Naar dat project van ambtenaar en architect Ledoux ben ik wezen kijken en vooral ook naar de maquettes van zijn andere verzinsels. Want wat Ledoux gebouwd heeft is niets bij wat hij verzonnen heeft. Er zijn daar boeken te koop met prachtige ontwerpen.
'Functioneel' moest het zijn, en 'symbolisch'. Een 'architecture parlante'. Verbijsterd kijk je naar het idee voor een dodenstad. Een raamloos catacombencomplex rond een enorme gesloten bol, waaromheen, 'als planeten', radiale toevoegingen. Een lichtgat zit alleen boven in de bol, zoals bij het Pantheon in Rome. Dit noemt Ledoux 'l'image du néant'.
Groots, simpel, onmiddellijk herkenbaar in het landschap. Net als de enorme kanonnenfabriek met de vier piramidevormige smelterijtorens op de hoeken, of de brug over de Loue met pilaren als schepen. En het eveneens in de vorm van een grote staande cirkel bedachte 'atelier des ouvriers destiné's à la fabrication des circles'.
Het is, net als tientallen broertjes en zusjes, nooit gebouwd. En dat is als je het mij vraagt ook de essentie ervan. De architectuur van de geest. Architecten die uitsluitend tekenen, zoals schilders uit middeleeuwen en renaissance op hun achtergronden ook naar hartelust gebouwen neerzetten die ze zelf bedacht hadden.
In Arc-et-Senans zie je wat er van komt als er een fractie van wordt uitgevoerd. Zoals de schets voor een schilderij het zelden haalt bij de uitvoering in olieverf. Wat de tekeningen opriepen wordt onverbiddelijk door de al te echte steen of verf vermorzeld