Tante

 Vanmiddag in Antwerpen voor de nalatenschap van de tante die in mei stierf. Ze werd 87. Gelukkig in de Paradijsstraat, in haar eigen huis.

 Hoewel aangetrouwd belde ze me veel, vooral 's avonds laat. Tekenen kon ze, maar op haar best was ze met stoffen. En nu kreeg ik vanmiddag mijn erfstuk 'De bushalte' waarvoor ze een Tokkie-gezin in elkaar zette, Onslow-achtige vader, wulpse doch­ter en broeiend broertje met hond. Ze stonden op de kast.

 En nu staat het gezin opeens bij mij, ik kan ze in hun abri van De Lijn zo neerzetten als ik het wil. En zien hoe ze gemaakt zijn. Hoe de vaderbroek gemaakt is, op de heup met riem, de rode laarsjes, de met eindeloos geduld verzamelde stofjes en materialen.

 Als ik in Antwe­rpen kwam kreeg ik toelichting op nieuwe details. Alles moest kloppen. Toen ik eens vroeg hoe een keurige dame als zij - ongehuwd gebleven - erbij kwam zo'n sexy gezin uit te willen beelden bloosde ze en zei 'Ja, je ziet ze op straat, zo zijn ze hè..'.

Tags: 

Indië

 ‘Maar ik had het nooit willen missen,’ zei mijn vader die ene keer dat ik hem mocht ondervragen over de politionele actie (1946-1948). Hij was erbij.

 De herdenking, de executiefoto, het interview met Westerling, Indië houdt niet op. Wat mij het meest treft in het verschil tussen toen en nu is het zwijgen. Ik vroeg mijn vader in 1970 naar de militairen en de meisjes daarginds.

 'Dat gaan we nu eens heel voorzichtig zeggen,' zei hij. 'Daar had je je oplossingen voor.‘ En hij vertelde van de doorsneemilitairen, waar je veel ‘kamponggangers’ onder had. Zijn oplossing was sjieker, een verpleegster, wist ik, maar over haar repte hij met geen woord. Vertelde wel veel over kameraden die hij in de lucht had zien vliegen bij het patrouilleren over de dijkjes.

 ‘Bamboemijnen, die vond zo’n metaaldetector niet.’ Na een jaar kwam hij bij de Educatieve Dienst O & O. En wat er bij ons thuis van overbleef was een kist vol specerijen, sigarettenblikjes vol nootmuskaat en foelie. In 1960 waren ze nog niet op. Foto’s? Vreemd, er zijn van hem geen Indië-foto’s overgebleven. Wel sterke verhalen. Over de boerenjongens die nooit hun dorp uit waren geweest en die eerst schoongespoten werden voor ze op troepenschepen mochten als de Kota Baroe met z’n britsen langs de scheepswand, negenhoog.

 ‘Die werden voor het eerst in hun leven gewassen. En dan lag de schaamstreek helemaal open. Korsten, jongen.’

Tags: 

Handschrift (2)

 Vanmiddag in Nijmegen bij Gerrit Jan Kleinrensink, biograaf van Willem Brakman. De research is afgerond en na veel tegenslag in z'n leven is hij aan het schrijven.

 Ik kreeg de mappen met brieven terug die Willem me schreef. Raakte aangetast door het vertrouwde handschrift. Zoveel eerste blikken die weerkeerden.

 Wat verwacht ik van die biografie? Brakman - ik herlees nu zijn vaderboek 'Late vereffening' - is in zijn latere meesterstukken terechtgekomen in vormen van associatie waar op een heel natuurlijke manier alles met alles te maken krijgt. Hoe meer je weet over de grondstof, het ruwe materiaal dat daaraan ten grondslag ligt hoe meer lichtjes je opgaan. Maar er is zo veel, ijselijk veel. Ja, hij oefende kogelstoten in eenzame duinpannen.

 En hij zat drie jaar op de zeevaartschool, hoewel hij panisch was voor water en niet kon zwemmen.. Of juist daarom. Ik wist dat niet. Ben met hem gaan varen in een roeiboot. Heb gezien hoe hij z'n angst overwon en zich letterlijk voorover in de boot stortte.

 Alles in zijn werk komt 'ergens vandaan'. Die plaatsen van herkomst verwacht ik in een biografie. Voor Brakman geldt net als voor Gerard Reve 'ik verzin niks' (behalve alles).

Duisternis

 Donker augustuslicht. 's Ochtends al zit er zwart in de zon. Is duisternis bij ons vol dreiging en slechtigheid, in andere culturen hoeft dat niet.

 De Japanse schrijver Junichiro Tanizaki schreef het essay In praise of shadows (1933), waarin duisternis en schaduw juist de toegang tot het rijk van de schoonheid zijn. Duisternis is niet wat je niet kan zien, integen­deel, hij maakt je mogelijk te zien: 'Wij Oosterlingen vinden schoonheid niet in de dingen zelf maar in de vormen van schaduwen, het licht en de duisternis, die het ene werpt op het andere.'

 Duisternis wordt dan een voorwaarde voor zien: 'We schilderen onze muren in neutrale kleuren, zo dat de trieste, breekbare, stervende stralen kunnen verzinken in absolute rust.'

 In Düsseldorf bij 'Fresh widow', de (juist voorbije) tentoonstelling over het raam in de kunst zag ik werk van Gün­ther Förg (1952) die dat ter harte nam. Hij schildert ramen, halverwege verschijnen en verdwijnen. Zo blijkt bijvoorbeeld blindheid niet het tegenovergestelde van zien, nee, het maakt er deel van uit.

 Naar binnen kijken, naar buiten kijken. We zijn in het rijk van het verlangen.

Dick Hillenius

 Vanmiddag kwam ik dit gedichtje tegen van de dichter-bioloog (1927-1987):

 Kijken is nooit neutraal

zelfs leeuwen ontwijken je blik

Lang aanzien alleen als aanloop

tot vechten of vrijen

 Dieren, mensen. Ik pakte z'n eerste, Oefeningen voor een derde oog (1965), stukjes, gedichten, wetenschappelijke noties. En zie wat een gelijk heeft hij gekregen met z'n idee van de Paedamorfose!

 'Omdat cultuur ernaar streeft een optelsom te zijn moeten de mensen steeds langer leren, steeds langer in een jeugdstadium verkeren, ook al kruipen de kinderen reeds over hun schoot.' En dan schetst ie 'een infan­tilisatieproces waarvan het eind niet in zicht is'.

 Echte ouderdom zie je niet meer bij ons, zegt Hillenius, al worden we steeds ouder. Alleen diep in de Derde Wereld is soms nog te zien hoe ouderdom bij ons vroeger was.

 'Volwassenheid - zoals bij zakpijpen - is zich neerleggen bij de dingen zoals ze zijn. Tot de jeugd behoort ideetjes krijgen die er nog niet waren. Kunstenaars lijken me neotenische mensen, nog met kieuwen en larveoogjes, maar ook met alle middelen van voortplanting.'

 ps1. Volwassen zakpijpen zitten vast aan de zeebodem, terwijl de larven vrij rondzwemmen. Ze vormen kolonies, waarbij niet duidelijk is waar het ene individu over­gaat in het ande­re. ps2. Neotenie heet het als van een diersoort de larven het volwas­sen stadium nooit bereiken, maar zich wel kunnen voortplanten.

Tags: 

Hippieïsme

 Als Rudy Kousbroek nog onder ons was begon hij vanavond een tweede deel van zijn Avondrood der magiërs, het boek waarin hij korte metten maakte met de golf van verdwazing die rond 1970 de wereld overspoelde.

 Het primaat van het gevoel neemt schrikbarende vormen aan. Beweren en bewijzen zijn één geworden. Wat waar is, is wat je zo voelt.

 Afgelopen zondag kon trend­‑du­ide­r en ‑voor­spe­ller Edelkoort haar inzichten zonder tegenspraak of nadere vraagstelling vrijelijk over ons uitstorten. Wat trends zijn en hoe ze ons leven bepalen werd bekend verondersteld. Het orakel wist 'mode wordt anoniemer' of 'we worden meer vogels'. Hoe ze dat wist? Even eerder werden 'we' nog steeds romantischer. Gevoel voor humor en zelfspot waren haar angst­wek­kend vreemd.

 De dagen van de Maharisji Mahesj Jogi keren weerom. En 'de foto­grafie moet uit de narratief'. Nadere motivering overbodig. Twijfel is haar vreemd, geen moment wordt in twijfel getrokken wat toch in twijfel getrokken moet worden omdat het onbewezen is. Haar aanwezigheid was het bewijs.

 Het hippieïsme is helemaal terug (zegt deze trendduider).

Tags: 

Digifobie

 Zeden en gewoonten lopen altijd achter bij nieuwe apparatuur. Die achterstand heet 'Cu­ltural lag' (het culturele gat). Ik leerde dat in 1963, kan de onrust over nieuwe media dus niet zo serieus nemen.

 Die gaat al te vaak over ongrijpbaarheden als vriendschap en 'liken'. Wat vriendschap is weet sinds mensenheugenis niemand, de duim omhoog of omlaag stamt uit de arena's van de oude Romeinen.

 In oktober verschijnt 'De digitale afgrond' van Andrew Keen. Koen Kleijn vatte het samen voor het blad 609. Verandert ons leven in een collectieve Truman Show waar we vrijwillig aan meedoen? En - heel eng - verdwijnt daarbij de persoon als mysterie, voor zichzelf en anderen? Gaat het sociale leuk gaat voortaan boven de hoogst individuele liefde? Daarvoor mankeert toch werkelijk elk bewijs.

 Mijn ervaring met bv. Facebook is dat ik meer te weten ben gekomen van en over meer mensen. Er ontstaat een soort dorpskerntje, met zelfgekozen dorpsgeno­ten. Rond de pomp kletst men wat, wisselt foto's of muziekjes uit. En wie er genoeg van heeft gaat naar huis. Goed om te onthouden is daarbij het Dunbar-getal van evolutio­nair psycholoog professor Robin Dunbar uit Oxford: wij primat­en kunnen maar van een gemeenschap van 150 individuen de onderlinge relaties bijhouden.

Tags: 

Onderzeebootloods

 Ze werden er tot voor kort gemaakt, op de kop van het verre Heijplaat, achter de Rotterdamse Waalhaven. En nu laat Boijmans er kunst zien.

 Maar welke kunst kan het opnemen tegen zo'n hal, op zo'n plek. Niet de hippiekunst van de Turk Sarkis. Er bestaat zoiets als hippieïsme. Erg voor de vrede en tegen de oorlog en het ontsnappen aan deze jachtige tijd.

 Iedereen mag meedoen, omdat ieder­een eigenlijk kunste­naar is. Op een grote ronde tafel liggen door bezoekers achter­gelaten dingetjes. Ik vond er een leeg stripje tranquil­lizers en legde er braaf het hartje 'mooi' naast, dat ik bij afrekenen had gekregen.

 Sarkis heeft zelfs Provo's witte fietsen van stal gehaald en ze met veertjes beplakt en ook de zang van de altijd bedreigde walvissen: 'Fietsen op een wolk, luisteren naar de walvis­sen'. Niets dodelijker voor kunst dan goede bedoelin­gen. Ja, ik fietste m'n rondje. En toen mocht ik naar buiten en kon met de auto naar het vergeten dijkdorp Pernis. Waar de petrochemie boven de snelweg uittorent. Wat is het daar mooi.

Swann

 Het begint met het onredelijke verlangen dat je de enige bent - en bent geweest - in het leven van de geliefde. Terwijl je jezelf o zo makkelijk van alles vergeeft.

 De enige. Wanneer dat - zeker bij een courtisane als Odette - onmogelijk blijkt begint het spel van bedrog en zelfbedrog in Een liefde van Swann. Onontbeer­lijk voor het in stand­houden van een droom. Wanneer niet alleen gaandeweg blijkt dat Odette naast hem andere minnaars ontmoet en ook dat ze in Baden-Baden en Nice een verleden heeft moet Swann zich van alles wijsmaken, uit zelfbehoud.

 En zij? Zij beoefent haar vak, met plezier, zeker in haar macht over hem. Zo is er het spel met de catleya's, de orchideeën, die ze in haar décolleté draagt, en die zo duidelijk verwijzen naar seks. Hoe loopt het af?

 'De duurzaamheid van Swann's liefde, de bestendigheid van zijn jalouzie, waren opgebouwd uit: dood, ontrouw, talloze verlan­gens en talloze twijfels die alle Odette tot onderwerp hadden. Indien hij haar gedurende lange tijd niet zou hebben gezien, zouden die twijfels of verlangens die afstierven niet door nieuwe worden vervangen. Maar Odette's aanwezigheid bleef in Swann's hart afwisselend tederheid en twijfel zaaien.'

Tags: 

Catleya

 Het scherpzinnigste boek over liefde en jalouzie dat ik ken is Prousts 'Een liefde van Swann', dat ik nu herlees.

 Vanmiddag kwam ik deze foto van hem tegen, wat ouder en grij­zer al, haar 'en brosse'. Mijn aandacht werd opeens getrokken door de bloem die Proust op z'n revers draagt. In een impuls bladerde ik terug naar wat ik net herlezen had op pagina 83, waar Swann zijn liefde Odette bij hem in het rijtuigje heeft genood:

 'Zij hield een boeketje catleyas in haar hand en Swann zag dat zij onder het kanten hoofddoekje in haar haren diezelfde orchideeën aan een pluim van zwaneveren had gestoken. Onder haar cape droeg ze een overvloed van zwart fluweel dat schuin toelopend was opgenomen, waardoor een grote driehoek van een witzijden rok tevoorschijn kwam en dat de laag uitgesneden halsopening van het lijfje, waarin zij ook catleyas had gestoken, eveneens een stukje witte zijde liet zien (...).'

 De catleya groeit in het boek uit tot een symbool voor de onmogelijke liefde van Swann. Wat draagt de schrijver daar op z'n revers? Geen twijfel: een catleya. Waarmee hij woordloos de verbondenheid met z'n per­sonage uitdraagt.

Tags: 

Pagina's