Hongerklop

 Ik keek naar uitgeputte gezichten, waaruit de obligate lachjes verdwenen waren. In Harrogate, waar de regen en de kou niet ophielden. Het theater veranderde in drama toen de gedood­verfde wereldkampioen Matthieu van der Poel achterbleef, bijna stil stond.

 Oude woorden kwamen op, de 'Man met de hamer', 'De hongerklop', maar Matthieu zat zo stuk, dat hij niet kon praten, terwijl de ijzeren wet in het wielrennen toch luidt dat je de pers altijd te woord moet staan op een Alpentop of waar ook. Shirt straktrekken. Denk aan je sponsor.

 Zonnebril ophouden, ook in de regen.

 'Vergeten te eten'. Routiniers als Niki Terpstra - met rode ogen van vermoeidheid - wezen op de urenlange oplettendheid die de jongens achter zich hadden en de dag lang regen die wel valpartijen moest veroorzaken.

 'De hongerklop.'

 Ook Mats Pedersen, de uiteindelijke kampioen lachte niet. Er viel niks te lachen in het dunbevolkte aankomstperkje tussen de paar dranghekken.

 Een trui en een medaille. En ik dacht aan het Vlaamse antwoord op de oude vraag 'Waarom toch?' 'Voor een trui en een broek.' Maar dan ben je bij het rondje om de kerk.

De grapjes van Gertrude Stein

 Van Anneke Brassinga kreeg ik haar vertaling van vijf korte teksten van Gertrude Stein (1874-1946). Het zijn vier toneelstukjes, geschreven op Mallorca, maar wel heel ongewone. Het voorwoord zegt dat er voor Stein een onmis­kenbaar verband was tussen aardrijkskunde, landschap en toneel: 'Een landschap is zo van nature een decor voor een veldslag of een toneelstuk, dat het je noodzaakt toneelstukken te schrijven.'.

 Ze zijn voorgelezen, lijkt het, door acteurs van losse blaadjes. Je krijgt iets tussen een leessessie en een uitvoering in. De titels zijn veelzeggend: 'Wat gebeurde', 'Damesstemmen' Haar jurken tellen' en 'Ik wil graag dat het een toneelstuk is'. Uit het laatste een fragment, wat mi. wel kan omdat de teksten ingegeven zijn door een (welke?) omgeving:

 ZESDE TONEEL

Is het zo ver gegaan met ons is het echt zo ver gegaan.

 ZEVENDE TONEEL

Maak niet de fout blaadjes te verliezen.

Lesuren.

Herinneringslessen.

Ga niet zo ver blaadjes te verliezen.

We vonden de blaadjes echt plezierig. We vonden de blaadjes niet echt plezierig. Ik vond de blaadjes heel plezierig.

 ACHTSTE TONEEL

Je was stomverbaasd over me.

Allemaal hebben we er last van.

Je was stomverbaasd over me.

Snap je niet het proberen.

Snap je niet het proberen te stamelen.

Nee daar snap ik niets van. (...)

 Maar even later gaat het over sponzen: 'Wat heb je uitgekozen. Erg goede sponzen. Maar ze zijn duur. Ze zijn niet per se goedkoop. We vermoeden dat ze er hier buitensporig veel voor vragen' etc.

Affiche

 Zoals herinneringen sporen trekken. Eerst is er een liedje, liedjes zijn hardnekkig. Dit komt uit Fellini's bijdrage aan de episodenfilm Boccaccio '70. Een kind­erkoor zingt en reclame voor melkdrinken. In Italië al iets belachel­ijks, en helemaal als de borsten van Anita Ekberg in beeld komen..

 De tekst van Nino Rota gaat 'Bevete piu latte, Il latte fa bene, il latte conviene a tutte le eta. Bevete piu latte... il latte e salute, a piccoli e grandi a tutti fa ben. bevete piu latte.' Rota maakte er een reclamespot-achtig deuntje bij.

 In mijn halfslaap doemt Anita Ekberg op, geschilderd op een affiche in vele panelen, dat met hijskranen door joelende werklui wordt opgebouwd op een bouwter­rein. Een reusachtige tiet zweeft voorbij het raam van een gelovige katholieke geleerde, dokter Antonio. Die gaat hallucineren van Anita.

 Filmaffiches op reuzenformaten zag ik voor het eerst in een schoolpauze toen er een deur openstond achter het nabije Haagse Metropole-Tuschinki Theater.- lang afgebroken - en ik daar het atelier ontdekte waar die voor Ben Hur, The River Kwai en 'Sissi, keizerin en moeder' werden geschilderd. En dan te weten dat langs die zelfde plek ooit de aftak van de stoom­tram liep naar het Vredespaleis, achter Museum Mesdag langs. In het eindstation zit nu een Soefitempel. Ik was er. Een slapeloos hoofd weet er wel raad mee.

 Het is ook de fotograaf Brassai, nu in Foam, die dan een handje helpt, die graag affiches in z'n Parijse stadsbeelden verwerkt. Het mooist zijn de dikke plakkaten over elkaar heen geplakte oude affiches.

Jo van Gogh, de heilige

 Grasduinend in 'Alles voor Vincent', het boek dat Hans Luijten schreef over Jo van Gogh-Bonger, haar man Theo en diens broer Vincent stuit ik op de kennismaking en amourette die Jo na de dood van Theo in 1891 had met de schilder Isaac Israëls.

 Er zijn brieven van Isaac, die bevriend was met vele tach­tigers en goed schreef, aan Jo bewaard. Ook haar dagboeken zijn er. Na 1894 werd het een relatie. Isaac bezocht Jo in haar pension in Villa Helma aan de Bussumse Koningslaan. 't Was toch heer­lijk schreef ze in haar dagboek.

 'Jo besefte dat dat de band die ze hadden nooit op een huwelijk zou uitlopen, wat wellicht toch anders zou zijn geweest als ze geen kind had gehad, schrijft Hans Luijten. En hij citeert haar dagboek:

 'O dat heerlijke, gezellige - eigenlijk kale en leege atelier met zijn herinneringen! (...) we zaten samen in de stoel en speelden - ja 't is echt met elkaar spelen wat we doen. Toen bracht hij me naar huis- door het stille, grijze park (...) Ik heb nu een eind gemaakt aan het ongedecideerde van onze verhouding - ik wil niet langer met vuur spelen. Trouwen, daar is hij de man niet voor - o was ik vrij en onafhankelijk - hoe zou ik me aan hem geven - mooi jong lichaam, wat zou ik vrij en rein voor hem staan - geen egoïsme  geen vervelende nasleep van alles...'.

 Ze zet er een punt achter. Bracht toch nog soms bliksembezoekjes aan Isaac. Maar haar plichtsbesef jegens de Van Gogh-familie en haar zoontje weerhielden haar. En ze dacht nog veel aan Theo.

 Het beeld van Jo als halve heilige blijkt goddank niet te kloppen.

Tags: 

Nieuw

 Dick Hillenius was behalve pianist vooral bioloog. Maar steeds kom ik weer terug bij zijn gedichten. Het zijn overpeinzingen die me heel nabij komen. Dit heeft geen titel, maar gaat over 'Nieuw' (juni 1974).

 'Nieuw is niet leefbaar

moet gegeten worden

omhelsd, ingelijfd

 

angst alles te verliezen

maar onweerstaanbaar naderen moeten

aftasten, proeven, omsingelen van het nieuwe

paniek en verleiding in nauwelijks evenwicht'

 

Nieuw is bedreigend. Wim Schippers bedacht eens de voor­gedeukte auto. 'Iets duurder, maar hij bespaart je een hoop ergernis'. Zoals mijn moeder zei 'er kan altijd wat aan komen'. En wat dan? Dan is het niet meer nieuw en komt het vlekken­water. Maar dat helpt niet. Wassen, strijken of ten einde raad de hoge bakfiets vol knaap­jes van Palthe of De Zwitsersche laten komen.

Altijd was ze bezig de dingen er weer 'als nieuw' uit te laten zien. Wetend dat dat vergeefs zou zijn. Het nieuwe moet gevaarloos gemaakt worden, ontnieuwd worden.

Hillenius, de bioloog, schreef dit. Om met de bioloog te spreken, het zijn 'initiatieriten'. 

Tags: 

Houdbaar Parijs

 Zoals Parijs gebouwd is, met z'n boulev­ards en goed gedoseerde monumenten, vanaf 1852, volgens  het ontwerp ven Haussmann, bedoeld om volksopstanden in de makkelijk te versperren middeleeuwse stegen te kunnen bestrijden.

 Op mijn eerste Parijse verkenning moest en zou ik, twaalf jaar oud, met mijn moeder op pad, moest en zou ik zoveel mogelijk met de Metro rijden. De tegel decoratie zien, de jugendstil decoratie en als het kon de trajecten met bruggen.

 'Is dit niet erg om, vroeg mijn moeder ongerust. Maar ik had de kaarten uit m'n hoofd geleerd en leidde haar langs talrijke omwegen, de dubbele brug over de Seine uit het liedje van Charles Trenêt met de onvergetelijke woorden 'Quai de Javel', die rijmen op 'Le metro qui sort de son tunnel' - later teruggezien in de film Last Tango in Paris, met Marlon Brando en Maria Schneider.

Alle andere bezienswaardigheden sloeg ik over. Metro moest het zijn. Zoveel mogelijk. 'Is dit niet een beetje om?' Niets was om.

Het is Sarah Hart die me hierheen jaagt met haar boekje 'Parijs revisited', het tweede met Parijse herinneringen, uitgegeven door uitg. Fragment. Waarin het onvergetelijke liedje over sardines van Georges Fourest, geinspireerd op een reclame: 'Sardines a l'huile fine, sans tête et sans arêtes'. Het gaat in vertaling zo: 

'In hun blikken sarcofaagje

vol met olie muf van stank

marineren deze onthoofde

kleine zilveren lichaampjes'

En het eindigt:

..zonder stem, zonder handen, zonder knieen,

sardientjes bid voor ons!'

Jo van Gogh

 Hoe vaak kom ik niet schilderijen of tekeningen tegen die me doen stilstaan, en waarvan de naam van de maker of maakster me bij nader bekijken eigenlijk niets zegt. Waarom?

 Ik heb er gekend die nooit tentoonstelden en zwegen over hun werk. Aan die zwijgers denk ik bij het lezen van de biografie 'Het leven van Jo van Gogh-Bonger' van Hans Luijten.

 Kortgezegd, het is voor een aardig deel aan Jo te danken dat wij Vincent van Gogh kennen. Jo, de vrouw van zijn jong gestorven broer en steunpilaar, de kunsthandelaar Theo.

 Uit een later geredigeerde brief: 'Er is een groot struikelblok - dat ik zo weinig artistiek gevoel heb - wat heb ik dikwijls verlangd om iets van Anna Dirks te hebben - die eerst zou hem geapprecieerd hebben en met hem mee geleefd - ik kan 't niet. (...)  Ik voel of denk niet meer dan de meest gewone prozaïsche dingen - dat hindert Theo wel eens. (...) En als ik dan al die theorieën over kunst hoor en er niets van begrijp dan vind ik 't wel naar, maar hoe kan ik op eens veranderen en alles wat ik vond over boord gooien.'

 En zo moest ze zich in de artistieke kringen van Parijs begeven. Ze schrijft aan haar schoonmoeder: 'Bijna alle vrouwen hadden een diep decolleté op dit bal en ze waren behangen met juwelen, de mannen met insignes.'

 Theo en Jo droegen daar hun trouwpak en trouwjapon (zonder sleep) en Jo had een bontmantel mogen lenen. Er was een buffet en er werd gedanst. Ze ontmoetten er de kunstenaars Jozef Israëls en zijn zoon Isaac. Pas om half twee 's nachts vertrokken ze van dit feest. Jo, schrijven kon ze.

Michael Zosjtsjenko

 In 'Voor zonsopgang' verzamelde Zosjtsjenko (1894-1958) verhalen en fragmenten die hij in de laatste oorlogsjaren onder kanongebulder schreef. Bijna waren de twintig, samen acht kilo zware schriften in vlammen o­pgegaan. In het dorp van zijn jeugd kwam hij de bron van zijn angsten tegen: water, 'Zwart water'.

'Een dertigjarige man probeerde zich te bevrijden van zijn angsten door het bestuderen van water. De worsteling verliep langs lijnen van kennis en wetenschap. Het vreemde was dat het bewustzijn aan de strijd deelnam. Ik begrijp niet helemaal hoe het zo kon lopen. Het bewustijn had geen weet van de mechanismen van het lijden. Daarom koos ik waarschijnlijk een weg die betrouwbaar leek, maar in dit geval verkeerd en zelfs belachelijk was. Al mijn schriften en notitieborkjes kwamen vol te staan met aantekeningen over water.

(...) Hier is een aantekening die ik met rood heb onderstreept: '71% van het aardopppervlak bevindt zich onder water en slechts 20 procent is vasteland.'

Een tragische aantekening! Met rood potlood is erbij geschreven: 'driekwart van de aardbol bestaat uit water!'

Er zijn nog meer van dergelijke aantekeningen, waaruit te lezen valt uit welk percentage water het lichaam van mensen, dieren en planten bestaat: 'Vissen: 70-80%: kwallen 96%: aardappelen: 75%; botten 50%...

Wat een monnikenwerk had ik verricht! Hoe zinloos. Ik heb een schrift met aantekeningen over de wind. Dat is te verklaren: de wind is de oorzaak van overstromingen, stormen en noodweer. Een gedeelte van een notitie: '3 meter per sekonde - bladeren ruisen; 10 meter per sekonde - grote takken zwiepen; 20 meter per sekonde krachtige wind; 30 meter per sekonde - storm' etc. En dan komt de somberheid: 'Wat een barbaarse taktiek had het bewustzijn gekozen om de angst teniet te doen.'

(vertaald door Kristien Warmenhoven)

Keynsham

 Radio was stemmen en muziek in het duister. Waarvandaan? Er waren op de afstemschaal magische plaatsnamen. Meer wist je niet. De pijnlijke zichtbaarheid van de televisiepersonages moest nog komen. Aan Astrid Kersseboom of Jeroen Overbeek ontbreekt elke magie.

 Een toppunt van geheimzinnigheid was Keynsham, Bristol. De woonplaats van Horace Batchelor, die zelf meerdere malen per avond reclame maakte voor zijn Infra-Draw method. En manier om de voetbalpool te winnen. Zijn overgearticuleerde stem was te horen op het eerste commerciële popstation: 'Radio Luxemburg, your station of the stars, broadcasting on 208 meters medium wave and four nine point two six meters on the shortwave.'

 Vriend Peter Flik, net zo'n radiodwaas als ik, had in zijn jeugd al 208 meter koperdraad uitgelegd op de ouderlijke zolder, om de ontvangst te verbeteren. Luxemburg was afgezien van de 'fasing' (het af en toe wegzakken van het signaal) goed te ontvangen. Ze begonnen 's avonds na 19.00 in het Engels en dan kwam de nieuwste Engelse muziek. Daarvoor zat een uurtje in het Letzeburgs. Peter en ik zijn er heengereden en hebben de studio in Villa Louvigny bezocht. Met uitleg van nieuwslezer Paul Kay. En daar troffen we ook drie dj's, geen sterren als David Jacobs, Tony Prince of Barry Alldis, die kwamen op band uit Engeland. Bleke jongens in de verveelstad Luxemburg. Maar ze waren wel eerder dan Piraten als Caroline, Radio London etc. En jingles op cartridges.

 Sensationeel was het niet ongevaarlijke op het dak draaien van de zendmast om 19.00, om hem te richten op Engeland. En tussen de platen door, telkens weer het spotje van Horace Batchelor en de Infa-Draw Method. 

 De Bonzo Dog Band, Viv Stanshall en Neil Innes vooral, noemde een hele plaat Keynsham. Elke Engelsman van mijn leeftijd weet wie Horace Batchelor is, nietwaar Tom Egbers?

Zee

 Wat me trekt in de zee is het oneindige. Dat ik probeerde de bedwingen met bouwwerken. Bij vloed on­begonnen werk, bij eb dwaasheid. Duitsers rijden honderden kilometers om het te ervaren. Klassiek Haags is de Duitser die aan de waterlijn een zandkasteel bouwt, de volgende dag terugkeert en meent dat hij nog steeds eigenaar is. Sander Meij schreef dit, in 'De zee leeg laten lopen', te vinden in de bundel 'Pincetbeweging':

 'je werkte aan een gat in de branding

je legde een geul en een damwand aan

putte je uit in het verplaatsen van zand

dat net als je huid van kleur verschoot

naarmate je dieper kwam

 

het werd vloed, waarop alles

voor niets bleek geweest

hoe woedend je was op de zee

 

de herinnering knarst als een zandkorrel

je weet dat de strijd niet voorbij is

al was het alleen maar vanwege'

Pagina's