Eb en vloed

 Binnen een jaar kan het er staan. Zegt Thom Mercuur, eerder stichter van het Belvedère Museum in Oranjewoud.

 Ik zag zijn bidboek dat ie voor de provincie Gronin­gen maakte: een kunstpaviljoen, in de haven van Lauwersoog. Een vliegende schotel, geland bij de aan­legsteiger voor de boot naar Schiermonnikoog, aan het zeegat, op de grens van land en water. Ontworpen door Gunnar Daan.

 Eb en vloed. Zo zal het heten. Net als zijn afscheidsten­toonstelling drie jaar geleden in Oranjewoud. Volgende week ga ik naar hem toe voor de Avonden. Dan zal ie het me voor ogen toveren. Zie de tekening: het wordt rond en staat op palen boven de getijden. Twee verdiepingen. Op het dak komen zout­min­nende planten. Daaronder eten en drinken, uitzicht en een per­manente kunstcollectie, maar ook ten­toonstellingen.

 Zeeschilders bij de vleet. In het bidboek zie ik al Jan Roos, schilder van de haven van Harlingen, maar ook zijn vriend Roger Raveel, Klaas Gubbels, Robert Zandvliet en Constant Permeke uit z'n verzameling. Het wad van Thom Mercuur reikt tot ver langs de Franse kunst. Dit is het plan, de kans dat het doorgaat groeit met de dag.

Tags: 

Troep

 Het let nauw, de esthetiek van troep ligt gevoelig. Vanavond voer Hans Goedkoop in de Gouden Eeuw-serie met een grachten­reinigingsboot mee.

 Met wat daar werd opgehaald was Karla Black verguld geweest. De Schotse die vanaf vrijdag haar troep-werken exposeert in het Haagse Gemeentemuseum. Want de schoonheid van verval is bijna een dood onder­werp. Wat maar schilderachtig schilfert, afsterft, inzakt, verroest en verzakt was decennia lang favoriet, vooral bij fotografen. Het herinnerde je - zeiden de geleerden - in een opgepoetste wereld aan je ver­gankelijkheid.

 Voorbij, afgedaald naar het stan­daardrepertoire van de vakan­tiefoto. Maar je hebt troep en troep. Zoals je schoonheid en schoonheid hebt. Waar zou de nieuwste tache de beauté te vinden zijn?

 Karla Black werkt met alledaagse onprettige materialen als tape, cellofaan, talkpoeder, folie, plastic zakken. Spul uit een jaren niet uitgeruimd gootsteenkastje - minst geliefde plaats van een huis - of toilettas. Stinken moet het ook. Benieuwd of er muizenkeutels tussen zitten.

Tags: 

Fotorechten-chaos

 De leuke en behulpzame site literairedebuten.nl stopt ermee, na een gepeperde rekening van een fotografe. Hoe zit dat?

 Twee jaar terug begon de site debuten te bespreken. Dertig erkende schrij­vers deden mee. Inmid­dels zijn 110 debuten besproken en maandelijks door 1000 lezers bekeken. Bij elk stukje staat een postzegelfoto van de schrijver. Hans Vervoort, initiatiefnemer: 'Foto's met een duidelijke vermel­ding van fotograaf of IPTC/EXIF‑gegevens (aan het fotobestand gekoppelde informatie over o.m. copyrights) nemen wij niet over, bij de andere nemen we aan dat ze (in elk geval in thumbnail‑formaat) tot het publieke domein behoren. Zodra een fotograaf bezwaar maakt wordt die direct van de website gehaald.'

 Maar nu vroeg opeens een fotografe (Quintalle Nix) 968 euro voor minifoto's van drie auteurs die zonder naam of copyright‑­teken op de site van uitgever Nieuw Amsterdam ston­den en een foto van een schrijver van Augustus waarbij de fotograaf wel was gemeld, maar niet vlakbij de foto, en daardoor over het hoofd gezien. De foto's werden meteen verwijderd maar mevrouw Nix handhaafde haar rekening. En dat betekent het eind van de site, die geen inkomsten heeft.

 De fotografe staat in haar recht. Zelfs op anoniem op internet geplaatste foto's zitten rechten. Vervoort heeft het bedrag dus uit eigen zak betaald. Wel vindt hij dat fotografen meer hun best moeten doen om hun naam bij de foto's te zetten die ze op internet publiceren. En ook dat uitgevers er wat voor over moeten hebben om de thumbnail‑portretjes van hun auteurs gratis overneembaar te maken. Anno 2013 moeten schrijvers het immers erg hebben van sociale media. Het blijft een idiote situatie.

Tags: 

Jan Snijder (2)

 Wat is een landschap? Zet je voeten erin en met elke stap verandert het. Al lopend schep je een wereld. Daarover kun je praten met Jan Snijder.

 Het getijdenlandschap van het wad wordt bij hem lichamelijk, tastbaar.  Van water tot modder tot vaste grond. Zand, blubber en al wat daar tussen ligt. Plus de vogels die daarin thuis zijn. 't Is maar goed dat verf - in zijn geval eitempera - zo mooi tussen vast en vloeibaar zwerft. Lagen over elkaar, dik en dun.

 Snijder wandelt waar hij woont, op het wad en over de eilanden. Zijn schetsboeken zijn zelden direct materiaal, meer om zich in te prenten. Eenmaal thuis komt de improvisatie. Het oproepen van de ervaring, en tegelijk wat die losmaakt. Het knipperen tegen de zon. Jan Snijder spettert je van het doek tegemoet.

 Maar die spontaniteit is schijn. Hij werkt met het doek op de grond. Zodat ie heel vloeibare verf kan gebruiken. Eitempera, waar je zowel olie als water aan kunt toevoegen en dat snel droogt. Ondanks alle de schetsen in het veld is er geen compositie vooraf. Die ontstaat al doende. En is nooit panoramisch, Snijder kiest altijd voor één scène. Morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Jan Snijder (1)

 Ontmoette ik vanmiddag in het Tripgemaal in Gersloot, samen met Thom Mercuur die daar zijn werk heeft opgehangen. Temidden van wat wel de grootste verzameling lokeenden ter wereld moet zijn.

 Alles klopt. Jan Snijder hoort tot de schilderskring die Mercuur om zich heeft verzameld. Snijder is een waterschilder. Hij vertelt hoe hij urenlang aan waterkanten doorbrengt. Water ziet er altijd anders uit, en lang niet altijd als water. Zijn indrukken krabbelt hij in schetsboekjes, net als Isaac Israels dat eens deed. In zijn hoofd ontstaat gaandeweg het idee voor een momentopname. En later, in het atelier krijgt dat moment vorm. En ontstaat er een schilderij dat eruit ziet of het aan de waterkant vliegensvlug, nat-in-nat op het doek is geslingerd.

 Maakbare momenten. Die de hurkzit aan de waterkant bewaren, de eeuwig andere beweging van deining tegen basalt of verrotte paaltjes. Zoals hier bij wat wel een wak lijkt waar eenden samenscholen. Of? Waar bij anderen strakke horizonten hun wil opleggen is bij Snijder alles voortdurend in beweging. Onuitputtelijk landschap.

Voetafdruk

 Op gedichtendag, 31 januari as. verschijnt de debuutbundel van Bernke Klein Zandvoort 'Uitzicht is een afstand die zich omkeert'. Gedichten waarin stad en land verrassend gaan leven. Een voorpublicatie:

 over de steile heuvels vlokken schapen

een colonne koeien probeert een wolk voor te blijven

die zijn reusachtige schaduw op het gras achter zich aan trekt

over een slobberweggetje klim ik, een emmer

in zichzelf klotsend water, de heuvel op

 

het land afduwend zoals vanuit een vliegtuig

de wereld langs een diagonaal wegdrupt

een slinkend stuk grond waarop mijn schaduwen elke dag

kruispunten maken waar ik sta

 

tegen alle gele bloemen zeg ik dat het boterbloemen zijn

omdat ze groeiden langs de sloot en al het goede in mijn hoofd

door slootkanten wordt omrand

een linie bosrand in de verte gaat met mijn stappen op en neer

 

als ik op de schuine zijde sta

dan ligt ergens in de aarde een loodrechte hoek

 

vier hoeken maken een panorama van 360 graden

korrelig zicht en kolkende aarde

waarboven de koeien van Pythagoras vooruit sloffen

en een wolk, die reist over land

met z'n schaduw een aanraking simuleren kan

Extaze

 Er bestaan veel soorten stilte. In het nieuwe nummer van ons jongste literaire tijdschrift schetst bedenker Cor Gout een 'Stiltecoupé'. Tegenover hem zit een Surinaams meisje te bellen: 

 '...hoewel het gesprek, zoals dat heet, 'nergens over gaat', zou ik het van a tot z kunnen navertellen. 

 Nadat het gesprek is beëindigd en het meisje op de afsluit­toets heeft gedrukt, houdt ze het telefoontje enige tijd in beide handen recht voor zich uit, als verwacht ze een volgend gesprek of denkt ze na wie ze nu eens kan bellen. Het apparaatje in haar handen is een ding in handen van een kind: iets onmiddellijks en tevens een gelijkenis: een ruimte met familieleden, vrienden, kennissen, relaties en dienstverleners. Met een mobieltje in handen bestaan de treincoupé en zijn geboden niet.

 Vooralsnog zwijgt het telefoontje en zo te zien weet het meisje niet wie ze zal bellen. Ze legt het ding op haar schoot en kijkt wat verveeld voor zich uit. De stilte die zich van de coupé meester maakt is vervullend. Alsof hij is volgestopt met dons...'

 Cor roept in een paar regels een tijd- en plaatsloze stilte op, zoals dat alleen in literatuur kan. Opeens ben je nergens meer.

 ps. Op 31 januari (Gedichtendag) is de doop tijdens een Extaze-feest in het Haagse Pulchri Studio, met oa. optredens van Wim Brands, D.Hooijer, Tuncay Cinibulak, Harrie Geelen, Babette Wagenvoort en Olphaert den Otter met film, tekeningen, muziek, poëzie.

Mies Merkelbach

 De fotografe die in 1985 overleed nam de fotostudio van haar in 1942 overleden vader over.

 Nu pas hoor ik hoe hectisch die tijd was. Bovenop het Hirschgebouw stond Duits afweergeschut, terwijl Mies daaronder foto's maakte voor valse persoonsbewijzen. In 1967 zag ik dus een van de laatste studiofotografen aan het werk. Die wist van pose. Ook die van de acteur of literator. Van de fotostudio als podium. Uitlichten. Nog net meegemaakt hoe dat ging. Achteloos legde ze je handen waar ze moesten liggen, schikte, duwde je rug recht.

 'Kijk maar naar dat raam. Ja, zo blijven zitten.' Je ziet ons wat verstrakt kijken. Maar haar gezag was groot. Ze had Wilhelmina nog gefotografeerd in 1948. Een heel goede foto. Kijk maar op de beeldbank van het Amsterdams Stadsarchief onder Merkelbach.

 Arie Schippers heeft een serie schilderijen gemaakt - puur uit belangstelling voor wat verdween - van vooroorlogse letterkundigen in pose: hand onder de kin, vorsende blik. Van zo'n portret, het beeld dat van je rondging vóór tv, hing zoveel af. Sinds de snapshot is dat weg. Tenzij de schrijvers zichzelf een pose aanleren. Conny Palmen, zo zei Klaas Koppe eens, kan anytime overschakelen op Conny Palmen.

 Erg benieuwd wat er boven water komt als straks alle Merkelbach-glasplaten gedigitaliseerd zijn.

Tags: 

Handen

 Twee foto's gemaakt door mevrouw Mies Merkelbach (1904-1985), dochter van Jacob, die de Studio Merkelbach dreef, gevestigd op de ruime zolder van het Hirsch Gebouw aan het Leidseplein.

 Een fotostudio, gespecialiseerd in toneelspelersportretten en mode - schuin tegenover de Schouw­burg en boven het modehuis waar de beroemde eerste Nederlandse mannequins Ippy en Gertie (1916-1919) werkten.

 Vanmiddag op het Stadsarchief met Anneke van Veen, die een tentoonstelling en een website voorbereidt, een blik mogen werpen op een van de pakweg 14.000 Merkelbach-glasplaten daar. Dat kwam, het ploegje jonge radiomakers dat in oktober 1967 in die zelfde studio werd gefotografeerd door Mies Mer­kel­bach - voor een visitekaartje - hoorde tot haar laatste klanten en er komt een ten­toonstel­ling.

 In een filmpje van Juri Voogd legde ze haar werkwijze uit. Een kwestie van regie. Eerst je onderwerp leren kennen, dan een passende pose. We werden met resolute geba­ren - geestig maar beslist - als tableau vivant neergezet. Met een grote nadruk op handen. Sprekende handen. Waarachtig, ze had ons dóór. Nog steeds denk ik 'typisch Peter Flik, Jan en Nico Haasbroek en ik'. En nu weet ik: handen. We waren zo onder de indruk van de studio dat we mevrouw Mies eerst vroegen de stokoude gipsen decorstukken van haar vader nog één keertje te gebruiken. En daarna of ze er ook zelf op wilde. Met zelfontspanner gebeurde dat.

 De website wordt op 4 april as. gelanceerd. Op 13 september komt het Stadsarchief met een tentoonstelling en boek gewijd aan Merkelbach.

Tags: 

Carlijn Mens (2)

 Carlijn Mens heeft totnutoe installaties, tekeningen en foto's gemaakt over het spel van licht en schaduw. Dit is bij mijn weten voor het eerst dat ze verzeild raakt in de diepduistere gronden van haar thema.

 In het GEM moet je ze wel zien. Een hele wand vol gestalten. Een zeecontainer met 60 Chinezen erin. Het lijkt een röntgenfoto, maar bestaat uit afdrukken van menselijke lichamen gemaakt met houtskool.

 Hier maakt ze de sprong van nieuwsfeit en rechtszaak naar uitbeelding in licht en schaduw. Aan de andere wand hangen de stukken: de getuigenis in vier droge pagina's van een van de twee overlevenden. De dagvaarding van het openbaar ministerie, krantenknipsels, de huiveringwekkende foto's van wat te zien was toen de container openging: rijen lijken van gestikte asielzoekers.

 Afgewisseld met zwartwitte foto's die illustreren wat licht en schaduw kunnen verhullen en laten zien. Zelfs een filmpje van de schaduw van een dansend klein meisje. Maar ook primitieve kartonnen maquettes van de container. Dozen, ja. Met mensen erin.

 Het ongewisse schaduwrijk. Het ijle piepen van de schimmen zoals Homerus het al in de Odyssee beschreef naast de zonnevlekjes op idyllische zomertaferelen of de opwinding van het nachtleven. De hel bestaat.

Tags: 

Pagina's