Smeerkaas

Tijdens de Boeken-moederweek had ik mijn moeder meer nog in gedachten dan anders. Vooral haar favoriete versregel 'Wie spaart de smeerkaas uit haar mond, die zij toch zelf zo lekker vond.’ Zelfspot met een bittere ondertoon.

 Van wie? Het blijkt niet van Annie Schmidt te zijn maar van Conny Stuart, die het ook zong.  

 Wat Friedrich Nietzsche in het Christendom verfoeide was de verheerlijking van het lijden. Met de Mattheus Passion in zicht denk ik aan mijn moeders laatste dagen, toen ze me zei 'Je moet het uitlijden he.' Ja, ze las de bijbel en er was een uitvaartdienst in een Middeleeuws kerkje met een routineuze dominee. En ik had aan haar kist moeten zeggen:

 ' Wie spaart de smeerkaas uit haar mond
Die zij toch zelf zo lekker vond’

Tags: 

Wederopstanding

 Begin december schreef ik over deze kamerplant. Zij was ziek. En het was mijn schuld. Ik schreef:

 'Omdat ik nu al meer dan twee jaar met deze plant samenleef ben ik bij haar lot en leven betrokken geraakt. Dat ze zo hoog zou groeien heb ik ‑ dom en kortzichtig ‑ niet voorzien. Niet eerder had ik zo'n plant. Ze begon laag bij de grond. Stuk voor stuk ontvo­uwden zich haar bladeren en ze groeide. Soms even in de richting van de zon, het raam, zodat er bochten in haar stam ontstonden, maar na wat aarzelingen toch recht omhoog. Af en toe liet ze een bruin geworden, verkreukeld blad vallen.

 En geleidelijk drong haar dilemma tot mij ‑ en vast ook tot haar ‑ door. Het plafond! En dan? Ik had de indruk dat ze haar groei minderde. Ook meer blade­ren liet vallen. Bijna raakte ze het plafond. Hoe zou ze reageren op aanraking? Nooit eerder had ze in haar leven iets aangeraakt.

 Nee, een gat in het plafond hoorde niet tot de mogelijkheden. Ik vroeg het aan de weinige plantkundigen die ik ken.

 Zou het dan wat zijn om de plant halverwege de stam bruut af te zagen en te zien hoe ze daarop reageerde? Zou er een nieuwe top ontspruiten? Of zou ze ster­ven? Het viel te proberen, zei men. Ik waagde het er op. 

 En zie. In de staak die ik in december afknotte ontspruiten groen groeisels Laat het plantendag zijn. Mijn nog altijd naamloze - iemand schreef me, maar het bericht raakte zoek - plant leeft. En groeit - planten zijn net zo onverbeterlijk als Theresa May - weer naar het plafond.

 Het afgezaagde bovenstuk van de plant staat nog roerloos in de pot. Zou daar? Ik geloof weer in wonderen.

Geld

 Brieven uit vroeger tijden zoals die tussen Joseph Roth en Stefan Zweig gaan over geld. Voorschotten, leningen. Er zijn vele manieren om geld los te krijgen van mensen met wie je toch bevriend bent. Of?

 'Je beseft de waarde van het geld niet,' zei mijn vader toen ik mijn spaarbankboekje leeghaalde voor een gitaar. Hij kwam uit een familie waar men 'op de penning' was. Het geld dat was hij. Geld in de familie geef je - liefst vermeerderd - door aan de volgende generatie, doceerde hij.

 Mijn moeder werkte met 'potjes' uit haar huishoudgeld, enveloppen met papiergeld waaruit ze de kinderen soms wat 'toe stopte'.

 In Nederland werden de kantoren van de Postcheque en girodienst nieuwe altaren, rond de loketten 'Alle geldhandelingen'. De kantoren zijn verdwenen. Ik moet naar de COOP. Banken begonnen in Italië, als brandkasten, het werden forten, en daarna p­alei­zen, in vele kleuren marmer, met sierlijk smeedwerk, bewaakt door mannen in uniform. In de tijd van travellers cheques moest je die thuis signeren en dan bij inwisseling bij de bank in Italië nog een keer.

Daar werden beide handtekeningen vergeleken. Mijn signatuur is vaak anders, dus beende de bankbediende over het marmer naar de directeur, achterin, achter een kast van een bureau. Die me vol wantrouwen aanzag. Hij liet me m'n handtekening nogeens zetten. Lange tijd later stond ik dan op de stoep met de lires. waarbij het leek of hij ze me cadeau gegeven had. 

Joseph Roth aan Stefan Zweig, Nice augustus 1934: 'Kesten heeft 10 pond ontvangen. Hij heeft me nog niets gegeven. Ik twijfel tussen hemden of een pak. Ik denk dat ik het best een degelijke lijkwade zou kopen. Als Huebsch me niets geeft, haal ik eind september niet.' Dat is de taal van het geld.

Zygmunds Machine

 Is de titel van het nieuwste beeldverhaal van Marcel van Eeden. Tekst en tekeningen nemen je mee naar Fürth, een kleine stad in Bayern, in 1947.

 In het laboratorium van Zigmund GmbH aan de Jacobinenstras­se werkt Dr.Mac Intosh dag in dag uit verwoed aan een machine die.. Ja wat? Soms moet de koetsier uren wachten tot hij zijn laboratorium uit komt. Hij moet de tijd voorblijven.

Ik blader en denk aan Schopenhauers 'Die Welt als Wille und Vorste­llung'. Schopenhauer in het laboratorium,  dat gebeurt hier!

 Het organisme, het lichaam, groeit en verandert in dit laboratorium als verschijningsvorm van de wil.

Waar die vandaan komt? Van binnenuit, bij ieder van ons. Onophoudelijk. De wereldwil is overal, in het laboratorium, op straat, in de tram, in ons.

 Maar hoe krijg je die te pakken? Mac Intosh bouwt een 'Will Extractor' die eerst enorm warm loopt, maar tenslotte in gedroogde vorm een residu oplevert dat vervoerd kan worden en gebruikt. Gecondenseerde wil!

Laura’s Brexit

 De regering van Theresa May is uit de ouderlijke macht ontzet en vandaag mag het Engelse Lagerhuis op eigen kracht proberen de Brexit puzzel op te lossen en een alternatief te bedenken voor May's 'deal' die al twee keer werd afgewezen. Hoe nu? Er liggen vele (on)mogelijkheden waaruit ze voor acht uur iets moeten kiezen.

 In een politiek systeem dat geen compromissen kent knap lastig. Boris Johnson is naar de kapper geweest. Zou dat iets beduide­n?

 Wat ik als buitenstaander en leek dan doe is de Guardian lezen en mensen van het BBC-scherm plukken die ik denk te kunnen vertrouwen, nu Theresa stijf en strak aan de enig zaligmakende 'deal' vasthoudt die ze met Juncker cs. Sloot. Zo volg ik elke dag Laura - met het scheve mondje - Kuenssberg van het nieuws om elf uur, maar straks zal ze er eerder bij zijn.

 Om drie uur beginnen ze vandaag. Voorzitter Bercow houdt niet alleen 'order' maar bepaalt ook de volgorde van wat in stemming komt. En dan moet er een compromis groeien tussen de Conservatieven en Labour over hoe verder. De gematigde Noorwegen-variant die de Engelsen binnen boord houdt? Maar daar zijn de Brexiteers van Boris fel op tegen. Dan liever 'no deal'. En rampen, denken een miljoen demonstranten.

 Er hangt een vreemde stemming in Westminster schrijft Laura op haar site. Vandaag zou 'messy' en 'tricky' kunnen uitpakken.

 Mogen de MP's van Theresa zelf weten waar ze voor stemmen? Er schijnen al 19 ministers in haar kabinet te zijn die zeggen op te stappen als dat niet mag. Aldus Laura.

Omsk, Tomsk, Irkoetsk

Mijn vriend Willem Brakman stierf in 2008. Vanmiddag komt zijn biograaf Nico Keuning langs om de laatste map brieven van hem op te halen. De biografie verschijn rond de jaarwisseling. Waarom konden wij het zo goed vinden. Willem en ik schreven elkaar veel. Bric-á-brac. Op 22 juli 2006: 

 'Ja, je bent een begenadigde briefschrijver, nog een van de oude garde kan ik het niet noemen, het was een 'omgang' met de taal die zo veel dragelijk maakte. Zo was het bij een bijeenkomst soms zo dat de binnenkomer de vrienden omstrengelde met een fors Omsk! Tomsk!! Irkoetsk!!! Vestdijk vroeg zich af wat dat betekende en wij konden het niet uitleggen. Ons huis bestaat uit latwerk van taal.'

 Over een logeerpartij in zijn jeugd in het voorvaderlijke Zeeland: 'Zo kwam ik op een zaterdagavond na de wasbeurt, innig tevreden en behaaglijk weer de huiskamer in. Tot aan mijn haarwortels van behaaglijkheid vergiste ik mij en kroop op de divan met een luide en duidelijke uitspraak: 'En nou een fijn potje neuken!' Ik bedoelde natuurlijk behaaglijk kroelen maar werd afgeranseld door moeders vader. Zo schalde de uitspraak tot over heel Zeeland tot België toe.

 Het is warm en nu weet ik wel dat er onder u zijn die niet warm zijn, maar ik zeg u het is warm. De bladen van mijn boek plakken over mijn hele lijf, dringen echter niet tot mij door. Ik las de Zauberberg.. van ene Th. Mann. Plotseling vond ik het niet meer zo 'goed'. Lusteloos bladerde ik wat verder en begon te verlangen naar de kaft. Heiligschennis? Ik dacht van niet. Ik geloof het nu wel en val terug op de altijd afgrondelijke Kafka.'

Autohemel

 Er werd me gevraagd wat ik het liefste deed en ik zei dat 'autorijden' me gelukkig maakte. Natuurlijk bedoelde ik 'zoals het was'. En de mooiste film over autorijden die ik ken kwam boven 'Im Lauf der Zeit' (1976) van Wim Wenders en bovenal cameraman Robby Müller

 Die vorig jaar stierf. Via zijn weduwe Andrea kreeg ik een kopie. De film neemt je mee door het Duitsland van begin jaren '70, in zwart-wit. Met het bestelbusje van een technicus die reparaties doet aan projectoren in heel het nog lege Duitsland. Heuvel op, heuvel af.

 Müller gebruikt alles wat een bewegende auto - zelf al een camera - doet. Het uitzicht aan alle kanten, en in de spiegels.

 Met iedere meter verandert het landschap wat het wonder van de beweging van het blikpunt blijft. Steeds is alles anders. En Robby Müllers camera dwaalt mee door het Duitsland van de dorpen, gehuchten en landschappen zoals het was. En de film neemt je me mee, de filmhemel in. Langs garages, bioscopen of een Schnell-Imbiss voor een hap of slok. Ik zie de speelautomaten met de draaiende appels, peren en citroenen en het 'Gewinnzahl'.

 En stel je dan voor dat je zelf aan het stuur zat. 

Haar en moeder

 Haar groeit op de grens tussen mens en wereld. Het is deel van ons maar in het afvoerputje van de douche wordt het afval. Siri Hustvedt schrijft erover in haar 'A woman looking at men looking at women'. Haar zit halverwege, het moet toonbaar en op orde zijn. Net als je nagels. En je moeder let erop.

 Het leeft, maar je voelt er niet mee, al beroeren ze de hoofdhuid. In een boekenweek met als thema 'De moeder de vrouw' weet ik meteen weer hoe ze mijn haar kamde 'met nat', Een natte kam legde de haren op orde, tot ze weer droogden en verwoeien. Er is een foto waar mijn moeder me op de arm heeft genomen en ik duidelijk probeer me los te maken uit haar omhelzing. In alle vriendelijkheid, met geduld voor de moederrol.

 Hustvedt schrijft helder over de rol van het haar in dit overgangsgebied. Haar zal uitmaken of je een jongen of een meisje bent. Maar de seksuele geladenheid er van verschilt. Samson verloor zijn kracht toen zijn haar werd afgeknipt.

 Husvedt herinnert zich nog hoe haar moeder haar haren 's ochtends uitborstelde, als het weer een 'vogelnest' was geworden, precíes zoals ik het later bij mijn eerste vriendin deed.

Tags: 

Lazzaro Felice

 Het speelt zich af in een Italiaans bergdorp, vergeten door de tijd. Zoals de Vergeten straat van Louis-Paul Boon. En zo blijven een vervallen landgoed met heersende markiezin en haar verwende zoon plus de nooit betaalde arbeiders van de tabaksplantage door de tijd onaangeroerd.

 Een modern Doornroosje-verhaal is het, een sprong in de tijd, of eigenlijk een val, die boerenknecht Lazzaro, maakt om pakweg twintig jaar later te ontwaken in een grote stad van nu. Een moderne Lazarus, zoals de Bijbelse door Jezus uit de dood gewekt.

 De eng­el ontwaakt tussen zijn voormalige dorpsgenoten, die zijn verworden tot zwervers in de stad en die werk moeten zoeken zoals de migranten van nu.

 De boeren zijn wel ouder geworden, alleen Lazzaro is sinds zijn val jong gebleven. Maar hij doet wel af en toe wonderen, min of meer per ongeluk. En hij kan met de dieren praten zoals Fran­cis­cus. Tenslotte verdwijnt hij in de gedaante van een wolf.

  Regisseur Alice Rohrwacher laat het doodarme oude boerenland zien zoals je het kunt lezen in de verhalen over polenta-eters in de Langhe van Cesare Pavese. En daarmee logisch verbonden het lot van het stadsproletariaat - Italiaans of van overzee - van nu.

Tags: 

De droom van Malaparte

 De mensen dromen niet meer lijkt het wel. Ik hoor er niet van. Waar bleven de dromen, ongerijmd, betoverend. Ik zou een dromenc­lub willen stichten, zoals W.G.Sebald zijn Toevalsclub had. Dit is uit het 'Dagboek van een vreemdeling in Parijs' van Curzio Malaparte, 1947 (?). Vertaald door Jan van der Haar:

 '19 december. Vannacht heb ik weer de droom gehad die ik al jaren van tijd tot tijd heb. Mijn moeder komt 's nachts mijn kamer binnen, zegt met gruizige stem: 'Schei uit met werken, je bent moe, ga naar bed.' Ik kijk haar aan, ze ziet bleek en ze glimlacht. Dan staat ze op en gaat weg met achterlating van haar blanke hand op mijn schrijftafel. Ik sta op, pak die zware, dode hand, open het raam, gooi hem het raam uit. Daar beneden ligt de tuin van mijn huis in Forte dei Marmi Ik hoor het geluid van de zee. Een vogel zingt. Ik herhaal steeds dezelfde woorden: '21 maart 1948'. In december 1935 heb ik in Forte dei Marmi voor het eerst deze droom gehad.

 Ik moet weg uit Parijs. Lichtwitz oppert mee te gaan naar Chamonix. Ik ga naar Chamonix. Ik ben bang voor deze droom. Die brengt ongeluk.'  

Tags: 

Pagina's