Minimal Myth (1)

 Met een helder hoofd verliet ik Museum Boijmans. Het bad in het minimalisme had me goed gedaan. Weinig kan genoeg zijn, en meer.

 Het raadsel dat daar bij komt is hoe het weinige, ruimte, helderheid, zo veel in je hoofd aan het werk kan zetten. Grote schoonmaak, maar dan? Ik ben een boon als ik begrijp hoe het werkt.

 Ik zag werk van Jan Schoonhoven en dacht aan z'n betoog - op film - over eindeloos over­geverfde, ijzeren hekken in Delft. De lichte onregelmatigheden in de regelmaat. Aan mijn vriend Dave Meijer, die me wees op de zijkanten van z'n doeken, waar het linnen over het raam gespannen zit en uitlopers van verflagen de schilder ver­raden. Aan Ben Akker­man die bleef hameren op de randjes van z'n tekeningen. Im­mers, zo'n schilderij, zo'n tekening houdt ergens op, zei hij. En daar zit de spanning.

 Daar gebeurt het. Wat? In Boijmans wordt het woord mythe gebruikt voor het raadsel van het weinige. Dat wat je niet weet, maar met een paar lijnen of vlakken kunt doen vermoeden. Minimalisten zijn geen puriteinen, ze zijn romantici.

Ondergronds

 Morgen is Arnon Grunberg terug in de Avonden, bij uitzondering op dinsdag. Wat me herinnert aan ons filmplan.

 We bedachten een film die geheel zou moeten bestaan uit beelden van bewakingscamera's. Omdat je op zo'n centraal paneel altijd minder ziet binnenkomen dan je zou willen. Steeds weer ontsnappende gestalten, schimmen. Zoekend naar catacombisch proza kwam ik bij 'Een metamorfinist' van Anneke Brassin­ga, in 1997 verschenen in het blad Raster en nu online:

 'Met regelmaat de gipssekssociëteit voor behaarde bejaarden bezoeken, in een ondergrondse parkeergarage. Uit de catacomben dag en nacht het vrolijk galmen van brekend gips en het orgiastisch gebrul van de aldus onthaarde bejaarden. Zelf een gipsontheffing hebben vanwege welig krullende schaam en baard. Die laten bij schroeien door een hoogpotig sletje met opgevoerde krultang onder haar leren opklaprokje. Goedkoper dan de kapper, en elke ervaring is een belevenis. Niet altijd de Himalaya hoeven beklimmen of huis opknappen. Op konen rozebot­telblosjes voelen gloeien, weer buiten staand, verkwikkende brandlucht snuiven. Nu eerst een uurtje Bloem lezen en dan naar Moeder, met haar in de rolstoel naar de pedicure. De uitgestoken eksterogen mee naar huis mogen nemen. Krenten in de pap. 'De trots om het vergeefse.'

De stoel van Couperus

 In Weimar viel me op dat het sterfbed van Goethe wel uitzonderlijk klein was. 

 Ook deze stoel van Louis Couperus, te zien in z'n museum aan de Haagse Javastraat, riep vragen op. Een bureaustoel lijkt het niet. Je zou er op moeten gaan zitten om te zien of schrijven dan te doen is, maar dat mag niet.

 Wat doorgaat voor oorspronkelijk huisraad van beroemde schrijvers schept vaak eerder afstand dan dat het ze nader tot je brengt. Eens was ik in Charleville-Mézières, bezocht de Mont Olympe en het Rimbaud museum, waar de rieten reiskoffer van de dichter - zoéén met leren riemen eromheen - en het reisbestek dat erin zat waren tentoongesteld. Ik vertelde het Gerard Reve en zei hem dat een bezoek de moeite was. Als hij weer naar Le Poêt-Laval reed een kleine aftwijg... Hij keek me een tijdje zwijgend aan en barstte in lachen uit.

 'Dus jij gelooft dat dat serviesgoed dat daar staat, dat die man daar echt...?'

 Er begon me iets te dagen.

 'Dus Gerard, jij denkt dat..'.

 'Natuurlijk jongen, gewoon gekocht op de rommelmarkt hoor.'

Koningin

 Vanmiddag in de Javastraat, herinnerde ik me een Haagse verschijning: de flanerende dame die zich kleedde en gedroeg als Wilhel­mina.

 Ze wuifde vriendelijk naar passan­ten, die haar spel meespeelden en de hoofden bogen. Heren lichtten de hoed. 'De koningin' was een bekendheid. Ook op Facebook bleek ze vandaag bekend. In Voorburg flaneerde een 'Wilhe­lmina', die de poederdot werd genoemd om de dikke laag rouge op haar wangen.

 Was de Voorburgse dezelfde als de Wilhelmina van de Javas­traat? De schim kreeg binnen een halve dag een naam. De 'koningin' heette Anna Maria Petronella van der Lubbe, geboren in 1899 in Voorburg en dochter van vermogende ouders. Regelmatig reed ze in haar koetsje door Voorburg. Een mooi meisje, met talent. Ze zong, speelde piano en gaf concerten in binnen‑ en buitenland. Na de oorlog en twee mislukte huwelijken raakte ze de draad kwijt, ging zich eigenaardig kleden en opmaken. Fietste door de stad met haar hondje 'Taxi' - dat ze ook opmaakte - achterop in een mandje. Altijd had ze een parasol bij zich, soms ook een zweepje. En ze was gevleid als men voor haar boog en 'majesteit' zei.

 Tenslotte werd ze opgenomen. In 1987 overleed ze. In 2011 is er een mooie documentaire over haar gemaakt voor TV-West. Er schijnt een musical in voorbereiding te zijn. Maar, denk ik nu, had ze niet beter een schim kunnen blijven, flanerend met een hondje op het zonnig trottoir van de Javastraat, wuivend?

 Met dank aan veel Hagenaars en Voorburgers!

Kaaisjouwers

 Uit de biografie van Chuck Berry leerde ik dat er ook in St.Louis, waar hij vandaan komt zoiets bestaat als 'wrong side of town'. Hij komt uit East St.Louis.

 Pas geleden was Arnon Grunberg daar en ik vroeg er naar. Hij kon het bevestigen: 'wrong side of town'. Hoewel Chucks vader een kleine bouwondernemer was met wat personeel zag hij het toen al somber in. Tegenover zijn zoontje vergeleek hij de maat­schappij met een mand krabben. Altijd worstelend om boven te komen. Maar was je daar eenmaal dan wankelde de krabben­berg door het eeuwig gedonder onderop en kon je opnieuw beginnen.

 Van de Nijmeegse schipperszoon Frank Antonie van Alphen kreeg ik z'n rijk gedocumenteerde en geïllustreerde boekje over de Nijmeegse 'wrong side of town' van eens: de benedenstad, nu gesloopt en verkeurigd. Daar woonde het gajes dat de rivierschepen laadde en loste, op stukloon. Verdwenen zijn ze, weg is die Waalkade, de ruige cafés, de illegale drank. Soms dronken ze spiritus, anders was het niet vol te houden. Weg. Maar hun verhalen zijn er nog, die staan in De Kaaisjouwers.

Verbrand huis

 Vanmiddag maakte ik met Frank Halmans een rondgang door zijn verbrande huis. En ondervroeg hem.

 Het huis is een verhaal. Opgesteld in z'n atelier in Bunnik. Frank is een echte lezer. Brakman en Nescio koestert hij. Hij maakt boeken waar je heel let­terlijk in kunt doordringen omdat er ramen in de pagina's zitten. 

 Maar die binnenbrandjes - meer is het niet geweest, zeker geen uitslaande brand. Door de maker aangericht in zijn perfect uitgevoerde miniatuurinterieurs. Vanwaar? Een verkoold eenpersoonsbed, hooguit een twijfelaar. Een zitkamer met twee verkoolde fauteuils en geblakerde tv. Er was bezoek. Dit was een literaire brand, beaamt hij. Er moest iets worden opgeruimd, uitgerookt. Wat? Daarover zwijgt hij glimlachend.

 Het huis was hem kennelijk niet genoeg. Er staat nu ook een miniatuur schildersatelier naast, gebouwd, alleen om in de fik te kunnen steken. Het huis zal te zien zijn in het nieuwe Armando-museum op het landgoed Oud-Amelisweerd vanaf 7 september.

Kies mij

 Kijkend naar het eerste verkiezingsdebat bevangt wanhoop me. Hoe kan ik een verantwoorde stem uitbren­gen? Hoe kan ik een gefundeerde mening hebben? Bij de tv zit ik een lijstje te maken van waar ze doen of ze verstand van hebben.

 Laat ik dan zelf tenminste toegeven wat ik niet weet en begrijp. Hier staat al: schuldencrisis, euro, cyberwarfare, Iran, Syrië, China... Spoken waar eens vastigheid was. Schuldencrisis? We leven in een illusiecrisis. In de opening viel al drie keer het woordje vertrouwen. En dan weet je het wel.

 Ik dacht aan het hoorspel War of the worlds dat Orson Welles in 1939 maakte en waarin de Marsmannetjes waren geland. Er hing al zoveel dreiging in de lucht, iedereen geloofde het. Maar het wordt pas menens als er een minister voor de microfoon komt die verklaart dat de situatie volledig onder controle is en dat niemand zich ongerust hoeft te maken. Dan breekt de paniek los. Radioluisterend Amerika pakt z'n spullen, springt in de auto.

 Op wie moet ik stemmen? Als ik het biljet verscheur gaat mijn stem volgens de kieswet naar Wilders of Roemer. Dan maar beter vlug nog een eigen partij oprichten: 'Stem op mij. Ik weet het ook niet, maar ik zal erg mijn best doen.'

Andrew Keen

 Wat doet Internet met ons? Andrew Keen bezoekt in het laatste hoofdstuk van z'n Digitale afgrond het Amsterdamse Rijksmuseum en ziet hoe onze voorzaten zich presenteerden.

 Wat is het verschil? In de tijd van Vermeer was het raadsel mens nog intact, zwijmelt hij. Van Vermeers Brieflezeres in het blauw weten we 'niets en tegelijk alles'. Maar, Vermeer heeft die vrouw nu juist heel precies neergezet, op dat mome­nt, in die situatie. Ze is zwanger, haar man is overzee, getuige de landkaart aan de muur. Maar inderdaad, wat er in de brief staat weten we niet, ook niet wat zij denkt. 

 William James leerde het al in 1890, in elke situatie zijn we iemand anders. We bestaan uit de optelsom van alle personages die we dagelijks improviseren. De brieflezeres van Vermeer kan een kwartier later in de armen van haar minnaar vallen, niet onwaarschijnlijk met zo'n man jaren overzee. Misschien is ze zelfs zwanger van de minnaar.

 Het advies van Andrew Keen dat we in deze, de privacy bedreigende tijd vooral onszelf moeten blij­ven is dus dwaas. Welk zelf? De sociale media brengen onver­moede talenten in ons naar boven. We acteren, verkleden ons en poseren naar hartelust. Facebook is vol schijngestalten. Van de ander weten we goddank - ondanks de sociale media - nog steeds in schijn heel wat en in werkelijkheid net zo weinig als die ander wil.

Tags: 

Digitale afgrond?

 Lezend in Andrew Keens 'Digital vertigo' kan ik de zogeheten Facebook-moord niet wegdenken. Wat is er aan de hand bij ons op het dorp?

 De vraag waarmee Keen de lezer tenslotte achterlaat is 'Hoe blijven we onszelf?'. Hij is bang. Bang voor de mens van de toekomst, die vergeten zal zijn 'wat het is om mens te zijn'. Zijn angst is de zelfde als die van John Stuart Mill in de 19de eeuw: de tirannie van de meerderheid. En zo verfoeit hij doortimmerd en wel meer dan 200 pagina's lang de opkomst van de sociale media, die leiden moet tot sociale terreur. Zou het? God behoede ons voor een 'sociale toekomst', zegt Keen. 

 En dan? Wat zijn gevolgen als je democratisering tot het bittere eind doorvoert. De domheid aan de macht? Ik weet maar één antwoord: intelligentie kun je niet uitroeien. En bovendien, er zullen altijd dokters nodig blijven, onderwijzers. En het mooiste van al: die meerderheid zal zich vervelen, als in alle eeuwen. En daar, zie daar liggen de kansen voor het bedreigde individu. Mijn toekomst is er een met verlichte keizers, brood en muziek, veel muziek. 

 ps. De vertaling 'De digitale afgrond' verschijnt in oktober.. vrijdag 31 augustus meer over Keen in de Avonden

Tags: 

Management

 't Is 21:37 en ik heb Ben Verwaayen maar opgegeven. Na mevrouw Edelkoort ben ik niet bestand tegen nog meer rookwolkjes uit oren.

 Later nog wat geprobeerd, maar nee. Wat gaat er mis? Ideaal zou zijn wanneer de gastheer van zo'n avond zelf z'n gasten uitnodigt. Dat lijkt logisch, je nodigt iemand uit omdat je hem wat wilt vragen. Maar er is een redac­tie die tegenover deze vrien­delijke Belg per­sonages neerzet waar hij zichtbaar niks mee heeft.

 Vanavond dus weer een stortvloed van onbewezen beweringen waar niet op doorgevraagd wordt. Er kon ook eigenlijk niet over gepraat worden, zei Verwaayen. Zelfspot, humor, twijfel, ho maar. Een regen van clichés ('durf te kiezen'). Management blijkt te zijn leven in permanente verwon­dering. 'Iets durven doen wat nieuw en spannend is.' Kretologie die al dertig jaar meegaat. Een vraagstelling is er niet. Er zijn eigenlijk geen vragen. Volg je hart en intuïtie, net als Steve Jobs en Bill Gates. Dat die behalve charismatische leuterkousen ook geniale constructeurs waren wordt graag vergeten.

 Het gekke is, dit soort dwaasheid hoor je in het bedrijfsleven  al minder. Voor survivalweekends is geen geld meer. Nu zijn semi-overheids instellingen - altijd wat achteraan sjok­kend - als de VPRO de nieuwe gelovigen.

Pagina's