Muis is dood

 Vannacht is muis gestorven en een wederopstandig valt niet te voorzien. Ze was ziek. Gistermiddag zag ik het meteen.

 Ze was nog heel jong. Piepen deed ze niet, zoals de muis in het voor­huis toen vader en moeder niet thuis waren.

 Er wonen nogal wat muizen bij mij, steeds meer, maar deze was niet gezond. Ze hoorde bij mijn nadering hard weg te rennen naar een van de muizenschuilplaatsen. Maar nee. Misschien dat ze door de balkondeur was binnengekomen.

 Ze zat de hele avond doodstil onder m'n stoel. Zocht ze mensengezelschap? Ik gaf haar wat crackerkruimels. Die deels op haar koppie te­recht kwamen.

 En toen bleek dat ze honger had. Een uitgehongerde buitenmuis? Ze at en at maar.

 Een schoteltje water naast haar gezet. En ze at en at. Maar dronk niet. Ook al geen goed teken.

 Met stoffer en blik verdween ze in het vuilnisvat. Er werd niet bij gezongen.

Armando's oorlog

 Bij Armando (1929-2018) is het altijd oorlog, zoals in mijn kinderwereld. Er is een vijand, er dreigt gevaar. Je moet dekking zoeken. Een oorlog in taal van dreiging. Omdat ik in het Zutphense puinlandschap van 1947 en 1948 tot bewustzijn kwam weet ik ervan.

 Over de doodstille Deventerweg waait het gerucht aan dat de Walburgkerk - Zutphens Notre Dame - in brand staat. Ik kijk net zo lang in de verte tot ik de torenspits ook echt zie branden, hoewel je de kerk van daar onmogelijk kunt zien. De volgende dag bleek dat loodgieters op 30 maart 1948 bij restauratiewerk brand hadden veroorzaakt. Neem 'Gevaar' uit Armando's laatste bundel 'Liever niet':

 'Verder geen berichten, geen bewijs

en geen bezoek,

slechts een jachtig jagen naar gevaar.

 

Hier ligt een koud beginsel,

een voorwerp dat aandachtig kijkt,

het draagt een zware vracht,

maar bleef voorlopig zwijgen.

 

Verder geen beproeving, geen bestand

en geen enkele bewaking,

slechts dwalen in een dweepzieke duisternis.'

Tags: 

Naar Zutphen

 Uitvinders zijn mensen voor wie de wereld te klein is. Ze willen er iets aan toevoegen, namelijk zichzelf. In zijn boek 'Naar Zutphen' heeft Hans Heesen het verhaal opgeschreven van zijn verre oom Albert Hetebrij de in Laarstraat woonde waar Hans nu zelf ook woont.

 Dwepen met iets wat er nog niet is maar dat je je voor de geest kunt halen, dat doen uitvinders. Zo raakte hij gefascineerd door de mogelijkheid geluid vast te leggen en zo een nieuwe muziek te scheppen. Toen hij in 1935 in Berlijn de eerste AEG bandrecorders had gezien - die meteen bij een brand verloren gingen - bedacht hij dat hij niet het bijzondere wilde vastleggen, maar het gewone. Hij zou composities maken van gewone, alledaagse geluiden. Als alle uitvinders was hij als de dood dat zijn idee gestolen zou worden. Hij verstopte het iets te goed.

 Daartoe bedacht hij een 'notenschrift' voor geluiden. Op octaaf gerangschikt. Categorieën waren: Keukengeluiden, Lichaamsgeluiden etc. Ook bijvoorbeeld het tikken van het mes tegen het glas waarmee een tafelredenaar aandacht vraagt.

 Die kwamen in een kaartenbak. Helaas had hij nog geen opname apparaat. Na de oorlog kwam de dichter J.C.Bloem in Zutphen wonen. Aan hem legde Albert zijn uitvinding voor. Bloem was enthousiast over deze manier om 'het gewone zijn magie terug te geven'. In 1950 kwam hij aan een Philips EL 3505, een volspoor recorder op 38 en 76 cm/sec.

 Hij had 3000 kaartjes met aantekeningen over geluiden. Hij kon beginnen. Helaas werd hij in 1962 op de IJsselkade door de tram geschept en was dood en nam zijn uitvinding mee in het graf.

Tags: 

Galanterieën

 Sinds ik de catalogus van het winterseizoen 1880-81 van de Grands Magasins du Louvre in handen kreeg weet ik iets van wat dat inhield: galanterieën. Woordenboeken en naslagwerken schieten tekort als je iets wilt begrijpen van wat daar wordt aangeboden. Terwijl de dames van toen toch onmiddellijk begrepen moeten hebben wat daar werd aangeboden.

 Galanterieën? De ENSIE zegt: 'collectieve benaming voor allerlei voor­werpen van weelde, artikelen van mode en smaak, sierlijke snuisterijen enz., ter versiering eener welingerichte woning, of ook tot opschik en tooi: koopman in galanterieën, magazijn van galanterieën. De vader van Kafka had een winkel in galanterieën. Ik keek ook Zola's Au Plaisir des Dames weer in. En daar vind ik een assortiment luxe artikelen. die zelfs in de Nederlandse versie onbegrijpelijk blijven. Een verdwenen wereld opent zich, een verdwenen taal.

Ach de korsetten! 'Van zwart satin de laine, gestikt en met gekleurde waaiers, bovenaan geboord, voor echt balein wordt ingestaan, gekleurde veter. 18 Francs.' En dan de 'Engelsche laarsjes, geregen, mat chevreau en  genaaid, kurken zolen, chagrijn, leêren hakken, F 7.75.'

Onder de 'meubelstoffen' vind ik 'Camaieux kreton', en Diar­bekir, wol en katoen zonder verkeerden kant, getrouwe navolging der antieke portieres, voor 10 Francs 75 de meter.' En bij de tapijten het 'fluweelachtig moket', gestreept, gechineerd, granite, voor eetzalen, vestibules enz. Maar er zijn ook 'Dekbedden voor kostscholen van satinet in alle kleuren'.

 

 

Rudy’s machines

 Grote mannen als Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek herken je aan hun voorliefde voor ogenschijnlijk kinde­r­lijk spelen. Hermans prutste aan zijn op het Vossenplein gekochte vloeistofduplicator, maakte er onzinnige gedichtjes voor en Rudy maakte een perfecte katapult uit een Engelse sleutel. We schoten ermee op een boom. Niet gek.

 Maarten Asscher verzamelde nu in ‘Wat nooit eerder gebeurd is’ de ‘mooiste essays over kunst en techniek' van Rudy en ik dacht aan de Zingende Honden, de 'Famous Singing Dogs' van Don Charles die Rudy met liedjes als 'Oh Susannah' tot tranen ontroerden. Waarom? Ook toen ik hem had uitgelegd hoe de geluidsbanden met blafjes in alle toonaarden aan elkaar waren geknipt en het resultaat voorzien van een orkestje was Rudy nog even ontroerd.

 Hier gingen zijn liefde voor dieren en die voor techniek prachtig samen.

 Het stuk dat hij erover schreef ontbreekt in het boek van Asscher. Net als wat Rudy schreef over wat resteerde van de 'Machine van Marly'. Het stadje aan de Seine-oever waar het water werd opgepompt dat de fonteinen van Versailles kon laten spuiten. Rudy raakte bevlogen toen we de vraag stelden hoe de fonteinen van Versailles nu werkten. Hij stormde de trap op en keerde terug met de documentatie. Natuurlijk was hij in Marly geweest. Ik ben daarna ook in Marly wezen kijken. Er is nog wel wat te zien van de decoratie. De houten raderen zijn weg. Van het aquaduct naar Versailles dat bovenop de berg begint rest ook nog wat.

Viollet-le-Duc

 De Notre Dame de Paris was niet - zoals het nu alom wordt voorgesteld - de nationale kathedraal waar koningen gezalfd werden, dat gebeurde in Reims. Ze werden er ook niet begraven, dat gebeurde in St.Denis. Napoleon liet er zich wel tot keizer kronen en De Gaulle werd er begraven. Meer niet.

 Het verwaarloosde gebouw uit de 12de eeuw werd na de revolutie opgeknapt en naar eigen inzicht bijgewerkt door de omstreden Viollet-le-Duc (1814-1879), een romanticus die de gotiek graag verbeterde. Zie het romantisch kasteel van Pierrefonds en de 'Middeleeuwse' oude stad van Carcassone.

 Hij won een prijsvraag en kreeg de opdracht. De flèche, het torentje op de viering dat gisteren wegbrandde was net als veel beeldhouwwerk tijdens de Franse revolutie - toen de kerk een 'tempel van de rede' werd - gesloopt, en een vrije herschepping van Viollet. Net als de waterspuwers en karikaturen op de torens.

 Tijdens de revolutie werd de Notre Dame gebruikt als opslagplaats. Het scheelde een haar of hij was afgebroken.

 Viollet kon van voren af aan beginnen met aankleden en optuigen. Toevoegen en vervangen wat hij wou. Zoals de Maria met kind en twee engelen aan de voorkant onder het roosvenster en de beelden van de koningen van Judah eronder die tijdens de revolutie vernield waren omdat de revolutionairen dachten dat ze Franse koningen voorstelden.

Grands Magasins

 Door een groot geluk kreeg ik de catalogus van de winteraan­bieding 1880-81 van de Grands Magasins du Louvre. Een warenhuis dat alles verkocht of verzond wat je maar kon wensen. Emile Zola (1840-1902) schreef er zijn roman 'Au bonheur des dames' (1883) over, pas nog herdrukt als 'In het paradijs voor de vrouw'.

 Ik blader door de nouveautés van het verleden. De rijkdom, de koopjes. Er zit een vel tussen met uitgeknipte stukjes satijn en zwarte zijde, voor de voelende koopsters-in-spe vingers. Wat dacht u van een van de zes Ochtendjaponnen: 'van zwart of gekleurd cachemire, de rok met breeden plisse, de paletot vanvoren met een jabot vormende plissé en mooie fantaisie knoopen, prijs 39 francs'?

 Of onder de vele parapluies: 'van extra gekookte serge, paragon montuur, prachtige, geheel nieuwe stokken, met en zonder godet, voor heeren en dames, prijs 12 francs 75.

 Er werd zeer veel leer en bont verwerkt, in handmoffen van vossen- of marmottenvel of Canadaasch ottervel, of in rijtuigkleeden. Er is een 'Groote keuze van voetenzakken voor het rijtuig en de kamer, van af 4,74. Voorts 'Groote sortering van Pelzen voor Heeren en geitenvellen jachtbuizen.'

 En Belgische handschoenen, voor de dames, licht geel en carrickgeel, lengte van 8 knoopen.'

 Al lezend word je vanzelf een winkelbediende: 'Anders nog iets gewenscht mevrouw?'

Tags: 

Kassei

 De ere‑kassei is uitgereikt op het wielerbaantje van Roubaix. De mooiste prijs die er bestaat in het wielrennen: een heel grote steen. Aan de 36-jarige Philippe Gilbert uit Verviers, die als een vol­leerd baansprinter, na 270 kilometer kasseien, met wachten en kijken de Keulenaar Nils Politt aftroefde.

 Ach dat wielerbaantje. In een rare buitenwijk tussen versle­ten flatjes. En zo op z'n plaats na 270 kilometers Noord‑Franse bakstenen huizen. De bakstenen waar Agnes Varda ook zo van hield.  Met af toe een ornamentiek van geglazuurde randjes of andere baksteen ver­siering. In Verviers is het net zo, ik ken het.  

 Hier moest een 'Franstalige' winnen. En niet Tiesj Benoot, Van Avermaet, Lampaert of Sepp van Marcke. Terwijl het wereldwonder Sagan langzaam inzakte.

 Het mooie van Parijs-Roubaix is dat heel de wedstrijd gaat over plaveisel. De vele 'kassei‑stroken', die omzoomd zijn met platgefietste paadjes, waarachter het gras begint. Maar o wee, daar staan al toeschouwers. Je ziet de schoenneuzen teruggetrokken worden als de renners komen.

 En de coureurs moeten steeds maar vliegensvlug kiezen of ze een stukje hotsen midden over de stenen zullen kiezen of het paadje, waar ook blubber kan liggen, of anders een stukje grasberm meepikken. Elke centimeter telt. Het regent valpartijen en lekke banden. Nooit is een renner voortdurend zo dicht bij de grond.

Wederopstanding (2)

 Afgelopen najaar riep ik de hulp van lezers in om deze voor mij naamloze plant te redden. Omdat ik al meer dan twee jaar met haar samen­leefde was ik bij haar lot en leven betrokken geraakt. Ze begon onschuldig, laag bij de grond. Stuk voor stuk ontvouwden zich haar bladeren en ze groeide. En geleidelijk drong haar dilemma tot mij ‑ en vast op een plantaardige manier ook tot haar ‑ door. Bijna raakt ze plafond. Hoe zou ze reageren op aanraking? Nooit eerder had ze in haar leven iets aangeraakt.

 En dan? Ik vroeg het aan de weinige plantkundigen die ik ken. Nee, een gat in het plafond hoorde niet tot de mogelijkheden. Zou het wat zijn om de plant halverwege de stam bruut af te zagen en te zien hoe ze daarop reageerde? Zou er een nieuwe top ontspruiten? Of zou ze ster­ven?

 Ik waagde het er na lang aarzelen op. Henk Beentje werd daarbij mijn meest vertrouwde adviseur. Haar naam zou zijn 'dracaena'. Verwant aan de 'drakenbloedboom'. Zie https://www.wikihow.comPrune-dracaena. Zo onschuldig was ze niet. Maar inkorten kon.

 Ik vatte moed en zaagde haar stam vrij kort boven de grond af. De afgeknotte stam zweeg een tijd. 'Maar,' schreef Henk, 'ze zeggen dat de beste tijd in de late lente is ‑ nu maar hopen datti niet al te hard groeit voor eind April! Je kan ze inkorten tot elke gewenste lengte, en dan krijgen ze (volgens de theorie, tenminste) nieuwe scheuten vlak onder de snee/knip. Het afgesneden stuk kun je ook weer in een bak nat zand zetten, en dan is er goeie kans datti ook weer wortel schiet.'

 Alle instructies opgevolgd, en zie ze groeit weer. Het afgesneden stuk ook nog gepoot en kijken wat dat doet. Pasen nadert! Dank je Henk. En ook dank aan de plantkunde van Huub Beurskens.. 

Tags: 

Akwasi

 Autorijden maakt de geest vrij. De steeds wisselende vergezichten zetten gedachten in beweging die meestal kalm in hun hoekjes rusten. Soms moet ik mijn auto in een parkeerhaven zetten om ze te noteren. Het mooiste compliment dat ik op een radioprogramma kreeg was 'ik heb de wagen langs de kant gezet.' Akwasi staat voor Anton Karel Willem Anton Simon Isaak, van Ghanese komaf, rapper, acteur en veel meer. In zijn bundel 'Laten we het er maar niet over hebben' vind ik 'Achter het stuur'. Wat heeft autorijden te maken met uit je neus eten?

 'ik mag niet dichten

tijdens het rijden

het zou niet mogen

het zou niet moeten

 

maar naar wat voor soort goud

loopt meneer in de fiat in zijn neus te zoeken

 

een gevaar op de weg

met een hand aan het roer

als het kan

als het kon

 

en het goud dat hij vond

smolt weg in zijn mond’

Pagina's