Pink half

 Je hebt voor-, achter-, boven-, beneden- en zijburen. Mijn buurvrouw ter linkerzijde moet ik te vriend houden. Daartoe betaal ik burenbelasting, wat flink kan oplopen. Ik laat onze gedee­lde goot repareren, de gedeelde daklijst schil­deren en zo meer. Hoewel dat wettelijk gedeeld zou moeten worden.

 Vergeet het. Ze heeft ook nog een robuuste man. En ik denk aan My pink half of the drainpipe. Het lied van de Bonzo Dog Band op tekst van Vivian Stanshall. Ik zal proberen het refrein te vertalen:

 Mijn roze helft van de regenpijp.

Is de scheiding van twee werelden

Scheidt hiernaast van mij.

Mijn roze helft van de regenpijp,

Is van mij.

 Twee onder een kap!

Twee onder een kap!

Samen maar toch apart.

 Verder geraak ik niet. De rijdende rechter komt nu in de buurt. Waar was ik? Het karakter van de buurvrouw ter linkerzijde en haar hang naar orde kun je aflezen aan haar drang naar symmetrie. Er staan in de vensterbanken van haar voorramen, links en rechts twee identieke witte porseleinen honden. Vrij groot, met de koppen naar elkaar toe. De vitrage aan weerszijden als toneel­gordijnen gedrapeerd.

 Symmetriedwang is een in de psychiatrie nog weinig besproken afwijking. 

A.Moonen

 Zondag verschijnt om 15.00 op de Beurs voor bijzondere uitgevers in P­aradiso de biografie van de schrijver A.Moonen. Een ver­helderend en vermakelijk werkstuk van Wim Sanders. Moonen was als schrijver en optreder een uitzonderlijk fenomeen. Hij was wat je noemt gek, en hechtte aan een ongewoon seksueel bestaan, maar was tegelijk zo intelligent dat hij dat kon gebru­iken in zijn werk.

 In 1968 en 1969 schreef hij (1937-2007) bijvoorbeeld het  toneelspel 'Gastheer Moonen', waarin hij zelf de rol van de gastheer had. Hij was een groot toneelliefhebber. Beckett was zijn held. Als hij voorlas voor de radio, wat hij jarenlang deed, zette hij een portret van Beckett tegen de microfoonstan­daard en keek er af en toe naar. 'Gastheer' was overigens zijn enige werk waarin de 'anale variant' niet voorkwam. In 1981 werd het gedrukt. Een hoorspelversie lukte niet. Te visueel.

 Het doet aan Pirandello denken schrijft Wim Sanders, indachtig diens personages op zoek naar een auteur. In Gastheer Moonen verwijdert de 'gastheer' zomaar twee personages en vervangt ze door 'reserves'.

 Ik heb Moonen gekend en Sanders over ons radiowerk verteld. Ook over de standaardreactie van deftige dames: 'Mooi programma meneer...'. Ook Biesheuvel, Campert, Freek de Jonge, Brigitte Kaandorp en zo meer deden mee. 'Maar een ding...'.

 En dan wist ik wat er kwam.

'Die meneer Moonen...'

 'Ja mevrouw..'

 'Moet dat nou?'

 En dan zei ik 'Ja mevrouw, dat moet.'     

 Onvergeterlijk was zijn optreden als zanger met ons huisorkest. ''Ik ken niemand, niemand kent mij...'' En dat eindeloos door. Zijn vertaling van het Russissche Zwarte ogen''. Hij zong goed.

 Moonen schreef negen prozawerken en de dichtbundel 'Gezagvoerdersverzen'. En zondag verschijnt dus: 'Bel ik u wakker, beste man? Het monisch-manisch schrijversbestaan van A. Moonen.' van Wim Sanders.

Tags: 

Duits lachen

 Duitse humor zonder moralisme komt voor, steeds vaker, zoals in de boeken van Daniel Kehlmann, Timur Vermes van Er ist wieder da of Wolfgang Herrndorf. Dat lucht op. Maar in films maar spaarzaam. De veelgeprezen film Toni Erdmann is weer al te klassiek.

 Vader en dochter. Vader is een mallerd, de dochter een al te serieus carrieremeisje, dat in Boekarest voor haar olie-firma wegen baant. Zoekgeraakt in de dure zakenwereld van shopping malls, vliegtuigen, vergaderzaaltjes. Tot vader daar opduikt. Waarom? Het blijkt, eerste ernstige moment, dat hij zich zorgen over haar maakt. Is ze wel gelukkig?

 Dan gaat hij in allerlei vermommingen met practical jokes haar ernstige zakenleven verstoren. Vaak als de Duitse nep-Ambassadeur Toni Erdmann. En zij moet hem inschikken. Achter me in de zaal kwamen enkele dames niet meer bij.

 Deze Winfried, type oude hippie, vermoeit al snel met zijn grollen en de weerkerende vraag 'ben je wel gelukkig'. De dochter, gespeeld door Sandra Hüller, redt de film

 Knap aangekleed, haar geloof in de zakenwereld overtuigt, de kleren, de interieurs, de partijtjes, de seks. En haar geloofsafval.

 Maar het moralisme sluipt er al snel in. Een vader als klini-clown, dat wil er bij mij echt niet in.

 Wat er bij regisseuse Maren Ade uit rolt is dan ook een 'zo vader zo dochter' als ook dochter zichzelf im letzten Ende in de maling neemt. Helaas een happy end.

Commune

 We zouden de commune onderzoeken. Iets nieuws in 1969. Hoe werkte dat? De eerste keer dat ik de problemen zag was in de Brusselse Washingtonstraat. Een fors herenhuis waarin een gemeenschap van een man of dertig geves­tigd was. Een wandbord in de gang met corveetaken en namen. Ik vroeg de leiding te spreken.

 Dat bleek onmogelijk. Ik kon ze toch niet alle dertig voor de microfoon halen, zei ik. Dat begre­pen ze, maar nu moest er eerst vergaderd worden want 'niemand is hier de baas'.

 Tenslotte zat ik daar met vijf woordvoerders, die vertelden dat ze vaak hele dagen vergaderden. Over huishoudelijke taken, partners, politieke standpunten.

 De gemiddelde levensduur van communes bleek twee jaar.

 Nu is er een Nederlandse politieke partij die kamerleden louter en alleen als spreekbuizen van de stemmen des volks wil aanstellen. Babylonisch! De vertegenwoordigende democratie was toch een redelijke oplossing: elke vier jaar een voorzitter, een penningmeester en een secretaris, die kunnen organiseren en rekenen.

 Maar nu beslist iedereen elke dag mee over alles. En de uitkomst ligt bij voorbaat vast. Wat de secretaris en de penningmeester ook voorstellen, het volk is tegen.

 Wilders had het probleem van de volksvertegenwoordiging toch al opgelost? Hij nam het standpunt van Plato - die zijn leven lang tegen de democratie vocht - over: de koning-filosoof, hijzelf. Maar nu hij anderen toelaat, ai.

Schoolbord

 Wat ik nog miste in Voorlinden zijn de 'Fatigues' van Tacita Dean. Zes meer dan manshoge, metersbrede panelen met natuurgeweld, bergtoppen, zeestormen. Totale lengte vijftig meter. Vergankelijke hoogromantiek. Leunend tegen Caspar David Friedrich en Turner.

 Van Dean zagen Wim Brands en ik ooit in Tilburg de film over Michael Hamburger (1924-2007), de oude vriend die in W.G. Sebalds Ringen van Saturnus voorkomt. Die appelrassen kweekt aan de kust van Kent. Dean filmt bij voorkeur erg oude mensen.

 Ook Fatigues, gemaakt voor de Documenta(13) van 2000 en daar te zien in het trappenhuis van een oud belastingkantoor, gaat over vergankelijkheid.

 De titel duidt op haar zware reuma. Dit is haar laatste grote werk. 

 Wanneer de Fatigues opduiken in Voorlinden weet ik niet. Er is alvast een boekje te koop.

 Als kind vond ik het schoonsponsen van het bord een eervolle opdracht. Naar wat overbleef aan opgedroogde krijtvegen op het zwart bleef ik staren. Net als Tacita Dean, die donders goed wist dat ze haar tekeningen niet kon fixeren. Of de 'Fatigues' nog bestaan weet ik niet.

 Er zijn onduidelijke films op Youtube.

 Ook de bordewisser met de rode streep erin was magisch. 

 Op de schoolbordtekeningen zijn ook korte teksten te lezen, waar Tacita Dean toelichting nodig vond. 

Voorlinden

 Ruim en licht en leeg, dat waren mijn indrukken van het nieuwe Museum Voorlinden. En jeuk, het verlangen naar een vlek. Gelukkig zaten er veel haren op mijn jas.

 Het lijkt op Belvedère in Oranjewoud maar dan uitvergroot.

 Waar zijn die reuzen muuroppervlakken goed voor? Heel het gebouw en het perfect aangelegde natuurpark eromheen ademt de hang naar een hogere orde.

 Voor mensen als Ellsworth Kelly, de Amerikaanse modernist die nu exposeert, of Barnett Newman of Richard Serra's ijzeren labyrint in 'Open ended', maar verder? Geen antwoord.

 Zoals ook Ellsworh Kelly zelf die er op een druk bekeken filmpje in slaagt niets te zeggen dan dat twee dimensies zijn voorkeur hebben boven drie. Waarna je zaal in, zaal uit tussen zijn strak in primaire kleuren geverfde, nietszeggende fantasieformaten doorwandelt. Mijmerend over Toon Verhoef, een vormverzinner die ik hier smartelijk mis.

 Er zijn gelukkig ook grapjes, want die moeten deze wereld redden. Zoals de plastic sandaal waar haren uit groeien van Robert Gober, de meer dan levensgrote badgastpoppen van Ron Mueck of het doorkijkzwembad van Leandro Ehrlich. En tenslotte twee kleine, maar o zo geestige van Broothaers, maar die vallen weg in de witte muurzee.

 Goddank is de tyrannie van de grote formaten voorbij.  

Meer buren

 Soms luisterde ik aan de muur, wat de moeder van Arnon Grunberg ook deed als de televisie haar verveelde. Wat de buren zeiden was oneindig verrassender en onvoorspelbaarder dan de wereld van de beeldbuis.

 Wat ging er om tussen de mensen die je soms op straat zag lopen als de huisdeur met z'n heel eigen klak in het slot gevallen was? Anderen, ook familieleden, waren vreemden.

 Bordewijk vergeleek in z'n roman Noorderlicht (1948) familieleden met hemellichamen. Familieleden cirkelen rond elkaar als planeten of manen, soms nabij dan weer onmetelijk ver. Maar toch door raadselachtige wetten met elkaar verbonden.

 Wat ging er tussen onze zwijgzame Haagse buren meneer en mevrouw Worms om? Indische mensen. Een stille muur.

 Een rijtjeshuis als het onze. Soms bewoog de vitrage heel even als stof werd afgenomen in de vensterbank.

 Ik heb aan hun brievenbus geroken. Zou de moeder van Arnon dat ook gedaan hebben?

 Op Kerstavond vertel ik in de Utrechtse Molen de Ster tijdens de Vorlesebuhne hoe ik als planetenverkenner kennismaakte met het leven in andere huizen. Van de deurbel tot het pannensponsje. 

Wandschildermanie

 Gijs Frieling wil wandschilderen. Het wandschilderen weer onder de mensen brengen. Het oude metier, waarbij een huis en zijn decoratie een worden. Binnen en buiten. Of andersom. Zoals in Middeleeuwse kastelen een kille winterse kasteelzaal een zomerse wei met nimfen kon worden en een plafond een hemel vol engelen.

 Eens was het beschilderen met fresco’s de finishing touch in de bouw. Soms bij kerkrestauraties worden nog stukken ervan teruggevonden. Er zijn restanten zoals op de prachtige pilaren van de Nôtre Dame van Poitiers.

 Maar bij ons hebben de calvinistische beeldenstormers de witk­wast als wapen ingezet. Die pronk en prots waren gode onwel­gevallig, weg ermee.

 Wie de beschilderde etage van het museum in Oss kent weet hoe Frieling en zijn ploeg muren de geschiedenis kunnen laten vertellen.

 Gijs ontvlucht al jaren de 'laboratorium-achtige omstandigheden' van het museum. En vervlecht kunst met omgevingen.

 En nu, in galerie S1 in de Amsterdamse Lindenstraat is een vervolg te zien, waaraan dit vooraf ging. In 1999 werd de ruïne van een kapel in de wijngaard van La Morra, waar de Barolo vandaan komt, bij Alba in Piemonte gerestaureerd. De gepleisterde gevels werden beschilderd door de fameuze Amerikaan Sol Lewitt. Niet mis. Gijs Frieling nam deze beschildering als voorbeeld en zie!

 Wie een oude schuur of een kapel over heeft kan hem bellen. 

Tags: 

Ozons kitsch

 Knap werk, op het volmaakte af. Zo knap dat het onwaarschijnlijk wordt. Geen jas, geen jurk, geen treintje, geen auto of hij is volledig in stijl. Of wat daar voor doorgaat. Het woordje 'te' dringt zich al vlug op.

 Het Interbellum volgens François Ozon in 'Frantz' is zo volmaakt, zo af, dat er voor mij als kijker geen ruimte overblijft. Ozon, meester van de kitsch.

 De ongeloofwaardigheid van de historische precisie, het kostuumdrama. Zoals perfect gerestaureerde oldtimers nooit het verleden oproepen maar juist het verzinsel.

 En hier, een landgoed bij een kleine stad in het Frankrijk van 1919 of een huis van gegoede burgerij idem in Duitsland. Bedienden. Geen armen, hoewel die toch het meest gesneuveld waren.

 Er zit iets in van Remarques Im Westen Nichts Neues. Hier het verhaal van de Franse militair - ultra-gevoelige jongeman, tevens violist - die naar Duitsland reist om vergiffenis te vinden voor het neerschieten van een Duitse leeftijdsgenoot.

 Erg onwaarschijnlijk is het entree van deze Fransman in de Duitse gemeenschap, als ie ook nog uit dansen gaat met de verloofde van de stadgenoot die hij neerschoot. Stel je even voor hoe een Duitse ex-militair die hem dat flikte in het Amsterdam van 1946 ontvangen zou zijn.

 Vergiffenis? Hij durft het niet tegen diens ouders te zeggen. En diens verloofde die ervan weet evenmin. Het klassieke Remarque-motief, de oorlog is aan het thuisfront onvertelbaar. Te erg. Ook hier het sterkste ingrediënt.

 Ik ga Céline Reis naar het einde van de nacht maar weer eens lezen.

Tags: 

Buren

 'Buurman! Buurman! 'k Heb weer allemaal sneeuw.' Ze hoefde maar op de trap te gaan staan. Kabeltelevisie hadden we nog niet, dit waren van die sprieten. Ik werkte bij de radio, ik moest dit oplossen. Je kunt het treffen. Dit was, zei men, een 'leuke trap'.

 Tante An bezat ook een cassettespeler. Met twee cassettes. Haar favoriet was Wim Sonneveld. En steeds weer was de vraag of ze Sonneveld na een halfuur zou omkeren. En ja, weer zat je een halfuur vast aan de wollen sokjes van Marjoleine en de koningin van Lom­bardije.

 Hoe dit zo? Op kerstavond brengt de Vorlesebühne van Bernhard Christiansen in de molen De Ster in Utrecht een avond over buren. 'Mijn korte ontmoeting met een hemellichaam,' is de precieze opdracht.

 Zo kort was de ontmoeting niet. Nog hoor ik Marjoleine. Tante An was een waarlijk hemellichaam, om haar heen cirkelden satellieten als haar schreeuwende dochter die dagelijks de kleinzoon kwam brengen. Zijn naam was me lange tijd niet duidelijk tot ik verstond 'Alexander-hou-je-kop'.

 Behalve Alexander-hou-je-kop was daar Joop de zeilmaker, die beneden op het plaatsje dekzeilen maakte voor marktkramen en bakfietsen, maar ze vaak te kort afsneed, zodat hij bij tante An zat te snikken. Sinds Joop weet ik wat verknipt betekent.

 'k Ben z'n moederfiguur he,' zei tante An.

 De vrouw van Joop had een gat in d'r hand. Ze liet alle rekeningen achter de kast vallen.

 Wat zou er van dit sterrenstelsel geworden zijn? Onderaan de trap was het luik, het zwarte gat.

Tags: 

Pagina's