Picasso's derde dimensie

 Vanmiddag gelachen bij Picasso aan Zee. Om al die raak getroffen gezichten en dierenkoppen. In een razend tempo gemaakt. Wat je in Beelden aan Zee - ook op film - ziet is hoe onder zijn handen een pot of schaal of kruik een mens wordt en omgekeerd.

 Picasso ziet overal lichamen en gezichten, van mensen of dieren. Hoe kwam de pionier van het kubisme hier terecht?

 De derde dimensie zat er al diep in bij hem. Het kubisme was een bevrijding, maar hij wilde verder. Hij wilde eruit. 

 Sculptuur ligt dan voor de hand. Voorkanten, maar ook achterkanten. En dan alle kanten.

 Overal figuren en gezichten. Er zit een komische vindingrijkheid in zijn vormgeven en beschilderen van borden, kannen en vazen. Een figuur kan meer gezichten, ogen monden en neuzen hebben, waarom niet. De vorm dicteerde het onderwerp.

 De catalogus vertelt hoe hij in '47-'48 in Vallauris bij Antibes in een oude pottenbakkerij z'n gang kon gaan met hulp van het personeel. Het vak leerde, bijvoorbeeld hoe kleuren bij het bakken veranderen.

 Van Picasso ken ik vooral de ernst uit z'n vroege werk. De sombere clowns en kermisgasten, de cafégangers. En daarna z'n  mythologische variaties. Waarna hij terecht kwam in verstarring, z'n eigen theatrale clichés ging herhalen.

 Een andere ontsnapping zit in een apart deel van de expositie, zijn knutselwerken van opgeraapt en beschilderd materiaal. Een extra neus vind je op straat, zaag je bij en timmer je aan je werk vast. Zo dus.

Tags: 

Spook

 Jacob Gerard van Nieuwenhuijzen (1896-1934), burgemeester van Schore op Zuid-Beveland was tevens veeboer. Wanneer hij z’n koeien naar de markt dreef was hij waaks. ‘Zachjes an sodeju, zachjes an,' vloekte hij tegen de knechts. 'Elk pond dat ze onderweg schijten gaat straks van de prijs af.’

 Hij had zes dochters, geen zoon. Waarvan mijn grootmoeder van vaderskant Geertrui de op een na oudste was. Tante Mien, tante Lena en tante Cor heb ik nog wel gekend.

 Het overgeleverde verhaal gaat als volgt.  Er was kermis in Schore en Jacob bedronk zich daar. De vrouw en de zes dochters bleven thuis.

 Bij terugkeer kreeg ie het in z’n kop om voor spook te gaan spelen. Waarde loeiend rond het huis en rammelde aan de luiken, dat de dochters het op hun heupen kregen.

 Z’n vrouw pakte vastberaden het jachtgeweer uit de kast. En toen het spook bij de voordeur aanlandde en daarop roffelde legde ze aan en schoot twee keer dwars door de deur heen.

 ‘Ik ben ’t,’ piepte Jacob Gerard.

 Het had een haartje gescheeld.

 Hieraan dacht ik toen las dat Halloween in Duitsland bijna een dode kostte toen een 14-jarige jongen een als spook verklede 16-jarige buurjongen niet herkende en neerstak.

Ps. Jacob Gerard van Nieuwenhuijzen was de voorlaatste burgemeester van Schore, dat in 1941 ophield gemeente te zijn. Er wonen nu nog 517 mensen.

Aardig

 Als Hillary Clinton tegenover een publiek staat heeft ze als gewoonte met de vinger naar iemand in dat publiek te wijzen die je niet ziet. Alsof ze blij verrast een oude buurvrouw herkent. Maar ze doet alsof. Zo iemand staat daar niet. Ze doet het altijd. Ook is er iets met haar lach. 'Ze heeft een probleem met haar lach,' zei een deskundige.

 Die lach is niet te verdragen. Onecht, vreugdeloos, plastic. Alsof ze over je hoofd heen lacht. Net als naar de onzichtbare buurvrouw.

 Ze heeft ook geen blik, kan mensen niet aankijken. Kijkt in het niets. 

 De vraag rijst dan of ze 'aardig' is, wat dat ook moge zijn.

 Nog een kandidaat. De vinger van Hillary Clinton is iets als de hand-in-de-broek­zak van Diederik Samson, die nooit begrepen heeft hoe onhof­felijk het is om mensen met de hand in de zak toe te spreken. Als een fabrieksdirecteur die even de werkvloer passeert. Ik denk dat dit soort kleinigheden verkiezingen kunnen beslissen.

 Je stem uitbrengen doe je op grond van herkenning. Niet uit berekening, zoals vaak wordt beweerd. Wat wordt herkend? Ik denk wat men houdt voor geestverwantschap. Zoals Trump-stemmers de Trump in zichzelf herkennen.

 En dan Clinton. Wie herkent zich in zo'n totaal onechte, over je hoofd heen pratende bazin? Nee, niet aardig. Kan alleen verkozen worden omdat de ander erger is.   

Dokter

 De dokter is dokter. Beginnend huisarts. Een beroep dat haar leven meteen geheel overneemt. Ze kent de grenzen nog niet. Die leert ze in de film pijnlijk kennen.

 De nieuwe film van de broers Dardenne speelt bij Seraing, onder Luik, de praktijk ligt aan de Maasoever, tussen de drukke weg, de rivier en de berg. Zandho­pen.

 De ene patiënt onderbreekt voortdurend de volgende, allen verstrikt in hun kwaal en omsta­n­digheden.

 En zo raakt ze betrokken in andermans geheimen. Het verhaal gaat om het onbekende meisje dat aanbelde na sluitingstijd en dat ze niet opendeed. Een dokter moet grenzen trekken. Anders zou ze permanent beschikbaar moeten zijn. Maar nu werd het meisje dood gevonden en voelt ze zich schuldig omdat ze niet opendeed. 

 Ze moet weten wie de aanbelster was en gaat het uitzoeken. De politie zegt haar nog, bemoei je er niet me, laat het aan ons over. Maar ze kan dat niet.

 Er blijken veel betrokkenen te zijn. De zuster, een getuige, diens vader, criminelen. Die ze vragen gaat stellen. Waarbij ze zegt dat het vertrouwelijk blijft, ze heeft als dokter immers een ambtsgeheim. Maar niemand vertrouwt haar. Tot ze opeens weer vertrouwenspersoon is.

 De wereld wordt onder haar handen een praktijk. Tussen glimlach en glimlach.

 Heel soms rookt ze een sigaret voor het raam boven de Maas, het Dardenne-decor van iedereen en niemand. 

Tags: 

Eddy (1918-2016)

 Eddy Christiani was de eerste popster in Holland. Thuis in z'n schuurtje had hij een hutkoffer met fanmail bewa­ard uit z'n vroegste tijd. 'Als je wist wat die meisje durfden opschrijven Wim'. Een keurige man, met een dictie.

 Ik leerde hem kennen toen we met een aantal studenten een tentoonstelling over de jaren '50 inrichtten, in 1967, in Amsterdam. Hij had lang geaarzeld, trad alleen nog voor bejaarden op, dacht aan een studentengrap, maar hij kwam.

 Eddy was ook de eerste die net voor de oorlog een elektrische gitaar had laten komen uit Amerika. Een Gibson. Hij vertelde me: 'Als je een elektrische gitaar hoort op een plaat uit '40-'45 dan ben ik het of ik had de mijne uitgeleend.' Later raakte hij bevriend met de grote gitarist Chet Atkins.

 Hij bleef optreden. Als ik hem in Hilversum nogeens tegenkwam zei hij altijd dat ie z'n 'comeback' aan mij te danken had.

 Z'n mooiste verhaal vond ik dat van de gouden plaat die hij kreeg voor 'Zonnig Madeira'. Die hing ingelijst boven zijn schoorsteenmantel. Op een zondagmiddag hield hij het niet meer uit, nam de lijst van de muur en legde de gouden plaat op de draaitafel. 

 'En wat acht je Wim, dat ik toen hoorde? Een accordeonpotpourri van 'De drie Jacksons. Toch een teleurstelling.'

 ps. In 1970 heb ik hem uitvoerig geinterviewd, NIenke Feis vond het terug..

Het China van Olya Oleinic

 Oleinic, uit Moldova, was in China. In Foam zijn haar Chinese foto's te zien in een vreemd decor, namelijk dat van een afgetrapt Chinees winkeltje, dat op een rommelzolder lijkt.

 Het nieuwe China produceert oneindig veel plastic prullaria. Maar ook goedkoop huishoudelijk spul. Dat staat daar, in een ruime bezemkast bovenin Foam allemaal uitgestald.

 En tussen de schappen met handschoenen, namaak-Nikes, keukenrekjes en gadgets hangen dan heel verstopt de foto's die Oleinic daar maakte.

 Dit is de origineelste fototentoonstelling die ik ooit zag! Immers het onderwerp zelf maakt weer deel uit van de tentoonstelling 'Made of China'. Heel letterlijk. Van China gemaakt. Zodat jij als bezoeker met je camera een Droste-verpleegster wordt.

 China in de aanbieding. Oleinic heeft China herschapen in haar winkeltje en ze laat jou je gang gaan.

 En wat doe je? Fotograferen natuurlijk. Waarmee het klokje rond is.

 De compositie van troep die ze in dit Chinese winkeltje gemaakt heeft is imposant. De nieuwe consumptiecultuur van China in het klein samengevat. Noem het poëzie.

Gustav Mesmer

 Vandaag dus naar Gent, naar Dr. Guislain om 'Een andere wereld' te zien. En wat blijkt? Gustav Mesmer is de held van de tentoonstelling. Hij vliegt. Zijn brandstof is wilskracht. En de onverwoestbare charme van een boerenjongen van negentig. Grote attractie: het enige korte televisiefilmpje dat overbleef. Dat filmpje eindigt hoog in de wolken. Alsof Mesmer echt vloog. En dat deed ie natuurlijk ook. Fantasie van deze kracht is werkelijker dan de werkelijkheid.

 Zijn leven is goed gedocumenteerd door zijn zuster en zwager.

 Een boerenjongen met de geest van Leonardo da Vinci en Theo Jansen door elkaar. Al zijn tekeningen en schrijfsels zijn bewaard en liggen nu uitgestald.

 Hij vond niet alleen tal van vliegende fietsen uit ‑ klap­wiekend, met propellers en meer ‑ maar ook oa. een machine die mechanisch kon spreken, bestaande uit een stelsel van mechanisch aangeroerde duimharpjes voor elke letter. Je hoort het daar.

 Bij elk toestel, net als bij al zijn versies van de vliegfiets moet je met hem meespringen, van fantasie naar tekening en constructie. En van daaruit weer naar het denkbare. Stel je voor!

 En zie, hij stijgt op.

 Moet Theo Jansen zijn strandbeesten soms niet ook een handje helpen? En moest Roger Spear van de Bonzo Dog Band niet op het podium rondgaan met de soldeerbout om zijn robots gaande te houden?

 Onverwoestbaar humeur ook, Mesmer. Deze film mag niemand die als hij lekker fietst en daarbij wegdroomt missen.

 Nb. Een erg mooie catalogus met illustraties en documenten..Ook van andere helden. 

Vliegende fiets

 Vandaag opent in het museum Dr.Guislain, het voormalige gesticht bij Gent een nieuwe tentoonstelling: 'Een andere wereld, Laboratorium van waan en fantasie.'

 Over wat zich afspeelt tussen fantasie en werkelijkheid. Hoe onderscheid je droom van delirium, waan van wens, hallucinatie van inzicht?

 Vlug gaan zien. Ook omdat een van de vijf historische onderzoekers Gustav Mesmer (1903-1994) is, die zijn leven besteedde aan de vliegende fiets. Anderen weer lieten potloden wandelen, typemachines in contact staan met de overledenen. En zo meer.

 Gustav, ook wel 'De Ikarus van het Lautertal' (uit Buttenhausen bij Ulm) genoemd was iets halverwege kunstenaar en wetenschapper, verwant met Bas Jan Ader. Maar hij werd wel 94.

 Toen hij de dorpskerk uit was gegooid omdat hij tijdens de dienst luidkeels riep dat de miswijn helemaal niet het bloed van Christus was belandde hij in een inrichting. Diagnose:  paranoïde schizofrenie.

 Na jaren in inrichtingen kwam hij in 1934 vrij.

 Toen raakte hij bezeten door het idee van een fiets een vliegtuig te maken. Hij tekende en bouwde schaalmodellen, die hij lanceerde vanaf torens of bergen.

 Na de oorlog ook op ware grootte. Hij gebruikte daarbij drie paraplu’s. En soms rotors die hij al trappend aandreef, zodat er een soort helikopter ontstond.

 Zo werd hij een vertrouwd gezicht in de buurt, steeds weer van een berg af sjezend in een poging op te stijgen. De Ikarus van het Lautertal.

 Hij beweerde eens vijftig meter gevlogen te hebben. Helaas is dat door niemand waargenomen.

Lynn Aldrich

 De naaktheid van voorwerpen. Dat lijkt me het onderwerp van Lynn Aldrich. Een paneel bestaande uit stempelkussens, een bouwwerk van schuursponsjes,

 De Amerikaanse Lynn Aldrich (1944) laat in Amsterdam zien wat ze on/gewone objecten noemt. Het waren haar stempelkussentjes die me meteen raakten.

 Het afdrukken van letters heeft een magie. De randen van de letters verraden de druktechniek, de stempelende hand en de graad van slijtage van het stempelkussen.

 Voorwerpen slijten, laten hun hoogsteigen sporen na. In oceanen.

 En kunst is aandacht. Bijvoorbeeld voor blikjes, bedoeld voor sardientjes, bonen of koffie, maar dan gloednieuw, glimmend, leeg en zonder papieren omhulsel of beschildering, zodat je eindelijk ziet wat voor een voorwerpen het - naakt - zijn. Aldrich heeft een voorkeur voor holten waar je inkijkt die jou aankijken. De open einden van tuinslangen, de uiteinden van typisch Californische regenpijpen, in verschillende kleuren geschilderd. Of onbegrijpelijkheden als een strijkplank bedekt met een stapel strijkplankvormige stoffen.

 En daar is dan opeens ook, in al zijn naaktheid, het beroemde Oostvenster van de kathedraal van Chartres, door Aldrich nageknipt in karton als was het door een storm verwoest, het glas naar binnen gevallen.

 Alles kan kapot.

Masereel

In het nieuwe grootformaat stripblad Scratches van Joost Swarte - uitgebracht door Scratch - komen ook de klassieken uitvoerig aan bod. Daar heb je Mark Smeets, Robert Crumb, maar ook Frans Masereel (1889-1972).

 Wiens houtgesneden verhalen ik voor het eerst echt zag in Diest, omstreeks 1980. Masereel, de schilder maar vooral houtsnijder, die rond 1910 opkwam met geëngageerde series over de grote stad, armoede en prostitutie, en daarnaast de ongeremd feestvierende rijken. Het Parijs en Brussel van de jaren dat alles kon. Niet ver van Baudelaire, maar ook niet van Charlie Chaplin.

 Fabrieken, het grootkapitaal als in de Kapellekensbaan van Louis Paul Boon. Zijn wat kinderlijke engagement maakte dat hij niet serieus genomen werd, maar wel in Duitsland door Kurt Wolff in reuze­nopla­gen verkocht. Hij illustreerde Stefan Zweig en werd geprezen door Thomas Mann, die de inleiding schreef bij Masereels 'Urenboek' (1926) en hem een genie noemde.

 Favoriet motief van Masereel: het eeuwige verhaal van de gevallen vrouw, van glitter tot prostitutie. Om met Hank Wiliams te spreken 'cause for every fallen woman, there's at least a hundred fallen men'.

 En nu dan geëerd als een van de vaders van de 'graphic novel'.

 De grafiek van Masereel is heel filmisch. Hoge standpunten, verrassende collages, uitvergrotingen van waar het om gaat. En voorlopig niet geëvenaard.

Pagina's