Over het land en het water

 Heet de keuze uit de gedichten van W.G.Sebald die Ria van Hengel vertaalde. Een titel die reikt van Freiburg tot Nor­wich, waar hij werkte en stierf. Vaak moet hij de Noordzee overgevlogen zijn naar Schiphol. In Amsterdam ging hij altijd langs op het hofje bij Ria Loohuizen, die bij hem in Norwich vertaalworkshops deed. Zijn werk bestrijkt zoveel meer. Generaties, steden, verleden. En hun samenhang. Neem dit: 'Trigonometrie der sferen'.

 'In het jaar van zijn rouw

zette grootvader

de piano op zolder

en haalde hem nooit

meer naar beneden

 

In plaats daarvan onderzoekt hij nu

met een telescoop van messing

de bogen van de hemel

 

Zijn logboek vermeldt

een komeet met een staart

en de categorische uitspraak

de maan is een kunstwerk van de aarde

 

Van hem weet ik ook

dat er daar waar de nacht keert

een heilige zit

die brult als een leeuw

 

En vergeet niet zei hij eens

uit het sterrenbeeld Ram

brengt de noordenwind het licht

in de appelbomen'

Tags: 

Achterkant

 Waar ik woon zie je 's zomers achter het huis een muur van bomengroen. De huisachterkanten van de volgende straat worden pas in de herfst weer heel geleidelijk zichtbaar.

 Kale takken zie ik nu, zich onthullende achtergevels met gor­dijnloze ramen. En zicht op de allochtone levens die daar geleefd worden. Een vrouw droogt af in een keuken. Een kaal tv-toestel op een onbekende zender. Bewegingen van de kamer naar de keuken. Opmerkelijk blijft het weinige licht. Niet meer dan twee kale peertjes.

 Het Philips-credo 'wie licht spreidt, spreidt gezelligheid' is hier nooit doorgedrongen. Wat gezelligheid is, - het domein van de huisvrouw - is onbekend. De licht-schaduw combinaties en hun Hollandse verborgenheden ontbreken hier. Het Hollandse binnenhuisjehoort niet tot de inburgering. De schemerlamp, waaronder men kan 'schemeren', zoals in de Camera Obscura moet een uitvinding van de achttiende eeuw zijn.

 In Italie leerde ik een andere huis-opvatting. Donker was het er. Gesloten luiken, veel stof, kaarslicht en kristal. Maar voor mijn achterburen is duisternis een luxe. Ze gaan liefst gesluierd door het leven, geen wonder als je uit blakerende zonneschijn vandaan komt.

 

 

Boekhandelszegel

AVONDLOG - Ik vond ze meestal op het binnenomslag van oude boeken uit de kast van mijn grootvader. Etiketjes. Lezen kon ik nog niet dus keek ik mijn ogen uit op hoe boeken eruit zagen. Er viel veel aan te ontdekken. Binnenbekledingen, vaak gemarmerde schutbladen met motieven om in te verzinken.

 Soms zijn jongenshandtekening, maar het meest raadselachtig waren wat heette de 'boekhandelzegels'. Vaak in glanzende kleuren uitgevoerde opgeplakte etiketjes, die vertelden waar het boek gekocht was. Een boek was een belangrijk bezit, dat wisten bezitter en verkoper.

 De versieringen binnenin, vaak art-deco randen bovenaan de pagina's, waarop ik me blindstaarde, als of ik daarin de sleutel tot de inhoud zou kunnen vinden van 'De twee neven' van Chr. van Abcoude of de boeken van C. Joh. Kievit. Mijn vriend Johnny van Doorn wilde op zekere dag geen 'Selfkicker' meer genoemd worden en vertelde Adriaan Roland Holst in het urinoir in Bergen dat hij voortaan 'Joh. van Doorn' heette.

 Het kwam alles voort uit de ouderlijke boekenkast met glazen deurtjes, waarin hij ooit hoopte te pronken met een Joh. van Doorn Omnibus. 't Is toch ongeveer gebeurd John. 

Bruno Taut (1880-1938) in A'dam

 Van deze fantastische Duitse architect zal vanaf 6 maart werk te zien zijn in het museum van de Amsterdamse School Het Schip. Ik zag zijn fantasieen voor het eerst in het museum voor 'outsiderkunst' dr. Guislain in Gent.

 Hij begon in de Jugendstil, maar werd serieus met zijn werk voor de Berlijnse 'Hochbahn', het droomachtige luchtspoor dat nog steeds het aangezicht van de stad bepaalt. In Rotterdam werd het luchtspoor erg genoeg gesloopt. Later ontwierp hij nooit gebouwde constructies in licht en glas, luchtspiegelingen. Bij Taut zie je schijnwerpers, gericht op de wolken, die deel uitmaken van zijn gebouw!

 Licht en kleur waren bouwelementen bij hem.

 De Nazi's stuurden hem weg als directeur van de architecten opleiding.

 Daarna werkte hij in Moskou voor de Sovjets en keerde teleurgesteld terug. Kortom, een durfal.

 Ook werkte hij in het nieuwe Turkije, oa. aan het mausoleum van Ataturk en langere tijd in Japan. De Japanse bouwstijl boeide hem zeer.

 En voor in de Alpen ontwierp hij eens een geheel overkoepeld dal.

Wereldwonder

 Als je het zevende wereldwonder, de Kolossus van Rhodos bekijkt, op de gravures gemaakt naar Maarten van Heemskerck (1572) springt dit naar voren: het is Vrijheidsbeeld. In zijn hand een fakkel, die er een vuurtoren van maakt. Die fakkel wordt overigens door oude historici betwijfeld.

 De Kolossus, het wijdbeense beeld van de zonnegod dat stond boven de havenmond van de zeemacht Rhodos en dat 66 jaar later omviel door een aardbeving, was voltooid in 292 v.Chr. Een bron van fantastische verhalen. Maar er is van het beeld en het marmeren voetstuk nooit iets teruggevonden. Wel beschrijvingen van de fundering. Zelfs de opbrengst van het materiaal - brons en ijzer - na de ineenstorting, waarvoor 980 kamelen nodig waren. Maar of hij daar gestaan heeft is onzeker. Hij was 70 ellen hoog, zeggen ze. Een el was ongeveer 70 centimeter. Dus 30 meter hoog.

 Moest hij herbouwd worden?

 De Rhodiërs twijfelden. Het orakel van Delphi was tegen. En de Rhodiërs besloten: 'Wat goed ligt moet je niet bewegen.' 

Brakmans brieven

 Van de vele honderden brieven die ik met Willem Brakman wisselde zijjn een paar fragmenten te vinden in de trefzekere biografie van Nico Keuning. De regels waren: 'Meteen terugschrijven, over wat er maar in je opkomt of voor je voeten rolt.' Veel Den Haag. De hak is altijd nader dan de tak. Maar ook televisie, 'Keeping up appearancies' met de onvergetelijke, zeer Haagse Hyacinth.

 Ik blader terug en lees ons op 7 februari 2001: 'Dank voor je weer zo opmerkelijke brief. Om de zo vaak misbruikte dichter Achterberg te citeren: 'De Haag, je tikt er tegen en het zingt' (of snikt?) Ik stel voor om nog eens samen naar het Binnenhof te gaan en daar, luid en duidelijk te roepen "poep!". Men was zelfs van plan de Nieuwe Uitleg te dempen, een en ander in verband met de lastenverlichting (...).

 Oja, die Hyacinth is mij dierbaar. Zo opgewekt en ontembaar nog Den Haag vertegenwoordigen. Ik liep krom van de eerbied langs de deftige huizen, schuw, donker van oog, krom. Dat valt op ik, met mijn blik dus mee, bonnetjes verkopen voor de Jamboree. Op de Kranenburgerweg werd ik woest naar binnen gesnokt en heen en weer gerammeld als nog nooit beschreven. Een in razernijen verpakte whiplash. Wat er allemaal tegen mij (niet in padvindersuniform, want dat had ik nog niet) werd gebruld was verschrikkelijk. IK had ook geen papier bij mij dat mijn onschuld kon bewijzen, maar wel kwam de kopman op het lawijt af en legde alles it. DE vrouw van de man zei alsmaar ach God en zo kregen wij hem klein. IK zal je de plek wijzen, er staat een monument, een klein knaapje, ruggelings voor stenen voeten van de man met bolhoed en dreigende sigaar Je kunt het bij Freud opzoeken. Ook waarom mijn eerbied niet heeft gelden, waar toch menige minusvariant zou zijn gaan haten. (...)

 Je stuk nu. 'Angst hecht zich aan je weet niet wat' etc. is superbe, laat je dat gezegd zijn. (...)

Als steeds oprecht en egelantierlijk, W.

Tags: 

Bill Haley bij Tony Boltini

 Een vreemde voorstelling, waarover ik nog een bevlogen stukje schreef in het blad Hitweek. Denk je in, de circustent van Boltini en dan opeens, na de paarden en de beren op fietsjes: 'Rock around the clock' door de oorspronkelijke artiesten, Bill Haley en de Comets. Inclusief de stramme bassist, die een poging doet in zijn staande bas te klimmen (de elektrische bas kwam pas in 1959).

 Bill Haley was de wat gezette man met de 'haarkomma' op z'n voorhoofd, afkomstig uit de Country & Western. De datum is 23 oktober 1966, ruim tien jaar na de doorbraak van Rock 'n roll. Ik zat genageld aan mijn circusbankje.

 Boudewijn Büch moet er bij geweest zijn, getuige zijn boek 'Rock 'n roll' (1991). Was het een nieuwe muziekvorm: die R&R? Verzon Bill Haley, ook het begrip?

 Er is een plaat van Buddy Jones uit 1939, waarin de regel 'I love the way you rock and roll' voorkomt, en in Wild Bill Moore's 'We're gonna rock we're gonna roll' (1947). Meest waarschijnlijk is dat Haley het begrip direct gepikt heeft van Muddy Waters, die vlak voor Haley's 'Rock‑a‑beatin' boogie' een nummer opnam ('All night long' ), waarin de zin 'Rock me, baby, rock me all night long... Roll me, baby, roll your wagon wheel' prominent voorkomt.

 En het was Henk Hofland die me vertelde dat Amerikaanse militairen na de oorlog in Rotterdam die muziek al maakten.

Israels en Breitner

 Isaac Israels (1865-1934) hoefde niet meer mee te maken hoe de Dierentuin, waar hij zo graag de papegaaien schilderde, verdween. En zo veel moois.

 Nu hij samen met zijn vriend Breitner exposeert in wat eens het Gemeentemuseum heette komt zijn dood me in gedachten. Hij woonde in zijn ouderlijk huis aan de Prinsessegracht en zwierf veel door de stad, graag ook de ordinaire Boekhorstsraat of theater Scala, waar ik ik nog kwam toen het en bioscoop was geworden. Biografe Anna Wagner schrijft: 'De stad is zijn huis­kamer.' En dan die dag, 7 otober 1934: 'Als hij 's avonds laat zijn schilderkist sluit en met enkele doeken theater Scala verlaat, verkiest hij, boven het nemen van een auto via de 'Jodenbuurt' naar huis te sjouwen, omdat die straatjes met de enkele verlichte winkelramen dan juist zo bijzonder mooi zijn.' Denk niet dat hij alleen 'werkt' als hij schildert. Hij werkt altijd.

 Mislukt er iets dan gooit hij het niet weg, maar legt het opzij. Zodat er veel niet gelukte Isaac Israelsen voortleven. Na een expositie van z'n tekenwerk op het Noordeinde verzucht hij: 'Zoiets zou je eigenlijk na mijn dood moeten houden.'

 Om aan de belangstelling te ontsnappen op weg naar huis, op de Prinsessegracht, loopt hij onder een auto. Zonder twijfel in gedachten. Zaterdagavond verergert zijn toestand. Zondag 7 oktober sterft hij.

Tags: 

Kohlennot

 In het Duitsland van de jaren '20, kort na WOI ging een woord rond waarin de algemene schaarste werd samengevat: 'Kohlennot'. Het woord waarin de algemene schaarste en verdwazing werd samengevat: 'Kohlennot'. Dick Swidde zong me de schlager 'Bummel Petrus', waarin Petrus de beest uithangt als de engeltjes slapen': Uberall herscht grosse Kohlennot, selbst die Engel ärgern sich tot.’ De tijd van kruiwagens vol bankbiljetten voor een brood en daarbij varieté te over. Kurt Schwitters schreef een parafrase van de dwaze overheids voorschriften, waaruit dit:

Aan het proletariaat van Berlijn!

'De kolenschaarste is groot

Spaart gas en prijzen van tramkaartjes! (Overgangsverkeer.)

Gevonden voorwerpen worden gezocht, de bekendmaking aan de lijn te houden

Hondenbelasting svp bij de stationsbeambten voldoen

Loketbeheer in het ziekenhuis (niet-rokers onverwoestbaar.)

Deze plaats svp afstaan aan niet-invalide honden

Elke handel is onbevoegde tandpasta (ook de sluikhandel.)

Juwelen zijn verboden en uitgesloten van verder reizen

Hoedenspelden zonder geleide moeten in het middenpad gaan staan

Niet in de rijdende kameraad springen (als de trein stilstaat.)

Niet openen voordat de trein rijdt (ter verzorging der tanden.)

Dat is de kardinale fout van onze politiek.

Regen

 Een tentoonstelling van louter regenschilderijen, dat zou wat zijn. Als eerste Gustave Caillebottes Place de Dublin in 1877. Maar dan die andere versie.

 En dan Breitner, veel Breitner, die nu samen met Isaac Israëls te zien is. Dienstbodes weerspiegeld in regenplassen.

 Die geen regenscherm kunnen bekostigen, wat een dure galanterie was. Gedenk de chique winkel van Spiekerman in Haagse passage. Mijn leraar Engels heette ook zo en het eerste waarmee hij zich introduceerde was zijn naam: 'niet te verwarren met de parapluwinkel'. Ondertussen was ie er maar wat  trots op.

 Caillebotte is de regenschermen meester. Die inzag hoe de paraplu, als de Japanse parasol een instrument was van onopzettelijke vrouwelijke elegantie. Een scherm waarachter een dame zich verschuilt en dan opeens weer vertoont. En heren de kans biedt hun hoffelijkheden te etaleren. En dan de plassen, de weerspiegelingen.

 Bij Israëls is elegantie veel ongedwongener. Hij schildert zo onopzettelijk dat het wel lijkt of het gewoon regent. Dan wordt een windvlaag een zucht van God.

Pagina's