Wijnanda Deroo (2)

 Gistermiddag ontmoette ik fotografe Wijnanda Deroo in de Amsterdamse Wetering Galerie, waar haar foto's van het Rijksmuseum hangen, gemaakt tijdens de restauratie.

 'Het lege museum', inderdaad, zo leeg zal het Rijksmuseum niet vlug meer worden. Niemand te zien, niks te zien, behalve wat gereedschap en kabels in lange, lege gangen. Wijnanda Deroo's stijl - ze wacht soms uren, dagen op de juiste lichtval - benadrukt die leegte. Zodat je gaat denken 'zo is het goed'.

 Wat je ziet is ook 'Het vuile museum'. Want behalve leeg is Wijnanda's museum ook vuil. Tegen onafgewerkte muren zitten hier en daar nog restanten van de lelijke wandschilderingen van Cuypers. De vloeren zijn smerig, alsof het zo hoort. De laatste jaren groeide het onkruid tegen de muren, ik ging kijken en dacht 'hoe lang heeft een gebouw nodig om wat karakter te krijgen?' Het werd eindelijk wat.

 Kijkend naar deze foto's ontwikkel je een heilige vrees voor al te smetteloze restauratie. Dat iets meer dan honderd jaar oud is moet je er aan af kunnen zien. Er zijn toch ook vrouwen die een nieuwe jurk eerst een jaartje in de kast laten hangen? Hoe harder men jubelt hoe meer ik aarzel met een eerste bezoek. Indachtig de uitspraak van E.M.Forster 'Mistrust all enterprises that require new clothes.
 Maandag in de Avonden meer over Wijnanda Deroo

Kousboek

Het levensverhaal van Gabriël Kousbroek zoals hij het heeft getekend en geschreven in zijn ‘Kousboek’ is op vele manieren een onmogelijkheid.

 Meteen in het begin ontsteekt de hoofdpersoon in wilde woede als hij merkt dat ze hem bij Panorama alleen voor een gesprek over zijn tekenwerk uitnodigen om zijn achternaam en geruchten over zijn vader. Vreemd. Wie dat soort valse interesse wil vermijden zou er goed aan doen onder pseudoniem te werken. Weinig mensen heten nu eenmaal Kousbroek. Bernlef heette eigenlijk Marsman, en al was hij zelfs geen familie van de dichter, zo vermeed hij oneigenlijke aandacht.

 Maar in dit geval kon het niet anders. Het Kousboek is autobiografisch, Gabriël noemt zijn familie met naam en toenaam in deze kroniek van het leven van een zoon van beroemde ouders. Dat is de kracht ervan. En, klein wonder: niet alleen komt hij zijn jeugd te boven, hij doet zijn vader Rudy en zijn moeder Ethel Portnoy recht.

 Voor mij als lezer een klein wonder, omdat ik Rudy kende en Ethel meerdere malen meemaakte. En in de omgang met Rudy vaak gedacht heb ‘wat een unieke man, maar het zal je vader zijn’. In Kousboek overstijgt Gabriël wat ook had kunnen uitlopen op diepe frustratie, regelrechte vaderhaat en artistieke verlamming of erger. Hij kijkt over de geschiedenis heen. Een niet te onderschatten krachttoer.

Empregada

 In NRC van woensdag jl. opeens een groot verhaal over de Braziliaanse empregada. Kortweg 'de meid'. Ik lees erover bij August Willemsen.

 In zijn meeslepende Braziliaanse brieven uit de jaren '60 en '70 weten hij en zijn vriendin, links als ze zijn, geen raad met de slavernij van alledag. Iedereen met wat geld vindt dat ie recht heeft op zo'n onzichtbare sloof die je naar believen uitbuit. Heel gewoon, vindt ook de sloof. En nu zouden ze opeens rechten krijgen, werkuren, een minimumloon, vrije dagen? De redenering is: 'De meid wíl onderschikt zijn, dus moet je dat laten voelen, van omgang op gelijke voet wordt misbruik gemaakt, één vinger, hele hand. Maar Olinda wil helemaal geen hand.' En je moet er maar aan wennen dat er altijd een onbekende in huis is, die geruisloos kan binnenkomen. 

 'Maar wat zou hier moeten worden van al die weggelopen, verstoten, van tafel en bed gescheiden vrouwen die niets anders dan huishoudelijk werk hebben geleerd, wanneer het instituut 'personeel' niet bestond? Net zo is het met de schoenpoetsers op straat.'

 Klagen over je empregada is standaard..

 'Drie eeuwen slavenmaatschappij,' schrijft Willemsen. 'Eigenlijk mag of kan alles.'

Adorno (2)

 ‘Eigenlijk dient de filosofie ertoe in te lossen wat in de blik van een dier ligt.’

 Na z'n vertrek uit Duitsland in 1934 - zijn vader was een joodse wijnhandelaar - kwam hij in Oxford, waar ze hem een dandy vonden. Wat hij ook was, hij nam vrij­wel zeker z'n moeders Italiaanse naam aan uit ijdelheid.

 Hoe 'eigen' kun je zijn? Vanaf 1938, in de Ver­enigde Staten zag hij alle dagen hoe het kapita­lisme een cultuur­industrie schept waarin het individu verzuipt.

 Lees Minima Moralia vanaf stukje 129. Over de schijn­heiligheid van de klantvriendelijke massacultuur die dagelijks over je wordt uitgestort. Het is 1945, hij zit in Los Angeles, ziet de leugenachtigheid van de Holly­wood-filmproductie en wordt een overtuigd filmhater. Zoals hij ook populaire muziek verfoeit.

 Meer dan 65 jaar geleden komt hij bij wat nu de dilemma's in de kunst zijn, waar je in tijden van bezuiniging hard tegenaan loopt. Voor Adorno is Richard Wagner een oplichter die het pu­bliek slijmde als nu André Rieu. Wat blijft er over van kunst als kunste­naars het 'de mensen naar de zin gaan maken'?

 Hoe kun je het met zo iemand oneens zijn?

Tags: 

Adorno (1)

 Het stukjesboek Minima Moralia van de filosoof Adorno is opnieuw vertaald door Hans
Driessen die het me stuurde. Omdat ik jaren terug al beschreef hoe ik mijn uiteenvallende exemplaar in de dui­nen las.

 Minima Moralia - in 1942 in ballingschap in de VS geschreven - is zo'n boek dat je nooit uitkrijgt omdat je blijft terugbla­deren. P.F.Tho­mése noemde het in de NRC van vrijdag 'denkbewe­gingen'.
Het ene moment ziet hij nog de vooroorlogse luxe treinen en de 'elegante mensen die voor het vertrek op de perrons plachten te flaneren en naar wie je zelfs in de foyers van de meest prestigieuze hotels tever­geefs zoekt'. En beklaagt zich over de 'uitholling van de luxe'. Waarin verschilt de Cadillac nog van de Chevro­let? Nee, dan de Rolls Royce! 'Want te midden van de algemene inwisselbaarheid is geluk zonder uitzondering verbonden met niet-inwisselbaar­heid.
Geen enkele inspanning van humaniteit, geen enkele forme­le redene­ring kan voorkomen dat de sprookjesachtig mooie jurk door maar één vrouw gedragen wordt en niet door twintig­duizend vrouwen.'

 Maar in het kapitalistisch systeem, waartegen hij zich in zijn grote werken met theoretisch verbetenheid keert ver­dwijnt dat alles. Was hij daarom links? De revolutionaire studenten in Frankf­urt in de sixties haalden hem binnen als een trofee. En hij liet het zich aanleu­nen.     

Tags: 

André Hazes

 Vanmorgen fietste ik over de lege Albert Cuyp langs André en dacht aan de radionacht die we deden. Het honorarium was een meter bier. We draaiden platen, van middernacht tot zes uur in de ochtend, vooral blues. En Gianni Morandi, van wie ik hem mijn elpee cadeau gaf.

 Wat de technicus (wie, jongens?) en ik al snel merkten was dat André de bluesnummers bijna allemaal kende. Van ‘The things that I used to do (I won’t do no more)' tot ‘Last night I lost the best friend I ever had’, van ‘Tell me what I’ve done’ tot ‘Nine below zero’. En dat ie ze luidkeels meezong. Zodat de technicus (wie toch?) al meteen besloot André’s microfoon permanent open te houden.

 Hij vertelde ook verhalen. Hoe hij het concert van Muddy Waters - waar ik ook was - had bezocht in het Concertgebouw in 1972, als klein jongetje, zo klein dat ie onder de jas van z’n broer was meegeslopen langs de kaartcontrole. Nee, die zes uren zijn niet opgenomen..

Tags: 

Schilte en Portielje (2)

 Wat maakt man, wat maakt vrouw? Zelfs zo dat mannetjesapen – ontdekte Frans de Waal – een mensvrouw er zo uit pikken en op haar reageren. Een verklede man, ho maar.

 Schilte en Portielje spelen het grote spel van houding en beweging, met hun montages van man-
en vrouwonderdelen. Voor mij draait zo’n tentoonstelling uit op een zelftest. Waar reageer ik – als aap – op? Zou het zijn dat mannen meer op het geheel reageren en vrouwen meer op de onderdelen van het al of niet geklede lijf?

 Huub Schilte (1953) en Jacqueline Portielje (1958) ontmoetten elkaar in 1975, vormden in 1985 een duo en combineren schilderen en fotograferen, sinds 1993 met gebruik van de computer. Uniek, zo’n samenwerking van een man en een vrouw die ook gáát over man en vrouw. Alles in zwartwit, zonder titels, halverwege foto en schilderij/tekening

 Wie zichzelf durft bekijken in de innerlijke spiegel die we allemaal meedragen weet: mannen zijn ook vrouwen en vrouwen zijn ook mannen. De alledaagse innerlijke travestie, die maakt dat een meisje een gouden jurkje kan combineren met een bomberjack. En dat een man even z’n vingers langs een zijden overhemd laat gaan. Dat zijn de sporen die Schilte
& Portielje volgen. Verder en verder. Morgen in de Avonden meer.

Schilte en Portielje (1)

 Ga zien hoe ze de geschiedenis van ons kijken naar de geklede man en vrouw in beeld brengen.

 Mij zijn ze altijd minstens drie stappen voor. Zie ik een achterhoofd met ontsnappende opgestoken haren, dan zijn zij al voorbij de kraag van een colbert – ze switchen o zo makkelijk van sekse - en aangeland op een rugdecolleté.
Waarna ze hun reis over het altoos bekeken lichaam onverbiddelijk voortzetten in de richting van de schaamstreek, met alle tournures vandien. Ook daar spelen eeuwen kijktraditie mee.

 Intussen betrappen ze je op de kijk-conditioneringen die je met je meedraagt, elk moment van de dag.

 Schilte en Portielje schikken en herschikken het lichaam. Hoe kijken en bekeken worden. Of willen worden. Het staan van een ballerina kan binnen een figuur overgaan in dat van een zeker zo sierlijk bijzettafeltje. Voeten worden neergezet waar ze het mooist uitkomen. Mijn eigen weerkerende vraag bij dit al blijkt te zijn: waar kijk ik het eerst naar. En natuurlijk, dat weten ze. En zo sturen ze me van waar been in kous verzinkt naar windsel om kont. Van voetzool - veel voetzolen - naar achteroor.   

Leeg

 Vanaf 6 april zijn bij de Amsterdamse Wetering Galerie de foto’s te zien die Wijnanda Deroo maakte van het Rijksmuseum tijdens de eindeloze verbouwing. Titel: Het lege museum.

 Een veelzeggende leegte. Er bestaat in Groningen een voetbalstadion dat De lange leegte heet en wie de foto’s van Deroo ziet begrijpt hoe de begrippen lang en leeg een geheel kunnen vormen. Het werk ligt stil. De werklui zijn weg, allang naar huis. Of voorgoed vertrokken. Met achterlating van wat gereedschappen en lege potten en blikken. Zodat wij als spieders door een raam letterlijke stillevens kunnen zien van een ongekende schoonheid.

 Zelfs een Rembrandt zou hier misstaan. 

 Die afgebladderde muurschilderingen doen Pierre Cuypers recht, Zijn werk was altijd al te clean, te af. Kon wel wat sleet gebruiken. Matthias Weischer zou me van harte bijvallen.

 

Surveillance (2)

 Vanmiddag was ik met Lotte Geeven en Yeb Wiersma op pad in de gouden vierkante kilometer die ze om de Haagse Galerie West hebben neergezet.

 Neergezet, want hun goud heeft niet alleen een grondvlak maar ook diepte die tot het middelpunt van de aarde reikt en hoogte zover het oog kan zien.

 Wat is de wettelijke status van dit gouden bouwwerk? Lotte en Yeb hebben alle denkbare instanties gebeld om er achter te komen hoe hoog eigendom reikt, maar het antwoord bleek per instantie verschillend. De politiefunctionarissen die we tegenkwamen bekeken de gouden streep laatdunkend: 'geen idee'. Het Europees Gerechtshof wordt hun laatste toevlucht. Het zal te lezen zijn in het lijvig eindverslag van een maand onderzoek naar het wie en wat en het wat is van wie van deze buurt. Territoriumkwesties, vermijdingsgedrag en een basketbalwedstrijd - de buurt tegen de kunst, in de galerie nota bene - inbegrepen. En er is meer op komst. Motoren? Nog twee weken te gaan.

 Vanmiddag eindigden we op het hoogst bereikbare punt, dertienhoog bij twee tevreden homoseksuele heren die hun gouden uitzicht op de Haagse overheidstorens intens genoten. Dinsdag in de Avonden meer. Ook de vraag 'wat als die streep nu gewoon wit was geweest?'

Pagina's