The Gas Man Cometh

Nu wij Europeanen zoetjesaan Engeland verliezen - geen vrachtwagenchauffeur of verpleegster wil er meer heen, de boeren klagen steen en been - dringt tot me door wat we aan komische tv-series en liedjes aan de Engelsen danken. Van Fawlty towers tot de Kinks, van Dad's army tot Tommy Cooper. Maar ook dat lijkt voorbij. Wat de BBC opdient als grappig is het vaak niet meer. Ik gedenk nu Michael Flanders en Donald Swann, met de tekst van hun lied over de werkman.  Engeland is immers een standenmaatschappij. Werklui zijn lui. Net zoals Herge's meneer Bollemans die een traptree moet komen repareren in kasteel Molensloot. Lower class versus upper class. Labour versus conservarieven.

T'was on the Monday morning, the gas man came to call,

The gas tap wouldn't turn, I wasn't getting gas at all;
He tore out all the skirting boards to try and find the main,
And I had to call a carpenter to put them back again!
Oh, it all makes work for the working man to do...

T'was on the Tuesday morning, the carpenter came round:
He hammered and he chiseled and he said "Look what I've found!
Your joists are full of dry rot, but I'll put them all to rights!"
Then he nailed right through a cable and out went all the lights!
Oh, it all makes work for the working man to do...
T'was on a Wednesday morning, the electrician came:
He called me 'Mr. Sanderson', which isn't quite the name;
He couldn't reach the fuse box without standing on the bin,
And his foot went through a window, so I called the glazier in!
Oh, it all makes work for the working man to do...
T'was on the Thursday morning, the glazier came along
With his blowtorch, and his putty, and his merry glazier's song;
He put another pane in, it took no time at all
But I had to get a painter in to come and paint the wall!
Oh, it all makes work for the working man to do...
T'was on a Friday morning the painter made a start,
With undercoats and overcoats he painted every part,
Every nook and every cranny; but I found when he was gone
He'd painted over the gas tap and I couldn't turn it on!
Oh, it all makes work for the working man to do...
On Saturday and Sunday they do no work at all;
So it was on the Monday morning that the gas man came to call!
(ook op youtube)

Violet en dood

Het boekje dat Nico Keuning schreef over Gerard Reves 'Het boek van violet en dood' verheldert schrijver en werk voor mij aanzienlijk. Vooral de dwaalwegen waarlangs hij moest gaan voor er een boek was. De titel is bijna zo oud als Gerards schrijverschap. Hij komt al voor in De Avonden (1947), waar Frits van Egters bij een vriend een boekje uit diens kast vist : 'De kleine zenuwlijder, handleiding tot een fatsoenlijk leven' heet het daar. In werkelijkheid was de titel 'De kleine neurasthenicus. Beknopte handleiding tot een ordentelijk leven,' van Herman Gerard de Cock. Waarin een boek voorkomt waarvan de titel moet gaan luiden 'Van 't licht en van den schaduw, van 't violet en van den dood... En van de geestdrift.

Sindsdien is de titel 'over het Violet en de Dood' bij Reve niet meer verdwenen. Zo'n boek moest er komen. Toen het een mensenleven later eindelijk kwam heette het net even anders: Het Boek Van Violet En Dood (1996). Niet zomaar. Eigenlijk moest het een boek van een mythische orde zijn. 'Het Grote Werk dat elke kunstenaar eenmaal hoopt te maken om zichzelf te rechtvaardigen'. 'Het is van dezelfde orde als de Verlosser die zal komen.' 

De bunker op de berg in Dieulefit waaraan hij bouwde toen ik hem vaak aan de telefoon kreeg (Joop ging niet mee, die sprak geen Frans), die bunker dus was de plaats waar het boek voltooid moest worden. Maar eerst moest hij voltooid worden. Een probleem daarbij was dat Gerard van bouwen geen verstand had. 'Weet je wat? De deur is gekomen. Maar het probleem is, hij zit ondersteboven.'  In plaats van ramen werkte hij met glazen stenen. Maar dat heb ik nooit gezien. Ik was wel beneden in La Grace, maar Gerard was er toen niet. Mijn vriendin kende Dieulefit omdat ze er als kind acht weken had moeten logeren. 

Alles is belangrijk bij Reve en heeft betekenis, waarover steeds getwijfeld wordt. 

Zijn telefoontjes zullen me heugen: ''Ja, met mij. Niks bijzonders hoor.' En dan hadden we het langdurig over het kampeertentje dat ik voor hem had gekocht in de dump. En dat maar vijftien gulden had gekost. 'Koop er dan nog maar een.' 'Waarom?' 'Omdat ze zo goedkoop zijn natuurlijk.'  

Koopt allen ''Nader tot het violet en de dood'' van Nico Keuning. 

Stoeprand

Van mindere broodjeszaken werd gezegd dat ze er ''broodje stoeprand' verkochten. In ons keurige straatje, waar zelfs de latere Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft opgroeide (al mocht hij van z'n ouders niet buiten spelen, hoogbegaafd als hij al jong bleek) waren stoepranden meer obstakels in het straatvoetbal. Wij speelden met oude tennisballen, waarbij tuinhekjes doelen waren. Het speelveld, de strraat, werd dus op twee plekken onderbroken door een stoeprand. Maar dan. Johan Cruyff zou het je haarfijn kunnen uitleggen

Stel je staat midden op straat, hoe kriig je de bal dan de stoep op, naar het doel? Je kunt natuurlijk van een afstand proberen te schieten, met zijkant van je schoen, over de stoeprand heen, maar dat lukt niet vaak. Wat wij deden was de bal tussen beide schoenen nemen, dan eeen sprongetje maken en daar stond je, op de stoep, met de bal. 

Op den duur ontwikkelden we een spel waarbij iedereen een eigen hekje had, dat hij moest verdedigen. Tegelijk was je ook aanvaller. Wondermooi was het scoren. Je raakte dan de ijzeren plaat in het midden van het hekje, wat een schitterend geluid gaf: 'bloink'. Toen ik nog eens ging kijken bleken die hekjes bijna allemaal weg. Nee, echt sjiek waren ze naruurlijk niet. En het toenemend autoverkeer maakte ons hekjesvoetbal onmogelijk. Trouwens, waar zie je aan het eind van een straat nog voetbaldoelen op de muur getekend met daarin ADO?

Grote gezinnen

Op zondag zag  je ze in colonnes het straatje uit fietsen naar hun kerken, katholieke familie van het ene uiteinde, de gereformeerden woonden aan de andere kant. Het gezin van mijn vriendje Marnix waar ik over huis kwam. Radio was daar niet, televisie zeker niet. ''Daar hebben wij geen behoefte aan,' zei zijn moeder. Tijdens de afwas zongen zij en haar dochters zuiver tweestemmig, terwijl Marnix mij meccano leerde. Schroeven, moeren, assen en tandwielen, die hij opborg in een zelf gefiguurzaagde kist met vakjes en een pianoscharnier. Ik denk nog bij elke schroef aan Marnix, die later professor werd in Delft.

Aan het andere uiteinde woonde de ook gereformeerde familie Van Zeeland. Henk en Bert bleken ongeschikt voor mijn straatvoetbalelftal, maar er beurde iets anders. De nieuwe tijd kwam in dat huisje binnen in de gestalte van de later beroemde componist en jazzpianist Henk Alkemade. En ja, er stond een piano, zodat de voorkamer, gelegen achter de erker, binnen de kortste keren veranderde in een jazz-studio van de Henk Alkemade combo, met Henk en Bert op bas en slagwerk. Je zag ze op zondagen spelen.

Naar de kerk werd niet meer gefietst, waar de ouders gebleven zijn weet ik niet. Kortgeleden las ik dat Henk Alkemade was overleden. Over de gebroeders Van Zeeland geen woord.

Jubileum

Even geduld AUB..
De televisie jubileert. Jubileren is goedkoop. Oude beelden kosten weinig. Wat ze oproepen? De huiskamer van de Indische familie Worms, die als eersten in de straat een toestel hadden, dat ook buiten de uitzendingen op het testbeeld bleef staan. Maar wat er nu 70 jaar geleden is?
Niet dit. Het was in de oude VARA-studio, waar ze alles beter wisten. Ik was uitgenodigd om mee te denken aan een nieuw satirisch programma. En ze zaten er allemaal: Koos Postema, Herman Wigbold, Henk Terlingen etcetera. 
Naast mij zat een nette meneer met een zware bril die ik niet kon thuisbrengen. Tot de koffie kwam. Hij schonk mij in en vroeg: 'Suiker? Melk?'
Ik schrok me rot. Die stem! Het was de stem van het Polygoon-journaal in de bioscoop, die nu tijdens de herdenking weer vaak klinkt: Philip Bloemendal. Nooit had ik me daar een voorkomen bij gedacht, maar nu.
Ik zat daar omdat ik jong en veelbelovend was, vernam ik. En toen Wibold een paar lumineuze ideeen had opgesomd om de toon van de gedachte satire aan te geven begreep ik iets. Zo was de begrafenis van de auto bedacht, in een kuil op een echt kerkhof gefilmd. Melig links, leek me, dus toen ik het woord kreeg stelde ik de begrafenis van de PvdA voor. Het bleef stil.

Aardig

Mijn overgrootvader, de bakker, schijnt een aardige man geweest te zijn. Er werd later over hem gesproken alsof het een excentrieke, licht zwakzinnige man was geweest, die kinderen altijd een beschuitbol meegaf.
Aardig was verdacht op het dorp. Een man kon toen, en nu, maar een ding zijn in het leven: belangrijk.

Mijn vader en grootvader waren niet aardig, al konden ze zich bij gelegenheid zo voordoen. Ze waren de baas en daarmee uit. Het begrip empathie was nog niet uitgevonden.

Bakkers hadden ook die naam van aardig. Mijn gedroomde oom was Puck Mulder, bakker in Eerbeek, bij wie altijd wel iets overschoot. Hele dagen heb ik in zijn bakkerij doorgebracht, hem op bestelling namen in letters zien spuiten op taarten.
Het duurde lang voor mijn moeder ontdekte waarom ik thuis nauwelijks meer iets at.
Is Mark Rutte aardig, of Grapperhaus? Nee, ze zijn belangrijk

Garage

AVONDLOG - Auto
Ik belde de garage en kreeg Roel - meestal kreeg je zijn opgewekte broer Karel, Roel was de zwijgzame. 'Dat ding wil niet starten', zeí ik. 'Dat is geen ding,' zei Roel, 'dat is een auto.' Autobedrijft Bergsma hadden ze van hun vader geerfd, de eerste garage in Amsterdam-Zuid.

Jarenlang was ik thuis in die Heilige Hallen met de onvergetelijke geur. Ze wisten overal raad mee. En dan, ze waren geboren hier tegenover. Karel zag ik nog wel eens als hij een wandeling maakte door z'n ouwe buurtje. Want Garage Bergsma bestaat niet meer. Was eerst onbereikbaar geworden door de Noord-Zuidlijn en ondanks protesten gesloten.

De mooiste garages vond ik in Italie, met pech gestrand in Orvieto, Siena of Mondovi. Altijd met een kantoortje bovenaan een trapje. Altijd met pin-ups aan de muur en de geemailleerde meisjes van Veedol. Maar garages verdwijnen overal. Op de kronkelweg naar de Simplonpas had je er elke twee kilometer een.
Het is zoals Karel zei: 'Auto's worden steeds beter, er blijft voor ons weinig werk over. Roel was achter in werkplaats bezig met een oude Porsche-motor. Eigenlijk een vliegtuigmotor, leerde ik, omdat de uitzettingscoefficienten van alle metalen precies op elkaar waren afgestemd. ''En dus geen pakkingen meer nodig''.
Ik zal het nooit meer zeggen. Een auto is geen ding.

Zak Patat

Op het trottoir aan de overkant gaat de etende mens voorbij. De altijd hongerige, met een dik besmeerd stuk stokbrood, een candybar of jawel, een ouderwetse zak patat. Niet zo 'n naar plastic bakje met een vakje voor de mayo. Waar voorbijgangers ooit de ene sigaret aanstaken met andere lopen ze nu te kauwen. Wat vroeger  een ''tussendoortje'' heette is deel geworden van een dagvulling. 

Er moet iets gestild worden. Zou dat honger zijn of mankeert er wat anders? Wat de vraatzucht goed moet maken leer je ook niet in de tv-programma's van Amerikaanse dokters, waarin wanstaltig opgezwollen medemensen te horen rijgen dat ze - als ze zo doorgaan - nog maar drie maanden te leven hebben. Er zijn twee mensensoorten ontstaan, de dikke en de dunne. Grappig zijn de dikke niet meer, zoals Oliver Hardy.  

Maar ook in mijn hoofd heeft die zak patat postgevat. 15 cent tegenover het halvemaantje, Laan van Meerdervoort, eind Savornin Lohmanlaan, de eerste in Den Haag-West. Een caravan net een altijd rokend pijpje erop.

En dan denk ik aan de meester aardappelschiller, die hele dagen werkte in de tent bij het eindpunt van lijn 26 in Amsterdam. Nooit een lintje, nee, maar hij had op z'n minst een verhaal verdiend in het socialistisch leesboek 'Helden van de dag, werkers voor ons allen'. 

Verstopppen

Wie niet weg is is gezien. Zodra ik schrijven kon begon ik de buurt in kaart te brengen in een geheim schrift. Verstopplaatsen, vluchtroutes, want je wist nooit. Mijn plattegronden met stippellijnen en pijltjes mocht niemand zien. Er waren zelfs twee ondergrondse hutten en een boomhut. Die laatste was een vergissing, in de herfst vielen de bladeren af en werd de hut voor iedereen zichtbaar.

Een leven van spieden, de vijand nauwlettend in de gaten houden (de vijand kan overal zijn, zomaar uit het niets opduiken, wie hij is weet je nooit zeker, al zijn er vermoedens).

In de films die ik zag was altijd wel iemand op de vlucht en moest zich verbergen. Ik verbaasde me erover hoe onhandig volwassen mannen dat deden. Ze kenden de oude lessen van het verstoppen niet! Het 'zien zonder gezien te worden' (het oude credo van Zorro), de gouden regel van het om een hoekje of van achter een boom de vijand gadeslaan, daarbij vergetend dat wie kijkt zich ook laat zien. 

'Pas op, achter je', wil je domme filmsterren steeds wel toeschreeuwen. Nee, ze hebben niet onthouden dat ''blijf zitten waar je zit en verroer je niet'' de boodschap is. Zo heb ik vele uren in een boom gezeten tegenover de school waarvan ik spijbelde. Niet ontdekt, maar koud dat ik het kreeg op die hoge tak. Ik hoor de klassen nog te tafels opzeggen en liedjes zingen in hun warme lokalen. En ik kreeg honger. Een goede raad dus aan alle ontsnappers: zorg voor wat mondvoorraad en een plek waar je niet sterft van de kou. En ijk nooit om hoekjes.

Mogelijkheden

Europa wil een standaardoplossing voor apparaten. Een standaardoplader. Na een hele ochtend prutsen en bellen met helpdesks krijg ik toch RTL7 niet op mijn tv, terwijl daar toch het mooiste voetbal wordt uitgezonden. En als het nu de eerste keer was. Wat doe je, als amateur? Aan en uitzetten, er harde klappen opgeven. Niks, en dat de gesprekken. War zier u nu? Geen RTL7. De student dan? Mijn vriendin zitte de gesprekken voort, wat eindigde met een monteur, die morgen zou komen.

In de BBC-radiotudio's, dat mooie stenen schip, hadden ze ooit in alle hokken de zelfde microfoon. Ging er een stuk dan haalde je een andere. Toch verdwenen ze. Machtig gebouw, waar alle portiers en baliemannen oorlogsinvaliden waren. 

De  inwisselbaareid van mensen is nog ver, maar Willem Alexander en echtgenote? Daar zijn er toch steeds meer van? Tot en met het uitpuilen toe.  Valt er eens openbaar personage weg dan staat er zo een ander. Jansen en Jansens ontstonden doordat de vader en oom van Herge de zelfde hoeden droegen en allebei met een stok liepen. Omdat ze daar zekf aardigheid in hadden. De drang te zijn als anderen is sterk, behalve dat er dan net een klein, onderscheidend verschil moet zijn, een kroontje of hoedje. Als Jansen en Jansens dat niet niet hebben, volstrekt identiek zijn, is dat grappig. Als morgen de monteur koimt - als ie komt - verwacht ik dat hij zal zeggen ''ó deze, die wordt niet meer gemaakt hoor. Maar er is een nieuwe, met veel meer mogelijkheden'.

Wacht u voor dat woord: 'mogelijkheden'.

Pagina's