Afgaand op geur en smaak van woorden of zinsdelen, tot ik de bundel met mijn snavel van de tafel haal en ga bladeren. Zo kwam ik bij 'Insect Redux' van Daniël Vis. En ontdekte, pikkend tussen de bladzijden, tekenen van een ordening. Maar welke? Ik bleef snuffelen, maar kwam niet verder. En besloot dat dit genoeg was. Zodat ik bleef bij de oorspronkelijke stukjes en beetjes die mijn snavel hadden aangelokt. Zoals dit, genummerd V:
'er zit een insect in de afvoer van de wasbak in de kamer/ ik weet zeker dat het nog leeft.
ik kan z'n pootjes horen op het pvc.
ik ga onder de wasbak zitten, leg een oor tegen de buis./ 'kom maar,' zeg ik, 'kruip naar boven.'
VI
ik hoor voetstappen de klink wordt vastgepakt,/ beweegt langzaam naar beneden.
het metaal klikt open.
ik zit naakt op de koude tegels./ de douche staat aan.
er staat een man op de overloop./ we kijken naar elkaar
ik maak een vuist, trek m'n mondhoeken en oogleden/ een beetje omhoog.
'ik denk dat ik me wil wassen,' zeg ik.