Mensboom

 Het vergeten laatste novelle van Willem Frederik Hermans was 'Ruisend gruis'. Waarin een modegril van de jeugd is de handplant. Een nieuw organisme waarin mens en plant onlosmakelijk vergroeien. Griezelig! Rene Bohnen bracht het proces tot leven in Tijdschrift Terras. 

 

Vannacht ontsproten er wortels aan mijn lijf

kroop ik als schijntwijg over een moeras

ik was magisch en reikte hoog als een hazelaar

mijn ogen liepen uit en stolden tot notenmerg

tot roomkwaliteit en pit van wijsheid

ik groei voor het aangezicht

van de oppergeest van een gedicht

ik ben de droom van een hazelaar ik ben zo oud als zalm

over mij heersen mercurius en de zee

 

daarom zwemmen vissen en zwemt een god stroomopwaarts door mijn takken

daarom zijn de namen zilver in mijn bloed

 

Tags: 

Mus

 Sarah Hart stuurt dit verhaal, waaruit dit citaat. Of hoe het christendom Brittannië veroverde. Het is het jaar 627. Stel je een zaal in een koninklijk paleis voor. Het is winter, er brandt een haardvuur in de banketzaal. Toch staan twee deuren op een kier, ik denk voor de frisse lucht. Er wordt door wijze mannen gesproken over het nieuwe geloof. Opeens vliegt er een mus door de zaal.

 Het is de eerwaarde Bede die de vergelijking maakt tussen de vlucht van de mus door de zaal en het korte mensenleven. Je vliegt als eenzame mus vanuit de winterkou een verwarmde zaal binnen door de ene deur en er meteen weer uit door de andere.

En een van de wijzen aan tafel zegt tegen de koning: 'Majesteit, als we het huidige leven van de mens op aarde nu vergelijken met de (vroegere) tijd waar we zo weinig van weten, dan lijkt het mij iets als de vliegende vlucht van een eenzame mus door de banketzaal waar u aan tafel zit op een winterse dag met uw adviseurs. Binnen is de mus veilig voor de winterstormen maar na een paar momenten van behagen verdwijnt hij uit zicht in de winterse wereld waar hij vandaan kwam.

(...) Daarom, als deze nieuwe leer iets meer zekerheid heeft gebracht lijkt het me goed hem te volgen.'

De andere raadgevers van de koning gaven een zelfde advies

Simone Martini

 Wat is er bij Simone Martini en sommigen van zijn tijdgenoten opeens anders dan bij hun voorgangers? Voor het eerst na de iconische Byzantijnse periode is er beweging. In de gezichten, maar ook in de stadschappen en taferelen. Zoals ook bij anderen als Lorenzetti.

 Ik vlooi het nieuwe Kunstschrift door geheel gewijd aan Martini (1284-1344) en keer terug naar mijn eerste luizige hotelkamertje aan de Piazza del Campo

 De schilderijen: gezichten hebben hun standaardexpressies verloren. Opeens zie je een pruilmondje of een hand die zich krabt in de hals. De verstarring voorbij. Opeens zie je dat de mantel van de engel op de Annunciatie van 1333 wappert, logisch denk je nu, aan de geheven vleugels valt af te lezen dat ze zojuist op aarde is geland, en je ziet de beweging in haar kleren en haar uitzonderlijk blonde haren - iets nieuws toen. Zeldzame kleren geïmporteerd uit het Oosten, waarvan stalen zijn afgedrukt

 En dan de gezichtsuitdrukkingen. Heiligenverhalen komen tot uitdrukking in de gezichten. De Maria in de Annunciatie laat zien hoe verlegen ze is met de situatie. Je zal maar een engel op visite krijgen die je meedeelt dat je zwanger bent van God! Die verlegenheid! Die je ook terugvindt in het portretje van Laura, vriendin van Petrarca. Terwijl haar uitdrukking tegelijk verraadt dat ze weet wat er gaande is.

 En dan. De onflatteuze portretten als dat van z'n vriend Petrarca die Simone achteloos toevoegde vertellen over de sfeer onder de vrienden van toen.

Nieuwe kleren van de keizer

 Of de privatisering van Engeland. Want Margaret Thatcher is alive and well. 'Gemeenschap' bestaat niet, het is ieder voor zich. Dit, omdat Brexit me al zo lang om de oren en onder de dekens waait. Nu al meer dan drie jaar lang - het is een verslaving, en krijgt steeds meer de trekken van een boos sprookje.

 Ik kijk elke avond op de BBC naar Laura, Emily of Kirsty, in de hoop op meer slecht nieuws. Want straf moet er zijn, na zoveel Far­rage, Boris en hun meeheulers als Rees-Mogg en Javid, voor zoveel dikhuidigheid. En na zoveel geduld van Juncker en nu weer Von der Leyen.

 Toen wist ik het het is 'De nieuwe kleren van de keizer'.

 Waarin keizer Boris met zijn ijdele dikke kont door Londen pronkt, een onverslaanbare weldoener. Het beste met iedereen voor, maar altijd nog meer zichzelf. Luid geprezen. Tot de onvermijdelijke straatjongen ziet dat hij geen kleren aan heeft. En dan iedereen.

 Zijn er nog straatjongens in de buurt van Downingstreet nummer 10? Ik vrees van niet.

 Wat was er toch gebeurd? Ze hadden het volk wijsgemaakt dat het iets was afgenomen. Door Europa. Wat? Dat blijft tot vandaag on­duidelijk.

 Maar zij zouden het wel terugbezorgen.

 Het was iets in de geest. Identiteit, zelfbeschikking of zo. Maar die hadden ze toch?

 Vandaag is de laatste dag. Morgen komt d.v. de roepende straatjongen.

Highlighting skin

 Nu te zien in de Schiedamse Ketelfactory, waar ze vroeger drank stookten: schilderijen van de mij beiden uit ontmoetingen bekende Ina van Zyl en Michael Kirkham. En het gaat -uitzonderlijk - over de huid, het oppervlak van wat leeft.

 Je vingertoppen en andere zintuigen komen tot leven bij het zien van hun werk, hoe verschillend het ook is. Ina's tomaten in het doorschijnende plastic zakje, Kirkhams sky bankje. Mijn gedachten slaan op hol. En Pallasmaa vertelt me dat alle zintuigen met elkaar verbonden zijn. Wie iets ziet voelt ook iets. Zien doet voelen. En omgekeerd.

 Legt iemand een hand op je arm, dan voel je niet alleen het huidoppervlak, er is tegelijk ook een 'binnengevoel' dat ook wel 'onderhuids' wordt genoemd.

 Raadselachtige werelden die Kirkham en Van Zyl - in hun samenhang - in beweging brengen.

 De huid is de grens tussen beide, dat is ook waar de grootste gevoeligheid huist. Het kriebelt er, het tocht er en vooral de aanraking tussen mensen werkt er.. Er zijn mensen die goed kunnen aanraken, ook die er niets van maken. Met averechts effect. Al gaat het maar om het geven van een hand.

 Vreemd te bedenken dat de schilderkunst - buiten de strikte esthetica - berust op het suggereren van aanraking.

 Echt opgewonden word ik van in het zonlicht reflecterende nekhaartjes. Rillingen.

Engel

 Waar Willem was ontstond een verhaal. Hij kon de werkelijkheid niet verdragen zoals men zei dat ie was. Zo lagen we halverwege een fietstochtje richting Duitse grens uit te rusten aan een vennetje.

 Het was stil, volmaakt stil. En hij stak van wal. Wijzend naar het berkenbosje aan de overkant van het ven zei hij 'Luister. Je hoort de soldaten van Napoleon aankomen, die terugkeren uit Rusland.' En verdomd ik hoorde ze, met stille trom. En dacht, berkenbossen, dat moet Rusland zijn.

 Hij leerde - in navolging van Proust - me de dingen te beschr­ijven, zoals ze in zijn hoofd waren, zoal ze moesten zijn. Zo was er het conflict met AVRO interviewer Gregoor over de gevallen engel in zijn verhaal 'Engel'.

 'Maar daar ga je toch over een grens,' zei Gregoor. Dit is het fantastische genre, dat ligt buiten jouw stijl. Engelen bestaan toch niet.

 'Natuurlijk wel,' zei Willem, 'deze bestaat. Ik heb hem gezien'. En ja, de vallende engel staat in de tuin van het Haags Gemeentemuseum. Het is de Icarus van Esser.

 Sterker nog, de bewaard gebleven foto van het gezin Brakman aan het strand, bij hun vaste golfbreker achter Duindorp, waarop hij zo innig bij zijn vader op schoot zit berust op een misverstand. Onmogelijk, zo was de vader-zoon relatie niet.

 De geschiedenis moet herschreven worden. Zoals hij hem wil. Dat is wat Brakman doet   

 Ps. de biografie van Nico Keuning, 'Een ongeneeslijk heimwee' is er! Vandaar.

Auto's

 Tom Egbers schrijft soms stukje over het Engeland van zijn jeugd, dat hij nu ziet verdwijnen achter Brexit. Laatst reed hij door zo'n Engels landschap en mijmerde over de En­gelse auto's die je daar vroeger zag.

 Noemde verdwenen merknamen die me meteen troffen: Humber, Hillman en de luxe Sunbeam. Dat komt, in mijn jeugdvakanties heb ik ze zien aankomen. Ze arriveerden per schip en werden door speciale chauffeurs van Rotterdam naar de Haagse Schelde­straat gereden, waar ze in de showroom stonden. Maar eerst moesten ze - dat was mijn vakan­tiebaantje - gereinigd worden van de bruine coating die er in Engeland op was gespoten. Om de lak tegen het zeezout op de schepen te beschermen, zei Oom Eddy, die bij mij in straat woonde en vriendje Jaap en mij had ingehuurd.

 Oom Eddy was gul met het uitdelen van autofolders, zelfs ook van zijn enige Amerikaanse merk: de Studebaker, de mooiste Ameri­kaan ooit.

 Wat hem onvergetelijk maakte was dat hij als er sneeuw lag wel zeven sleetjes vol kinderen rondreed. Natuurlijk braken de touwtjes steeds: hilariteit. En dan de Rover van de vader van Jan Hein, waarin de zonneschermen met een touwtje konden worden opgehaald. Maar die verkocht Oom Eddy niet. Als je ergens leert wat rang en stand is dan in de autowereld.

 En hier Sunbeam Rapier waarin mijn Oom Bob reed.

Hangende tuinen

 Een van de zeven wereldwonderen, de 'Hangende tuinen' van Babylon. Plaatjes zijn er niet van. Al eeuwen moet de fantasie het doen. Maar, maar, dacht ik al als kind. Pas nu ik het werk van Diana Scherer ken kan ik me iets voorstellen van hangende wortelstelsels boven mijn hoofd. En zelfs van de bewatering.

 Maar die Babyloniërs? Odysseus was er al op bezoek ik moet de logica vatten. Natuurlijk is het idee een oase in de woes­tijn. Een afleiding van het paradijs, zoals de Middeleeuwse Hortus Conclusus waar de jonkvrouw wachtte op haar eenhoorn.

 En altijd midden in de woestijn. Romeinse huizen, met hun patio en vijvertje stammen er vanaf. Weter kwam van ver uit de Eufraat.

 Mensen uit warme verre landen zijn dol op de Keukenhof!

 Een koning van Syrië liet ze bouwen voor zin geliefde. Maar uit de verslagen van de metgezellen van Alexander de Grote word je niet veel wijzer. De bewatering zou geschied zijn door 'watermachines die bestonden uit vele slakken'. Maar ook Archimedische schroefpompen.

 En dat hangen, wat is in de hitte comfortabeler dan schaduwrijk blader- of worteldak.

 De laatste nazaat moet wel de achitect Hunderwasser zijn. Ga in Wenen of Magdeburg kijken!

 In Babylon is nooit een restje gevonden.

Millioenen studieen

 In 1873 is Multatuli niet in Wiesbaden maar logeert in het nabije Koblenz aan de Rijn. En schrijft dit: 'Praktijk!'

 Mijn ontbijt-thee werd hoe langer hoe bruiner. De verf konsol­ideerde zich tot 'vaste kleur' in 't kopje, en waarschijnlijk ook in m'n maag. Wie me opensnijdt...

 Helaas, ik ben zo ver nog niet! De Wirth martelde mij vreselijk... erger dan opensnijden. De domheid die ik beging met het uitleenen van een onafgewerkt boek, kwam mij te staan op 't verlies van ' beetje krediet dat ik nog bij m'n reeds van hotelnatuur wantrouwenden schuldeiser kon gehad hebben, Herhaaldelijk vroeg hij me: wat dan toch eigenlijk m'n Geschäft was?

 - Denn ein Geschäft muss doch Jeder haben!

 Een oogenblik voelde ik den lust in mij opkomen hem te zeggen dat ik van beroep aanpryzer van verre spekulatieen was, maar ik durfde me zo'n hooge rang niet aanmatigen. Bovendien, aan m'n bagage en plunje was bemerkbaar dat ik de minder winstgevende betrekking vervulde van vagabond of...

 - Ik ben denker, zei ik.

 - Können Sie een gehöriges Patent davon zeigen?

 - De unglückselige Herr... Johann Meyer oder Müller oder Schulze, hat es mir stipitzt und...

 - Ein anständiger Mann lässt  sich nicht berauben.

Tags: 

Ziekenbezoek

 Nu ik zelf zo'n beetje ziek ben doet het goed hoofdstuk IV van 'Hoofsche welgemaniertheid' in te zien (Sijthoff, 1733). Onder de subtitel 'Om gehoor te hebben bij een Groot Heer, die kennelijk niet wel is':

 'Wanneer men in de Kamer of in 't Vertrek van een Groot Heer treedt, moet men zachtjes gaan, zijn Lichgaam buigen, en een laage groetenis doen, zo hij daar tegenwoordig is: doch zo daar niemand tevoorschijn komt, moet men hier en daar niet gaan snuffelen; maar op staande voet  daar weder uytgaan, en buyten wagten.

 Indien de Heer ziek is en te bedde legt, moet men zig on­thouden van hem te willen spreken, zo hij daartoe geen ordre geeft: en als wij hem dan spreken , moet men zijn bezoek kort maken, omdat zieken onrustig zyn, en op hunne tijd  en genees­middelen te passen hebben hebben. Men moet daar en boven zacht­jes spreken en hem zo weynig als mogelijk is, daartoe nood­zaken.' 

Pagina's