Parijs-koorts

 Mijn kind-Parijs bleek laatst niet veel te verschillen van het Parijs van het jongetje met de rode ballon uit de film waar Piet Schreuders een nummer van Furore over maakte.

 Behalve dat mijn Parijs onder de grond lag. Mijn vader bezo­cht musea, mijn moeder moest doen wat ik zei. Wat heb ik haar misleid! Zo kwam het dat wij een ganse dag met metro's reden. Onder de grond. Volgens een strikt plan waar ik niet van afweek.

 'Kunnen we niet een wandeling maken ergens?'

 Dat was steeds om redenen onmogelijk. Thuis had ik dit voor­bereid. Er waren hoogtepunten, zoals de Quai de Grenelle waar hij in het liedje van Charles Trenet 'sort de son tunnel'. Natuurlijk mochten die gedeelten waar hij zich boven de Boule­vards verhief soms meedoen.

 'Kijk,' zei mijn moeder.

 Maar we zakten alweer ondergronds.

 Het was prachtig, ik verzonk in de bewegwijzering, de schema's in glim­tegeltjes, de geur van ozon. Toen ik tenslotte uitgeput in m'n bed in Hotel Universel (goud­en letters, bij Clichy) wegzakte was het donker. Dat bleef het. Ik hoorde ze in de diepte.

Tags: 

Marilou van Lierop (4)

 Op Art Rotterdam gaat het gebeuren en vast staat: Marilou van Lierop is er, van vijf tot en met tien februari. Nieuw werk van Marilou!

Open vanaf dinsdag vijf, van 16.00-21.00 en dan alle dagen van 13.00 tot 21.00 
In de Fenixloods 1, Veerlaan 9-13, Katendrecht-Rotterdam.
Later meer..

De flaneur als fantoom

 De veelbesproken flaneurs van Baudelaire - die je toch in dezelfde jaren '60 en '70 op de boulevards zou moeten zien - zijn bij Caillebotte nergens te bekennen.

 Toch, Walter Benjamin is er - later - voor in de lichtstad gaan wonen (vanaf 1933) en baseerde er een studie op, zijn Arcadenwerk. En wat dacht je, hij zag ze overal! Mappen vol knipsels van flaneurs legde hij aan. Vaak in reclame, als beschouwer van wat gezien wil worden. bij een duur café, als koper van een veelgeprezen tijdschrift of als bezoeker van de revue.

 Maar als passant - die ideale combinatie van nieuwsgierigheid, elegance en lanterfanten, zoals de Larousse van 1872 ze omschreef - zie je nooit. Wat ik ook op foto's kijk, geen flaneurs. En Cailebotte was er niet de man naar om ons te flessen. Zou de literatuur weer eens het uiterlijk van de wereld verzonnen hebben?

 Wie je wel bij Caillebotte ziet en op de vele 19de eeuwse foto's in Den Haag is de bedachtzame. Opmerkelijk: mannen-alleen in gedachten verzonken die over een leuning van een brug of van een balkon zomaar wat te staren. Maar dat is wel zowat het tegendeel van flaneurs. Het lijken beeltenisen van Caillebotte zelf. Verder die soms wandelechtparen, maar flaneurs zijn dat niet. Morgen in de Avonden meer.

 ps. De flaneur is literatuur. De Haagse journalist Mr. E.Elias voerde zichzelf in z'n column 'Flitsen van flaneur' (Het Vaderland, jaren '50) jarenlang op als een Haagse Baudelaire.

Gustave Caillebotte (2)

 Werd niet oud (1848-1894) en schilderde liefst mannen. Uitzonderlijk voor een impressionist die meer een 'painters painter' was.

 De tentoonstelling draait om het ineenvloeien van fotografie en schilderkunst. Een verstrengeling die nog steeds niet helder is. Je kunt zien dat de schilder altijd vanuit meerdere standpunten en gezichtshoeken z'n onderwerp benadert, terwijl de forograaf vastzit op dat ene punt van waar hij kijkt.

 Caillebotte probeert het gezicht over een boulevard compleet in z'n greep te krijgen. Met behulp van groothoek opnamen, fisheye vertekeningen, die hij dan weer in z'n concept inpaste. Natuurlijk komen nieuwtjes als het van bovenaf kijken, het hard 'in het vlees' snijden vaak uit de fotografie. Caillebotte's broer Martial was fotograaf, zelf gebruikte Gustave zijn toestel ook wel, maar hield dat liever geheim. Pas rond 1900 kon je er als schilder voor uitkomen. Maar hoe? Dat bleef vakgeheim. Intussen begonnen de wetten van het perspectief te schuiven. Wat zien we? Waarom?

 Het moest anders. Was de foto daarbij hulpmiddel of uitgangspunt? Het eerste lijkt me toch.

Tags: 

Gustave Caillebotte (1)

 Is de beste regenschilder die ik ken. Zoals nu te zien in Den Haag op 'Een impres­sionist en de fotografie'.

 Parijse boulevards met regenglimmers op de kasseien. Paraplu's. Ik ken geen ander die het beeld van de vrouw en haar paraplu zo heeft neergezet. Mooie vrouw in lelijk weer. Nog het best als ze aankomt over een ijzeren brug met klinknagels. Die haar sierlijkheid onderstreept. Ik noem dat Caillebotte‑bruggen. In Frankfurt is er eentje am Main, van de musea naar de binnenstad. Ik had het geluk er te zijn bij regenweer. En daar kwamen ze, met hun Regenschirme.

 Gustave Caillebotte is het soort schilder dat beelden voor altijd benoemt. Niet dat hij het Parijse balkon ‑ liefst op een hoek van een viersprong waar de straten elkaar schuins snijden, zodat er op de scherpe hoeken fraaie architectonische oplossingen gevonden werden vol stenen godinnen, heeft bedacht, hij is er wel mee vereenzelvigd.

 De flaneurs van Baudelaire - toch in dezelfde tijd op de boulevards - zie je bij hem niet vaak. Wel staan mannen opvallend vaak over de leuning van een brug of een balkon zomaar wat te staren. Morgen meer.  

Je kunt bellen (2)

 Het heeft nog een tijdje geduurd voor de hooggeleerde aan het emoticon was. Ook de genegenheidskruisjes kostten hem moeite.

 Spannend om het erover te hebben. Distinctiedrift heeft mij totnutoe weerhouden. Maarten Doorman, schrijver van 'Rousseau en ik' (vijf drukken) werd door zijn held - de eerste apostel van de spontaniteit - over de streep getrokken. En overwon zijn terughoudende natuur. 

 Ja, je kunt bellen, en je kunt ook niet-bellen, en zo het initiatief naar de ander schuiven, jezelf kostbaar maken. Bellen is een zwaktebod, het maakt afhankelijk van andermans grillen. Die ander kan kiezen of, wanneer en wat ie laat horen. Afwachtend wat jij prijs zult geven. Anderzijds, wie niet belt moet maar zien of de ander dat zal doen of niet. Telefoon en mail zijn een voortdurend machtsspel.

 Morgenavond in Maarten Doorman te horen in de Avonden

Tags: 

Roger Raveel (1921-2013)

 Is gestorven. Mijn interview met hem zal er niet zijn. Terwijl zoveel vragen resten.

 Dit 'Karretje om de hemel te vervoeren' uit 1968, te zien in het Raveel-museum in Machelen. Ja, je vervoert de hemel met behulp van een spiegel. Aan de achterkant van het museum, achter een graslandje ver­rijst een betonnen muur, beter een betonnen schutting, bes­taande uit betonnen staand­ers waar betonplaten tussen zijn geschoven. Raveel schildert de poëzie van beton.

 Lang na België zal er nog Belgische kunst zijn. Wat hebben Khnopff, Wiertz, Marc Sleen, Hergé, Franquin, Dodeigne, Kamagurka, Magritte, Marcel Broothaers, Jan Fabre, Spilliaert, Ensor, Alys, Claerbout, en Willy Vandersteen gemeen? Taal scheidt ze niet. In de hal van het Raveel Museum - wondermooi, zo moet een museum - staat ook de oplossing van de Belgische kwestie. Het 'Ka­rretje om de hemel te vervoeren' (1968). Dit fietskarretje komt op veel werk van Raveel voor. Samen met de betonnen muur, de daken, de bones­taken. De spie­gel in de dekplaat zorgt ervoor dat het karretje de wolken, de lucht, de oneindigheid kan vervoeren. 

 Raveels karretje zal België redden.

AnsaldoBreda

 Zijn naam was Ernesto Breda. Zijn familiegeschiedenis doet denken aan die van Italo Svevo. Hij stichtte een machinefabriek die niet alleen locomotieven maakte, maar ook kanonnen en zelfs vliegtuigen.

 Zijn naam kwam ik tegen als aanlegger van het smalspoorbaantje in de kolonie Eritrea, van de hete Rode Zeekust naar de koele Italiaans ogende stadjes op 1000 meter hoogte. Korte tijd reed het weer, met twee locs, opgelapt door stokoude Eritrese mecaniciens die er voor de oorlog al op hadden gereden. Hoe het nu gaat?

 In 2003 kwam ik Pistoia binen over het spoorviaduct, zag dit locomotievenkerkhof en de ingevallen fabrieken rondom. In trance reed ik brutaalweg het bedrijfsterrein op en kletste me binnen. De mastodonten beklimmen, het koper betasten, de geuren van oude stoom. 'Enthousiasto di Ferrovia?' Alles was goed. En kijk, de Analoge kodakkleurtjes van roest, stuifzand, stel­conplaten en onkruid.

 Als we deze nou eens zouden oplappen en voor de Fyra spannen?

En nu komt volgens verwachting de reactie van Wim Bloemendaal: ''Die 940 van de FS op jouw fraaie foto heeft een maximum snelheid van 65 kilometer per uur. Hier zie er eentje in bedrijf.'' En nota bene in Garfagnana, bij Lucca, dal van de Serchio, waar ik vaak was..

 

Tags: 

Je kunt bellen (1)

 Heet de nieuwe dichtbundel van Maarten Doorman. Het gaat in deze regels om de schijn van wat heet bereikbaar­heid. Je kunt er knap gek van worden. Vrijdag is hij te horen in de Avonden.

 #

Het vliegtuig werpt zijn beeld niet in het water

uit ijdelheid.

Bel me.

Het meer spiegelt het vliegtuig niet

uit verlangen.

Bel me.

Het water wacht niet tot het over is.

 

En zoals vaak maakt de eerste regel van een gedicht de andere overbodig:

 

De perrons zijn altijd

op tijd.

Tags: 

Kunst

 Vanmiddag in Singer in Laren zag ik 'Van Cobra tot Dumas' de kunstverzameling van Victoria en Henk de Heus-Zomer.

 Verzamelen is Salonfähig. In het Cultureel Supplement van NRC-Handelsblad vertelden de van oorsprong gereformeerde mengvoer-magnaten twee pagina’s lang in alle eerlijkheid hoe adviseuse Debbie Wolf de lege muren van een nieuw huis voor ze had behangen. De kinderen waren het huis uit en golf of een zeilboot, nee - dwars tegen de kreten van hun kennissen in - werd het kunst. Je krijgt gesprekken voor je geld: 'Met kunstenaars gaat het ten­minste ergens over.'

 Ik dacht aan Heere Heeresma die bij gelegenheid zei: 'Zo is het. Niet goed, maar wel altijd geweest.' Al zagen de Medici aan hun plafonds toch liever wat opwindenders dan dit hier. Maar nee, geen geweld, porno of expliciet religi­euze kunst voor het echtpaar De Heus. Victoria: 'Ik kan het wel mooi vinden, of interessant, maar ik wil er niet met mijn glaasje sherry langs lopen.' Daarmee de kunstopvatting van de meerder­heid van ons volk en onze regeerders puntgaaf samen­vattend.

Tags: 

Pagina's