianus Beveland leest het schep­pingsverhaal zo: Eva bezwijkt voor de door de slang geschetste lusten, de appel staat voor de eerste geslachtsdaad en daar begint de erfzonde. Alle menselijk handelen wordt door lust gestuurd. De rest is hypocrisie.   

 Inger Leemans citeert uit oa. 'Jan Stront' (1696) en 'D'Openh­ertige juffrouw' (1680), waarvan ze ook leesedities verzorgde. Boeken van een vergaande eer­lijkheid over list en bedrog in de seksuele omgang. Later meer.

Tags: 

Als je weg bent

 De zoektocht van Marja Pruis naar Patricia de Martelaere in het boek dat zo heet lijkt te eindigen zoals hij begon. Een onopgelost raadsel.

 'Ik zocht een walvis, maar zag hem zonder spijt verdwijnen voordat hij aan de oppervlakte was gekomen.' Heel vriendelijk. Doden hebben geen weerwoord. En zeker Patricia de Martelaere zou zich keren tegen alle veronderstellingen over de samenhang van haar werk en het leven dat ze zo zorgvuldig afschermde. Maar toch ook weer niet.

 De lezer van 'Als je weg bent' weet wel beter. Marja Pruis heeft de walvis boven water gebracht. En zijn naam is God, als idee, als houvast, maar ook als geliefde. Heel De Martelaeres werk en leven blijkt de queeste naar het absolute van een katholiek meisje, dat zich tenslotte met een traditionele katholieke mis begraven liet. Al werden daarbij nog wel twee tao-teksten voorgelezen.

 Minstens zo interessant aan 'Als je weg bent' zijn de bevindingen en overwegingen van Marja Pruis bij haar speurtocht. Het werk van een schrijver of wat je van hem/haar te weten komt boeit je en je wilt alles weten. Waarom? Er zijn steeds minder schrijvers die - zoals de nauwelijks geïnterviewde De Martelaere regelmatig deed - zeggen 'lees mijn boeken maar, daar staat het, ik heb er niets aan toe te voegen'.

Pagina's