In de kamer,
In de hand van de vrouw terwijl ze zich omdraait,
Staat het pak zout.
Op het pak staat een plaatje van een
Vrouw die zich omdraait,
Met een pak in haar hand.
Wanneer de vrouw in de kamer zich helemaal heeft
Omgedraaid, zet ze
Het pak neer en gaat weg.
Op het pak op het plaatje
Staat: een plaatje van een vrouw
Die zich omdraait, met een pak in haar hand.
Op dit pak staat een plaatje: van een vrouw,
Die zich omdraait, met een pak in haar hand.
Op dit pak staat geen plaatje
- Het is een piepkleine leemte.
En nu wacht de man,
En wacht: halfdrie, halfacht,
Twaalf.
Bij twaalf legt hij het pak op zijn kant
En tekent, op het laatste pak op het laatste
Plaatje, een piepkleine vrouw die zich omdraait.
En dan doet hij de deur op slot,
En doet de lamp op zijn nachtkastje uit,
En tussen de zoutkorrels gaat hij slapen.