Randy Newmans F-akkoord

 Bij onze eerste ontmoeting, voorafgaand aan de televisie opname in het Spant in Bussum, in 1972 vroeg ik Randy Newman onder meer of hij ooit een ander instrument had gespeeld dan piano. Eerst zei hij nee, daarna vertelde hij over zijn gitaarles in een klasje huisvrouwen. Dat begon met het C-akkoord en het G-akkoord.

 Maar daarna kwam het F-akkoord: 'Dat was erg moeilijk'. 'Ah.' zei ik, 'dat is een vinger voor twee snaren.

'Juist, one finger for two strings.'

Terwijl de huisvrouwen hun F-chords oefenden' bleef Randy steken, met blaren op zijn vinger. Wat nu?

Er kwam een s­choolorkestje. Hij speelde al veel piano, thuis, maar in het schoolorkest was de piano allang geclaimd door vlijtige meis­jes. En hij was verlegen. Wat moest er nu met Randy? Zo werd hij gebombardeerd tot drummer.

De juffrouw had weinig verstand van drummen.

Er kwam een voorstelling voor de ouders, waarin hj moest meespelen en waar ook een schoolinspectrice naar kwam kijken.

Die achteraf tegen de juffrouw zei: 'Zo vreemd, ik heb nog nooit een drummer gezien die met allebei zijn handen precies het zelfde deed.'

Tags: 

Achter je neus aan

 Kun je wandelen, maar ook schrijven. Zonder vooropgezet plan of doel. Je moet natuurlijk wel een neus hebben die de moeite is, die gaat waar het hem of haar invalt. Bevrijd van verhaaldwang, van tegemoetkomen aan wat men van schrijfsels zoal verwacht. En dat is veel. De kans dat je in ongenade valt blijft dreigen. Robert Walser (1878-1956) ontworstelt zich in zijn laatste 'Roman' behendig aan de verhaaldwang. Hij springt van de hak op de tak terwijl je hem toch blijft volgen, benieuwd wat er nu weer in zijn hoofd zal opkomen. Ik lees hem in de uitstekende vertaling van Machteld Bokhove. Ik volg Walser en zijn alter ego 'De rover', de verhaaldief:

 'Het schijnt dat hij net zo veel van wijndrinken begrijpt als Sancho Panza, wiens ouders wijnboeren waren. In de wijn ligt een soort recht op superioriteit. Als ik wijn drink, begrijp ik vroegere eeuwen, ik vertel mezelf dat die ook uit huidige situaties hebben bestaan en uit 't plezier je daarop in te stellen. Wijn maakt je tot kenner van de werelden van de ziel. Je eerbiedigt dan alles en eerbiedigt ook weer niets. In wijn schemert kiesheid. Ben je een vriend van wijn, dan ben je ook een vriend van vrouwen en een beschermer van wat hen lief is. De betrekkingen, ook de meest verzwegene, die er tussen man en vrouw bestaan, springen vanuit het wijnglas als bloemen voor je open.'

Tags: 

De clown in wie we opgroeiden.

Het idee dat kinderen soms zo grappig zijn zit ook in 'Fantoommerrie', de nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld. Bijvoorbeeld in zo'n gedicht als 'De clown in wie we opgroeiden.' Een wereld van misverstand.

 'We zeggen dat berouw een laagje margarine is op onze

boterham, vanaf nu blijft alles plakken. sussen de

schrik zijn mand weer in, braaf zijn de dingen die zonder ons

geen identiteit meer hebben. Neem stoel die zonder gast een

stuk hout is met de leuning als vaders zwijgzame rug, dat die

rug zonder kennis van vader en vergeten om te kijken enkel

een muur maakt, de hond wat vacht, in het verval schuilt de

zelfredzaamheid. We zijn bang nu de clown in wie we opgroeiden

bij de oksels is gaan knellen de vrolijkheid uitgelachen nu er

koortsachtig aan het poppenhuis geknutseld wordt. Wat niet

meer te lijmen is stoppen we in een schoenendoos totdat we de

schoenendoos weer nodig hebben voor schoenen of andere niet

lijmbare dingen: zelfs scherven verliezen op den duur hun breek-

baarheid. We hebben al jaren geen publiek meer maar zien nog

steeds bleek, planken in onze koppen getimmerd en vader - bij wie

het applaus ingebouwd zit als een klapperend kattenluik - vraagt

wie er met de cornlakes heeft geknoeid. Hij zegt dat de meeste muizen

die in de val lopen hun nek of rug breken en als we dromen horen

we de scharniertjes piepen, het dichtklappen van de beugel, wie

hier intrapt heeft geen huis om op te geven. In de avond snijden we blokjes oude kaas ter grootte van ons zelfbeeld, leggen ze met een

pincet op het houten plateautje, het podium van de dood en stellen

met het dekbed tot onze kinnen de vraag: hoe verbeeld je een

engel als het steeds maar bewolkt blijft?'

Luik-Bastenaken

 En het regende côte op côte af. Ik wachtte tot ik het Hotel de la Grotte zou zien, waar ik een paar keer logeerde. In vergane luxe, met verwarmingsradiatoren in art déco behuizingen. Naast de grot van Remouchamps.

 De Ardennen roepen vocht op. Het behang laat er los. Het komt nooit meer goed.

 Ik wachtte op de doortocht van de wielrenners van Luik-Bastenaken, op weg naar La Redoute, vroeger de beslissende klim, tot de aankomst verlegd werd naar Ans, bovenop het Maasdal, aan het eind van een idioot steile stijging. Die helaas uit het parcours geschrapt is.

 Het Hotel de la Grotte waar eens behalve mijn vriendin en ik een Nederlands 'echtpaar' logeerde waarin ik Frits Hotz en zijn zuster - bij wie hij immers inwoonde - moest herkennen. Dit waren geen getrouwde mensen, dat zag je, maar ze konden het goed vinden tussen de coniferen in koperen sierpotten, net als wij. Bij de 'Truite aux amandes'.

 We zagen de wielrenners voorbijschieten. Hotz keek er niet naar om.

 Vandaag, in de Ardeense regen, kwam de route ook niet meer voor het Hotel de la Grotte langs, maar maakte een bocht er langsheen naar de Amblève. Om zo toch bij La Redoute aan te komen. Waar niets meer gebeurde omdat het parcours verlegd was. Het woord is betekenisloos geworden.

 Een Deen met poëtische naam Jakob Fuglsang won, geen Vlaming. Vlamingen gebruiken bij verlies graag en veel hun woord voor teleurstelling: 'ontgoocheling'.

Koffietent

 In een Haags krantje dat 'Indebuurt' heet vertelt Joyce Hoogland hoe het komt dat er in Den Haag kofffietenten zijn en in andere steden niet. Houten, bouwkeetachtige, kapsonesloze gelegenheden waar je behalve een bak pleur ook een frikandel of een kroket kunt krijgen. En friet.

 Ze staan vaak op onverwachte plekken als een middenberm. Overal in de stad. Ook naast het Gemeentemuseum.

 Je kunt er om zes uur in de ochtend al terecht. Je ziet er dan werklui die op weg naar hun klus nog even iets meepakken en de Telegraaf inkijken. Veel geparkeerde busjes van bedrijven.

 Vroeger, vertelt 'Indebuurt' kregen ze in de kroeg hun salaris uitbetaald, waarna het opging aan drank. De Bond tegen Alcoholmisbruik richtte daarom alcoholvrije koffietentjes op en de arbeiders kregen daar hun loon. De koffie kostte maar een paar cent, dus het meeste salaris ging dan wel mee naar huis. Je brood kon je er tussen de middag ook opeten.

 Mijn favoriet is gesloten die lag aan de Pompstationsweg – zie ‘Niemand bleef’ van Alfred Birney - achter de Van Alkemadelaan, waar vroeger het treintje naar Scheveningen reed. Maar minstens zo mooi is ‘De Boshut’ aan de Badhuisweg. Honden, kroketten, wat je maar wil.

Tags: 

Wind

 Wind is onzichtbaar, je ziet alleen wat hij aanricht. Frans Kuipers schreef de bundel 'Alles waait' die veel oproept. Van Panta rhei, tot 'De wind dat hemels kind', uit Hans en Grietje. Dit gedicht is titelloos:

'Eens ging ik naar buiten om te zijn in het toeval van de straat.

Ik wilde mijn liefde verklaren aan de samenloop van omstandigheden.

Ik wilde de wind, aanjager en zaaier,

de wind in mijn haar, mijn voorbijgangerschap vieren.

Ik wilde het toeval, geheim van de ontmoeting,

dynamiek van de straat, duizend-en-een draaiende

raderen van avontuur en de ziel van het lied, mijn liefde verklaren.

 

En ooit zette ik mijn kraag op en liep gebogen dwars tegen het lot in.

'Maar dat kan helemaal niet, amigo,' zei de schaduw

maar ik had genoeg van schaduwen en alles wat kon en niet kon.

Ik beriep mij op Monk, Mingus, Durruti, Artaud,

op de ogen van zuigelingen, zo wijd opengesperd soms,

ogen waarin de wereld nog schreeuwend visioen was.

Op de stilte van een paar verloren ogenblikken beriep ik mij,

op de herinnering aan de stilte

van een paar verloren ogenblikken en op de trouw gezworen daaraan.'

Ezelsbruggetje

 Het ging over onderwijs. Hoe wel? Hoe niet? Wat ging er mis? De ezelsbruggetjes bleken verdwenen. We begonnen met de plaatsing van de komma's. Ik riep de stem van Dr.B.C.­Damsteegt op, die als een mantra bleef repeteren: 'Lijn 3, die door de Zoutmanstraat rijdt, gaat naar Staatsspoor.'

 We zijn in Den Haag. En het gaat om de plaatsing van komma's. Veran­der 'Lijn 3' in 'De tram', dan verdwijnen er twee komma's en wordt de zin: 'De tram die door de Zoutmanstraat rijdt gaat naar Staatsspoor'. Tot de dag van vandaag hebben lijn 3, de Zoutmanstraat en de stem van Damste­egt me bijgestaan. En nu pas leer ik van een taalkundige dat het gaat om 'bijvoeglijke bijzinnen', waarbij in de 'uitbreidende variant' komma's worden gebruikt en in de 'beperkende' juist niet.

 Ik kom hier op door het lezen van de dagboeken (2005-2011) van Hagenaar Alfred Birney, waarin hij oa. geneest van een cardiologische ingreep - dotteren - in maart 2006 en veel heen en weer fietst naar de Watertoren en Scheveningen. Verder weinig cardiologie. Toch veel voor mij herkenbaars.

 'Zwaailichten jengelende sirenes boven de ambulance, ziekenbroeders die met elektroden op mijn lijf in de weer zijn en vragen stellen als 'Rookt u?' Maar ik was ze al voorgeweest met de vraag 'Ga ik dood heren?'.

 Ikzelf had toen ik in de ambulance lag nog een vraag over die sirene. 'Waarom dat zenuwengeluid,' vroeg ik, 'het is toch doodstil op straat'. 'Dat is voor de collega's,' zeiden ze, 'die komen soms, ook op topsnelheid, van een andere kant, laatst nog, dat was een forse klap.'

Tags: 

Voorval

AVONDLOG - Voorval. Wat is een voorval? In het verzameld werk van Daniil Charms is er een hoofdstukje met dertig stukjes onder de titel Voorvallen. Geen verhalen, gedichten, scenes  of andere teksten, al kan een Sonnet bij Charms ook een voorval zijn. Een voorval doet zich voor,  onverhoeds. Overvalt de betrokkenen. Er  zit een zekere logica in, om dat woord maar te gebruiken, al strandt elke poging tot verdere uitleg meteen. Ik haalde al ‘De naar buiten vallende oude vrouwen’ aan. Het klopt. Maar hoe? Vandaag kom ik bij (10) Voorval met Petrakov:

 ‘Op een keer wilde Petrakov gaan slapen, maar hij ging naast het bed liggen. Hij kwam zo hard op de grond terecht  dat hij bleef liggen en niet meer kon opstaan.  Daarop verzamelde Petrakov zijn laatste krachten  en ging op handen en voeten zitten.  Maar zijn krachten begaven het en hij viel weer op zijn buik en bleef liggen. Petrakov  lag een uur of vijf op de grond. Eerst lag hij daar maar zo, daarna viel hij in slaap. De slaap sterkte Petrakovs krachten. Hij werd volkomen gezond wakker, stond op, liep heen en weer door de kamer en ging voorzichtig op het bed liggen. Zo, denkt hij, nu ga ik eens even slapen. Maar slapen lukt niet meer.  Petrakov wentelt zich van de ene zij  op de andere  en kan maar niet in slaap komen.

Dat is eigenlijk alles.

21 augustus 1936 (Vertaling Jan Paul Hinrichs

Tags: 

Héloïse is er

 Hoe ging het verder met Héloïse en Simon, die in het oorlogsjaar 1945 'moesten trouwen' omdat er een kind kwam, zoals Monika Sauwer het heeft beschreven in 'Een liefde in 1945'?

 Hoe was het om als kunstacademiestudenten met hooggestemde ambities te moeten inwonen bij een schoonmoeder, met chronisch geldgebrek, zelfgemaakte kleren en een baby. Hoe rook het uitkoken van luiers?

 De neus, de vingertoppen, daar huist het verleden. Die hebben een beter geheugen dan de stortvloed van films en foto's van vroeger, waaronder we in deze tijd bedolven worden.

 Daar leeft het leven van toen voort. En heel soms weet iemand het uit brieven en eigen ondervinding weer tot leven te wekken. Zoals Monika Sauwer doet dat in Héloïse’, op basis van vele bewaarde brieven en eigen herinneringen.

 Uit een tijd waarin het dagelijks leven zo volkomen anders rook en aanvoelde dan nu.

 Het boek is er nu. Te bestellen door een mailtje naar Uitgeverij Avanti, yolnus@xs4all.nl

Tags: 

Droomverhaal

 In slaap gevallen in de zon, terwijl ik de vertaling van Emile Zola's Au bonheur des dames las, overk­wam me het volgende:

 Af en toe viel het boek op de grond en schrok ik wakker uit mijn dommel, zocht terug waar ik gebleven was en merkte dat het verhaal van verkoopster Denise in mijn slaap ongedachte wendingen had genomen, ver verwijderd van de loop van roman.

 Terwijl de versie van Zola - zover ik die gelezen had - er tegelijk doorheen was blijven spelen.

 Zodat er een - in mijn ogen - verbeterde versie van de zondagse roeitocht van de verkopers en verkoopsters van Au bonheur des dames over de Marne was ontstaan. Dromeriger, vol flarden fantasie zonder veel samenhang, maar wel meer wat Denise zich van de roeitocht had voorgesteld.

 Waar was ik gebleven? Of hoefde ik daar niet naar terug?

Tags: 

Pagina's