Godelieve Prantl

 Wie zij is weet ik niet. Ze debuteerde tien jaar geleden. Publiceerde twee bundels, nu samen in een band: 'Geen weet van vallen'. Bij de Nymfaeum Pers in Leerdam (?). Ze zou geboren zijn in 1948. Karel Wasch schreef meermaals over haar. Ze deinst voor weinig terug. Getuige bv. 'Het donkert in het stadspark'.

 'Een vrouw zit op het gras, een man

gerafeld en gehouwen richt zijn blik

 

op haar geruite rok die

langzaam opgetrokken wordt

 

de man vraagt haar z'n bank te delen

fles en baard, hij opent wijds zijn broek

 

al wat van goud is lacht

zoiets had ze niet verwacht

 

ze neemt hem als een liedboek in de hand

ze zingt en proest, spuugt zaden uit

 

vergeetmenieten zullen bloeien

waar libellen echten in het riet.'

hoe en waarmee overleef je dit?

 Aan het woord is Antjie Krog, huisvrouw, over een moeder van twee kinde­ren. In haar nieuwe verzamelbundel 'Waar ik jou word', vertaald door Robert Dorsman en Jan van der Haar:

 'ik krab verwaterd snot uit het gootsteenputje

zodat havermoutwater en zwoerd

            boerend kunnen weglopen door de afvoer voor het raam

de pampers worden lokaas op de plee

de vuile doeken worden met sunlight ingezeept         billen gewassen

            gepoederd

de een schreeuwt van honger

de ander van woede

de oudste met zijn zenuwachtige groentemesstem

probeert een hele supermanvlucht boven het lawaai uit te steken

 

mijn man doet de deur voor iedereen dicht

en zet het pianoconcert van Mozart een hele draai harder

 

en ik word gek

 

mijn stem gilt als een mengermalermixerhakker

mijn neus lekt als een ijskast

mijn ogen bibberen als eieren in kookwater

mijn oren worden brievenbussen tuitend van verjaardagskalenders

de kinderen randen me aan met hun luidruchtigheid

            zelfzucht

            brutaliteit

            vernielzucht

hun angsten complexen onzekerheden dreigementen noden

            beuken mijn 'zelfbeeld als moeder' biefstukmals op de

            planken vloer'

Tags: 

Kannibalisme bij Multatuli

 Mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten en taxerend aanzien. Multatuli maakte er een studie van die in zijn Ideeën (1060) staat. Wouter Pieterse heeft durven aanbellen bij dokter Holsma. Een kamer vol mensen en kinderen en "Het onuitgesproken 'wie ben jij?' heeft bij zulke gelegenheden den rang van stilzwijgende oorlogsverklaring."

 Multatuli ziet het bij kinderen, maar meer nog bij 'dames': "Ze meten elkaar, wegen elkaar, oordelen, beoordelen, veroordelen, en verdoemen elkaar. Ze zien daaruit dat de slagtanden van 't kannibalismus nog altijd niet geheel-en-al zijn uitgevallen."

Stokoud mensengedrag, dat zover ik zie nog onverminderd bestaat.

'Wat is toch eigenlijk de misdaad van 'n dame die op de wandeling mededames ontmoet? Haar misdaad? Wel, men kent haar niet. Is dit niet onvergeeflijk? Ze veroorlooft zich te bestaan, daar te zijn, te loopen, te ademen, zeker soort van jurk te dragen zelfs, en... men kent haar niet!

Het is te verklaren dat soms de lintjes van Mevrouw A.  niet behagen aan Juffrouw B. 'Is verschoonbaar dat de hoed van Freule C. niet in den smaak valt van Miss D. Het is begrypelyk dat de Wed. E. 'n heel ander streepje zou gekozen hebben dan dat waarmee Mlle F. vandaag zoo byzonder mooi schijnt te willen wezen... maar toch, ligt er in dit alles 'n reden om elkaar zoo boos aan te zien, en maar heel-eventjes-bijna niet te bijten? (...)' 1877

Tags: 

Taal en onderscheid

 Dat Nederlands geen studievak op de Vrije Universiteit meer kan zijn wijst op een verkeerd begrip van wat taal is en waar taal toe dient. Taal, taalgebruik dient behalve voor het overbrengen van praktische boodsch­appen vooral voor het maken van onderscheid.

 Waarom taal bestuderen, onderwijzen? De geleerde Jan Pieter Guépin antwoordde op de vraag 'Wat is cultuur Jan Pieter?' als volgt: 'Cultuur dat is dat mensen mekaar nadoen.' Men herkent elkaar aan taal en taalgebruik. Aan hoe iemand praat of schrijft - of juist niet.

Wat men tegenwoordig luidop 'de elite' noemt. Niet doen, erg onbeschaafd om over elite te praten. Zo'n onderscheid wordt stilzwijgend gemaakt.

Mijn moeder was een door en door beschaafd meisje, dat er bij het gebruik van onvertogen woorden meestal het zwijgen toe deed, mijn vader een lomperik, die luid om zijn eigen grapjes lachte en zich hoog boven de gewone man verheven achtte en bij werklieden laatdunkend sprak van 'de beste brave man'.

De vriendin van mijn moeder was de werkster. Nog lang na haar afscheid hielden ze contact.

Wat is de gevoelswaarde van een manier van uitdrukken? In het heden, in vroeger tijden? Dat kun je leren als je leest hoe voorkomend Johan van Oldenbarnevelt met zijn knecht Jan Francken omging, die alles noteerde.

Je weet dan ook dat prins Maurits de lomperik was, tot moord op zo‘n eerbiedwaardig heer in staat.

Tags: 

Mijnheer Cros verder

 De Parijse schrijver, uitvinder, naloper van vrouwen, wat al niet, Charles Cros (1842-1888) was een wonder van onafheid. Hij ontwierp oa. ‘De machine om het karakter van vrouwen te veranderen’. Uitgeverij Ijzer bracht het boekje 'Mijnheer Cros' uit, waarin vier Nederlanders met zijn werk op de loop gaan, het voortzetten. Zo laat Kreek Daey Ouwens hem áfgunstig voor een spiegel staan in 'Op een spiegel':

 "Al die keren, spiegel, dat je haar zult dienen

Om haar wang met geurig poeder te bedekken

Of haar ogen met zwart te sieren of haar lippen,

Pruilmond, karmijnrood te stiften, zul je zeggen:

 

'Ik sliep en spiegelde de verzen die hij schreef

Op het ivoor... Waarom door uw ogen van fluweel,

Uw zachte vlees, uw volle lippen op te dirken

De overwinning nog sterker laten schitteren?'

 

Wanneer je een perverse blik bij haar ontwaart

Als ze, haar geliefde beu, verveeld naar buiten staart,

Val in scherven maar dien haar niet jij spiegelglas,

Zij die met mijn verzen spot en zich opsmukt voor

een ander."

Berlijn-Den Haag

 Rondwaren door het Berlijn van de jaren '20 aan de hand van de schrijver J. van Oudshoorn, die daar tot 1933 werkte op het Nederlands gezantschap. De ansichtkaarten die hij schreef aan zijn Haagse achternichtje Mientje zijn nu in facsimile gebundeld door Jaap Schipper voor zijn Statenhofpers met aantekeningen van Jan Paul Hinrichs.

 Een wondermooi drukwerk, na de twee delen dagboeken en documenten, waar ditmaal de ansichtkaarten met fotohoekjes in passen, zodat het een waar album wordt.

 In 1914 was Van Oudshoorn getrouwd met de Duitse Marie Teichner, actrice en zangeres, en verscheen ook zijn debuut Willem Mertens' levensspiegel.

Bijschriften als (22-X-21): 'Lieve Mien. Zie hier het café van binnen. Het tafeltje met roode kruisje is ons vaste plaatsje, waar we nu al echter de heele maand niet zitten, daar de kelners staken (...) Nu vele groeten aan allemaal van ons beiden en zelf een zoentje van je tante Marie en oome Jan.' Mientje verzamelde nl. ansichtkaarten van Berlijn.

 Op vakantie in Den Haag kwam Van Oudshoorn graag in café Victoria op het Prins Hendrikplein, mij welbekend. Jan Van Gelder, mijn leraar aan het nabije Gymnasium Haganum nam de klas er soms mee naar toe als het eerste uur hem te zwaar viel, zeggende: 'Dames en heren, de meester heeft vandaag geen zin. Gaat u mee een kopje koffie drinken?. En dan liepen we het schoolplein over, in het zicht van iedereen, achter hem aan de Zoutmanstraat in. Eenmaal in Victoria keek hij zwijgend uit het raam en bereidden wij een volgend uur voor.

Pap

 'Zoete pap' is de titel van een 'sprookje' van Michael Saltykov‑Sjtsj­edrin (1826‑1889) over 'kiselj', een dikke pap van melk en veenbessen of ander fruit. Mijn vriend Johnny van Doorn noemde zijn autobiografie 'Oorlog en pap' omdat hij als naoorlogs kind was grootgebracht door een moeder de hem pap voerde terwijl ze hem vertelde over de oorlog.

 Ook ik kreeg elke dag pap. Ik weet waar ik het over heb.

 Op maandag havermout als toetje, op dinsdag griesmeel met rozijnen, op woensdag kar­nemelkse, waar je je naam met stroop in kon schrij­ven. Op donderdag yoghurt met verkruimelde beschuit, op vrijdag rijstepap met bes­sensap en op zaterdag broodpap. De kroon spande  een beschuit waarop steeds meer warme melk werd uitgegoten, tot hij zo groot werd als het hele bord.

 Op zondag was er vanillevla met vruchtjes uit blik, die de kinderen logischerwijs 'puddingpap' noemden.

 Waarom? Aardappelen, vlees en groente waren niet voedzaam genoeg. Later kwam een alternatief: soep vooraf. Het soepgezin ontstond

 Bij Sal­tykov‑Sjtsj­edrin wordt ook pap gegeten tot het gezin er genoeg van krijgt. Pap is niet sjiek. De pap wordt aan de varkens gegeven.

 Ook bij mij thuis verdween de pap en werd vervangen door corn flakes, die het pleit wonnen omdat ze kraakten. Pap kraakte niet.

De onderstroom van Frouke Arns

 Ze sliep in portieken, en de mensen waren vaak niet aardig. mannen pisten over haar heen. Mij vroeg ze vaak geef me eens een tientje man, en dan gaf ik het. Ik vroeg hoe ze heette en ze zei 'Avanti'. Ze is nu opgeknapt, we groeten elkaar op straat. In de bundel 'De Camembertmethode' van Jana Arns kom ik haar weer tegen. Nu heet ze Martha. Camembert? Raadselachtige substantie. Camembert loopt uit. Ik lees 'Wie niet':

'Martha staat te wachten/ op haar bus naar de kliniek

ze zegt dat ze in de douche pist/ elke keer als ze met een vent slaapt in een hotel

ik zeg dat meen je niet Martha/ (maar wie doet dat nou niet)

ze weet niet zeker of ze het moet houden deze keer

de zaken lopen niet lekker/ en hotels zijn duur maar goed

zij staat bij die halte en twijfelt/ of ze hem moet laten gaan

terwijl ze zich afvraagt hoe vissen dat doen/ slapen en rus­ten, bedoel ik -

hun lippen open en dicht/ hun ogen wagenwijd gesloten

al drijvend/ op de diepe, donkere onderstroom'

Van Oudshoorn en de tijd

 Het verstrijken van de tijd is een steeds weerkerend onderwerp in de dagboeken van J. van Oudshoorn. Bij mij dient het zich ook alle dagen aan. Ik hoef mijn ogen maar te sluiten, wakker te worden uit een halfdroom of ik ben waar ik dertig of veertig jaar geleden was en kan tot in detail beschrijven hoe het er daar uitziet.

 Niet volledig. Het brein fabriceert uit wat overblijfsels denk ik razendsnel een beeld dat ik 'haarscherp' voor me zie. Ik hoef niet terug te gaan zoals Van Oudshoorn naar het Oe(g)stgeest waar hij in z'n jeugd, vijf a zes jaar oud, met vakantie was: 'Van een villa aan den rand van Voorburg is het openstaande raam hetzelfde als dat in Oe(g)stgeest. Het lijkt er niet zoomaar op , maar is volmaakt hetzelfde . Dan komt de inrijweg en de geheele Voorburgse entourage weder in de sfeer van het eerste waargenomene te staan. - Het blijft een intens genot te voelen, dat het verleden nog steeds ongerept present is! Waar tegenover staat, dat ditzelfde besef ook een onduldbare pijn kan verwekken (...)'

 ps. Hij spelt 'Oestgeest' zonder twijfel omdat hij het toen zo heeft horen zeggen, bij Willem Brakman vind je ook dat soort 'fouten', zoals de 'Nuboerweg', waarin het Zeeuwse accent van zijn ouders doorklinkt. Ook dat moest zo blijven.

 ps2. De dagboeken van Van Oudshoorn zijn verschenen bij de onvolprezen Statenhofpers. www.statenhofpers.nl

Tags: 

Keerpunt 1961

 Steeds kom ik weer terecht op het kantel­punt. Het jaar waarin de oude tijd voorgoed overging in de nieuwe, moet wel zijn 1961.

 Een jaartal dat het zelfde blijft als je het op z'n kop zet. Zodat de tijd stilstaat, zoals in de film Marienbad van Resnais uit dat zelfde jaar. Het jaar waarin mijn Indische overbuurman - een beminnelijke kantoorman die in een Rover reed met veel hout van binnen en die zijn gitaar - hij was de enige vader in de straat met een gitaar - aansloot op zijn radiotoestel en me betoverde met fluwelen klanken.

Niet wetend dat in dat zelfde jaar in Liverpoolse keldertjes Engelse jongens de blues van Muddy, Howlin' Wolf en Hubert Sumlin probeerden na te spelen.

Ik zag in Den Haag de Indische gitaarband René and his Alligators in de aula van een katholieke school. Indische meisjes liepen als eersten in petticoats. Indië, dat ze ontvlucht waren lag nu eenmaal dichter bij Amerika. Indische mensen waren modern. Lagen voor.

Elke maandagochtend reed een busje de straat in, volgestouwd met Hoover-wasmachientjes, waarmee ook mijn moeder waste. Tegen zessen werden ze weer opgehaald. En dat was nog maar het begin.

Pagina's