Terwijl hij nooit verder kwam dan Brussel liet hij achter zijn huis in aan Lindengracht een berglandschap verrijzen. Zoals Hollandse wolkenluchten het kan oproepen. Maar hij kende het waarschijnlijk ook van collega’s als Breugel.
Het eigen oog, niet als controleur van natuurgetrouwheid, maar als schepper van werelden. Zoals iedereen die soms even zijn ogen toeknijpt weet.
Daarover gaat het ook in het nummer dat Kunstschrift aan hem wijdde en waarin Mariëtte Haveman hem een 'Meester van de stemming' noemt. Niet mis, in de tijd waarin hij leefde (van omstreeks 1589 tot ergens tussen 1633 en 1640).
Segers zag de rekbaarheid van de realiteit. De ene ochtend is de andere nooit. En hij vond in de ets het middel om die nuances uit te drukken. Aangevuld met wat verf of zelfs suiker op plaat.
Hij experimenteerde voortdurend. De 'staten' van enkele etsen laten het zien in het Rijks. Er ontstaan werelden van verschil.
Een ets is nooit af. Een landschap ook niet. Onze blik evenmin.
Terwijl we toch niet weten hoe en of hij - ver voor de romantiek - sferen en stemmingen in zijn werk wilde laten spreken. Dacht hij in termen van duister, nevelig, helder, troebel? Dan was hij z’n tijd ver vooruit.
Ja, Segers blijft een raadsel.