Babel (1)

 Is een tentoonstelling in de kelder van het Paleis voor
Schone Kunsten. Die hand in hand gaat met die over de fabels van het Vlaamse
landschap, zoals geschilderd door Jeroen Bosch, Breughel en tijdgenoten.

 Hoe je een landschap al niet aan het fabuleren krijgt. Zoals Breughel
met zijn toren. Of Bosch met zijn helse groeisels, die nog steeds gedroomd
worden. Ook Breughels toren en de hoer van Babylon reiken tot in het nu. En het
lijkt erop of ze aan de winnende hand zijn als je de spinsels ziet die in Lille
zijn uitgestald. Rem Koolhaas wordt er een kleine jongen bij. Hoger, gedurfder,
uitzinniger. Maar wat er dezer dagen ook verzonnen wordt, de branderige
liederlijkheid in de verzoekingen van de Heilige Antonius zoals je ze net nog
zag van Jeroen Bosch, z’n leerlingen en navolgers, die haalt geen eigentijdse
artiest. Zou het zijn dat zulke hoogtepunten alleen bereikt werden toen de pest
over Europa raasde en elke dag je laatste kon zijn? 

Tags: 

Lille

 De verwarring begint in Halle, omstreden als Brussel en
Vilvoorde. Op mijn zuiver Nederlandstalige placemat biedt zich dakwerker De
Wever aan voor al uw reparaties, renovaties en nieuwbouw.

 Dan kan ik de weg naar Lille niet vinden, struikel over de
taalgrens tussen Kasteelbrakel, Eigenbrakel en Woutersbrakel, die verderop weer
Braine-le-Chateau, Braine l’Alleud en Wauthier-Braine heten. Prachtige
vertalingen van niets naar nergens. Grenstaal. Wie is Wouter, wat betekenen Brakel en
Alleud? Spaar ze, bewaar ze. Rijsel blijft veranderen in Lille en vice versa.
Wat - spijtig genoeg weet ik dat - allebei het eiland betekent.

 En nu zit ik hier, eet mosselen in de brasserie tegenover het
Lille-Flandre station en staar naar de gecapittonneerde zittingen en
rugleuningen van de banken, waar vroeg of laat een mes een scheur in zal maken,
die provisorisch zal worden afgeplakt met zilvertape

I.M.Louis Lehmann (2)

 Nu komen ze, de verhalen over Louis. Dat van Yvonne, die hem trof op het Stationsplein. Hij moest naar z'n oude moeder en zag daar erg tegenop.

 Gelukkig had ze een flesje cognac bij zich, dat ze daar zittend op de stoep gezamenlijk leegdronken terwijl hij - toch echt geen drinker - zijn moederverhaal vertelde. Hoe ze thuis tegenover elkaar aan tafel zaten - zijn vader was op zee - en elk een boek lazen, want buitenspelen mocht hij als kind niet. Te gevaar­lijk vond ze. En tenslotte de laatste trein naar Overschie miste.

 Of dat van Yolande, aan wie hij vertelde van de woorden van vier lettergrepen die niets betekenden. Die uit zijn mond kwamen toen hij eens bij een psychiater was beland, die hem vroeg naar z'n ouders, zoals psychiaters dat doen. Die woor­den werden een tic. Ze kwamen in allerlei gesprekken naar boven, on­gelegen. Tenslotte tikte hij ze uit, om er van af te komen. Vellen vol.

 Later las hij ze voor op de radio. Dat werd wat saai. Waarop hij zei 'ik kan ze zingen ook'. Hij zong ze, op een melodie van Ellington. En inderdaad, er was er niet één bij die iets betekende. Ra-fi-ma-zo. So-zu-da-gi..

Tags: 

Louis Lehmann (1920-2012)

 Langzaam drong het nog onbevestigde bericht door. Louis, de dichter, componist, scheepsarcheoloog is gistermiddag gestorven. Weer zie ik hem boven voor het raam in de Bethaniënstraat staan, zomer 1997. Hij moest weg uit dat kraakpand, ik zou helpen. 

 Alida had gebeld. Min of meer ten einde raad, want Louis moest verhuizen en hij wou niet. Toch was er geen ontkomen aan, het huis zou worden gesloopt. 'Daar zijn tegenwoordig toch snelle en handige mensen met auto's voor.' Maar Louis had gezegd dat hij het zo onder geen beding wilde en was in snikken uitgebarsten. Hoe dan wel? Ik kreeg hem aan de telefoon. En zei 'je bent toch wel eens eerder verhuisd, hoe ging dat dan?'

 'Met een steekkar en touw-en-blok.' Net als in Leiden, in 1947? Goed, als het zo zou gaan was hij bereid te verhuizen. Nu moest ik gaan bellen. Al vlug bleek de steekkar niet meer te bestaan. Ik vroeg Louis of een bakfiets ook goed was. Desnoods dan. En zo stond ik op een zomerochtend in de Bethaniënstraat, met een bakfiets en een touw-en-blok. Het was een typisch Louis-huis. Zonder stoelen dus. Kwam er een gast, dan mocht die in de kruiwagen ('daar heeft Roland Holst nog in gezeten'). Zonder kasten ook, zodat papier, boeken etc. op stapeltjes op de vloer lagen, waartussen gangpaden waren uitgespaard. Aan de muur hingen interessante objecten, soms van straat opgeraapt en opgeprikt, soms op de markt gekocht (ik herinner me een in plastic verpakte multi-purpose nijptang).

 Louis had gezegd dat hij wel wat zou voorbereiden, maar daar was weinig van gekomen. Wel had hij bij Albert Heyn 5 kartonnen dozen gehaald en beschikte ook over een aantal 'eindjes touw'. Ingepakt was er niets. Het werd een gloeiendhete dag, met ook nog veel wind, die dwars door de Bethaniënstraat woei. De rolverdeling was als volgt: Louis zat boven, tweehoog met zijn inboedel, de dozen en de eindjes touw (op driehoog bevond zich nog een vlierinkje, met vooral pannen om lekkend regenwater op te vangen). Beneden stond ik, geholpen door de nicht van Alida, die ook het transport naar het nieuwe huis (in de Koestraat, twee straatjes verder) verzorgde. In het nieuwe huis richtte Alida in.

 Dit werd een lange dag. Wat ik Louis nooit heb durven vertellen is dat ik er een forse schouderblessure aan overhield. We hingen touw-en-blok aan de hijsbalk. Na het takelen van de zware dingen, de kruiwagen, kisten etc. begonnen we aan de dozen. Louis vulde er telkens een met wat voor de hand lag en bond hem toe, waarna hij hem aan de haak van het touw hing. Sommige waren onverwacht zwaar, andere vederlicht. Soms ook kwam er een onverpakte stapel buroladen naar beneden, waarvan de inhoud (doorslagen, brieven, brochures) meteen door de Bethaniënstraat woei. Telkens als een aantal dozen beneden was aangekomen en geleegd moesten ze weer terug naar boven, met de ontknoopte eindjes touw.

Tags: 

Katholieke dieren

 Morgenavond tussen acht en elf op Radio 1 zijn onder meer fragmenten te horen uit de 'ruwe' radio-opnamen van het boek De Avonden.

 Nog zie ik de vertwijfeling op het gezicht van Henk Hofland. De Avonden? Moest dat het dan zijn? Was dat dan echt het boek dat overbleef? Hij was bezig met de radioserie 'Grondleggers' (1992). Die van de naoorlogse Nederlandse literatuur. De Avonden het hoogtepunt? Hij wilde er niet aan. Maar het leek onontkoombaar. Misschien, opperde ik, is 'De Avonden' een zwart gat waarin alles verdwijnt? Henk schudde mismoedig het hoofd. Hij en Tom Rooduijn hadden ze allemaal geïnterviewd, van Campert en Claus tot Mulisch en Hermans. Allemaal, behalve Gerard Reve. Daar aarzelden ze. Die moest ik maar vragen, ik kende hem immers. Ik vroeg het Gerard. Hij dacht er een dag over na en zei toen nee. Waarom niet?

 'Ach, zei hij toen met een zucht, 'Hofland… die man is ook niet katholiek.' Waarmee voor hem alles gezegd was. Nee, wat je ook van de jour­nalist van de eeuw kon zeggen, een 'katho­liek dier' in Gerards termen uit Bezorgde Ouders, was hij niet.

 Ik sloeg nog maar eens op wat Simon Vestdijk zei over het laatste hoofdstuk van De Avonden: 'Van dit zeldzaam navrante slot, dat de gehele roman draagt, is geen denkbeeld te geven, men moet het gelezen hebben. Het behoort tot het aangrij­pendste wat ik ooit onder ogen kreeg.'

Goud (2)

 Ik gedenk haar, die voor ze uitging een beetje goudstof over haar wangen uitstreek. Ze twinkelde in de zon. Als de Gouden Koets, kostbaar en nutteloos tegelijk.

  Het heidendom ging, het christendom kwam, het goud bleef. Dat kwam door het geheime verbond dat vrouwen onderhouden met goud. Op Isis en Venus volgden Maria Magdalena en de heiligen. In goud als vanouds, nu met de glans van het lijden. Denk je het hoofdschudden op de Olympus eens in. Ware godinnen koesteren die dubbel­heid. Moeder Maria laat maar wat graag de glans zien van haar voorspraak bij de allerhoogste. Zie haar schitteren als de hoer van Babylon. In het goud vinden hoer en madonna elkaar.

 Namaak werd steeds goedkoper. Het goud viel in handen van de pop-artiesten van de jaren '60. Gilbert and George traden op als living sculptures met goudgeschilderde gezichten in het Stede­lijk (1969) en Jeff Koons maakte een Michael Jackson met een faraogezicht, goed voor de kermis. Maar mijn 'ah' verstomt niet.

Goud (1)

 De in Nederland werkende Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger heeft zijn blik laten vallen op goud. Er komt een Gouden Website en een tentoonstelling. Schrijf iets! mailde hij. Ik schreef:

 'Goud is als kunst. Nergens goed voor, zeggen ze. Maar kunste­naars en goudsmeden weten wel beter. Met goud kun je geen zwaarden smeden, vrouwen verleiden daarentegen des te beter. Ook met kunst kun je vrouwen betove­ren. Om de mooiste vrouw aan te halen die ik gekend heb: 'Ik ben een ekster.'

 In 1991 zette de Amerikaanse kunstenares Sherrie Levine een urinoir op een sokkel, net zo een als de pisbak van Duchamp (1913), maar zij goot hem in brons en poetste net zo lang tot het wel goud leek. Hans den Hartog Jager noemde dit 'het urinoir van Koning Midas'. Wat Duchamp aanraakt veranderde immers in goud. 

 Levine liet zien dat de kunstenaar alchemie bedrijft. En zo werd goud wat in de wetenschap 'gezonken cultuurgoed' heet. Het eindigdt in het bordeel. Waar ook de diamanten schedel van Damien Hirst thuishoort.

Tags: 

Reve dagen

 Komende maandagavond van acht tot elf brengen Wim Brands en Jeroen van Kan een 'Grote' Gerard Reve Show op Radio 1.

 En vanaf zaterdag de 22ste volgt de Boekensite van de vpro de data waarop het boek De Avonden zich afspeelt door elke dag het hoofdstuk van de dag online te zetten, gelezen door de schrij­ver.

 Deze dagen verkeer ik opnieuw tussen het boek en de stem van de schrijver bij het afluisteren van de integrale dertig uur 'ruwe' opnamen die ik maakte tijdens zijn voorlezing in 1991. Ze zijn bewaard. Maandag zal ik fragmenten laten horen waar Gerard zich verspr­eekt, vloekt en scheldt, stoom afblaast en zijn neusholte reinigt met water en zout (hij was erg verkouden). Hij had het boek na 1947 nooit meer ingekeken en je hoort vooral hoe zwaar de confron­tatie met zijn ouders hem valt.

 Reve hoort tot de slechtst begrepen Nederlandse schri­jvers. Nog steeds zien maar weinigen hoe hij steeds zichzelf tot inzet maakt. Alles staat bij Reve op losse schroe­ven, altijd, zijn werk, wie hij zelf is. Zijn laatste redmiddel uit de wanhoop is ironie. En die wordt al te vaak verkeerd begre­pen. Waaruit weer meer ironie voortkomt.

 Ooit moet dit dertig uur lange gevecht met de tekst uit z'n jeugd beschik­baar komen. Het is de meest adembenemende radio die ik ken.

Admire Kamudzengerere (3)

 Komt uit Harare, Zimbabwe. En werd door zijn moeder zo genoemd opdat hij later, als hij groot was, bewonderd zou worden.

 Het heeft geholpen. Na de OPEN dagen van de Rijksacademie zocht ik hem op. Vragen te over. Bijvoorbeeld over zijn fiets. Hoe merkwaardig de Nederlandse fietsgebruiken zijn zie je door de ogen van een Afrikaan als hij. Allereerst de hoeveel­heid fietsen. En dan de beveiliging. Elke fiets is een vesting. We kunnen niet zonder ze. Admire trok de consequenties en monteerde 27 beveiligingscame­ra's op z'n stuur, spatborden, stang en bagagedrager. De ledlichtjes knipperen je toe. Maar - let wel - er zit geen enkel slot op.

 'Gaan de beelden van al die camera's naar een centrale waar jij achter een paneel naar 27 monitors zit te kijken of er iemand in de buurt van je fiets komt?' Admire lacht me har­telijk uit.

 'Welnee, dit is pure afschrikking.' Wel heeft hij een plan. De fiets zal op een openbaar terrein worden neergezet, hij zal zich terugtrekken. En dan zal hij - van grote afstand - met een telelens filmen wie - en hoe - het waagt in de buurt van zijn fiets te komen. Zo bestudeert hij Neder­land. Vrijdag is hij te horen in De Avonden.

Johannes

Gisteren in het internet-tijdschrift Hard//hoofd dit onovertroffen gedicht van Floris Solleveld. Over Johannes - die inmiddels een vrouw is gebleken - met tekening van zijn/haar Hemelvaart, ook van Floris:

De Komst van de Walvis

Heden gedenken wij Johannes de Bultrug.
Bij het adventsontbijt
eten wij zwijgend ons kerstbrood,
overdenken onze zonden.
Hij die ooit zwom op grote diepten & langs diepe gronden
stierf voor het oog der natie op een zandplaat.
De camera draait.

Hang nu de vlaggen halfstok en gelast een stille tocht.
Johannes de Bultrug gestorven voor onze zonden,
uw amber wast ons geweten schoon als de zuiverste eau de cologne.
Uw levertraan helpt ons de winter door.
Op de sashimi van uw vlees
zullen wij kauwen als was het de heilige hostie.

We tellen onze tenen een voor een
en planten een boom voor de CO2-compensatie.
Het was ons verteld en we hebben niet geluisterd:
de walvis zal komen.

Jonas in de wallevis
die vannacht gevangen is

Heeft u het twitterbericht al gehoord?
Johannes de Bultrug is dood!
Maar vol is zijn maag van geschenken.

De ware kerstgedachte komt in vreemde gedaanten
hij strandt als een walvis op Texel
hij nestelt zich met 90 asielzoekers in een gekraakte kerk voorheen klimhal
hij legt zich neer als een bermmonument voor de gepesten
Gedenken wij heden Johannes de Bultrug
plengen wij een traan voor de asielzoekers en de gepesten

Johannes de Bultrug
die slaapt op de schouder van onze kusten
ik zie hoe u zich verheft en zwemt ten hemel
het gebeurde even terwijl de camera niet keek

Zij die nog niets van hem verkondigd was zullen het zien
wij zullen het retweeten opdat ook de simpelen het begrijpen
O oor o hoor:
Johannes de Bultrug is dood!
Eet nu uw kerstbrood en gedenk
de Komst van de Walvis.

Pagina's