Pand verbeuren?

 Vanmiddag in het Maurishuis gezien tussen doeken uit de collectie van het Engelse vorstenhuis: dit schilderij van de Hage­naar Godfr­ied Schalcken (1643‑1706). Een jongeman zit verdwa­asd temidden van een gezelschap merendeels giechelende meiden.

 Ze spelen een spel genaamd 'Vrouwtje kom ten hoof' (1686). Begin 18de eeuw schreef kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken er over zodat bekend is dat de zittende, half ontklede man Schalcken zelf is en dat hij dit spel vaak met zijn vrienden speelde.

 Een vrouwtje komt aan het hof. En dan?

 De spelregels zijn verloren gegaan, maar de vrouwen lijken hier de mannen de baas, net als in de liefde, zegt het bijschrift. Schalcken kijkt ons nadrukkelijk aan en haalt berustend zijn schouders op.

 Wat een schilder! Volgens Houbraken was hij alleen al met het gordijn een maand bezig geweest. Koning George IV kocht het. In 1827 vond een criticus het te onfat­soenlijk om te bespreken.

 Zou het een vorm van pandverbeuren zijn? De regel is oeroud. Je zet iets in en als je in het spel verliest ben je het kwijt. Het kan ook bij stukjes en beetjes.

 Geld? Kledingstukken? Is dit een vroege variant van strippoker?

Het haten van poëzie

 Iedereen kan prachtig zingen in zijn hoofd. Inspiratie! Maar zodra hij of zij z'n mond opendoet gaat het mis. Als in La Fontaines fabel van de vos en de raaf.

 Af en toe, na het lezen van een bundel, al mompelend 'doe nou niet', gevolgd door wegleggen pak ik Ben Lerners The Hatred of Poetry (2016). Zo ontstaan planken weggelegde poëzie.

 Waardoor gaat het steeds weer mis?

 Lerner, die zelf dichter is: 'Je wordt er toe aangezet een gedicht te schrijven, te zingen, door die transcendente drijfveer. Maar zodra je gaat van die impuls naar het gedicht zelf, wordt het lied van het oneindige bedorven door de eindigheid van de vorm. In een droom kunnen je verzen de tijd verslaan, je woorden kunnen de geschiedenis van hun gebruik afschudden, maar als je wakker wordt, als je weer met je makkers om het vuur zit, ben je terug in de mensenwereld met z'n onbuigzame wetten en logica.' 

 'Dus de dichter is een tragische figuur. Het gedicht is altijd het verslag van een mislukking.' 

 Illustratie van Grandville, editie van 1668. De raaf heeft een stuk kaas in z'n bek. De vos brengt met vleierij de kraai bijna tot zingen, voor er een akelig gekras kan volgen is de kaas al gevallen.

Tags: 

Ten paleize

 Maar wat gebeurde er nu verder in de duistere Paleistuin op die avond van de 17de november 2004, vandaag precies twaalf jaar geleden? Koningin Beatrix zou Hella Haasse de Prijs der Nederlandse Letterkunde uitreiken. En haar genodigden de hand schudden, waaronder Helga Ruebsamen en Willem Brakman.

 Helga had kennelijk haar autootje aan de Hogewal geparkeerd en was net als Willem de Paleistuin in gelopen, op zoek naar een ingang. Waarbij Willem bemodderd raakte. Het regende. Maar daar was ten paleize op gerekend, met blazers en schuiers werden de verregende gasten door lakeien gefatsoeneerd voor ze de koningin onder ogen kwamen, vertelde Willem later. Maar waarom gingen Helga en Willem niet naar de voorkant, het Noordeinde?

 Het werd niet opgehelderd door Helga Ruebsamen in haar brief aan zoon Steven Brakman, gisteren te lezen in Avondlog.

 Wat daaraan vooraf­ging, zegt Steven, was dit: 'Ik herin­nerde haar eraan dat mijn vader verdwaald was in Den Haag op weg naar het paleis en er plotseling uit het duister een stem opklonk.'

 Die van Helga Ruebsamen dus. En hij voegt toe: "Het ging nog verder. Hij had er op een bepaald moment genoeg van, die receptie, wilde er on­gezien tus­senuit knijpen en verdwaalde opnieuw, maar nu in het paleis. Daar kwam hij Beatrix tegen en een hofdame; 'waar is de uitgang' vroeg hij."

 Beatrix stond daar na het geven van vele handen haar eigen handen te ontsmetten. Hij heeft toen iets gezegd in de trant van 'heel verstandig, ik ben arts en kan het weten.'

 Een zekere teleurstelling toch, na zijn bezoek aan de Belgische grafkelder met zijn aanbeden Astrid in Brussel. 

 ps. Brakmans meest 'koninklijke roman' is het meesterlijke 'Van de in hogere kringen verliefde' (1990) 

In de Paleistuin

 Steven Brakman stuurde me deze brief over zijn vader Willem, gekregen van Helga Ruebsamen. Over hun nachtelijkse dwaaltocht in Den Haag, op weg naar het paleis, waar ze de koningin een hand mochten geven. Helga's brief is van 22 december 2011:

 'Zonder mij nu daarvoor op de borst te willen kloppen mag ik zeggen, dat er nog maar weinig Hagenaars zijn, zo goed thuis in de Paleistuin als ik, die er jarenlang naast heeft gewoond en die er met hond en kat elk hoekje, gaatje en grasje van heeft verkend. Toen was het nog niet de Paleistuin van nu, beslist niet. Het was een verwaarloosd, achterop geraakt binnenstadspark, waarin vooral nachtbrakers en zwervers hun heil zochten. Tegenwoordig kom je er niet meer in zonder legitimatie, stempel van de burgemeester, koninklijk bevel of verzoek.'

 'De plattegrond is echter niet gewijzigd en Uw vader was terecht gekomen ‑ hoe hij dit voor elkaar heeft gekregen begrijp ik nog niet ‑ in een onoverzichtelijk en duister gebied, dat nog steeds slecht bekend staat en dat ongaarne iets prijs geeft wat zich erin heeft gewaagd. Niet voor niets is het ten dele afgeschermd door Spaanse ruiters, of hoe heten die akelige metalen obstakels. Uw vader stond daar pal voor, met een kapotte paraplu te vechten tegen het noodweer en ongeziene dreigingen. Ik zag hem op de rug, herkende hem niet en geloofde mijn ogen ook niet. Ik verzeker U, ik ben hier niet aan het romantiseren. Pas toen hij zich ‑ op mijn dringend roepen ‑ omdraaide, zag ik Willem Brakman!'

 'Hij was heel blij, maar ik niet minder, al kregen we toen nog de fase dat hij zo, met bemodderde broekspijpen en kluiten aan de schoenen, de Koningin niet onder ogen wilde komen. Dat werd het volgende, veel vrolijker bedrijf. (...) In het boek heeft de gebeurtenis een bijna doorschijnende, sprookjesachtige vorm gekregen...'.

 Brakman, Ruebsamen, Hagenaars die elkaar kenden. Ze was op zijn begrafenis. Door toedoen van Hella Haasse was Willem uitgenodigd ten paleize. Heel wat, hij was koninginnomaan, van Wilhelmina tot Astrid. Later meer over de dwaaltocht.

Helga's blik

 Een afscheid was het vanmiddag niet. Eerder een bevestiging. Van iemand als Helga Ruebsamen kun je geen afscheid nemen, ze is er en blijft. Uit pure nieuwsgierigheid.

 Ze lag vanmiddag in een Bijbelse rieten mand opgebaard, waar na afloop het deksel op ging. Toen liepen we door de regen de berg op. Het tikkelde op mijn hoed. Daar is ze begraven.

 Ik dacht aan de lange week die ze in 1996 op de radio doorbracht, afgezonderd in de Euromast, in wat we 'Een kamer in de Toekomst' noemden. Hoe zou een schrijfster zich redden, opgesloten met alleen Internet? Ze deed verslag in de Volkskrant en 's avonds op de radio tegen Wim Brands en mij.

 Internet was pas nieuw.

 Er is een boekje van, met ook de bijdragen van Rogi Wieg.

 En Helga ontvouwde een wonderlijk vooruitziende blik: '...je let niet meer op of het ochtend is of middag. Internet vreet alle tijd weg, maar dat is ook een lekker gevoel. Er treedt ook een soort bandeloosheid op.'

 Ze raakte de tijd kwijt, vergat te eten.

 En dan, de communicatie is daar anders: 'Kortom het verplicht tot niets. Het is volledig vrijblijvend. En dat geeft mensen de kans om hun aardigste kant naar voren te draaien. Dat was een theorie die even bij me opkwam. Of dat klopt weet ik niet.'

 Nee, hate-mail, bestond nog niet.

 En het uiterlijk doet er minder toe dan op straat, vond Helga. Immers, 'meestal hebben die zogenaamd niet ter zake doende uiterlijkheden een zuigende kracht die alle aandacht opslorpt.'

 Haar voorlopige conclusie in 1996: 'Het Internet lijkt wel een beetje op een levendige kroeg in een goed uitgevallen hiernamaals.'

Tags: 

Masereels wereld

 Voor maar zes euro een enorm plaatwerk van Frans Masereel (1889-1972). Ik hou van die hypocrisie. Wat is er toch met het wonderkind Masereel gebeurd. Al jong werd hij bewonderd door Thomas Mannn, Louis Paul Boon en Stefan Zweig. Hij begon als schilder van robuuste vrouwen in het havenkwar­tier, Vlaams expressionisme tot het uiterste. Maar al snel werd hij houtsnijder, altijd in zwartwit.

 Contra­sten, uitersten. Zoveel als kon. Het toneel is bij hem meest de grote stad, Bij nacht. Hij is een meester van het licht. Straatlan­taarns, lichtreclames. En in dat licht, vrouw­en. Madonna's en hoeren. Verleidsters, flanerend om den brode, die zullen eindigen in de goot.

 Overdag zijn er de fabrieken met hun giftig rokende schoorstenen. Die letterlijk mannen en vrouwen uitbraken.

 De bazen dragen hoge of bolhoeden, roken sigaren en bezoeken het bordeel. George Grosz is nooit ver weg.

 De eerste Wereldoorlog bracht hij door in Zwitserland, waar hij de gruwelen van de oorlog tekende. Uit schuldgevoel? Uit berekening? In het interbellum van Masereel is alles 'dubbel', hemel en hel, leven en dood, geld en ziekte.

 Lees Eric Mins 'De eeuw van Brussel'.

 Na de Tweede Wereldoorlog leefde de belangstelling nog op, maar het was al snel voorbij. Waarom? Denk niet dat Masereels wereld verdwenen is, je ziet hem alleen niet meer in de buitenlucht maar op schermpjes. De sjieke bordelentijd was voorbij.

Tags: 

Rik Wouters in Amersfoort

 In het mooie Flehite museum in Amersfoort zijn de laatste jaren van Rik Wouters (1882-1916) te zien. Die in 1914 gemobiliseerd werd en tenslotte als soldaat in Nederland belandde, in het kamp Zeist.

 Steeds van nabij gevolgd door zijn geliefde Nel, die hij bleef tekenen en schilderen, waar en wanneer ook. In het kamp Zeist, en later in hun verdieping aan de Kostverlorenkade. Terwijl hij leed aan kaakkanker en geopereerd werd, laatstelijk in het Prinsengrachtziekenhuis.

 Plekken die ik van nabij ken. Rik staat me na. En de expositie is uitstekend, de catalogus ook, er zijn goeie dingen bij uit de korte tijd die Nel en hij beleefden in de Brusselse Bezemhoek, in Bosvoorde.

 Wouters werkte als een bezetene, achtervolgde Nel met pen en penseel, orders gevend als 'zo blijven zitten'. En dan zat ze daar lange tijd aan de naaimachine, driehoog aan de Derde Kostverlorenkade nummer 37.

 Gelukkig werkte Rik snel. Hij gebruikte weinig verf, liet het wit van het doek meespreken. Hij heeft nog geëxposeerd in Nederland, ook in het Amsterdamse Stedelijk, een tentoonstelling die hij - inmiddels doodziek - nog net heeft kunnen zien. Daarna moest hij weg met een taxi.

 De begrafenisstoet, met grote Belgische schilders en dichters, trok van het ziekenhuis naar de katholieke begraafplaats tegenover waar nu de Rietveld academie staat. 

 In 1924 is hij herbegraven op het kerkhof van Bosvoorde in een graf met meerdere ''oorlogsslachtoffers''..

Tags: 

Zelf

 Zag vanmiddag in de Amersfoortse Kunsthal Kade de dubbeltentoonstelling 'Self Fiction' van de Canadees David Altmejd en de Duitser Friedrich Kunath (1974).

 Geen mens gaat over straat zonder zelfbeeld. Interviewers krijgen antwoorden. Maar waar die zelfbeelden vandaan komen? En dan, ze laten zien?

 In de interviews duikt al snel de tweede persoon op.

 'Twee nul verloren, hoe voelt dat nou?'

 'Ja je voelt je dan natuurlijk klote.'

 Ik is in een ommezien tot je geworden. Ik kijkt naar zichzelf, van een veilig afstandje

 Bij de kunstenaars in Kade net zo. Het 'Self' uit de titel zou op z'n Engels 'One' zijn. De 'One' van David Altmejd draait om een reus opgetrokken uit spiegels en ook verder in z'n werk zitten veel spiegels. Waarin ik de omgeving en me zelf in kaleidoscopische brokken terugzie, maar geen spoor van Altmejd. Is dit een lange neus? Bedoelt hij dat een zelfbeeld altijd bestaat uit weerspiegelingen van de omgeving? 

 Dan is de zelf fictie van Friedrich Kunath boeiender.

 Die laat zichzelf zien als een stapeling van alle mogelijke beeldcliché's. Van cartoons en strips tot landschapjes uit de fabriek van Bob Ross. Zodat Friedrich Kunath voor je staat als een picturaal Monster van Frankenstein.

 Omdat in clichés altijd een kern van waarheid zit.

 Het zelfbeeld als een berg cliché's. Wat we onszelf niet al  wijsmaken! Pijnlijk, maar onontkoombaar.

 Waardoor je af en toe goddank in een bevrijdende lach schiet. 

Kafka's verkiezingen

 Niet alleen beschreef Franz Kafka als eerste een auto-ongeluk - zeer geestig, meegemaakt in het Bois de Boulogne in 1911 tijdens een Parijse vakantie - hij versloeg ook een vroege vliegshow in 'Aeroplane in Brescia' (1909).

 En in deze dagen dacht ik aan de scene in ‘Amerika’ (1911-1914) waarin een verkiezingsmanifestatie wordt beschreven. Vanaf een hoog balkon waargenomen door de jonge Karl Rossmann zijn lotgenoten-immigranten Robinson en Delamarche en de dikke, wulpse Brunelda die Karl aan haar borst drukt.

 Er wordt in het district een rechter gekozen en beneden wordt een kandidaat rondgedragen, met een muziekkorps, beschenen door de koplampen van auto's. En dan houdt de kandidaat een toespraak '..terwijl hij zijn hoge hoed pijlsnel heen en weer zwaaide. Je kon dat duidelijk zien, want terwijl hij sprak werden alle automobiellantaarns op hem gericht, zodat hij in het midden van een grote lichtkring stond: 

 'Op de balkons, die met partijgenoten van de kandidaat waren volgepropt, begonnen de mensen nu ook zijn naam te zingen en klapten daarbij met machinale regelmaat in de handen, die ze ver boven de balustrades hadden uitgestoken.  Op de andere balkons  - en die waren in de meerderheid - verhief zich een luide tegenzang, die evenwel geen eenheid vormde want het kwam van de aanhangers van verschillende tegenkandidaten. maar wel verenigden alle vijanden van de aanwezige kandidaat zich in een algemeen gefluit (...). 

 Kafka was nooit in Amerika, maar ondervroeg in Praag altijd teruggekeerde Amerika-reizigers. 

Tags: 

Rijdende rechter

 Eindelijk, na pakweg 200 jaar moderne democratie dringt door waar het op uitdraait. De meerderheid is niet heel snugger. En dat is meteen het grote taboe.

 Voor sommige dingen moet je hebben doorgeleerd. Zoals voor dokter. Maar de volkswil dringt ook al door in de spreekkamers of aan de ambulance.

 Toqueville onderzocht het verschijnsel democratie in Amerika tussen 1835 en 1840. Belangrijke conclusie: kiezers kiezen niet de intelligentsten. Maar daar was aan gedacht. Regeerders werden maar voor vier jaar aangesteld. Om zich te buigen over waar het volk geen zicht op had.

 Maar zelfs dat blijkt 200 jaar later niet genoeg. Tussentijdse correctie moet kunnen, vindt men nu. Het referendum zal gekozenen overleveren aan de grillige volkswil, gedreven door de meest democratische uiting van al: het gevoel.

 'Dat maken we zelf nog wel uit'.

 Waarmee in deze dagen een eind komt aan de democratie.

 Toch sluipt er iets tussen dat hiermee strijdig lijkt. Het heet 'De rijdende rechter'. Een wijze man die de partijen hoort en vervolgens uitspraak doet waarbij ieder zich neerlegt. En o wonder, dat doen ze. Plato zou er voor geweest zijn. Die streed immers zijn leven lang tegen de democratie.

 Ik leg bij deze Amerika voor aan de Rijdende Rechter.

Tags: 

Pagina's