Dit is de eerste dag en kwam je als geroepen, is hier ergens een toilet?
Lopend naast elkaar, jij met een vinger nu en dan bevallig door je haar,
ik met mijn levertraangezicht. Vermoedens als een zware onweersbui,
Gewoon een uurtje winkelen kun je dit niet noemen. Wat zal ik zeggen,
dat ik hier niet op berekend was? Geen voorgevoel waarin je 's ochtends niet bleef liggen, je nog eens uitrekte. Wat zal ik zeggen,
dat ik hier niet op berekend was? Geen voorgevoel waarin je 's ochtends
niet bleef liggen, je nogeens uitrekte, een been uit bed, de warme lakens,
naast de wekker die je voor een gapend gat behoedt, dat ik je bijna ruik -
wat ik zal herinneren is chemisch vastgelegd. Dat we hier zijn uitgestapt,
nota bene tussen tegenliggers, trams, glazen torens, huizenhoge spiegels
waarin de hemel verder drijft. Wat wil je horen, liefste anagram, zou je
me kennen als ik nu niet naast je liep? Dat zou je zeker willen weten he,
je kwijlt al uit je mond. Ik geloof dat ik je mag. Nou daar drinken we op.