Pipilotti Rist

 Volgt een eigen logica, vaak voortvloeiend uit de omstandigheden. 

 In het Centraal Museum in Utrecht neemt ze de Middeleeuwse Ag­nietenkap­el als wat ie eens was. Een plaats waar hemel en aarde elkaar raken. En dan háár hemel en háár aarde.

 Zwenkende projectoren gooien vervloeiende films in de gotische kruisbogen. Een vrouw drukt haar gezicht, haar lippen tegen glas of ze binnen­gelaten wil worden, waarna ze weer wegzweeft. Of de Madon­na met wilde rozen van Jan van Scorel - uit dit zelfde museum - vliegt in brand. Beelden in steeds andere combinaties. Gor­dij­nen van six­ties-patch­work, de vreemdste lappen, dempen het buiten­licht en zijn tegelijk projec­tiescherm.

 Zo verzeil je in het dromend brein van de Pipilotti Rist. Ik doolde er lang rond, vergat de tijd tot ik een stijve nek kreeg van het omhoogstaren. Tezamen heet de steeds doorlopende voorstel­ling 'Expe­cting' (2001). Ja, wat verwachten wij? 

 Het ruikt er naar pepermunt, beproefd middel bij duiveluitdrijving.

Tags: 

Vlier

 Het voorlopige graf van mijn lievelingsschrijver W.G.Sebald (1944-2001) werd kort na zijn dood gefotografeerd door z'n vriendin Ria Loohuizen.

 Ria, die na de dood van Sebald op het kerkhof van Norwich een vlierstruik plantte. Dit omdat Max en zij allebei de traditie kenden die zegt dat wanneer je dat doet en de vlier gaat in het voorjaar bloeien, de ziel van de gestorvene naar de hemel kan opstijgen. Sebald leerde die verhalen van zijn grootvader, die hem opvoedde en in de hongertijd na WOII eten bereidde van bessen en paddestoelen, waar hij alles van wist.

 Ria nam deel aan z'n vertalers-workshop in Norwich en was bevriend met 'Max'. Ze vertelde me over de 'toevalsclub' die Sebald daar onderhield (elke veertien dagen bijeenkomen en allemaal een mooi toevalsverhaal meenemen, hem ook tussentijds bellen bij een mooi toeval).

 Vandaag kreeg ik van z'n Nederlandse vertaalster Ria van Hengel (Max, een toeval!) bijgaand fotoverslag van een pelgrimage door Sebald-land.  En zie, zo ziet het graf er nu uit. Maar, de struik achter de zerk, is dat wel een vlier?

 ps. Ria meldt dat ze alle nog resterende gedichten en essays van Sebald gaat vertalen. Ze is nu bezig met de gedichten uit Über das Land und das Wasser.

Tags: 

Huis

 Als er één Europees land is waar je als scholier na je examen zo snel mogelijk wegwilt is ‘t het straatarme, asgrauwe Slowak­ije.

 Als je vader dan tegelijk het huis voor je bouwt, achter het ouderlijke, waar je zult wonen en je dwingt mee te bouwen aan je eigen gevangenis. Als die vader dan tegelijk een contactgestoorde plattelander is die niets anders in de zin heeft dan met harde hand - hij slaat - zijn wil opleggen en met wie niet te praten valt, ja wat dan.

 Dit is wat het meisje Eva overkomt in de film van Zuzana Liová. Wat kan ze doen? Alle uitwegen worden afgesneden. Vader neemt het spaargeld af waarme ze naar Londen had willen ont­kom­en, een relatie met haar Engelse leraar loopt spaak en nog zo wat.

 Wat Liová laat zien is hoe snel iemand als Eva onder dit soort omstandigheden volwassen wordt. Je kijkt er van op, omdat het een soort volwassenheid is die je in ons verwende deel van de wereld amper ziet. Eva begrijpt dat haar tiran­nieke vader ook maar blind achter een traditie aanleeft en niet het eeu­wige leven heeft. De dood spreekt op de achtergrond mee.

 En ze doet wat gedaan moet worden: verzoenen.

I.M. Onslow

 Rose leefde al jaren niet meer. Van Daisy hoorde je weinig, En Hyacinth wilde niet meer. Haar rol was op, zei ze. En nu is ook Onslow - Geoffrey Hughes - gestorven, mijn held.

 Hyacinth was een or­ganiserend principe waar niet alleen een familie, maar een hele buurt zich vol afgrijzen naar ric­htte. Onslow het om­gekeerde. Zijn geheim? Hij was stiekem een intellectueel. Auteur Roy Clarke liet hem boeken lezen als A brief history of time, The Principles of Condensed Matter Physics en de Financial Times. Al sprak hij wei­nig, soms maakte hij opeens een geestige opmerking over zwarte gaten. 

 Onslow had een antwoord op elk van de drie zusters in Keeping up appearances. Bij de ro­man­tische bevliegingen van zijn vrouw Daisy nam zijn absentie groo­tse vormen aan. De kont van haar zuster Rose negeerde hij. En zijn antwoord op Hyacint was eenvoudig zijn uiterlijk, z'n bierflesje, z'n petje en z'n wollen borstrok en het ploffen van de uitlaat van z'n Ford Cortina. Zijn uiterlijk - dag en nacht de zelfde kleren - herinnerde haar te pijnlijk aan haar komaf.

 Hyancinyths komen er elke dag bij. Intellectuelen als Onslow worden niet meer gemaakt.

Tags: 

Jan Emmens (3)

 De bloemlezing die Wim Brands maakte uit Emmens' gedichten is verschenen en heet 'Overkomst dringend gewenst'.

 De dichter en kunsthistoricus maakte een eind aan z'n leven. In z'n gedichten balanceert hij op 't randje. Daar, waar ook de ironie woont die voortkomt uit wanhoop. Lees zo'n gedicht als 'Bedroefd':

 Mijn geest leeft met de handen boven water

die zoeken omderwille van het licht

dat aan zijn hoofd onthouden wordt.

Soms duikt hij even op, kijkt naar zijn handen

en glimlacht om die bezigheid;

dan zuigt de klei over zijn kruintje dicht.

 

De Stichting Literaire Activiteiten Utrecht organiseert op zondag 23 eptember een Emmens-middag met Wim Brands, Joop Goudsblom, Elly de Waard en Judith Herzberg

  

Tags: 

Museum van Buuren (2)

 In België heb je nog baronnen. Ik herinner me de privé-secret­aris van Kuifje-tekenaar Hergé, baron Baudoin van de Brande de Reth.

 De raad van bestuur van het Museum van Buuren wordt voor­geze­ten door een baron. David van Buuren wer­kte bij de bank van een baron. En er worden nog steeds baronnen benoemd als Eddy Merckx in 1997 en Toots Tielemans in 2004. Waar verschuilt zich hun rijkdom? Speciaal Brussel is een streek van verborgen landgoederen, meestal met electronische hekken beveiligd.

 Daarom is het Museum van Buuren zo bijzonder. Als je je slof­jes maar draagt let niemand op je en kun je zo in de kamers van David ronddwalen, tussen de kunsts­chatten. David schilderde wat, ontwierp hoeden voor z'n vrouw en organiseerde soirées - ook Elvis Presley heeft eens opgetreden in de rozentuin. Rijk zijn was zijn full-time job. Tijdens de oorlog verbl­eef hij in de VS en heeft zijn trouwe chauffeur de kunstschatten op z'n zolder verst­opt en gered. 

K.Michel

 Morgenavond is in de Avonden de radiowandeling te horen die K.Michel en ik maakten langs het Amsterdamse Buiten- en Binnen-IJ. Nederland als waterkant.

 Halverwege komt zijn gedicht 'IN' ter sprake uit de bundel 'Kleur de schaduwen' en ik vraag hem om uitleg. Volgt veelbelovend gegiec­hel en na wat nadenken zijn beslissing het maar niet uit te leggen. Nu zou je kunnen zeggen dat geen enkele gedicht beter wordt van uitleg. Dat doet Michel niet. Maar dit gedicht, nee, dat laat hij liever zo. Zij het wel met - als akoestische voetnoot - een kleine lachkriebel. Luister morgen.

 

IN

 

in het lopende buffet

dat dit ondermaanse is

zei de geleerde aap

is als zes seks

en negen zomerregen is

het allerbeste dat

een banaan kan overkomen

interpretatie

Tags: 

Museum van Buuren (1)

 In Ukkel moet je zijn, niet ver van het Weerkundig Instituut, in een villawijk.

 Om het mooiste interieur te zien dat rijke mensen met goede smaak kunnen verzinnen. Bijeengebracht door de bewoners, David en Alice van Buuren. De tapijten laten je mond openvallen. Ik overdrijf niet. Er hangt een ideale schets van Van Gogh naast een Val van Icarus van Brueghel, er zijn schilderijtjes van Hercules Seghers. De piano was van Erik Satie en op bezoe­k kwamen mensen als Magritte, Dufy of Dior. Overal in dit huis loert een ach­teloze volmaaktheid.

 Beduusd deed ik tenslotte de blauwe slofjes uit zonder welke de tapijten niet betreden mogen worden. En sloop de straat op, waar ik door deze gedachte werd bevangen: het is prachtig, on­geëvenaard, maar goddank ben ik niet David van Buure­n, en niet getrouwd met Alice.

De waterdraagster

 Vanmiddag zocht ik hier in Brussel naar iets wat – zo leek het - al zoekende steeds verder uit zicht raakte. Het ging om een café waar ik lang geleden eens een middag lang had gezeten.

 Ergens in de voorstad St.Gillis, zoveel wist ik nog. Maar al wat ik nu zag waren lange straten met luxe 19de eeuwse huizen. Veel Art Nouveau, net als het café dat ik me steeds precieser herinnerde. Maar waar was het?

 Van zoeken wordt wel gezegd dat je het niet moet doen. Het zou beter zijn het brein ongestoord door domme zoekdrift z’n werk te laten doen. Vanmiddag naderde ik het opgeven en misschien heeft dat geholpen. Opgeven is een sacrale daad, het laten varen van alle hoop is dan niet ver meer. Misschien heeft de parkbank waarop ik uittrustte geholpen. Het zou kunnen dat ik op die zelfde plek zat, tien jaar geleden en dat mijn brein een cartografisch moment heeft vastgehouden: als dit hier, dan dat daar.

 Hoe ook, in wat ze een opwelling noemen stond ik op en liep twee hoeken om, recht naar het gezochte café. Het mooiste van Brussel. Het was er nog, precies zo, terwijl het in mijn geest al een dichtgetimmerde bouwval was geworden. Geen monument in de boenwas, en vol doodgewone drinkende klanten. Met de juiste graad van afgetraptheid. De pleedeur van La porteuse d’eau klemde op precies de goeie manier, al bijna honderd jaar.’

 Mocht ik foto’s maken?

 ‘Je doet maar.’  

 

Schip

 Mijn grootvader was kapitein op Holland Amerika Lijn-schepen. Schepen als de Maasdam, de Rijndam, de Statendam, tot hij in 1934 een attaque kreeg in Havana.

 Ik vertelde het de stuur­man die me rondleidde over de brug van het HAL-schip de ss Rotter­dam. Een reus die voorgoed stilligt. In coma, want zo erg is dat stilliggen. Je gaat met je vingers langs het keurig geschilderde plaatijzer, langs het bakeliet en email van de apparatuur. Te water gelaten in 1958, tot 1997 als lijn- en cruis­eschip gevaren, en nu bewegingloos.

 Ik herinner me wat radiotechnicus en oud-marconist op de grote vaart Dick Lugtenburg eens zei toen wij maar bleven vragen naar zijn jaren op zee: 'Je praat er niet over. De mensen begrijpen het toch niet.'  Toch, tijdens een lange montage ontviel hem opeens dit: 'Het schip ligt stil. En de wereld komt voorbij. Dan zeggen ze aan boord, daar komt een dorp voorbij. Die dorpen zien er alle­maal het zelfde uit, havenin­stal­laties in de mist.'

 Als marconist ging je ook over het weer. Om stormen heen varen was zijn specialiteit, leerde ik. 'Die schepen waren altijd te zwaar geladen, dus je voer zo 1000 mijl om. Je moest wel.'

Pagina's