Mureau

 Vanmiddag in Antwerpen bij Teun de Lange, dinsdag is hij te horen in de Avonden, onder meer over zijn 'Muage', deeltje 139 in de Slibreeks.

 Muage (Music+Cage) bevat Teuns vertaling van 'Mureau', een woord-muziek compositie die John Cage samenstelde uit tekst van de 19de eeuwse anarchist Henry David Thoreau.

 Hier het laatste van de vijf delen van pakweg drie minuten  

 De hoogte van de letters geeft toonhoogte van klinkers en medeklinkers aan. De bedoeling is dat er een normale spreek­stem klinkt. De 'natuurlijke melodie van de taal'.

Tags: 

Stilte zolang dat wenselijk is

 Dat is de betekenis van het symbool boven het nieuwe deeltje in de fameuze Zeeuwse Slibreeks (nr. 139), getiteld MUAGE.

 Morgen naar Teun de Lange in Antwerpen, die het schreef. Over de taalcomposities van John Cage (1912-1992), gemaakt in z'n latere periode als stilte en achtergrondgeluiden bij Cage steeds belangrijker worden. Taal is een vorm van muziek, vond hij. En dat zie je in de partituren. Cage las/zong stukken als Mureau en Empty words zelf, met rustige stem tijdens extreem lange uitvoeringen, wat leidde tot publieksontevredenheid en zelfs eens een opstandje.

 Wat me zo voor John Cage inneemt is zijn weerzin tegen de orde die muziek luisteraar en componist oplegt. Liefst luisterde hij naar verkeersgeluid. Moeilijk uit te leggen, maar steeds vaker krijg ik een hekel aan muziek. Om z'n voorspel­baarheid. Terwijl dat juist is wat de meesten erin aantrekt.

 Teun de Lange heeft een site ingericht waar je zelf Cagiaanse ravage kunt aanrichten. Hou een microfoon bij de hand.

Tags: 

Happy Days (1)

 Zoals er één Amsterdam bestond en één Rotter­dam, zo waren er wel vier, vijf zes Den Hagen. Die van het cricket, die van de dixieland, het Molukse..

 Dat merk je ook in het Gemeentemuseum bij wat ze 'Happy Days, Den Haag 1947-1967' hebben genoemd. In de kunst was het net zo. Er hangt een greep uit de schild­erkunst uit het dêpot - zonder het Amsterdamse Sandb­erg-stem­pel, Hagen­aars als Piet Ouborg en Jaap Nanninga deden niet mee met Cobra. Er zijn electrische gitaren van beat-helden, cabar­etfolders, teksten van F.Bordew­ijk en Gerrit Achterberg, min­ijurk­jes.

 Maar wat heeft Sonia Gaskell te maken met Andy Tiel­man, wat Wessel Couz­ijn met Paul van Vliet, wat Paul Verhoeven met Co Westerik? Ik denk dat ze allemaal weleens in De Posthoorn kwamen. Den Haag is een stad waar je met je rug naar mekaar toeleeft. Alleen in de strip van Marnix Rueb komt Haagse Harry Willem Alexander en Maxima weleens tegen, zoals Blonde Dolly de politici van de jaren '50.

 Wat de tentoonstelling redt is de catal­ogus, vormgeg­even door Piet Schreuders als een nieuw nummer van het his­torische blad TIQ.

Carré

 Het zal een plotselinge aanval van verkiezingsmoeheid geweest zijn, maar gaande het Carré-debat bleek ik opeens veranderd in een Griek.

 Ik keek naar tv met titels in het Griekse alfabet. Maar de personages kende ik. Ook het Grieks van Slob, Pechtold en Wild­ers verstond ik, behalve dat de betekenis van hun woor­den, al deed ik nog zo m'n best, niet tot me wilde doordrin­gen. Wat bedoelden ze toch? Het ging over ernstige bezuinigingen als het afzinken van eilanden en het weghalen van broodroosters uit het ziekenfondspakket.

 Maar, dacht ik, hoe kun je zo tot de laatste euro over die dingen praten terwijl geen van jullie maar de flauwste notie heeft hoe de wereldeconomie, die van Europa of van Griekenland er over een jaar voor zullen staan? Pas toen ze begonnen over het verlaten van de euro en het adop­teren van de keiharde Hollandse gulden drong door dat ik droom­de. En dacht ik aan mijn moeder, die in zo'n geval zei 'het is vast allemaal wel ergens goed voor'. En 'dat zien we dan wel weer.'

I.M.Sean Bergin (1948-2012)

 Cellist Ernst Reyseger bracht hem in 1981 mee en spoedig vulde hij de hele ruimte. Niet alleen omdat hij uitzonderlijk groot en breed was, want hij bewoog zich soepel, nee eerder door het vele. 

 Sean kwam uit Zuid-Afrika, speelde tenorsax, maar op zekere dag kwam er een ukelele uit zijn rugzak. Waarop hij zelfgemaakte liedjes begeleidde. Heel lieftallige. En dat met die reusach­tige gestalte - in de krant lees ik dat hij schoenmaat 47 had. Ik herin­ner er me een louter over het bereiden van voedsel. Neder­lands was het niet, Zuid-Afrikaans even­min, het was Sean Bergins en volstrekt begrij­pelijk.  

 Daarnaast speelde hij nog tal van instrumenten. In combinatie met multipercussionist Alan 'Gunga' Purves' en Reyseger stond hij vaak in ons Radiotheater. Improviseren, van het blad, Sean kon alles. In 2000 kreeg hij de Boy Edgar prijs en ik inter­viewde hem in zijn erker, onder de spoorlijn. Goed geluid. 

 Hij had een hekel aan aanstellers. Ik herinner me hoe Kevin Coyne eens uit Neurenberg aankwam zonder gitaar en op één scho­en. Sean wist van drinken, maar dit ging hem te ver. De reus las Coyne de les: je speelt of niet. 

Minimal Myth (3)

 De levensduur van Ad Dekkers (Nieuwpoort 1938-Gorkum 1974) lijkt zich te hebben aangepast aan z'n werk. Alsof ie zijn resterende jaren heeft weggepoetst: niet nodig.

 In Rotterdam bleef ik hangen aan het soberste van de hele tentoonstelling, zijn Houtgrafiek XIX (1970). Kan het minimaler? Stel je voor, de koppige volharding die het vereist om zo te blijven werken. Aan de kleine verschillen die alles uitmaken. Een onvatbaar alles. Ook Ad Dekkers was een romanticus. Een citaat: 'Hoe groter het evenwicht des te minder lichamelijke en geestelijke inspanning vraagt het van de toeschouwer. Volgens mij bestaat alles in het leven omdat het berust op evenwicht. (…) Het evenwicht van liefde en verstand.'

 Ik dacht aan Mondriaans onvoltooide Victory Boogie Woogie, waarop de gekleurde plakkertjes zijn achtergebleven waarmee hij nieuw evenwicht aan het uitproberen was. Het hangt daar in Den Haag of ie even een ommetje is gaan maken, de evenwichtskunstenaar, en straks zal terugkeren om toch nog even..

Tags: 

Huiselijke taferelen (1)

 Steeds weer bij het kijken naar werk van Johannes Vermeer, Gerard Terborgh, Pieter de Hoogh, rijzen vragen. Alles betekent wat, schijnt. Maar wat?

 Volgende week ga ik bij Heidi de Mare langs om mijn vragen te stellen. 'Huiselijke taferelen' heet haar magnum opus, over 'de veranderende rol van het beeld in de Gouden eeuw'. 

 Wat was een huis? Wonen, zakendoen, liefde, hoe ging het toe? Ze combineert wat af te lezen is uit beelden met teksten en gegevens over kleding, bouwmateriaal, wat niet? De eerste huizen werden bewoond door Jozef en Maria met hun kind. Er was ook weleens een avondmaal of er kwam een aartsengel binnen.

 Maar de heilige familie verdween. En het Hollandse binnen­huisje, als tempel van burgerlijke deugd of als bor­deel werd steeds preciezer weergegeven. Zitten, staan, liggen, hoe deed je het? Alles had in dit ‘kamergezicht' betekenis. Hoe keek Jan Steen een kamer binnen? Vol ironie. Was dat nieuw?

Marathon

 Morgen opent in het Gemeentemuseum 'Happy Days, Den Haag 1947-1967'. Ik was er graag Adriaan Bontebal tegengekomen, maar die is dood.

 Haagser dan Adriaan kon je moeilijk zijn. Het onverwoestbare mengsel van laconiek ondergane pech - hij was een been kwijtgeraakt - schorre lachjes, tere liefde voor boeken (Daniil Charms!) en muziek. Ik weet zeker dat we bij de letters 'HAPPY DAYS' in een gezamenlijke hoestbui waren losgebarsten. Want Den Haag en Happy dat zijn wel twee dingen hoor. Vraag maar aan Philip Akkerman.

 Maar er bewoog wat. Afgezien van het leven in de brouwerij tussen de Sport, Toc­ci's Milkbar en de Posthoorn had je de Marathon. Twee straten van waar ik woonde, schuin tegenover de voetbalclub waar ik speelde. De Marathon leerde ik kennen als rolschaat­senbaan, waar je rolschaatsen kon huren en wedstrij­den rol­hockey zien. En daar, in die houten clubtent daar ontstond de Nederbeat, dit werd de stek van Golden Earring, Q65, de Motions, iedereen. De Who en de Kinks hebben er op­getreden. Ik heb er maar weinig van gezien. Op tijd thuis zijn hè, Adriaan..

Minimal Myth (2)

 Waarvan raakte ik begin jaren '60 bezeten, in kunst? Het begon op school, met m'n leraar die Mondriaan-gek was.

 Foto's van het interieur van 'Piet' liet zien, die z'n doodgewone woonhuis had gemondrianiseerd. Pas nog stond het interieur in Den Haag. Ik wilde dat ook. Heb mijn ouders bij de komende verbouwing - het doorbreken van de suitedeuren - bijna zover gekregen. In m'n eentje ging ik op zondagen naar het Haags Gemeentemuseum. Uitgestorven toen nog, doodstil. Je hoorde alleen de kraakzolen van die ene suppoost die zich afvroeg wat dat jongetje daar moest op z'n vrije dag.  

 Wat kan weg? Dat is nog steeds een goeie vraag. Minimal Myth laat zien hoe het verder ging. In de Bodon-zaal die Boijmans opende in 1972, speciaal voor wat in Amerika Minimale kunst heette, onze eigen 0-groep (pas nog te zien in Schiedam) en de Duitse Zero-beweging. Kunst die ruimte nodig heeft. Omdat ie in ruimte pas begint te werken. Net als bij Mondriaan rijst steeds de vraag 'hoe kijk ik eigenlijk?' Het is bekend: apen tekenen heel aardig, maar arceren kunnen ze niet. Wij doen iets met lijnen en vlakken dat zij missen.

 Zie Peter Struycken, Sol Lewitt en Donald Judd. Die strenge geometrische abstractie heeft iets verslavends. Hallucinerende orde.

 Er is de laatste jaren een nieuwe generatie minimalen opgestaan. Wat me bij ze hindert is vaak de 'persoonlijke toets'. Dat moet niet, sorry. Juist in de gestrengheid zit het persoonlijke.

 Maandag na 22.00 in de Avonden meer

Facebook kameraden

 In Engeland was nogal wat ophef over het boek 'Digital vertigo' van wetenschapper Andrew Keen. Het komt in oktober In vertaling uit.

 Waarschuwend boek, met de alarmerende titel: 'De digitale afgrond'. Vrijdag praat ik er in de Avonden over met Koen Kleijn. Dreigen labiele naturen door de sociale media het contact met de werkelijkheid kwijt te raken? Staat ons een epidemie van Facebookmoorden te wachten omdat we de ander niet meer als 'echt' ervaren?  

 Koen ziet de sociale media eerder als een verrijking. Stel je voor dat je alle Chinezen en Koreanen die nu overdag met geestdodend werk onze consumptieartikelen in elkaar zetten maar zich 's avonds achter het scherm kunnen uitleven, dat je die hun dromen ontnam? De bejubelde‘echte ervaring’ kent z’n grenzen.

 De discussie belandde op het door Facebook-uitvinder Zuckerberg zo listig ingezette woordje vriendschap. Koen Kleijn roept de tijden van Stalin in herinnering toen iedereen mekaar 'kameraad' noemde, wat suggereerde dat je het niet alleen eens was maar ook mekaars beste vrienden, wat voortdurend bezegeld werd met mannenaccolades en hevige kussen. Terwijl alle kameraden dondersgoed de verraderlijkheid kenden. Stalin en Zuckerberg, bien étonné.

Tags: 

Pagina's