Huismens

 Dit uit de tijd dat huizen werden aangekleed als mensen, met ondergoed, bovengoed, zoals vitrage de onderrok van gordijnen is. Gezien op de Art Deco tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum.

 Schemerlampen overal, hangend, staand. Wie licht spreidt, spreidt gezelligheid. Niet zoals mijn allochtone achterbuurman, die een enkel bloot peertje aan een draad heeft hangen, meer niet.

 Wat doe je als alles kan. Dat draait uit op combinaties van wat doorgaat voor gezelligheid en 'betekenis'. Architectuur dus, binnen- en buitenshuis.

 En zo kom je terug in de strijd tussen de Stijl en de Amsterdamse school.

 Als jongetje begon ik met Stijlkleuren en rechte hoeken, tot ik in Amsterdam op vuilnisdag vreemde lampen langs de stoep vond. Ik repareerde een Kunstig smeedwerk waaraan een rokje hing dat losliet en steeds in de soep viel.

 Ik vond een vierkante reuzenvaas met jugendstil beschildering. Allang gebroken. Was nu heel duur geweest.

 Maar ik was voorgoed verloren voor het calvinistisch evangelie van de opvoeders van De Stijl en Bauhaus. Die zo goed wisten wat goed voor me was. Niks hoor. Fantasievolle frutsels, die doen me goed.

Uniformen

 Ja, ik maakte het 'Dachautje spelen' mee bij het corps en liep - als enige - na twee dagen weg. 't Was te zien in Andere tijden. En nu lees ik dat het Groningse corps Vindicat al zijn subsidies en accreditaties verliest. Hadden ze die dan? En waarom?

 Commentaar: 'Het corps is teleurgesteld over het besluit. Het bestuur benadrukt dat een cultuurverandering tijd kost.' Huh? Ik herinner me opeens Prinsjesdag waar langs de route de Studentenweerbaarheid stond opgesteld in hun 'traditionele' schertsuniformen.

 Er werd niet bij verteld dat die weerbaarheden een soort nep-legertjes zijn die sinds de 19de eeuw bij de studentencorpora horen.

 In de jaren '60 werden geen weerbaarheden opgeheven, O nee. integendeel. Maar dit jaar ontbraken er op Prinsjesdag een paar, waaronder dat van Groningen. De leden van Tyr ‑ onderdeel van Vindicat ‑ waren niet welkom. Waarom? Niet vanwege de Vindicat-rellen bij de ontgroening. Nee, het was omdat ze nog geen nieuw uniform hadden.

 Volgens Astrid Kersseboom stonden de studenten vorig jaar nog in rokkostuum langs de route. 'Maar schijnbaar werd dat niet goed gevonden. Daarom mochten ze er dit jaar niet staan.'

Ruïnoloog

 Toen ik opgroeide temidden van verrijzende Haagse nieuwbouw, met de geuren van cement, beton en kalkputten, zag ik ook de werkplaats van de architect, die achter zijn tekentafel met ruitjespapier zat in een houten keet achter de bouwplaats.

 Van toen af was mijn antwoord op de vraag 'wat wil je later worden?' steevast 'architect'. Toen me later door een echte architect was uitgelegd hoe dat vak in z'n werk ging - met veel inspraak van de buurt - en na buitenlandse reizen veranderde dat. Ik had een liefde voor ruïnes opgevat, die lang geduurd heeft. In Trier zag ik de Porta Nigra, de oude stadsp­oort die bewaard bleef omdat van het Romeinse bouwsel gemakkelijk een kerk gemaakt kon worden.

 Alle middeleeuwse aanbouw is sindsdien weggebroken, zodat wat je nu ziet een Romeinse poort is, met een restje van een apsis.

 Op Sicilië zag ik de tempel van Pallas Athene die ook als kerk overleefde. En in Lucca bleef een amfitheater bestaan omdat er huizen in gebouwd werden, die tot op heden bewoond worden.

 Ik wist wat ik wilde worden: 'ruïnoloog'.

 En nog, als ik op het eiland Tholen kom kijk ik uit naar de oude huizen, die deels gebouwd zijn met de stenen van de 'verdronken stad' Reimerswaal. Er is daar ook nog een 'Veerweg' die doodloopt op de Oosterschelde op de plaats waar ooit veerboten aanlegden. De stenen zijn weggehaald met platte schuiten. Alleen botten van het kerkhof vond je later nog wel eens bij het zwemmen in de Oosterschelde bij laag water. 

 ps. Lees 'De ondergang van Reimerswaal' van Jacob Stamperius (1910)., dbnl

Closeness

 Zo wordt de filmtitel Tesnota vertaald en achteraf weet je 'too close for comfort'. Een Joodse familie in de Kaukasus - Balkarie, niet ver van Tsetsjenie - waarin alles samenkomt dat in het familieleven benauwt maar ook weer bindt.

 Klassiek, te klassiek. Wat de film redt is naast het afgetrapte landschap, de betonnen steden en interieurs vooral de dochter des huizes Ilana, die haar vader helpt in de garage en een betere monteur is dan hij.

 Ook haar inzicht in hoe het verder moet met de familie blijkt als haar jongere broer gekidnapt wordt en er geld moet komen. Inzamelingen helpen niet. De ouders willen haar uithuwelijken, want dat levert geld op.

 Maar Ilana kegelt de tradities omver en weigert. Alles is geregeld, de aanstaande schoonfamilie en de kandidaat zitten rond de tafel voor een feesteten, maar ze blijft bij 'ik neuk met wie ik wil'.

 Ilana, die koppig haar trui en overall blijft dragen en niet alleen haar familie maar ook mannen de baas is blijft je bij. 

Gevoel

 Geconfronteerd met gevoelsuitingen als een reuzenstapel 'knuffels' naast een overweg raadpleeg ik de Cahiers van de dichter Paul Valery (1871-1945), vertaald door Jan Fontijn.

 Aantekeningen in schriften die Valery elke dag 's ochtends vroeg maakte, bijvoorbeeld over 'gevoel'. Neem dit, uit denkelijk 1910:

 'De innerlijke mens, verward en plotseling zich dat realiserend: niet meer wetend wat hij is, niets anders dan een ondraaglijke, panische productie van ideeën en een verward insect op een helling van zand die in beweging is-; zo iemand roept de mens gezien van buitenaf om hulp. Hij die het diepste innerlijk zonder gezicht en vorm is roept naar de voorbijganger, naar de tastbare eenheid en stevigheid van de mens. Hij vraagt hem: hoe handelen de mensen in die omstandigheden? Want ik ben geen mens meer.'

 Dat is wat 'je geen raad weten' heet. En dan komt het teddyberen neerleggen met papiertjes op hun buik: 'waarom?'.

 Terwijl je de 'menselijke fout' al voelt aankomen.

Gerda Blees

 Ze leven aan de rand. Dat is wat je van de personages in de gedichten van Gerda Blees in 'Dwaallichten' kunt zeggen. Of ze het redden blijft de vraag. Is er een uitweg? De zee is niet ver. Zijn we hier in een inrichting? Dit heet 'Naar zee':

 'Marie-Therèse draagt haar haren grijs/ haar trui versierd met kleine stukjes brood/ en ei, haar kin geheven en haar pen stevig tussen/ haar twee blauwe vingertoppen want er moeten nog/ behoorlijk wat bezwaarschriften geschreven.

 Nadat ze haar grote liefde aan een open raam verloor/ gingen haar zussen en de burgemeester ervandoor met/ al zijn staande lampen en antieke klokken plus de sleutels/ van zijn kelder­box en er was tot nog toe niemand die/ de sluitende bewijzen heeft gelezen en begrepen.

 Aan de andere kant van de waan kijkt Marie-Therèse/ met haar laserogen door je heen. Heb je genoeg gegeten/ ben je nog op je gemak met al die gekke mensen want je bent/ natuurlijk wel een iets te lieve schat en nee het geeft niet dat je bloost/ van alle vreemde blikken rond je hoofd maar als je er genoeg van hebt/ dan gaan we toch gewoon, zijn auto moet nog wel op de parkeerplaats staan/ dan gaan we gewoon naar zee.'

Het Spookluchtschip

 Stel je voor. Een luchtschip dat geluidloos vliegt, als een zeppelin, met een comfortabele cabine, maar dat zich ook met elektromotoren razen­dsnel kan bewegen in alle luchtlagen. En een passagier neerlaten op het balkon van het buitenverblijf van de Duitse keizer in Slot Babelsberg bij Potsdam zonder dat de bewaking iets merkt.

 Zo gaat het in 'Het spookluchtschip' (1920) van Paul d'Ivoi, tijdgenoot van Jules Verne. Hergé had veel Paul d'Ivoi gelezen, vertelde hij me. Alle boeven en spionnen zijn Duitsers, de Engelse vriendelijke bondgenoten. Het luchtschip heet in code 'Miss Widow'.

 En zo werkt de uitvinding van Doctor Blitz: 'Inderdaad weet de krachtigste logica niet wat aan te voeren tegen dit onoplosbaar raadsel: een wagon die in de lucht, in het volle daglicht verdwijnt, als het ei onder de beker van een goochelaar. Maar het tooverachtig probleem liet zich verklaren door een van die mirakelen waarvan de moderne wetenschap het geheim bezit. Het was voor doctor Blitz voldoende geweest aan een kruk te draaien, om de gedaanteverwisseling van wagen in luchtzweeftuig tot stand te brengen.'

 Wie nemen er plaats in deze machine? De helden van het verhaal natuurlijk, die tenslotte ontkomen met een sloep. Van het luchtschip zelf ontbreekt een illustratie. Het is ook onvoorstelbaar.

 ps. Het boek was van mijn vader, er staat een naam & adres-stempel in: Anemoonstraat 125, Den Haag. 

Nietzsche en het paard

 De Volkskrant van vanmorgen brengt twee pagina's over cabaretier Tim Fransen, die weer aankomt met het sprookje van Nietzsche die i889 ten prooi aan waanzin in Turijn een geslagen paard snikkend zou hebben omhelst en gek werd..

 Onuitroeibare fabel, al heeft ook Fransen zijn twijfels: de man die God doodverklaarde wordt getroffen door een hemelse straf. Alleen, het is een totaal onbewezen verzinsel, zoals biograaf Curt-Paul Janz al langgeleden aantoonde. Waar kwam het verhaal vandaan?

 De beste vriend van Nietzsche, Franz Overbeck schrijft in een brief over het voorval letterlijk: 'Op straat gevallen en overeind geholpen...' Meer niet. En zuster Elizabeth heeft het erover dat 'de hospes van Nietzsche, genaamd Fino, zich over hem ontfermd heeft en hem veilig naar huis heeft gebracht'. Niets over een voorval met een paard. Ook andere bronnen uit zijn omgeving zeggen niets over een paard.

 De eerste die ermee aankomt is - pas in 1930, 41 jaar later - literatuurwetenschapper Erich Podach. Zonder opgaaf van bronnen. 

 Het idee kwam vermoedelijk uit Schuld en boete van Dostojevski, waarin dronken boeren een paard doodranselen en Raskolnikov het dode dier om de hals valt.

Cappuccino

 Wat espresso precies was wist ik niet. In Italië had ik het gegorgel en de ademstoten van de machines achter de toonbank gehoord. Ik studeerde nog maar net. De mensa aan de Amsterdamse Damstraat was mijn eerste eetadres. Er was vlees voor een bonnetje, had je geen geld dan kon je altijd, aardappelen en groenten gratis bijhalen. Soms at ik alleen kruimige aardappelen en andijvie.

 Er waren drie verdiepingen met drie menu's, het eten kwam aan de achterkant in grote gamellen, van de gaarkeuken, zei men. De bovenste etage had exotische menu's als bouillabaisse, dat was, zei men, restverwerking.

 Het was in dat jaar, 1963, dat achter Peek en Cloppenburg, aan het doodlopend eind van de Kromelleboogsteeg de eerste espressobar ontstond.

 De eigenaar deed niets dan toezi­en. Hij moest wel geknipt zijn door een Italiaanse kapper: kort, egaal lichtgrijs krullend haar. Hij ging ook gekleed als een Italiaan, in een zwarte pantalon en een volmaakt jasje met een klein zwartwit ruitpatroon. Altijd zonverbrand. Een verschijning waar de studenten na hun mensamaaltijd naar kwamen opzien, terwijl twee meisjes de wonderlijke machines bedíen­den en de uitgestoomde houdertjes koffiedik lawaaiig uitklopten in houten laden.

 Er viel veel aan klanten uit te leggen, vooral over de cappuccino - het habijt van sw Capucijner monniken - en de crema.Soms stond het vol in de steeg. Met kijkende studenten. Net als de meesten ben ik daar nooit binnen geweest. Te duur.

De Blauwe in 1939

 De 'Blauwe Tram' met het stoomfluit-achtige signaal van z'n zg. Boedapesters - zware wagens met middenbalkon kom je bij F.B.Hotz tegen. Ik reed er met mijn grootouders mee van Den Haag naar Dierenpark Wassenaar. In vooral Zuid-Holland reden de 'blauwen' overal. Tot in de Amsterdamse Spuistraat.

 In de unieke uitgaven van de dagboeken (1934-1943) van J.van Oudshoorn door de Statenhofpers tref ik onder het kopje 'Noordwijk' deze aantekening. Hij woonde toen in het Haagse Bezuidenhout:

 'Woensdag 3 Mei 39 Met de blauwe naar Noordwijk. Retour Retour 75 cts pp - Kwart voor 1 weg - Bij het wachtje en in Leiden overgestapt - De herberg met houten open veranda in Oe[g]stgeest bestaat nog. Op heenweg gezien. Noordwijk-zandwind-Kort stukje zg. boulevard-in cafeetje koffy-gleufje zee-dan tot witte vuurtoren door marine bezet. Dan naar heuvel met uitzicht over bollenvelden-tulpen gekocht, nog hooger op-3.07 huis-5 uur thuis-middageten-toch wel armoedig zoo-'

 De oorlog nadert, de blauwe zal weldra door de Duitsers worden stilgelegd, ook vanwege de Atlantikwall langs de kust.

 ps. Van Oudshoorn bracht gelukkige logeerpartijen door in Oegstgeest waar hij z'n leven lang op terug zal komen en laat in z'n spelling van de plaatsnaam steeds de letter g weg. Misschien omdat men het daar zo uitsprak of omdat hij dat als kind zo deed.

Pagina's