Donbass

 Toen de MH17 werd neergeschoten, wat gebeurde er toen op de grond? Nog niet eerder werd me zo duidelijk waar die BUK-raket uit voortkwam.

 We zijn in de Donbass, aan de rand van Oekraïne waar pro-Russische ministaat­jes zich hebben losgemaakt van de Oekraïne. Daarvandaan werd de Buk afgeschoten en de MH17 omlaag gehaald. Maar door wie?

 Filmer Sergej Losnitsa laat in scenes zien hoe oorlog op kleine schaal toegaat. In het staatje Novorossia komt oorlog in de buurt van slapstick. In zo'n op de volkswil gebouwde natie mag alles wat je humeur je in geeft. Inclusief eindeloze checkpoints en controles.

 Een krijgsgevangene wordt aan een lan­taarnpaal gebonden, midden op straat in een stad waar de mensen op de bus staan te wachten. Voorbijgangers lopen door, ze zijn eraan gewend. Alles in naam van het volk, het vader­land. Verhoren waarbij bij voorbaat vast staat wie deugt en wie niet.

 Populisme tot het uiterste. Volksbedrog inbegrepen. Je kunt ze wijsmaken dat de vijand hun voedsel heeft gepikt door wat koelkasten vol worst neer te zetten. Er ontstaan Breugeliaanse massascenes.

 Tenslotte eindigt de film zoals hij begon, met een voorstelling die nu opeens werkelijkheid wordt als de acteurs worden neergemaaid. Waarna ze worden afgevoerd met ambulances.

Roth en Zweig

 De kattebelletjes die Joseph Roth en Stefan Zweig tussen 1927 en 1938 wisselden zijn geen literaire briefwisseling. Je denkt eerder aan bierviltjes en de achterkanten van rekeningen. Persoonlijke berichtjes, pogingen afspraken te maken, wat lastig bleef omdat ze zich steeds verplaatsten in het roerige Europa van de jaren '30.

 In 1931 was Roth in Antibes met een bankiersdochter en haar oudoom ofwel 'tuteur', Zweig zat in Salzburg. Roth schrijf hem oa: 'De tuteur is gearriveerd, met een lange baard en een enorme buik, een argeloze man, bezeten van het katholicisme. De kleine komt 's nachts, hoewel hij in de kamer naast haar slaapt, ze bidt, maakt een kruisteken en begint te zondigen. (...) hij houdt van tuinieren, hangt jassen en zijn eigen linnengoed om zieke bomen en laat niet op hazen schieten omdat hij die dieren zo mag.

 Elke ochtend om zes uur gaat hij naar de mis, hij zingt twee keer per jaar mee in de kerk, draagt een hele week lang hetzelfde jaeger-ondergoed. (...) Haar moeder is burgemeester van het dorp, zit halve dagen te bidden, huilt de andere helft en heeft een relatie met de pastoor die haar tegen haar dochter opstookt uit seksuele nijd. (...) De kleine is erg teder in de nacht en als de zon opkomt weer helemaal anders (...) Ze huilt veel, fantasierijk op lichamelijk vlak, buitengewoon begaafd voor perversiteiten, extreem gevoelig voor pijn in de gewone dingen, vanuit het psychische.' 

Tags: 

Sleutelen

 Oom Wil had geen kinderen. Als hij uit Amsterdam overkwam bracht hij altijd iets voor me mee 'om uit elkaar te halen'.

 Dat kon een defecte stofzuiger zijn, een strijkijzer of een snelkookpan. Als het maar kapot was en afgedankt. Geree­dschap deed hij erbij, schroevendraaiers en moersleutels in soorten, een Engelse sleut­el of een bahco. En ik ontsleutelde, tot er niets meer over was dan onderdelen,

 Wat niet eenvoudig was. Ik bezit nog een blikje kruipolie dat hij me erbij gaf. Langzaam kwam alles los, moer­en, bouten en onbegrijpelijke onderdelen die ik uitstalde op een oude krant.

 Weer in elkaar zetten hoefde nog niet. Dat kwam later, toen ik de onderdelen van de fiets leerde. benoemen. De poëzie van voorvork, achtervork en de geheimenissen van de potascrankspiemoer.

 Eens heb ik op een achterplaatsje een mooi meisje de achterband van haar fiets zien verwisselen. Een betoverend schouwspel.

Omval

 Mijn eerste baan was in het depot van de Centra‑kruideniers, achter het Amstelstation, naast de Blooker cacaofabriek, die in heel de stad bij Oostenwind te ruiken was. Om acht uur meldde ik me bij het kantoortje naast de loods op de Omval, een schiereiland in de Amstel dat Rembrandt nog heeft geëtst en dat zo heet omdat op deze plek de zeilschepen overstag moesten gaan..

 Eenmaal in ploegen ingedeeld moesten we kruidenierswaren die met vorkheftrucs op pallets werden aangevoerd inklaren. Dat kon alles zijn, stapels ronde kazen, kratten gezinsflessen koffiemelk, dozen rookworst of rood­merk kof­fie. Mijn ploeg viel onder een man in een blauwe werkjas die Grundmann heette. Hij tekende ook onze prestaties af, op grond waarvan we op vrijdag ons loon uitbetaald kregen. Het vreemde mengsel van geuren in de loodsen van Centra vertelden me wat ik niet wist, namelijk hoe levensmiddelen in winkels komen.

 Opzienbarend was wat Grundmann ons leerde over 'breuk'. Van iedere partij voedingswaren werd een tiende geacht verloren te gaan tijdens het trans­port. Zo demonstreerde hij hoe je een krat gezinsflessen chocomel van een heftruck kon laten vallen. Ongeveer de helft viel aan scherven, maar een halve krat moest overblijven om verdeeld te worden. 'Hou het op de helft' zei hij, 'daar is op gerekend. Wordt het meer dan gaat het opvallen.'

 Mijn vriendin en ik hebben een week lang erg veel chocomel gedronken. Tot de volgende partij 'breuk'. Dat bleken pennywafels te zijn. Het waren gelukkige weken.

Rik en Nel om de hoek

 Ze waren zo dichtbij. Rik Wouters en zijn vrouw en model Nel. Die hij voortdurend bleef tekenen in die laatste levensjaren 1915, 1916 toen ze aan de Derde Kostverlorenvaart 37 woonden, driehoog. Rik was doodziek, maar hij tekende en schilderde haar voortdu­rend.

 En zo zie je haar uitkijken over stukken stad die ik zo goed leerde kenen toen ik in de Frederikstraat woonde, naast het Vondelpark, waar ze ook veel gewandeld hebben. En Nel ziet steeds uit over de vaart naar de Overtoomsesluis, waar nu de brug is, of over het Schinkel, dat de vaart verbindt met de Nieuwe Meer.

 'Amsterdam is prachtig, prachtig',  schreef Rik.' Want hij schrijft, ook na de zoveelste operatie aan zijn kaak­beenkanker onder chlorofo­rm: 'Het leek wel een droom. De mensen die mij kwamen bezoeken, waren heel bang dat ik pijn lag te lijden, maar ik lachte wat af - bij wijze van spreken natuur­lijk, want het moet verschrikkelijk geweest zijn om mij zo te zien. Ik kan trouwens nog altijd niet lachen. Ik leek wel Lazarus, helemaal stijf en onbeweeglijk.'

Met het wegnemen van de verbanden komt de pijn.

 J.F.Heijbroek documenteerde die laatste Amsterdamse jaren prachtig, met foto's en reproducties, in 'Rik Wouters in Amsterdam'. Tot het einde toe. De operaties in het Prinsengrachtziekenhuis, waar ik ook nog eens lag en de Rooms Katholieke begraafplaats t­egenover waar nu de Riet­veld Academie staat.

 PS. Rik was als Belgisch militair ontkomen naar Nederland, waar hij en Nel door kunstvrienden goed werden opgevangen.   

Tags: 

Judith Herzberg is er

 De titel van haar nieuwe bundel zegt het: 'Er was eens en er was eens niet'. Zodat ik moet denken: er is altijd meer niet dan er is. Zoals er meer mensen dood zijn dan er leven. En bij leven hoort het hebben van een uiterlijk. In 'Gezich­tsuitdrukking' zegt Judith Herzberg:

 'Heb me zo vaak afgevraagd of iemands gezichts-

uitdrukking ook werkelijk zijn innerlijk weer-

spiegelt. Ontwaarde bij mezelf een paar nieuwe,

neerwaartse trekken om mijn mond en vroeg me af

of anderen die trekken in verbittering of zoiets

zouden vertalen.

Nu net, vlak bij de markt, zag ik een oude man met

dezelfde trekken om zijn mond, maar nog veel

pregnanter. Ik dacht: nu zie je het bij een vreemde.

Hoe komt het op je over?

En ik antwoordde mezelf dat zijn expressie zoiets

suggereerde als: 'Nou zeg, dat is me ook wat moois!'

En ik kon me daarin vinden.'

Tags: 

Rekel

 Zo zit de scene in mijn hoofd: Rekel, de bakvisch die op een landhuis wordt opgevoed, nu ja is ondergebracht bij haar oom, van wie ik nu terugvind dat hij Boudewijn heet, Rekel zit op de poef naast het knappend haardvuur.

 Jaren '20, we zijn in een van de vele Cissy van Marxveldt boeken van mijn moeder die er niet meer zijn. Maar de biografie van Monica Soeting brengt me terug naar het meisje Rekel, de tomboy, ondeugend, tussen meisje en jongedame,  En aan Rekel stelt oom een heel gewone vraag:  'Hoe laat is het Rekel?' Nu moet je weten dat oom op zijn vaste plek zit en de krant leest in zijn fauteuil voor de schouw, waarop de grote pendule staat. Hij zou dus met een enkele blik kunnen zien welke tijd die aanwijst. Maar nee, o nee, Rekel, die op haar vaste plekje op de poef naast de haard zit, moet het hem vertellen. Daartoe moet ze van haar warme plekje opstaan, zich omkeren en omhoog kijken naar de pendule. En dat doet ze, omdat Cissy van Marxveldt ons heeft uitgelegd hoe de rolverdeling tussen de twee is. Elke dag doet ze dat.

Zo heb ik het onthouden. Uit het hoofd dus, hoewel het boek op dbnl staat. De biografie geeft een mooie uiteenzetting over het fenomeen 'bakvisch'. De heldin van vele delen Joop ter Heul. De bakvischroman ontstond rond 1870 en gaat over de fase tussen jongmeisje en vrouw. En deze tomboy is een voorloopster van het geëmancipeerde vrouwentype zonder korset en met kort haar dat tegen de Eerste Wereldoorlog opkwam. Ze bezochten de hbs, tennisten en fietsten. Het andere type, waarop wordt neergekeken, is dan het kwijnende mooie meisje dat hooguit piano speelt.

Weg

 Waar was je? We zagen je nergens meer. Weggaan heb ik nooit goed geleerd. Vooral tegen afscheid nemen zie ik op, anderen ook denk ik, daarom zal het vaak wel zo lang duren. En dus verdwijn ik, op een moment dat niemand oplet. Weg ben ik. Een ik-vormig gat in de wereld achterlatend. Gemist worden, Ingmar Heytze schrijft erover in zijn nieuwe bundel 'Ik wilde je iets moois vertel­len'.

 'Als je morgen weg moet kun je net zo goed ineens,

wanneer er even niemand oplet, zijn verdwenen.

Het is lente, je bent gastvrouw op een feest met wijn

en bitterballen, iemand kletst tegen je aan,

 

wordt onderbroken - je ziet je kans schoon, loopt

de tuin in om te kijken hoe de man die met je stond

te praten zich terugdraait naar de leegte waar jij

net nog was, iets zegt als: 'Nou, en daarna... O.'

 

Misschien is het eenvoudiger om zo te gaan,

vrijblijvend haast, alsof je elk moment terug kunt

komen om de ruimte in te nemen die je achterlaat,

alsof je alleen maar even vanachter een struik

staat te kijken hoe dat is, worden gemist.'

Tags: 

Paul Rodenko (1920-1976)

 Woonde zijn laatste twintig jaren in Zutphen, waar ik eerder opgroeide. Hij maakte in 1954 de fameuze bundel 'Nieuwe grif­fels schone leien', waarin de avant-garde werd voorgesteld. Op 3 februari as. om 13.30 wordt een herdruk feestelijk gepresenteerd door vele dichters in de Zutphense Broederenkerk annex bibliotheek. Ik gedenk mijn stadgenoot, die eerder ook in Den Haag woonde, getuige dit, uit zijn bundel 'Orensnijder, tulpensnijder':

 'Den Haag: stad van aluinen winden en pleinen./ Winden als pleinen zo wijd./ Pleinen rustig als een grote handpalm/ van de grote openheid./ Reigerlijk zijn er de vrouwen, lang en toch lieflijk;/ kuis staan zij aan parken, karyatiden van zonlicht,/ en lieflijk gaan zij desmiddags: antiektakkend uurwerk./ Zuidelijker later en lynxer, heupruisender; bemerk nu haar ogen:/ een klein ballet, speelkaarten, vuurwerk.

 Trager de mannen,/ meer ingetogen. Hun handen zijn blauw als water,/ hun handen zijn als strakke blauwe winden./ Zo vinden zij daaglijks

Ruim zijn de dagen en toch zeer menselijk, gedempt-rumoerig./ Maar de nachten zijn stil en oplettend:/ hoe zuiver schaakt de maan in het plantsoen!'

Tags: 

Onvindbare tuin

'Verborgen tuinen' heet de nieuwe bundel van Anneke Brassinga. De Hortus Conclusus sluimert erin. En daar is opeens 'Onvindbare tuin in de Schaarse Bergen',  dat verwijst naar haar geboorteplaats Schaarsbergen en ook naar de expeditie die wij eens ondernamen naar het huis waar ze opgroeide, in het bos. En dat nu een afgesloten indruk maakte, tot er een deur open ging.

 'Van varens gloeiend een gebarsten grondvlak uit cement

waar het huis op stond; en elke ochtend ervandoor te gaan,

sluipweg achter zeven beuken om, langs dorre mirre en

berupste kardinaalsmuts, stekelige meidoornhaag en dan wankel glibberend over altijd natte planken waaronder 'n put

 

peilloze uitweg naar heden bood, aan de andere kant van

de andere kant van de aardbal. Sloeg je verkeerd af, lag daar

duister Planken Wambuis waar ze je in douwen voor dood -

heel anders dan mijn mijngang om klein en bloot en teer

vandaan te komen met voor die dag het recht rechtop te leren lopen.'

Pagina's