Pinocchio

 Het regende in Toscane. Even voorbij Pistoia, waar ik het depot van de treinenfabriek Breda had bezocht lag een soort  pretpark langs de weg, bij het plaatsje Collodi. Leeg. Ik ging kijken.

 Er is geen doeltreffender verhaal over liegen dan dat van Pinocchio. Je zou wensen dat de neus van Donald Trump tijdens persconferenties, als hij weer eens het omgekeerde beweerde van gisteren, uitgroeide. Wie is van hout? Pinocchio ("stukje pijnboom") is de houten hoofdper­soon in een boek van Carlo Collodi (1883), verfilmd oa. door Walt Disney (1940).

 In de oeruitgave wordt Pinocchio - schepping van een houtsnijdende schoenmaker - opgehangen om zijn vele stoutigheden. Later wordt ie een mensenkind. Een voorloper van Annie Schmidt's 'Ik ben lekker stout'.

 Pinocchio moet een marionet zijn, zoals alle brave deftige kinderen maar hij wordt een voorloper van Pietje Bell. Met een gouden hart natuurlijk.

 Hij komt bij een marionettentheater terecht, waarvan de baas op een avond nog wat hout nodig heeft voor zijn fornuis.

 "Kom hier, Pinocchio! Jij bent goed als brandhout!" De arme pop begint te huilen. Dan moet er maar een andere pop aan geloven. De Harlekijn. Waarop Pinocchio in snikken uitbarst. Tot verbazing van de marionettenspeler: "Wel, wel. Zo'n held van een pop heb ik mijn hele leven nog niet ontmoet".

 Wat blijft is dat de neuzen van leugenaars in Pinocchio's  omgeving blijven groeien. De leugendetector, zo'n Amerikaanse uitvinding, heeft nog jaren meegespeeld in de rechtspraak.

 Tot Donald Trump bedacht dat zijn leugens 'alternatieve feiten' waren.

Eenzaamheid

 'Wij rusten van twee tot vijf.' Corona bracht de herontdekking van de eenzaamheid.

 Die ik ooit ontdekte door het liedje dat Appie van der Zande en ik in zelfgemaakt Engels zongen terwijl we de Daal en Bergselaan afdaalden: 'Seven lonely days make one lonely week'. 

 Wat was 'lonely'? Meer kwam ik te weten bij het het collecteren voor Humanitas ('alle gezindten'): met rust gelaten worden.

 Sommige huizen gaven geen gehoor als je belde. En dan door de brievenbus kijken in stille huizen. Unieke kijkjes in onbekende werelden. Jassen aan een kapstok, en glimp van een granieten aanrecht. De lucht van een petroleumstel. Het dichtslaan van de tussendeur, ook wel tochtdeur, tussen de vestibule en de gang.

Er werd open gedaan. Een vinger wees op het bordje 'niet storen' achter het glaasje in de deur en zei: 'dat, jongeman, heeft u zojuist gedaan.'

Purmerend

 Het gaat niet goed. Maar hoe niet goed weet niemand. Geraadpleegd word ik intussen wel.

 'U bent op 9 oktober in Gouda geweest, kunt u een paar pluspunten noemen van stad Gouda?'

 'Ja, dat is waar ook,' zeg ik, 'toen was ik in Gouda, en ik heb daar een werkstudent mijn telefoonnummer opgegeven, alleen maar om hem een plezier te doen. Maar ik heb vandaag al een beleggingsadvies gehad vanavond en een coronabelevingsonderzoek, ik ben moe.'

 Zo ontstaat het terugtredend individu. Dat ben ik.

 Het woordje ik lijkt zo klein, zo onschuldig, maar in dit soort gesprekken wordt het een onneembaar obstakel. Dicht bij hik en schrik.

 Er moet iets zijn, maar wat ook weer? De trein staat stil, en het licht is uitgegaan, het wordt snel kouder. Het wordt laat.

 'Kunt u misschien de verwarming wat harder zetten,' vraagt een dame in de trein.

 'Nee mevrouw, dat kan ik helaas niet,' antwoordt de conducteur. 'Dat wordt tegenwoordig centraal geregeld vanuit Purmerend.'

 'O, zit dat zo.'

Ontmoediging

 Er zijn mensen die zich bij alle gelegenheden boven anderen stellen. Mijn vader was er zoéén. Kwam er een timmerman over huis dan sprak hij over hem als 'de beste brave man'. En toen ik voor het eerst voor een blad een verhaaltje had gemaakt was zijn reactie 'denk nu niet meteen dat het wat is'.

 In het leven van Willem Brakman - lees de biografie van Nico Keuning 'Een ongeneeslijk heimwee' - speelde zijn 'vechtvriendschap' met Nol Gregoor zo'n rol. Gregoor was zijn oudere 'leermeester' en deed zich voor als een belangwekkend letterkundige, Willem moest meer dan veertig boeken schrijven om hem de baas te worden.

 Willem moest en zou vertellen. Waar hij kwam ontspon zich een verhaal. Toen we eens in en gehuurd bootje over de Scheveningse Waterpartij voeren overwon Willem zijn angst voor water met een hersenspinsel over wat zich allemaal onder het oppervlak bewoog en het voorzien had op zijn geslachtsdelen. Hij aarzelde lang voor hij in het bootje durfde stappen. Tenslotte liet hij zich er zo'n beetje in vallen. En begon meteen te vertellen.

 Later, aan zee, bij Duindorp, kwam het verhaal van de aangespoelde toeristenlijken, die er - met strandzand overdekt - uitzagen als ongebakken kroketten.

Tags: 

Bethel

 De Haagse Bethelkerk in de wijk Bohemen wordt niet afgebroken hoorde ik van vriend en buurtgenoot Wim de Bie. Wim was geen kerkganger, ik moest. En zo zag ik de veelbelovende organist René Rakier optreden voor een kerk vol Loosduinse tuindersknechts - hun brommers stonden voor - en volgde de jeugdiensten, gehallucineerd door de weerschijn van het glas-in-lood op het parket.

 De kerk stamt uit 1938 en werd gebouwd door Chiel Kuyper, lees ik nu, Nieuwe Haagse School. En het buurtje heette de componistenbuurt. Met een Mozartlaan, een Richard Wagnerlaan, maar ook een Tannhäuserstraat en de Parsifalstraat waar Wim opgroeide. Laan van Meerdervoort, eindpunt van lijn 2, Meer en Bos. Vlak erachter begonnen de tuinderijen van het Westland.

 En dat te midden van de bloemenbuurt. Nog weet ik niet hoe Speenkruid er uit ziet, ik zie het straatje voor me waar onze tante Addy woonde, met oom Koen van de Vrije School. Maar dat was aan de overkant van de Laan van Meerdervoort, de 'langste laan van Europa', in het zicht van de Dalton HBS, waar Kees en Wim op zaten, achter de T-vijver.

 Laatst liep ik er na jaren weer eens rond. Alles was er nog, maar vreemd genoeg, welke straathoek ik ook omsloeg, geen enkel bekend gezicht.

 Was de neutronenbom hier gevallen?

Doppelte Fleischportion

 De heer Hans-Michel Becker, leraar Duits te Keulen kende mijn vader van conferenties. Hij was het joviale type. Mij - de tweede klas gymnasiast beg­roette hij altijd met - oud-Grieks op z'n Duits uitgesproken: 'So Wim, wie steht's mit paidoio'. De verbuiging van het Griekse werkwoord. Keulenaars hebben gevoel voor humor, dat is bekend.

 We gingen ook met de Beckers gezamenlijk met vakantie naar de Côte 'd Azur, waar ze een vaste camping hadden. Er werd soms uit eten gegaan in St. Raphael waarbij de heer Becker altijd een 'doppelte Fleischportion' voor zichzelf bestelde, naar hij zei 'om goed te maken wat hij in de oorlog aan vlees tekort was gekomen'.

 Zijn zoontje Herribert kon die Franse vakanties wel dromen. Vooral het laatste stukje naar de camping waar Hans-Michel ons de bomenrij uitlegde. Eens was Herribert z'n vader voor en zei gapend 'Ja, das sind drei Pinien und eine Eiche'.

 Hans-Michel reed zo lang met de banden van zijn Taunus tot het canvas er doorheen kwam. Een zuinig man. En vertelde avond aan avond over zijn diensttijd in Peenemünde, waar de V2's getest werden. Aan de vakanties met de familie Becker kwam vlug een einde.

Epifanie

 Want dat was het. Een onthulling. Rondrijdend in Zuid-Toscane, waar het stil is, buiten het toeristieke gebied, overkwam hij me.

 Een dorpsplein op een bergrug, met tussen twee huizen zicht in de verte. Waar de Monte Amiata, hoogste berg van Toscane haarscherp opdook! Terwijl hij toch vele kilometers verderop lag. Daar werd me het geheim van de vroege Italiaanse schilderijen (Mante­gna, Bellini!) onthuld. Het perspectief leek te ontbreken! Alle gebouwen, en de Monte Amiata, stonden naast elkaar

 Terwijl ik toch altijd gedacht had 'dat is primitieve kunst, ze weten nog niet dat je afstand moet suggereren met kleurnuan­ces in blauw, groen en rood, met vervaging van de voorstel­ling.' Maar dit was een klaarheldere dag. En het leek of ik de Monte Amiata met mijn hand zo kon vastpakken.

 Ik vergat de goede foto te maken, het bewijs van mijn openbaring.

 Vanaf dat moment ben ik middeleeuwse kunst anders gaan zien. En heb alle perspectivische suggestie met korrels zout genomen. Eerlijk kijken. Jezelf niet voor de gek houden. Zien wat je ziet.

Losse eindjes

 Slapen lukt heel aardig. De kunst blijkt te zijn een onderwerp te vinden dat - vaak al jaren - op een vergeten plaats lag te wachten op hoe nu verder.Dit fragment van een vertelling bijvoorbeeld:

'En Jan Pieterolie en Aal van der Vliet

Die riepen 'toe jongens verdrink nou maar niet'.

 Er doemt een gekleurd plaatje op van een man in een soort Volendammer broek en een vrouw in klederdracht. Ze wuiven. Naar een paar jongens in een bootje. Die in een razende storm pogen niet onder te gaan. Een ervan draagt een wapperende sjaal.

 Maar nu. Pieterolie was ooit een grapnaam voor petroleum. Zou dit uit een reclame voor petroleum zijn? Ik herinner me 'De olieman van de Automaat' die langs de huizen kwam en bij wie huisvrouwen inkochten voor hun petroleumlampen.

 'Oil for the lamps of China' - en een film in 1933 - was de slagzin waarmee een Amerikaanse oliekoning China veroverde. Zijn actie begon met het cadeaugeven van petroleumlampen aan consumenten. Die dan in het vervolg wel bij zijn firma (ESSO) brandstof moesten inslaan, waarvan Jan Pieterolie een employe was. Het boekje kan ik niet meer vinden. Wie?

 De aanmaning 'verdrink nou maar niet' blijkft onovertroffen. 

Onderwijs

 Waar is onderwijs goed voor? Niet zozeer om iets te leren, al zal een leerling vaak tegen wil en dank wat oppikken. Niet dat wat de bedoeling van de leraar was.

 Wat ik in die klaslokalen deed was het bestuderen van het gedrag van vol­wassen mannen en vrouwen. Uren lang. Hoe Jan van Gelder met het uiteinde van elke Lexington sigaret op zijn tafelblad tikte voor hij hem opstak. Hoe Ph. Borleffs, als tijdens het laatste uur zijn vrouw in hun rode 2CV het schoolplein kwam opgereden om hem af te halen altijd zei 'ah, daar is m'n eend'.

 Wie waren deze mensen? Laatst ben ik nog de Bentinckstraat in gereden en heb het adres van geschiedenisleraar G.J.de Voogd opgezocht. Hij moest al jaren gestorven zijn maar zijn geëmailleerde naamplaatje zat nog - schuin - aan de deurpost. Met verroeste schroefjes. 

 De Voogd werd een grap door zijn hypercorrecte uitspraak van de namen van Lenin en Stalin. Hij zei 'Ljennien', waarna de klas aankwam met 'Stjaaljien'. En eens rukte hij een brutaal vlechtenmeisje uit haar bank, rood aanlopend, met de kreet 'misselijk kind'. In vakkringen stond hij bekend als een van de auteurs van het leerboek 'Novem, wereld in wording'.

 De vader van Ischa, ook leraar, schreef een concurrerend leerboek dat hij in eigen beheer liet drukken en onverkocht in stapels op zolder lag. En Ischa treiterde Jaap Meijer met steeds het getal 'negen' in de tafelconversatie te vervlechten. 

 De Voogd heeft Willem Brakman nog avondles gegeven. Die hem vereerde.

Koepel

 Je hebt plaatsen waar alles - door de geschiedenis verzameld - tezamenkomt. Er was buiten het dorpje Vicoforte, in de Piemontese bergen achter Turijn een heilig­dom bij een bron, dat zich in de eeuwen steeds uitbreidde. Tot en met de vier 19de-eeuwse klokkentorens om de koepel heen.

 De strijdlustige Carlo Emanuele I (1562-1639), vorst van het half Franse, half Italiaanse Savoye waaruit Italie groeide maakte er een enorme graftombe van, voor zichzelf. Omgeven door beeldschone nimfen ligt hij daar, onder lang nie gekke plafondschilderingen. Altijd even kijken en dan een taartje eten in de kring van uitspanningen rondom. Er is eeuwen aan gebouwd.

 De weg erheen eindigt - niet toevallig - in een tunnel met uitzicht op de ovale (!) reuzenko­epel van de Piemontese architect Gallo. Pieonte is baksteenland. De Giro van 1995 had hier zijn finish, in de stromende regen. Ik was er toen niet. Maar wie Italiaanse plannen heeft, kies het altijd vergeten Piemonte, logeer in Mondovi, bekijk het bergklooster van San Michele en steek door naar Oropa, op 1000 meter, waar vroeger de pelgrims in groepen, per parochie met de tram omhoog werden gevoerd. Piemonte was katholieker dan de paus!

Pagina's